RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/377002 / KG ZA 26-206
Vonnis in kort geding van 21 april 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. M.A. Hupkes,
tegen
1. de vennootschap naar Pools recht
KLICKL EUROPE SP. Z.O.O.,
te Warschau (Polen),
2. de vennootschap naar Maltees recht OPENPAYD FINANCIAL SERVICES MALTA LTD.,
te Malta,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: Klickl en Openpayd.
1. De procedure
Op 17 april 2026 heeft de voorzieningenrechter een schrijven ontvangen van de advocaat van [eiseres] , met daarbij gevoegd een conceptdagvaarding voor een tegen Klickl en Openpayd aanhangig te maken kort geding.
Zowel in de brief als in de conceptdagvaarding heeft [eiseres] verzocht om hangende het kort geding een voorlopige voorziening (ordemaatregel) te treffen op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2. De vordering
[eiseres] vordert bij wijze van ordemaatregel om Klickl bij wege van voorlopige voorziening ex parte, dus zonder haar te horen, te bevelen om het gebruikersaccount gekoppeld aan rekeningnummer [rekeningnummer] te bevriezen en om Klickl te verbieden om de feitelijke gebruiker van voornoemd account vooraf in kennis te stellen van deze ordemaatregel.
Daarnaast vordert [eiseres] dat Klickl wordt bevolen om binnen twee weken na de betekening van dit vonnis per e-mail aan de advocaat van [eiseres] bekend te maken op welke dag en tijdstip de bevriezing is ingegaan en mede te delen welke soort en aantal cryptovaluta en/of fiatgeld door de ordemaatregel zijn getroffen, met toezending van een schermafbeelding van het bevroren account, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met bepaling dat de verdere behandeling van deze (provisionele) voorziening wordt voortgezet tijdens de behandeling de hoofdvordering.
[eiseres] voert ter onderbouwing van haar vordering aan dat zij slachtoffer is geworden van een variant op de zogenaamde boilerroomfraude, ofwel het verkopen van (nep)beleggingen zonder reële waarde, via een malafide website.
[eiseres] heeft € 93.881,32 geïnvesteerd via, naar zij dacht, het beleggingsplatform Euronext. Zij heeft daarvoor een gebruikelijk KYC-proces doorlopen waar zij onder andere haar legitimatiebewijs moest uploaden. De gelden die zij heeft gestort zijn nooit belegd, maar meteen weggesluisd. Zonder medeweten van [eiseres] is op haar naam een account aangemaakt bij Klickl. Onderzoek heeft uitgewezen dat zonder medeweten en medewerking van [eiseres] aan dit account een Maltese bankrekening van Openpayd is gekoppeld. [eiseres] heeft op 10 september 2025 aangifte gedaan van beleggingsfraude.
Het lukt [eiseres] niet om met Klickl in contact te komen. Zij vermoedt dat criminelen met het door haar gestorte geld cryptovaluta hebben aangekocht en doorgezonden via de blockchain. Via de blockchain kan een wegsluistraject in kaart gebracht worden. Weliswaar staat het account bij Klickl op naam van [eiseres] , maar zij heeft nooit een account bij Klickl geopend. Dit moet gebeurd zijn door de boilerroom, oftewel de onbekende mensen die zich ‘Euronext’ noemden. [eiseres] loopt het risico dat zij zelf in beeld komt als verdachte van betrokkenheid bij boilerroomfraude en/of witwassen via een account op haar naam. De ernst van de situatie rechtvaardigt volgens [eiseres] een ex parte maatregel via een tussenvonnis, waarbij Klickl nog niet wordt gehoord. Het niet bevriezen van het account (en de onmogelijkheid van communicatie over fraude met Klickl door het afsluiten van e-mailadressen en het niet reageren om e-mails) is volgens [eiseres] een (dreigende) onrechtmatige daad, omdat activa verloren kunnen gaan, het gebruik van het account op naam van [eiseres] kan worden voortgezet door malafide gebruikers en omdat Klickl gehouden is informatie te geven over het account, nu dat gevoed is met het geld van [eiseres] .
3. De beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
Aangezien [eiseres] in Nederland woont en Klickl en Openpayd gevestigd zijn in de EU-lidstaten Polen en Malta, heeft deze zaak een internationaal karakter en moet de voorzieningenrechter ambtshalve haar bevoegdheid toetsen aan de hand van Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Op grond van artikel 7 lid 2 van die verordening is, ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad, het gerecht bevoegd van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen.
De vorderingen van [eiseres] zijn gestoeld op een (dreigende) onrechtmatige daad en het schadebrengende feit heeft zich in Nederland voorgedaan, dan wel kan zich daar voordoen, en is daar ingetreden, zodat de voorzieningenrechter zich bevoegd acht om van de vorderingen van [eiseres] kennis te nemen.
Nu de schade zich voordoet in Nederland, is op grond van artikel 4 lid 1 van Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ('Rome II Vo') Nederlands recht van toepassing.
Ex parte ordemaatregel
Strikt genomen gaat artikel 233 Rv over het treffen van een voorlopige voorziening tijdens een aanhangige bodemprocedure. Gezien het eigen en flexibele karakter kan ook tijdens een aanhangig kort geding om een voorlopige voorziening (een ordemaatregel voor de duur van het kort geding) worden verzocht. In artikel 254 Rv is immers bepaald dat in alle spoedeisende zaken waarin gelet op de belangen van partijen een onmiddellijke voorziening is vereist, de voorzieningenrechter bevoegd is deze te geven. Bij de redactie van de te verlenen voorziening heeft de voorzieningenrechter een grote mate van vrijheid, binnen het raamwerk van de vordering.
Uitgangspunt is dat hoor en wederhoor wordt toegepast voordat een beslissing wordt gegeven. Dat fundamentele recht kan alleen wijken indien dat nodig is voor een adequate rechtsbescherming in een specifieke zaak. Dat kan het geval zijn indien een ordemaatregel nodig is om te voorkomen dat wat in kort geding wordt gevorderd anders geheel of gedeeltelijk illusoir zou worden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] aan de hand van de conceptdagvaarding en de daarbij behorende producties voorshands voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het slachtoffer is geworden van (crypto)fraude. Ook heeft zij voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de verzochte ordemaatregel en dat die ordemaatregel, met het oog op het verrassingseffect, in dit geval ex parte moet worden gegeven, omdat die anders te gemakkelijk kan worden ontlopen. Een parallel kan worden getrokken met het leggen van conservatoir beslag waarvoor de voorzieningenrechter het verlof in de regel ook ex parte verleent, indien het bestaan van de vordering summierlijk deugdelijk wordt geacht.
[eiseres] heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat met Klickl geen contact mogelijk is zodat een interne maatregel, zoals een zogenaamde voluntary freeze, niet tot de mogelijkheden behoort. Dit alles maakt dat voldoende aanleiding bestaat de ordemaatregel te verlenen zoals verzocht.
Het verdere verloop van de procedure
[eiseres] heeft verzocht een kortgedingzitting te plannen op een termijn van vier maanden na dit tussenvonnis, zodat zij in de gelegenheid wordt gesteld om Klickl en Openpayd conform alle voorschriften op te kunnen roepen en tijdig in het bezit te geraken van een bezorgingsbewijs van een koerier en mogelijk zelfs een betekeningscertificaat, zodat zij verstekverlening kan bepleiten.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat een ordemaatregel naar zijn aard niet (te) lang mag duren. In dit geval - waarin Klickl niet bereikbaar is gebleken per e-mail of telefoon en betekening moet plaatsvinden in het buitenland - acht de voorzieningenrechter echter een langere termijn noodzakelijk en zal de verzochte termijn tussen dit vonnis en de mondelinge behandeling worden gehonoreerd.
De ordemaatregel zal in ieder geval duren totdat in het kort geding vonnis over de hoofdvordering is gewezen. Verdere behandeling van de ordemaatregel zal plaatsvinden op de mondelinge behandeling van dit kort geding, Iedere verdere beslissing wordt vooralsnog aangehouden.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter:
beveelt Klickl voor de duur van dit kort geding om het gebruikersaccount gekoppeld aan rekeningnummer [rekeningnummer] te bevriezen,
verbiedt Klickl om de feitelijke gebruiker van voornoemd account vooraf in kennis te stellen van deze ordemaatregel via e-mail, telefonisch contact of op welke andere wijze dan ook,
beveelt Klickl om binnen twee weken na betekening van dit tussenvonnis per e-mail aan de advocaat van [eiseres] bekend te maken op welke dag en tijdstip de hiervoor genoemde bevriezing is ingegaan en mede te delen welke soort en aantal cryptovaluta en/of fiatgeld door de ordemaatregel zijn getroffen, met toezending van een schermafbeelding van het bevroren account,
veroordeelt Klickl tot betaling van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere overtreding van elk van de hiervoor onder 6.1, 6.2 en 6.3 genoemde bevelen en verboden, te vermeerderen met een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, een en ander met een maximum van in totaal € 300.000,-,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
bepaalt dat de verdere behandeling van deze ordemaatregelen wordt voortgezet ter zitting van de hoofdvordering in dit kort geding,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.
LK/JG