RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/124372-25 (P)
Uitspraakdatum: 30 april 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 april 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1]
,
verblijvende op het ter terechtzitting opgegeven [adres 2]
.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. K. Leyendeckers, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Primair
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door open vuur in aanraking te brengen met vuurwerk, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor een woning gelegen aan de [adres 3] en/of in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [naam] en/of op dat moment aanwezigen in die woning aan de [adres 3]
te duchten was.
Subsidiair
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door open vuur in aanraking te brengen met vuurwerk, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor een woning gelegen aan de [adres 3] en/of in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [naam] en/of op dat moment aanwezigen in die woning aan de [adres 3]
te duchten was,
bij/tot het plegen van welk misdrijf verdachte, op of omstreeks 1 januari 2025 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft door, aan een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), het vuurwerk dat heeft geleid tot de explosie ter beschikking te stellen.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Standpunten van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. De officier van justitie gaat daarbij uit van het scenario dat het in de woning aangetroffen ontplofte vuurwerk, de shell, van de verdachte was en hij en zijn vrienden de shell hebben aangestoken. De officier van justitie baseert zich onder meer op de getuigenverklaring van [getuige] . Deze getuige heeft gezien dat een groepje mannen vuurwerk afstak en dat deze mannen heen en weer liepen van en naar een witte bestelbus. Die bestelbus bleek later van de verdachte te zijn. Daarnaast is in de telefoon van de verdachte een Whatsappgesprek aangetroffen waaruit de officier van justitie afleidt dat de verdachte op 30 december 2024 beschikte over shells. Verder is de verdachte direct na het inslaan van het vuurwerk in de woning met hoge snelheid weggereden in zijn witte bestelbus. Dit gedrag past bij het scenario dat een shell van de verdachte is ingeslagen in de woning en de verdachte zich om die reden zo snel mogelijk uit de voeten wilde maken. Aangezien de verdachte deel uit maakte van de groep die shells afstak en deze shells waren meegenomen door de verdachte, is sprake van medeplegen, ook al kan niet worden vastgesteld of de verdachte degene is geweest die de bewuste shell heeft aangestoken.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte de shell heeft afgestoken, of tot de groep heeft behoord die de shell heeft afgestoken. De getuige [getuige] heeft niemand daadwerkelijk vuurwerk uit de bestelbus van de verdachte zien halen. Bovendien komen de anonieme meldingen waarin de naam van de verdachte wordt genoemd van één bron, namelijk de ex-vrouw van de verdachte. Daarnaast zijn de chatberichten op de telefoon van de verdachte niet belastend en waren op het moment van het ten laste gelegde feit op diezelfde plaats meerdere mensen vuurwerk aan het afsteken.
4. Oordeel van de rechtbankOp 1 januari 2025 heeft omstreeks 01:00 uur een explosie plaatsgevonden in een woning aan de [adres 3] in Heerhugowaard. In de woning is (illegaal) vuurwerk, vermoedelijk een shell, ontploft en hierdoor is schade aan de woning ontstaan. De verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen, betrokken is geweest (als pleger, medepleger of medeplichtige) bij het afsteken van het illegale vuurwerk, dat vervolgens is ontploft in de woning.
De verdachte ontkent dat hij betrokken was bij het afsteken van illegaal vuurwerk. Hij zegt dat hij wel daar aanwezig was, maar dat hij alleen legaal vuurwerk heeft afgestoken.
De rechtbank vindt niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij het afsteken van het bewuste vuurwerk, en overweegt daartoe als volgt.
Getuige [getuige] heeft verklaard dat er ongeveer vijf personen heen en weer liepen van en naar de bus van de verdachte vanaf het speelveldje waar vuurwerk werd afgestoken. [getuige] heeft van andere buren gehoord dat er vuurwerk in deze bus lag, maar hij heeft zelf niet gezien dat er daadwerkelijk vuurwerk in de bus lag en uit de bus werd gepakt. [getuige] geeft geen signalement dat wijst naar de verdachte en verwijst ook niet op een andere wijze naar de betrokkenheid van de verdachte. De rechtbank kan op basis van deze getuigenverklaring niet vaststellen dat er illegaal vuurwerk uit de bestelbus van de verdachte is gehaald, dat de verdachte hierbij betrokken was en dat ditzelfde vuurwerk vervolgens in de woning is ontploft.
Op camerabeelden is te zien dat kort na de ontploffing een persoon (de rechtbank begrijpt: de verdachte) naar de bestelbus rent, instapt en met een hoge snelheid wegrijdt. De rechtbank kan uit deze gedragingen niet afleiden dat de verdachte betrokken was bij de ontploffing in de woning, immers de verdachte geeft hierover een alternatieve verklaring. Hij zag het gebeuren en wilde weg.
Verder is de telefoon van de verdachte onderzocht. In de telefoon is een gesprek aangetroffen wat erop kan wijzen dat de verdachte op 1 oktober 2024 over shells kon beschikken. De rechtbank kan op grond van dit gesprek niet vaststellen dat de verdachte op 1 januari 2025 over een shell beschikte.
Het dossier bevat verschillende anonieme meldingen die de verdachte als verantwoordelijk persoon voor de bewuste ontploffing aanwijzen. De rechtbank overweegt dat zij terughoudend omgaat met deze meldingen, omdat de meldingen anoniem zijn en de betrouwbaarheid niet getoetst kan worden. Gelet hierop en in samenhang met de overige inhoud van het dossier zal de rechtbank aan deze meldingen dan ook geen conclusies verbinden.
De rechtbank concludeert dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit.
5. Vordering benadeelde partij
De benadeelde partij [naam] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.397,00 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
Aangezien de rechtbank de verdachte vrijspreekt van het aan hem ten laste gelegde feit, kan de rechtbank geen schadevergoeding toekennen die geleden zou zijn als gevolg van het tenlastegelegde feit. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
6. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk in de vordering.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I.E. Voorberg, voorzitter,
mr. C.S. Schoorl en mr. D.J. Straathof, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffiers mr. M. van Splunter en mr. E.T. Golstein,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 april 2026.