RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/371566 / JU RK 25-1584
Datum uitspraak: 16 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. P.J. van de Pol, kantoorhoudende te Haarlem,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] ;
advocaat: mr. S.J.M. Bakker, kantoorhoudende te Heerhugowaard.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . De vader heeft [de minderjarige] erkend.
[de minderjarige] woont bij zijn vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [de minderjarige] op 21 januari 2025 onder toezicht gesteld tot 21 januari 2026
De kinderrechter heeft op 25 februari 2025 een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] tot 11 maart 2025 uit huis te plaatsen bij de vader. Op 7 maart 2025 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij de vader die bij beschikking van 9 september 2025 is verlengd tot 21 januari 2026.
Bij voornoemde beschikking van 9 september 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het door de GI genomen perspectiefbesluit van 27 juni 2025 onderschreven. De rechtbank heeft overwogen dat het voor de komende periode voor [de minderjarige] van belang is dat hij weet dat hij bij de vader mag opgroeien en daarin duidelijkheid en rust ervaart.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de vader te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI naar voren gebracht dat de beslissing over het perspectief van [de minderjarige] bij de vader voor duidelijkheid en rust heeft gezorgd. Nu moet onderzocht worden welke rol de moeder in het leven van [de minderjarige] gaat vervullen. De situatie van de moeder blijft zorgelijk, ondanks enkele positieve ontwikkelingen. Er is sprake van voortdurende instabiliteit bij moeder, onder andere door middelengebruik, wisselende motivatie en emoties, en het fluctuerende contact met haar netwerk, haar ouders en ex-partner [ex-partner] , die gewelddadig en controlerend is.
[de minderjarige] krijgt traumatherapie aangeboden. Hij heeft in zijn dagelijks functioneren intensieve begeleiding nodig om problemen en ongelukken te voorkomen. De vader krijgt ondersteuning van Kenter Ambulant. Zowel vader als school hanteren een trauma sensitieve aanpak. [de minderjarige] laat gedrag zien dat mogelijk samenhangt met traumatische ervaringen en gevoelens van onveiligheid. Sinds de uithuisplaatsing gaat het merkbaar beter dankzij stabiliteit en voorspelbaarheid. Omdat het woonperspectief inmiddels bij vader ligt, is [de minderjarige] recent (eind oktober) gestart op zijn nieuwe school in [plaats] in de buurt van vader. Volgens zijn juf heeft hij daar een goede start gemaakt. De verlenging van de ondertoezichtstelling nog wel nodig om te waarborgen dat het goed blijft gaan met [de minderjarige] . Daarnaast heeft de vader bij de rechtbank een verzoek ingediend ten aanzien van het gezag/hoofdverblijfplaats en alimentatie. Ook in dat opzicht is de regiefunctie van de GI nog nodig.
Ter zitting heeft de GI aangegeven dat, omdat veel speelt in het leven van moeder, goede afspraken gemaakt moeten worden over de contacten tussen de moeder en [de minderjarige] . Door een incident gedurende de omgang heeft de GI besloten om de omgangscontacten te wijzigen naar één uur per week op het kantoor van de GI. Het is de bedoeling om, als er meer rust en stabiliteit komt, de contactmomenten weer uit te breiden.
4. De standpunten
De vader
De vader en zijn advocaat staan achter de verzoeken om de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing te verlengen. Gelet op de ontwikkeling van [de minderjarige] is het van belang dat de vader begeleiding en ondersteuning krijgt om hem op te voeden. Daarbij moet op een veilige manier contact zijn tussen de moeder en [de minderjarige] . De vader hoopt dat op korte termijn duidelijkheid komt over de verzoeken die de vader heeft gedaan aan de rechtbank. Het is van belang dat het gezag geregeld wordt en officieel vast gelegd wordt dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft.
De moeder
Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij emotioneel niet achter de verzoeken van de GI kan staan. Haar gevoel zegt dat zij in staat is om voor [de minderjarige] te zorgen als zij haar leven weer op orde heeft. Op dit moment is haar woonsituatie niet stabiel genoeg om voor hem te zorgen. De relatie met haar ex is verleden tijd en kan niet meer van invloed zijn op haar situatie. In de komende periode krijgt de moeder begeleiding van Regionale Instelling voor Beschermd en Begeleid Wonen (RIBW). De moeder krijgt dan psychische hulp en kan haar traumabehandeling weer oppakken. Over een aantal weken komt de moeder dan ook in aanmerking voor een woning via het RIBW. De advocaat van de moeder heeft aangegeven dat het in ieders belang is dat de komende tijd de regie bij de GI blijft. De moeder is bezig haar leven weer op de rit te krijgen en de inzet van de GI kan daaraan een bijdrage leveren.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat hij – ook gelet op zijn jonge leeftijd – veel heeft meegemaakt. [de minderjarige] is in het verleden vaak blootgesteld aan onrust en agressie in een onveilige thuissituatie. Nu verblijft hij sinds medio 2025 bij zijn vader en daar doet [de minderjarige] het goed. Niettemin zijn er nog zorgen en moet goed onderzocht worden welke hulpverlening [de minderjarige] nodig heeft. Zo kan [de minderjarige] nog steeds sterk ontregelt raken, waarbij hij dan druk en prikkelbaar gedrag vertoont, vaker scheldt, hyperalert is en niet op de wc plast. Het is de bedoeling dat binnenkort traumatherapie voor [de minderjarige] van start gaat. Aan de hand daarvan zal worden bekeken welke verdere hulpverlening voor [de minderjarige] nodig is. [de minderjarige] is een kwetsbare jongen en voor hem is het daarom des te belangrijker dat hij verder opgroeit in een stabiele, veilige en voorspelbare opvoedomgeving. De vader is zijn primaire opvoeder en is goed op de zorgbehoefte van [de minderjarige] ingespeeld. Het is belangrijk dat de begeleiding die de vader van Kenter hierin krijgt, voortduurt zodat hij zich goed kan bekwamen in zijn opvoedtaken. Het is dan ook in het belang van [de minderjarige] dat de huidige hulpverlening wordt voortgezet en geïntensiveerd.
Daarnaast bestaan nog steeds zorgen over de moeder, vanwege haar persoonlijke problematiek en haar instabiele (thuis)situatie. De GI maakt zich daardoor terecht zorgen over de draagkracht van de moeder en in hoeverre zij goed kan aansluiten bij [de minderjarige] en zijn behoeftes. Hoewel de omgang met [de minderjarige] aanvankelijk positief verliep, is de omgang onlangs teruggeschroefd naar één uur per week, omdat de moeder zich niet hield aan de veiligheidsafspraken. Het is belangrijk dat de GI haar regierol behoudt ten aanzien van de omgang tussen de moeder en [de minderjarige] , ook zodat het belang van [de minderjarige] in dit kader niet uit het oog wordt verloren.
Ten slotte is belangrijk dat de komende periode ook duidelijkheid komt over de verzoeken van de vader betreffende het gezag en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] . De beslissing over dit verzoek kan de rust brengen die de GI nodig heeft om zowel de vader als de moeder te begeleiden in het belang van [de minderjarige] ’s ontwikkeling.
Gelet op het voornoemde is het verplichte kader van de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van [de minderjarige] . Gelet op de beslissing van de meervoudige kamer van 9 september 2025, dat het perspectiefbesluit wordt onderschreven, is duidelijk dat [de minderjarige] zijn woonplek heeft bij de vader. Nu de vader geen gezag heeft, dient de plaatsing van [de minderjarige] door middel van een machtiging uithuisplaatsing gewaarborgd worden. De kinderrechter zal de uithuisplaatsing verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 21 januari 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij vader zonder gezag tot 21 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door
mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van J.B. Stevens als griffier, en op schrift gesteld op 23 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.