ECLI:NL:RBNHO:2026:5823

ECLI:NL:RBNHO:2026:5823

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer C/15/377296 KG ZA 26-229
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

De voorzieningenrechter beslist dat de oud huurders binnen twee dagen de permanente bewoning van chalets moet staken en dat zij zonder toestemming geen toegang meer hebben tot het recreatiepark Ursemmerhof. De huurovereenkomsten zijn al geruime tijd geeindigd. De oud-huurders mogen de eerder gehuurde standplaatsen dan ook niet meer gebruiken. Dat het gerechtshof eerder heeft bepaald dat sommige oud-huurders hun chalet pas hoeven te ontruimen na ontvangst van de schadevergoeding, betekent niet dat zij daar nog mogen verblijven. De aanspraak op schadevergoeding staat hier los van.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: C/15/377296 / KG ZA 26-229

Vonnis in kort geding van 22 mei 2026

in de zaak van

URSEMMERHOF B.V.,

te Makkum,

eisende partij,

hierna te noemen: Ursemmerhof,

advocaten: mr. V.H.B. Kruit en mr. M. Gideonse,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

te [plaats 1] ,2. [gedaagde 2],

te [plaats 1] ,3. [gedaagde 3],

te [plaats 2] ,4. [gedaagde 4],

te [plaats 3] ,

niet verschenen, tegen wie verstek is verleend,5. [gedaagde 5],

te [plaats 4] ,

vertegenwoordigd door haar partner de heer [naam 2] ,6. [gedaagde 6],

te [plaats 5] ,

niet verschenen, tegen wie verstek is verleend,7. [gedaagde 7],

te [plaats 6] ,8. [gedaagde 8],

te [plaats 6] ,

gedaagden partijen,

gezamenlijk te noemen: [gedaagden] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties van 30 april 2026,- de akte wijziging en vermindering van eis met producties van Ursemmerhof,- de mondelinge behandeling van 8 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de spreekaantekeningen van Ursemmerhof.

2. De uitgangspunten

Ursemmerhof exploiteerde in Ursem een camping en chaletpark ‘Ursemmerhof” (hierna: het recreatiepark). Op het recreatiepark bevonden zich onder meer vaste standplaatsen voor een stacaravan of chalet. De standplaatsen werden door Ursemmerhof verhuurd. In september 2022 heeft Ursemmerhof de huur van de standplaatsen opgezegd. De huurders hebben zich tegen die opzegging verzet.

Bij arrest van 27 mei 2025 heeft het gerechtshof (inmiddels onherroepelijk) bepaald dat Ursemmerhof de huur rechtsgeldig heeft opgezegd en dat de huurovereenkomsten daarmee per 31 december 2023 zijn geëindigd. Ook is bepaald dat Ursemmerhof onrechtmatig heeft gehandeld tegen de huurders die op of na 1 januari 2021 een standplaats van Ursemmerhof zijn gaan huren. Het gerechtshof heeft Ursemmerhof daarom veroordeeld de door deze huurders geleden schade te vergoeden. Verder is onder andere [gedaagde 7] veroordeeld het door hem gehuurde te ontruimen binnen vier weken na betekening van het arrest en is [gedaagde 6] veroordeeld tot het door hem gehuurde te ontruimen binnen vier weken na betekening van het arrest én na uitbetaling van de schadevergoeding waarop hij recht op heeft, een en ander op straffe van een dwangsom.

Zowel uit de voormalige huurovereenkomst als het omgevingsplan en het bestemmingsplan van de gemeente Koggenland blijkt dat permanente bewoning op het recreatiepark niet is toegestaan. Bij besluit van 26 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Koggenland aan Ursemmerhof een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat Ursemmerhof uiterlijk vóór 8 mei 2026 de permanente bewoning op het recreatiepark dient te beëindigen, op straffe van een dwangsom.

Ursemmerhof heeft [gedaagden] op 3 april 2026 gesommeerd om het strijdige gebruik uiterlijk 17 april 2026 te beëindigen en beëindigd te houden.

Ursemmerhof is tegen het besluit van de gemeente Koggenland in bezwaar gegaan en heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 30 april 2026 heeft de voorzieningenrechter het bestreden besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

3. Het geschil

Ursemmerhof vordert (samengevat) na eisvermindering:

I. [gedaagden] hoofdelijk te gebieden om de permanente bewoning en ieder ander niet-recreatief gebruik van de recreatiemiddelen op het verblijfsrecreatieterrein binnen 48 uur na betekening van het vonnis te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom,

II. [gedaagden] hoofdelijk de onbeperkte en onbelemmerde toegang, aldus de toegang zonder voorafgaande toestemming van Ursemmerhof, tot het verblijfsrecreatieterrein te verbieden binnen 48 uur na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom,

III. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

Ursemmerhof legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Sinds de huurovereenkomsten met [gedaagden] per 31 december 2023 zijn geëindigd, verblijven zij zonder recht of titel op het recreatiepark. Dit is in strijd met het omgevingsplan en dient te stoppen. Te meer nu Ursemmerhof een last onder dwangsom is opgelegd voor het geval de permanente bewoning niet beëindigd wordt. Ondanks de sommaties hebben [gedaagden] het recreatieterrein niet verlaten.

De niet verschenen gedaagden hebben geen verweer gevoerd.

De in het geding verschenen gedaagden voeren verweer op gronden die, voor zover van belang, zullen worden besproken in de hierna volgende beoordeling.

4. De beoordeling

Inleiding

Niet alle gedaagden zijn in dit geding verschenen. De voorzieningenrechter heeft tegen de niet verschenen gedaagden verstek verleend en zal eerst de tegen hen ingestelde vorderingen beoordelen. Daarna zullen de vorderingen tegen de wél verschenen gedaagden worden beoordeeld.

Beoordeling van de tegen de niet verschenen gedaagden ingestelde vorderingen

De ingestelde vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de dwangsom zal worden gematigd.

Beoordeling van de tegen de verschenen gedaagden ingestelde vorderingen

Op grond van artikel 254 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de voorzieningenrechter in alle spoedeisende zaken, waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijk voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd deze te geven. De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient te worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen en de inhoud van de zaak. Spoedeisend belang heeft de eisende partij in ieder geval, indien van hem niet kan worden gevergd dat hij of zij een bodemprocedure afwacht.

Ondanks het feit dat de aan Ursemmerhof opgelegde last onder dwangsom op 8 mei 2026 door de voorzieningenrechter is geschorst, heeft Ursemmerhof naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende spoedeisend belang bij de door haar ingestelde vorderingen. Het besluit tot het opleggen van de last zal immers herleven zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Omdat het bestuursorgaan gehouden is aan beslistermijnen, valt te verwachten dat er op korte termijn wordt beslist en de last herleeft. Een beslissing in een bodemprocedure zal langere tijd in beslag nemen. Van Ursemmerhof kan dan ook niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

[gedaagde 7] en [gedaagde 8]

[gedaagde 7] en [gedaagde 8] voeren aan dat zij, na de veroordeling tot ontruiming door het gerechtshof op 27 mei 2025, hun standplaats hebben verlaten en ontruimd. Destijds zijn zij een afstandsverklaring overeengekomen met Ursemmerhof, op basis waarvan zij niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor toekomstige kosten. Zij begrijpen dan ook niet waarom er wederom een dwangsom wordt gevorderd en willen niet opdraaien voor de proceskosten. Inmiddels zijn [gedaagde 7] en [gedaagde 8] woonachtig in een woning in [plaats 6] .

De voorzieningenrechter zal de vorderingen ten aanzien van [gedaagde 7] en [gedaagde 8] toewijzen. Zij legt hierna uit hoe zij tot deze beslissing komt.

Hoewel [gedaagde 7] en [gedaagde 8] betwisten dat zij permanent op het recreatiepark wonen, hebben zij erkend dat zij hun inboedel in het chalet van [naam 1] hebben gestald, een andere (voormalig) huurder, waarvan de chalet zich ook op het recreatieterrein bevindt. [gedaagde 7] en [gedaagde 8] beamen dat zij om die reden zo nu en dan op het park komen. Verder speelt mee dat de huurovereenkomst tussen Ursemmerhof en [gedaagde 7] al geruime tijd is beëindigd en de gemeente heeft geconstateerd dat er nog steeds sprake is van permanente bewoning op het recreatiepark, terwijl dit niet is toegestaan. Onder deze omstandigheden heeft Ursemmerhof voldoende belang bij haar vorderingen tot beëindiging van de permanente bewoning en ontzegging van de toegang tot het park jegens [gedaagde 7] en [gedaagde 8] .

[gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 5]

Ter zitting hebben de overige gedaagden -kort gezegd- aangevoerd dat zij allen niet in hun chalet of stacaravan wonen, maar wél regelmatig op het recreatiepark komen om hun eigendom te beschermen, te werken, voor de vissen te zorgen of batterijen op te laden, en dat zij niet bereid zijn te vertrekken. Zij zullen pas overgaan tot verwijdering van hun eigendom zodra er een redelijke schadevergoeding door Ursemmerhof wordt betaald.

De voorzieningenrechter zal de vorderingen ten aanzien van [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 5] eveneens toewijzen, en overweegt daartoe als volgt.

Het staat niet ter discussie dat de betrokken gedaagden recht hebben op een schadevergoeding. Dit neemt niet weg dat zij door de onherroepelijke beëindiging van de huurovereenkomsten geen recht meer hebben op gebruik van de gehuurde standplaats op het park. De op een standplaats aanwezige chalet of caravan behoort in verband met de beëindiging van de huurovereenkomst in beginsel te worden verwijderd door de betrokken gedaagden als voormalige huurders. Dat het gerechtshof in dit geval heeft bepaald dat zij hun chalet of caravan pas hoeven te ontruimen na ontvangst van de schadevergoeding, betekent niet dat gedaagden nog daarin mogen verblijven. Dat verblijf impliceert immers een voortgezet gebruik van de standplaats in weerwil met het einde van de huurovereenkomst. Dit betekent dat zolang gedaagden op het park verblijven, zoals zij hebben verklaard, dat onrechtmatig is. De aanspraak op schadevergoeding staat hier los van.

Volgens de uitspraak van het gerechtshof moet de aan gedaagden toekomende schadevergoeding in een schadestaat procedure worden bepaald. Het is aan gedaagden deze procedure te starten of een compromis met Ursemmerhof te sluiten. Dit hebben [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 5] tot op heden niet gedaan. Op de zitting is hierover verklaard dat zij ter besparing van kosten wachten op de uitkomst van een lopende schadestaat procedure in een soortgelijk geval. De voorzieningenrechter ziet onder ogen dat sprake is van schrijnende situaties omdat volgens sommige gedaagden zij al hun spaargeld hebben gestoken in de aankoop van een chalet, dat vervolgens weinig waard blijkt omdat kort daarna de gehuurde standplaats is beëindigd. Hoe tragisch ook; de voorzieningenrechter heeft in de begroting van de schade van gedaagden geen rol. Dit verweer kan dan ook niet leiden tot een afwijzing van de gevraagde voorzieningen.

Voor zover gedaagden hebben aangevoerd dat zij ergens anders wonen en de permanente bewoning betwisten, acht de voorzieningenrechter het belang van Ursemmerhof bij haar vordering tot beëindiging van de permanente bewoning voldoende gebleken vanwege de door de gemeente geconstateerde permanente bewoning op het recreatieterrein en haar handhavende optreden daartegen jegens Ursemmerhof.

Gevorderde dwangsommen

Als prikkel tot nakoming zullen aan de toegewezen vorderingen een dwangsom worden verbonden, met dien verstande dat de dwangsommen zoals gevorderd zullen worden gematigd.

Proceskosten

[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en zullen worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Dit geldt ook voor [gedaagde 7] en [gedaagde 8] . Anders dan zij aanvoeren, ziet de afstandsverklaring die zij destijds met Ursemmerhof zijn overeengekomen niet op een situatie als de onderhavige. Deze zag immers op de verwijdering van het chalet van [gedaagde 7] destijds en de daaruit voortvloeiende kosten.

Omdat Ursemmerhof [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] ieder afzonderlijk heeft gedagvaard zal de voorzieningenrechter hen ieder afzonderlijk in de dagvaardingskosten veroordelen. Nu [gedaagde 7] en [gedaagde 8] gezamenlijk zijn gedagvaard zullen zij hoofdelijk tot betaling van deze kosten worden veroordeeld.

De overige proceskosten van Ursemmerhof worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

gebiedt [gedaagden] hoofdelijk om de permanente bewoning en ieder ander niet-recreatief gebruik van de recreatiemiddelen op het verblijfsrecreatieterrein binnen 48 uur na betekening van het vonnis te staken en gestaakt te houden, op straffe van een hoofdelijke dwangsom van € 2.500,- per overtreding per gedaagde, waarbij maximaal één dwangsom per overtreding per dag wordt verbeurd, en met een maximum van € 15.000,-,

verbiedt [gedaagden] hoofdelijk de onbeperkte en onbelemmerde toegang, aldus de toegang zonder voorafgaande toestemming van Ursemmerhof, tot het verblijfsrecreatieterrein, binnen 48 uur na betekening van het vonnis, op straffe van een hoofdelijke dwangsom van € 2.500,- per overtreding per gedaagde, waarbij maximaal één dwangsom per overtreding per dag wordt verbeurd, tot een maximum van € 15.000,- is bereikt,

veroordeelt [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] , ieder afzonderlijk tot betaling aan Ursemmerhof van de kosten van de dagvaarding van € 127,35, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van betaling,

veroordeelt [gedaagde 7] en [gedaagde 8] hoofdelijk tot betaling van de kosten van de dagvaarding van € 127,35, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van betaling,

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van betaling,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.

MKI/FL

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand