RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/377128 / JU RK 26-623
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (voorlopige) ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ),
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de pleegmoeder] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de pleegmoeder,
de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van de kinderrechter van 22 april 2026 en de daarin genoemde stukken;
het mailbericht van mr. B. Bos, ingekomen op 28 april 2026.
Bij voornoemde beschikking van 22 april 2026 heeft de kinderrechter [de minderjarige] met ingang van 22 april 2026 voorlopig onder toezicht gesteld tot 22 juli 2026. Ook heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken en is de beslissing voor het overige aangehouden. In de beschikking is aangegeven dat de behandeling van het verzoek op de zitting van 29 april 2026 te 15:35 uur is bepaald om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord door de kinderrechter.
De zitting is met gesloten deuren aangevangen op 29 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
de pleegmoeder;
de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
Tijdens deze zitting is het niet mogelijk gebleken om het verzoek van de Raad te behandelen omdat de pleegmoeder de Nederlandse taal niet beheerst en er geen tolk beschikbaar was in het dialect van de [taal] taal dat de pleegmoeder spreekt.
Daarnaast had de advocaat van de pleegmoeder op voorhand aangegeven dat het haar niet was gelukt om met de pleegmoeder in gesprek te komen, waardoor het voor haar niet mogelijk is om de pleegmoeder bij te staan in deze procedure. Gelet op deze omstandigheid was tevens de vraag aan de orde of de pleegmoeder zich wilde laten bijstaan door een advocaat. De pleegmoeder heeft via haar zoon, die zowel de Nederlandse, als de [taal] taal goed beheerst, aangegeven dat zij geen gebruik wil maken van bijstand van een advocaat.
De zitting is vervolgens met gesloten deuren voortgezet op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
de pleegmoeder, bijgestaan door een tolk in de [taal] taal (dialect [dialect] );
de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .
2. De feiten
De pleegmoeder is belast met de voogdij over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de (voorlopige) ondertoezichtstelling.
De raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek als volgt toegelicht.
[de minderjarige] is in de nacht van 22 april jl. weggevlucht naar een flat aan de overkant van de straat en heeft bij de bewoner van de flat en de politie aangegeven niet terug te willen naar huis. Zij heeft verteld dat zij door haar pleegmoeder en pleegbroer al jarenlang structureel wordt mishandeld en dat haar pleegmoeder haar niet onderhoudt en haar isoleert en controleert. [de minderjarige] voorziet om die reden in haar eigen onderhoud door in een pizzeria te werken, en gebruikt alcohol en joints om met haar situatie om te gaan.
De pleegmoeder en haar pleegbroer hebben -tevergeefs- geprobeerd haar op te halen en mee terug te nemen naar huis en hebben zich daarbij intimiderend opgesteld naar [de minderjarige] , de bewoner en de politie. Om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen is er een machtiging tot uithuisplaatsing verleend op een veilige, geheime plek van een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, ook omdat de pleegmoeder niet instemde met plaatsing van [de minderjarige] op een crisisplek.
De Raad vindt het noodzakelijk om onderzoek te doen naar de situatie van [de minderjarige] .
Ter zitting heeft de Raad hieraan toegevoegd dat er een half jaar geleden al een bijeenkomst is geweest tussen hulpverleners met betrekking tot de zorgen over het middelengebruik en het schoolverzuim van [de minderjarige] . Destijds heeft [de minderjarige] niet aangegeven wat de reden daarvoor was, maar na het incident in de nacht van 22 april jl. heeft zij verteld dat ze structureel wordt mishandeld en verwaarloosd. Inmiddels verblijft [de minderjarige] op een veilige plek. Daarnaast is vast komen te staan dat bij beschikking van het Hof uit 2015 de pleegmoeder de tijdelijke voogdij heeft gekregen over [de minderjarige] .
De Raad zal onderzoek instellen naar wat er zich afspeelt in de (thuis)situatie van [de minderjarige] , zal met de pleegmoeder in gesprek gaan, en zal uitzoeken of de huidige voogdijconstructie de beste situatie is voor [de minderjarige] .
4. De standpunten
De pleegmoeder heeft aangegeven dat het niet klopt dat zij [de minderjarige] heeft mishandeld. [de minderjarige] verblijft al bij haar sinds ze vier maanden oud is en er is nooit eerder gebleken dat er sprake is geweest van mishandeling. De pleegmoeder heeft aangegeven in te stemmen met het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing omdat dat het beste is voor [de minderjarige] . Zij vindt het fijn dat zij hulp krijgt met de opvoeding van [de minderjarige] en ze is bereid om in overleg met de jeugdbescherming te zoeken naar een oplossing voor deze situatie.
Namens de GI is door [vertegenwoordiger van de GI] aangegeven dat nog niet duidelijk is of de voogdij nog loopt of dat er nu sprake is van een gezagsvacuüm. Dat wordt momenteel via de rechtbank uitgezocht. De GI maakt zich zorgen over [de minderjarige] en het vermoeden is dat er bij haar sprake is van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) of een ander trauma. [de minderjarige] heeft aangegeven geen contact te willen met haar pleegmoeder of pleegbroer. Momenteel wordt uitgezocht wat er met [de minderjarige] aan de hand is en waar zij het beste zou kunnen verblijven, ook voor de periode nadat zij meerderjarig is.
5. De beoordeling
bevoegdheid
Door de omstandigheid dat [de minderjarige] een onbekende nationaliteit heeft, dient eerst de
vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt met betrekking tot het verzoek van de Raad.
Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] zich in Nederland bevindt, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ter zake van het verzoek.
Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht op het verzoek van toepassing is. Dat is in dit geval het Nederlands recht.
voorlopige ondertoezichtstelling
De kinderrechter heeft ter zitting geen aanleiding gezien om het in voormelde beschikking van 22 april 2026 geformuleerde oordeel te wijzigen. Gelet op de zorgen over [de minderjarige] ten aanzien van haar middelengebruik en schoolverzuim en de uiteenlopende verhalen daarover van [de minderjarige] en haar pleegmoeder is er een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om dit te onderzoeken en die bedreiging weg te nemen. Die beschikking, waarin is bepaald dat [de minderjarige] voor de duur van drie maanden voorlopig onder toezicht wordt gesteld, zal daarom worden gehandhaafd.
(spoed)machtiging uithuisplaatsing
De kinderrechter heeft ter zitting ook geen aanleiding gezien om het in voormelde beschikking van 22 april 2026 geformuleerde ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing te wijzigen. Die beschikking, waarin is bepaald dat [de minderjarige] met ingang van 22 april 2026 tot 20 mei 2026 met spoed in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder moest worden geplaatst, zal daarom worden gehandhaafd.
Over het resterende verzoek van de Raad, waarin is verzocht om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, overweegt de kinderrechter het volgende.
Uit de overlegde stukken en wat ter zitting naar voren is gebracht is gebleken dat [de minderjarige] nu niet terug naar huis kan en dat het nodig is dat zij op een veilige, geheime plek wordt ondergebracht om haar veiligheid te waarborgen. Vanuit deze situatie kan onderzoek worden ingesteld naar de situatie bij [de minderjarige] thuis en naar de vraag op welke plek [de minderjarige] het best kan verblijven.
De kinderrechter zal daarom het resterende deel van het verzoek tot uithuisplaatsing toewijzen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 20 mei 2026 tot 22 juli 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. G.D. de Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van B.H.E. Zuidam als griffier en op schrift gesteld op 19 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.