ECLI:NL:RBNHO:2026:5769

ECLI:NL:RBNHO:2026:5769

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer 15/361689-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Vrijspraak van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde pogingen tot doodslag. Bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling en de onder 2 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. De verdachte is volledig ontoerekeningsvatbaar. Oplegging van de maatregel van tbs met bevel tot verpleging van overheidswege. Gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen benadeelde partijen. De benadeelde partijen zijn voor het overige niet ontvankelijk in hun vordering.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/361689-24 (P)

Uitspraakdatum: 16 april 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 april 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,

nu gedetineerd in [detentieadres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. T.M. Fikkers en van hetgeen de verdachte en zijn raadslieden, mrs. M.A. Dijk en J.B. van Faassen, advocaten te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 11 november 2024 te Heemskerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug en/of in de (onder)arm, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 november 2024 te Heemskerk aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (een) doorgesneden pees/pezen in de (onder)arm, heeft toegebracht door (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de (onder)arm, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] te steken/snijden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 november 2024 te Heemskerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug en/of in de (onder) arm, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of heeft gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 11 november 2024 te Heemskerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 november 2024 te Heemskerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft gestoken en/of heeft gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten en tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadslieden hebben vrijspraak bepleit van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten hebben zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1 primair en feit 2 primair

De rechtbank is, net als de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan pogingen tot doodslag jegens aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet worden afgeleid dat de verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op de dood van beide aangevers. De rechtbank zal de verdachte om die reden dan ook vrijspreken van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten.

Bewijsmiddelen

De rechtbank komt op grond van de feiten en omstandigheden, die zijn vervat in de hierna te noemen bewijsmiddelen, tot een bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten.

De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van de hierna onder 3.4 bewezenverklaarde feiten sprake is van een bekennende verdachte en dat door of namens hem geen vrijspraak is bepleit. Gelet op artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) zal daarom worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen, te weten:

(...)

De hiervoor vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 11 november 2024 te Heemskerk aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten doorgesneden pezen in de onderarm, heeft toegebracht door met een mes in de onderarm van die [slachtoffer 1] te steken;

2.

hij op 11 november 2024 te Heemskerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een mes in de rug van die [slachtoffer 2] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 subsidiair: zware mishandeling

feit 2 subsidiair: poging tot zware mishandeling

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Standpunten

De officier van justitie en de raadslieden hebben zich op het standpunt gesteld dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard en om die reden moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag of en in welke mate de bewezenverklaarde feiten aan de verdachte kunnen worden toegerekend, heeft de rechtbank kennisgenomen van de Pro Justitia rapportage van het Pieter Baan Centrum van 14 januari 2026, opgesteld door K.A. Rose, GZ-psycholoog en M.B.F. van Berkel, psychiater.

De psycholoog en psychiater concluderen in hun rapportage dat bij de verdachte sprake is van een patroon van prominente disfuncties die als een rode draad door zijn leven lopen. Het gaat daarbij om een gestoorde realiteitstoetsing, oordeels- en kritiekstoornissen, een verminderde frustratietolerantie, weinig impulscontrole, een beperkte emotieregulatie, minimaal mentaliserend vermogen, verminderde agressieregulatie, een beperkt ziekte-inzicht en nauwelijks in het bezit zijn van probleemoplossend vermogen noch copingvaardigheden. Dit alles vertaalt zich bij de verdachte in de volgende (meest op de voorgrond staande) symptomen: wanen, hallucinaties, een fluctuerende (gestoorde) stemming en suïcidaliteit. Het ontstaan van de symptomen laat zich verklaren door een autismespectrumstoornis en een schizoaffectieve stoornis. De deskundigen concluderen dat deze stoornissen aanwezig waren ten tijde van de ten laste gelegde feiten.

Verder concluderen de deskundigen dat de verdachte in de kern een zeer ernstig en chronisch zieke man is, met onvoldoende ziekte-inzicht. Zijn forensisch relevante beperkingen interveniëren, in aanloop naar en ten tijde van het ten laste gelegde, op negatieve wijze met elkaar. Op grond van het deskundigenonderzoek zijn massieve disfuncties aan te wijzen waardoor de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde niet wilsvrij is geweest in zijn handelen. Beide deskundigen adviseren de ten laste gelegde feiten dan ook in het geheel niet toe te rekenen aan de verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de rapportage op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de conclusies van de deskundigen worden gedragen door een deugdelijke en inzichtelijke gemotiveerde onderbouwing. De rechtbank neemt de bevindingen en conclusies van de deskundigen over. De rechtbank oordeelt dat de bewezenverklaarde feiten de verdachte wegens de ziekelijke stoornissen van zijn geestvermogens in het geheel niet kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht de verdachte daarom niet strafbaar en zal hem ontslaan van alle rechtsvervolging.

6. Oplegging van een maatregel

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met een bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) zal worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De raadslieden hebben verzocht aan de verdachte een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen. Ook de verdachte zelf heeft op zitting naar voren gebracht dat hij achter het voorstel om aan hem een tbs-maatregel op te leggen staat.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat de bewezenverklaring niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Omdat de verdachte tijdens de bewezen verklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was, kan aan hem geen straf worden opgelegd. Wel kan een maatregel aan de verdachte worden opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat – gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte – oplegging van de maatregel tbs met dwangverpleging passend en geboden is. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich op 11 november 2024 in de DekaMarkt in Heemskerk schuldig gemaakt aan een zware mishandeling en een poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft daar twee willekeurige slachtoffers onverhoeds met een mes gestoken terwijl zij hun boodschappen deden en hen vervolgens in hulpeloze toestand achtergelaten. De verdachte heeft beide slachtoffers hiermee letsel toegebracht waar zij nog altijd de gevolgen van ondervinden. Uit de slachtofferverklaring die slachtoffer [slachtoffer 1] op zitting heeft voorgedragen is de impact die dit alles op haar heeft gehad op indringende wijze verwoord. Zij wordt door het litteken op haar onderarm dagelijks herinnerd aan de steekpartij en ondervindt nog steeds beperkingen aan haar arm bij het verrichten van dagelijkse bezigheden. Ook slachtoffer [slachtoffer 2] heeft op indringende wijze op zitting met haar slachtofferverklaring een verklaring afgelegd over de impact die het handelen van de verdachte op haar heeft gehad en hoe dit haar tot op heden beperkt in haar werk, sport en sociale leven. Uit de slachtofferverklaringen komt naar voren dat beide slachtoffers door de steekpartij niet alleen lichamelijke (pijn)klachten, maar ook psychisch letsel, dat zich onder meer uit in herbelevingen en angstgevoelens, hebben opgelopen en dit nog altijd ervaren. Deze aanval heeft dan ook veel impact gehad op de slachtoffers. Door zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Daarnaast zijn ook omstanders getuige geweest van de gevolgen van deze grove geweldpleging in de openbare ruimte, hetgeen ook bij hen gevoelens van onveiligheid heeft teweeggebracht.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het op naam van de verdachte staand strafblad (Uittreksel Justitiële Documentatie), gedateerd 17 januari 2025. Hierop staan geen eerdere veroordelingen vermeld.

Daarnaast heeft de rechtbank bij de beantwoording van de vraag of aan de verdachte een tbs-maatregel moet worden opgelegd de hierboven onder 5.2 genoemde Pro Justitia rapportage betrokken. Uit deze rapportage komt, in aanvulling op wat daarover is vermeld onder 5.2, onder meer het volgende naar voren:

Door beide deskundigen wordt het risico op recidive op (onvoorspelbare) geweldsdelicten als hoog ingeschat, ook op de korte termijn. Het recidiverisico wordt vooral bepaald door de chronische schizoaffectieve stoornis, die vooralsnog onvoldoende behandeld is, waarbij betrokkene in het verleden meermaals plotseling agressief (zelfbeschadigend) gedrag heeft laten zien vanuit psychotische belevingen. Het ten laste gelegde vond plaats terwijl betrokkene reeds in een steunende omgeving verbleef (in een instelling), en hij reeds voor de schizoaffectieve stoornis werd behandeld (medicamenteus). Bij een toename van een psychotische ontregeling met oordeels- en kritiekstoornissen neemt de kans op een (ernstige) gewelddadige recidive snel toe, oplopend naar hoog als ‘de stem’ hem helemaal in zijn greep heeft.

Samenhangend met de schizoaffectieve stoornis en zijn autismespectrumstoornis zijn er aanhoudend problemen op alle levensgebieden. De klinische items over het afgelopen half jaar laten zien dat het functioneren van betrokkene in belangrijke mate bepaald werd door de ernstige psychische stoornis, waarbij er sprake is van affectieve, gedragsmatig en cognitieve instabiliteit. Betrokkene ontvangt medicatie voor de ernstige psychische stoornis, wat enig effect heeft, maar waarbij de psychotische symptomen nog wel blijven bestaan. Er zijn problemen op het gebied van behandeltrouw (wisselend) en responsiviteit (het effect van medicatie op zijn toestandsbeeld). De risicohanteringsitems (risicofactoren voor de toekomst) laten, indien betrokkene nu onbehandeld in de maatschappij zou terugkeren, een zeer ongunstig beeld zien. Het risico op geweld wordt hoog ingeschat. Het risico op acuut dreigend geweld wordt eveneens hoog ingeschat, aangezien bekend is dat betrokkene psychotisch is ondanks medicamenteuze behandeling en zich tijdens detentie ook incidenten hebben voorgedaan, in dreigende uitspraken, maar ook in ernstig zelfbeschadigend gedrag.

Onderzoekers stellen op basis van de klinische inschatting dat er nauwelijks beschermende

factoren aanwezig zijn.

Vanwege de chronische en hardnekkige aard van de beschreven psychopathologie en het

gebrek aan responsiviteit wordt een langer durend behandeltraject noodzakelijk geacht.

Gezien het slechts minimaal aanwezige ziekte-inzicht bij betrokkene, het ontbreken van een

duurzame wens om medicatie (volledig) volgens voorschrift te nemen, de tot dusver beperkte

responsiviteit van behandeling in de afgelopen jaren, in combinatie met het hoge recidiverisico waarbij er rekening moet worden gehouden dat ook binnen een behandelsetting voldoende beveiliging moet zijn voor mensen in zijn buurt, adviseren onderzoekers betrokkene de maatregel van ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 20 januari 2026. De reclassering heeft zich aangesloten bij het advies van de gedragsdeskundigen.

De op te leggen maatregel

De rechtbank kan zich vinden in de conclusies van de deskundigen en maakt deze tot de hare. De rechtbank is verder van oordeel – conform de standpunten van de officier van justitie en de raadslieden – dat het unanieme advies van de deskundigen tot opleggen van de tbs-maatregel met dwangverpleging moet worden gevolgd, met name gelet op de ernst van de stoornissen van de verdachte, het hoge recidiverisico en de noodzaak van hoge mate van beveiliging tijdens de verwachte langdurige behandeling.

De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke eisen daartoe is voldaan. Bij de verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De bewezenverklaarde feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank eist, gelet op al het voorgaande, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging van de maatregel.

Uit de bewezenverklaring en de hierover vermelde omstandigheden volgt dat de maatregel wordt opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling niet is beperkt tot de duur van vier jaren.

7. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

7.1.1 De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1]

Namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft mr. N.H. Fridsma een vordering tot schadevergoeding ingediend ter hoogte van € 22.465,16 wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf heden voor zover de rente betrekking heeft op de materiële schade en vanaf 11 november 2024 voor zover de rente betrekking heeft op de immateriële schade en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De gestelde schade bestaat uit:

a. Materiële schade tot een totaalbedrag van € 1.465,16, bestaande uit:

Immateriële schade tot een totaalbedrag van € 21.000,00, bestaande uit

7.1.2 Standpunt van officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de gevorderde schade.

7.1.3 Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar verzoekt de rechtbank rekening te houden met de omstandigheid dat er geen sprake is van een diagnose van PTSS.

7.1.4 Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De gevorderde materiële schade is voldoende onderbouwd en is namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank is zal het gevorderde materiële schade dan ook geheel toewijzen.

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Dit betekent dat een wettelijke grondslag bestaat voor de vordering en ook andere – niet als lichamelijk letsel te kwalificeren – gevolgen mogen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.

Uit de toelichting op de vordering blijkt dat het incident tot zwaar lichamelijk letsel bij de benadeelde partij heeft geleid. Er is sprake van één steekverwonding in haar arm en één snijverwonding in haar rug. In haar arm zijn twee pezen doorgesneden, als gevolg waarvan een operatie moest plaatsvinden. Daardoor heeft zij een blijvend (ontsierend) litteken op haar arm. Ook ervaart zij nog functiebeperkingen aan haar arm en draagt zij dagelijks een brace ter ondersteuning. De psychische gevolgen voor de benadeelde partij bestaan uit angstklachten, stressklachten, slaapproblemen en herbelevingen. Ook ervaart zij posttraumatische stressstoornis (hierna: PTSS) gerelateerde klachten.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde handelen, de onderbouwing van de vordering alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend en de bedragen die worden genoemd in de Rotterdamse Schaal, komt de rechtbank een vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 12.000,- billijk voor. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de medische informatie in het dossier kan worden afgeleid dat de benadeelde partij PTSS gerelateerde klachten heeft opgelopen als gevolg van het bewezenverklaarde, maar dat uit de informatie van de huisarts volgt dat dit een vermoeden van betreft en (nog) geen diagnose is gesteld. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het feit – voor zover het ziet op het geestelijk letsel – past in categorie d van ‘geestelijk letsel algemeen’ van de Rotterdamse Schaal (14.1) en een bedrag van € 4.000,- billijk voorkomt. De rechtbank is verder van oordeel dat het feit – voor zover het ziet op het armletsel – past in categorie c van ‘ander armletsel’ van de Rotterdamse Schaal (5.7) en een bedrag van € 10.000,- billijk voorkomt.

Gelet op aanbeveling 5 bij de Rotterdamse Schaal, weegt de rechtbank het zwaarste letsel (armletsel) ter hoogte van € 10.000,- volledig mee en het tweede letsel (geestelijk letsel) voor 50% van het normbedrag (te weten 50% van € 4.000,-, derhalve € 2.000,-). De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade toewijzen tot een bedrag van € 12.000,-.

Conclusie

Dit betekent dat de door [slachtoffer 1] gevorderde schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 13.465,16. De wettelijke rente over dit bedrag is – zoals gevorderd – toewijsbaar vanaf 16 april 2026 voor zover het ziet op de materiële schade (€ 1.465,16) en toewijsbaar vanaf 11 november 2024 voor zover het ziet op de immateriële schade (€ 12.000,-) en dan steeds tot aan de dag van algehele voldoening.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet ontvankelijk in de vordering.

Proceskosten Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: zware mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op te leggen.

7.2.1 De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]

Namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft mr. N.H. Fridsma een vordering tot schadevergoeding ingediend ter hoogte van € 22.553,72 wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf heden voor zover de rente betrekking heeft op de materiële schade en vanaf 11 november 2024 voor zover de rente betrekking heeft op de immateriële schade en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De gestelde schade bestaat uit:

a. Materiële schade tot een totaalbedrag van € 6.053,72, bestaande uit:

(eigen risico 2024 + 2025)

b. Immateriële schade tot een totaalbedrag van € 16.500,00, bestaande uit:

7.2.2 Standpunt van officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de gevorderde schade.

7.2.3 Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard dient te worden in de vordering voor zover deze ziet op de gevorderde toekomstige schade. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.2.4 Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De gevorderde materiële schade, voor zover het ziet op de paracetamol (€ 2,78), kapper (€ 7,50), jas (€ 129,99), trui (€ 50,-), matras (€ 658,75), tennislessen (€ 138,50), ziektekosten (€ 752,27), gederfd inkomen (€ 1.239,52) en reiskosten (€ 65,41), is voldoende onderbouwd en is op deze onderdelen namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 2 bewezenverklaarde feit. De rechtbank wijst dit gedeelte van de vordering (totaalbedrag van € 3.044,72) om deze redenen toe.

De overige gevorderde materiële schade (toekomstige schade ad € 3.009,00 en minder pensioen opbouw) zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd en vergen bovendien meer debat. Vooralsnog is daarom niet gebleken dat deze gestelde schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in dit deel van de vordering.

Immateriële schade

Uit de toelichting op de vordering volgt dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het bewezenverklaarde feit. Uit het hiervoor geschetste juridische kader bestaat daarmee een grondslag voor de vordering en ook andere – niet als lichamelijk letsel te kwalificeren – gevolgen mogen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.

De benadeelde partij heeft als gevolg van het bewezenverklaarde een steekverwonding in haar rug opgelopen die moest worden gehecht. Er was daarnaast sprake van een actieve bloeding in de rugmusculatuur. Er is een blijvend litteken op haar rug. De psychische gevolgen voor de benadeelde partij bestaan uit angstklachten, concentratieproblemen, emotionele gevoelens en gespannen gevoelens. Zij heeft tot op heden last van onder meer stressklachten en heeft onder behandeling gestaan bij een psychotherapeut die PTSS heeft vastgesteld. Zij heeft EMDR en exposure therapie gevolgd. Ook is zij tot op heden niet in staat om haar werkzaamheden volledig uit te voeren.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde handelen, de onderbouwing van de vordering alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend en de bedragen die worden genoemd in de Rotterdamse Schaal, komt de rechtbank een vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 5.500,- billijk voor. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de medische informatie in het dossier kan worden afgeleid dat de benadeelde partij PTSS klachten heeft opgelopen als gevolg van het bewezenverklaarde, en dat zij tot juni 2025 onder behandeling bij een psychotherapeut heeft gestaan. Uit de meer recente informatie van de bedrijfsarts volgt dat geleidelijk wordt toegewerkt naar een volledige werkhervatting medio mei 2026.

Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het feit – voor zover het ziet op het geestelijk letsel – past in categorie d van ‘posttraumatische stressstoornis’ van de Rotterdamse Schaal (14.2) en een bedrag van € 5.000,- billijk voorkomt. De rechtbank is verder van oordeel dat het feit – voor zover het ziet op het litteken – past in categorie c van ‘licht letsel’ van de Rotterdamse Schaal (13) en een bedrag van € 1.000,- billijk voorkomt.

Gelet op aanbeveling 5 bij de Rotterdamse Schaal, weegt de rechtbank het zwaarste letsel (geestelijk letsel) ter hoogte van € 5.000,- volledig mee en het tweede letsel (litteken) voor 50% van het normbedrag (te weten 50% van € 1.000,-, derhalve € 500,-). De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade aldus toewijzen tot een bedrag van € 5.500,-.

Conclusie

Dit betekent dat de door [slachtoffer 2] gevorderde schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 8.544,72. De wettelijke rente over dit bedrag is – zoals gevorderd – toewijsbaar vanaf 16 april 2026 voor zover het ziet op de materiële schade (€ 3.044,72) en toewijsbaar vanaf 11 november 2024 voor zover het ziet op de immateriële schade (€ 5.500,-) en dan steeds tot aan de dag van algehele voldoening.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet ontvankelijk in de vordering.

Proceskosten Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: poging tot zware mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

36f, 37a, 37b, 45, 57, 302 Sr.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair en 2 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld, en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 13.465,16 (zegge: dertienduizend vierhonderdvijfenzestig euro en zestien eurocent), bestaande uit € 1.465,16 als vergoeding voor de materiële en € 12.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre aan de civiele rechter voorleggen.

Bepaalt dat het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2026 voor zover het ziet op de materiële schade en vanaf 11 november 2024 voor zover het ziet op de immateriële schade tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 13.465,16 (zegge: dertienduizend vierhonderdvijfenzestig euro en zestien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 92 (tweeënnegentig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 8.544,72 (zegge: achtduizend vijfhonderdvierenveertig euro en tweeënzeventig eurocent), bestaande uit € 3.044,72 als vergoeding voor de materiële en € 5.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre aan de civiele rechter voorleggen.

Bepaalt dat het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2026 voor zover het ziet op de materiële schade en vanaf 11 november 2024 voor zover het ziet op de immateriële schade tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 8.544,72 (zegge: achtduizend vijfhonderdvierenveertig euro en tweeënzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 67 (zevenenzestig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.M.G. Hink, voorzitter,

mr. A.M.C. de Haan en mr. N.B. Genemans, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Snelder

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. G.M.G. Hink
  • mr. A.M.C. de Haan
  • mr. N.B. Genemans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand