RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 11959433 BM VERZ 25-2471 sc
Uitspraakdatum: 20 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
FMD Financiële en Maatschappelijke Dienstverlening B.V.,
gevestigd te Hoorn;
hierna ook te noemen: bewindvoerder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
Het verzoek is mondeling behandeld op 4 mei 2026.
beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 12 mei 2015 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren.
Verzoeker stelt dat bewind niet meer nodig is door een wezenlijke verbetering in haar financiële en persoonlijke situatie. Zij stelt dat zij sinds de instelling van het bewind heeft gewerkt aan het stabiliseren van en het verkrijgen van meer inzicht in haar financiële situatie. Zij is van mening dat zij verantwoord kan sparen en in staat is om haar financiën zelf te regelen. Na opheffing van het bewind wil zij zich aanmelden bij de gemeente Den Helder voor budgetbeheer en coaching.
De bewindvoerder staat niet achter het verzoek. De bewindvoerder voert aan dat zij verzoeker niet in staat acht zelf haar financiën te regelen omdat zij in overvloed extra geld vraagt. Sinds de bewindvoerder meer spaart en dus niet meer zoveel extra geld naar verzoeker overmaakt, is verzoeker ontevreden. Dit uit zich in lelijke e-mails met bedreigingen. Dat is des te opvallender omdat verzoeker het ermee eens was om te gaan sparen. De bewindvoerder verwacht dat verzoeker opnieuw in een schuldensituatie terechtkomt, omdat de drang om geld uit te geven heel hoog is. Gezien het uitgavenpatroon heeft de bewindvoerder er onvoldoende vertrouwen in dat verzoeker een zelfredzaamheidstraject bij de gemeente Den Helder met goed gevolg kan doorlopen.
Ingevolge artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen.
De kantonrechter is van oordeel dat de gronden van het bewind nog altijd bestaan. De kantonrechter is er niet van overtuigd dat verzoeker zelf haar financiële zaken kan behartigen. De kantonrechter wil aannemen dat verzoeker na beëindiging van het bewind hulp krijgt van een budgetcoach, maar de kantonrechter heeft op dit moment geen aanknopingspunten om aan te nemen dat dit goed zal gaan en genoeg bescherming en ondersteuning zal bieden. Redengevend hiervoor is dat verzoeker de afspraak heeft gemaakt met de bewindvoerder om te sparen maar dat dat niet lukt en dat verzoeker weigert om een zelfredzaamheidstraject te volgen. De kantonrechter is van oordeel dat de vrijblijvende hulp van een budgetcoach onvoldoende zal zijn voor verzoeker en de kantonrechter acht het risico dat verzoeker opnieuw in een schuldensituatie terechtkomt groot, gezien de huidige stand van het vermogen van € 2.200,00 en gezien het feit dat verzoeker dan veel financiële zaken zelf zal moeten gaan regelen, hetgeen zij al elf jaar niet heeft gedaan. Als verzoeker serieus opheffing van het bewind wil bereiken, zal zij allereerst moeten laten zien dat ze in staat is om te sparen en daarna bovendien een zelfredzaamheidstraject met succes moeten doorlopen.
Gelet op de stukken en de afgelegde verklaringen is de kantonrechter aldus van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat verzoeker in staat is om haar financiële belangen zelf te behartigen. De kantonrechter zal het verzoek tot opheffing van het bewind afwijzen.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter