RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer : 12046684 BM VERZ 26-48 JM
dossiernummer : BM 19230datum :
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[verzoeker],
[adres],
hierna te noemen: verzoeker,
in het bewind van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: betrokkene.
1. procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 29 december 2025;
- een akkoordverklaring van betrokkene, ontvangen op 22 januari 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 24 maart 2026.
2. beoordeling
Verzoeker is bij beschikking van de kantonrechter benoemd tot bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene. Het bewind is ingesteld wegens de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene.
Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind.
Betrokkene heeft op 22 januari 2026 de kantonrechter laten weten hiermee akkoord te gaan.
Ter zitting hebben verzoeker en betrokkene het verzoek nader toegelicht.
Op grond van artikel 1:449 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen.
De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek om het bewind op te heffen moet worden toegewezen. De kantonrechter zal uitleggen waarom.
Betrokkene heeft de kantonrechter ter zitting voldoende duidelijk gemaakt dat er op dit moment geen noodzaak meer voor het bewind is. De kantonrechter heeft in zijn beslissing meegenomen dat betrokkene goed onderzoek heeft gedaan naar alternatieven voor een bewind en in verband daarmee de hulp van zijn broers [broer 1] en [broer 2] heeft geregeld en afspraken met hen heeft gemaakt.
3. beslissing
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van [betrokkene] op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovenvermelde datum.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.