ECLI:NL:RBNHO:2026:5653

ECLI:NL:RBNHO:2026:5653

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 20-05-2026
Zaaknummer 15/315387-24 en 15/265020-22 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Vrijspraak voor het primair ten laste gelegde medeplegen van gekwalificeerde opzetverkrachting en de subsidiair ten laste gelegde aanranding. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verklaringen van de aangeefster onvoldoende concreet en gedetailleerd over de aard van de seksuele handelingen die bij haar zouden zijn uitgevoerd, onder welke omstandigheden die handelingen plaatsvonden en wie daarbij betrokken was. De rechtbank acht de verklaringen van de aangeefster daarom onvoldoende betrouwbaar om deze als uitgangspunt voor de bewijsvoering te nemen. De vordering van de benadeelde partij en de vordering tot tenuitvoerlegging worden niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/315387-24 en 15/265020-22 (tul) (P)

Uitspraakdatum: 13 mei 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 april 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1]

.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.M.H.G. Peters en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. J.G.D. Rutten, advocaat te Hilversum, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 22 september 2024 te Haarlem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] en/of (vaginale en/of anale) gemeenschap hebben met die [slachtoffer] ,terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders, wisten dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbraken welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- bovenop die [slachtoffer] te gaan liggen en/of- terwijl die [slachtoffer] hem, verdachte, van zich af/weg probeerde te duwenvoorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] ;subsidiairhij op of omstreeks 22 september 2024 te Haarlem met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten- het aanraken en/of betasten van en/of wrijven over de vagina, althans de schaamstreek van die [slachtoffer] ,terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak.

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier

van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Standpunten van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verdachte integraal vrij te spreken, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

4. Vrijspraak

Inleidende opmerkingen

In zedenzaken zijn vaak slechts twee personen bij de verweten seksuele gedragingen aanwezig geweest: het veronderstelde slachtoffer en de vermeende dader. In de kern komt het vaak neer op het woord van de aangeefster tegen dat van de verdachte. Ook in deze zaak staan de belastende verklaringen van [slachtoffer] (hierna: de aangeefster) tegenover de ontkennende verklaring van de verdachte.

In strafzaken moet zorgvuldig en behoedzaam worden omgegaan met verklaringen van getuigen en (vermeende) slachtoffers. In een zaak als deze, waarin de verdachte het ten laste gelegde feit ontkent, er geen directe getuigen zijn van de verweten seksuele gedragingen en de aangeefster verklaart zich een groot gedeelte van de avond niet te kunnen herinneren, geldt dat des te meer.

De wet voorziet niet in een toetsingskader voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een getuigenverklaring. Rechtspraak in zedenzaken biedt wel criteria voor deze beoordeling. In de eerste plaats komt belang toe aan de consistentie, gedetailleerdheid en volledigheid van de verklaring. Daarnaast kan worden getoetst aan gegevens uit objectieve bronnen en kan meewegen of de inhoud van de verklaring, gelet op de vastgestelde omstandigheden, plausibel is. Ook kan bij de beoordeling worden betrokken of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die mogelijk van beslissende invloed zijn op de (betrouwbaarheid van de) verklaring.

Bewijsminimum

Wanneer de verdachte de hem of haar verweten gedraging ontkent, is de verklaring van het veronderstelde slachtoffer doorgaans het enige directe bewijsmiddel. Het bewijs dat een verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, kan echter niet uitsluitend worden gebaseerd op de verklaring van het veronderstelde slachtoffer, maar er moet daarnaast voldoende steun zijn in ander bewijsmateriaal (steunbewijs). De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde maatstaven zal de rechtbank hierna eerst beoordelen of de verklaring van de aangeefster voldoende betrouwbaar is om als uitgangspunt voor de bewijsvoering te dienen. Alleen als die vraag bevestigend wordt beantwoord, komt de rechtbank toe aan de vraag of die verklaring in voldoende mate wordt ondersteund door ander bewijs.

De verklaringen van de aangeefster

Op 24 september 2024 heeft een zogeheten “informatief gesprek zeden” plaatsgevonden tussen de aangeefster en twee verbalisanten. Vervolgens heeft zij op 1 oktober 2024 aangifte gedaan van verkrachting. De aangeefster heeft op deze twee momenten, samengevat, het volgende verklaard.

De aangeefster is op 21 september 2024 in Haarlem op stap gegaan. Omstreeks 01:00 uur (op 22 september 2024) heeft zij een bar verlaten en daarna is het voor haar onduidelijk. Op enig moment die nacht bevond zij zich in een huis aan de [adres 2] in Haarlem. Zij weet niet meer hoe ze daar terecht is gekomen. Het volgende moment dat zij zich kan herinneren is dat zij op haar buik op bed lag en anaal gepenetreerd werd door een voor haar onbekende man (in de aangifte aangeduid als man 3). Zij probeerde man 3 van haar af te krijgen, maar dat lukte niet. Vervolgens werd man 3 door een andere man of mannen van haar afgehaald. Zij heeft dit niet kunnen zien, omdat het donker was. Hoe die nacht verder is verlopen kan zij zich niet herinneren. Toen de aangeefster de volgende ochtend wakker werd, lag er een man (de verdachte; in de aangifte aangeduid als man 2) naast haar zonder kleding aan. De aangeefster voelde iets aan haar vagina en heeft, nadat de verdachte later die ochtend een grap maakte over dat ze mooie kinderen zouden krijgen, aangenomen dat hij haar vaginaal verkracht had. Volgens de aangeefster heeft de medeverdachte [medeverdachte] (in de aangifte aangeduid als man 1) vermoedelijk niets met haar gedaan. De aangeefster heeft ook verklaard dat het voor haar onduidelijk is gebleven of er twee of drie mannen in het huis waren.

De aangeefster kan zich niet herinneren dat zij de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte] of man 3 tijdens het uitgaan heeft ontmoet. Zij kan zich niet herinneren wanneer zij hen voor het eerst heeft gezien. Haar meest heldere herinnering is van die ochtend.

De rechtbank stelt vast dat de aangeefster een zeer gefragmenteerde herinnering heeft aan de gebeurtenissen die nacht; zij kan zich veel niet herinneren, mogelijk veroorzaakt door de hoeveelheid alcohol die zij blijkens haar verklaring had gedronken. Zij denkt dat man 3 haar anaal heeft gepenetreerd maar ze kon op dat moment niets zien omdat het donker was. Op basis van de verklaringen van de aangeefster en het overige dossier is niet duidelijk wie deze man is. De aangeefster neemt aan dat de verdachte haar vaginaal heeft verkracht, maar deze verklaring vindt geen steun in het DNA-onderzoek (zie hierna). Volgens de aangeefster heeft de medeverdachte [medeverdachte] (vermoedelijk) niets met haar gedaan.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verklaringen van de aangeefster onvoldoende concreet en gedetailleerd over de aard van de seksuele handelingen die bij haar zouden zijn uitgevoerd, onder welke omstandigheden die handelingen plaatsvonden en wie daarbij betrokken was. De rechtbank acht de verklaringen van de aangeefster daarom onvoldoende betrouwbaar om deze als uitgangspunt voor de bewijsvoering te nemen.

De rechtbank is dan ook met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor het (primair) ten laste gelegde medeplegen van opzetverkrachting.

Het aangetroffen DNA van de verdachte

Uit het NFI-rapport blijkt dat DNA-sporen afkomstig van de verdachte zijn aangetroffen bij het kruis van de bodysuit die de aangeefster die nacht droeg. Over de aard van dit celmateriaal heeft het NFI geen uitspraak kunnen doen. In (of rondom) de vagina en de anus van de aangeefster is geen DNA-materiaal van de verdachte aangetroffen.

De verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie en ter terechtzitting de ten laste gelegde feiten ontkend. Hij heeft verklaard dat hij in de vroege ochtend van 22 september 2024 in de woning was, en dat hij in het bewuste bed heeft geslapen.

Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat op grond van alleen de DNA-sporen bij het kruis van de bodysuit van de aangeefster niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de vagina van de aangeefster heeft betast dan wel over haar vagina heeft gewreven terwijl zij dat niet wilde, zoals subsidiair aan hem ten laste is gelegd. Mede gelet op de verklaringen van de aangeefster en van de verdachte, valt niet te sluiten dat de DNA-sporen van de verdachte op andere wijze op de bodysuit van de aangeefster terecht zijn gekomen.

De rechtbank neemt bij dit oordeel in aanmerking dat de aangeefster niets heeft verklaard over de seksuele handelingen die de verdachte volgens de tenlastelegging (subsidiair) bij haar zou hebben uitgevoerd en dat het dossier ook overigens geen objectieve bewijsmiddelen bevat die als bewijs kunnen dienen voor de ten laste gelegde aanranding.

Conclusie

Omdat de (primair en subsidiair) ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend zijn bewezen, moet de verdachte daarvan worden vrijgesproken.

5. Vordering benadeelde partij

Namens de benadeelde partij [slachtoffer] is tegen de verdachte een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 22.224,55 wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding.

6. Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 16 januari 2023 in de zaak met parketnummer 15/265020-22 heeft de politierechter te Noord-Holland de verdachte ter zake van poging zware mishandeling, mishandeling en belediging van een ambtenaar in functie veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 58 dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaar bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 31 januari 2023 aan de verdachte toegezonden. De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 30 januari 2023 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd. De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie, gelet op het feit dat de verdachte wordt vrijgesproken, daarin niet-ontvankelijk is.

7. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen;

verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Noord-Holland in de zaak met parketnummer 15/265020-22 opgelegde voorwaardelijke straf; en

heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. Reemst, voorzitter,

mr. C.S. Schoorl en mr. I.A. Groenendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Maerman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P. Reemst
  • mr. C.S. Schoorl
  • mr. I.A. Groenendijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand