RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15-123144-25 (P)
Uitspraakdatum: 21 mei 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 mei 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. J. Zwinkels, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. M. Jonk, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
Feit 1 hij in of omstreeks 27 februari 2025 tot en met 21 april 2025 te Den Helder, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten [benadeelde],door op verschillende data en/of tijdstip(pen) in voormelde periode:- in de omgeving van de woning van die [benadeelde] te zijn en/of zich (al dan niet door het intrappen van een deur) de toegang tot die woning te verschaffen en/of- een of meermalen bericht(en) te versturen naar die [benadeelde] en/of- een of meermalen die [benadeelde] te bellen en/of- een GPS-tracker onder het voertuig van die [benadeelde] te plaatsen en/of (vervolgens) haar een of meermalen te volgenmet het oogmerk die [benadeelde], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
Feit 2 primair
hij op of omstreeks 1 maart 2025 te Den Helder ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met (kracht) de keel en/of nek van die [benadeelde] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) heeft dicht geknepen en/of - met een tafelpoot, althans een lang en/of scherp voorwerp, die [benadeelde] tegen de arm en/of schouder, althans het lichaam heeft geslagen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;subsidiair hij op of omstreeks 1 maart 2025 te Den Helder [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] een of meermalen- met kracht de keel en/of nek van die [benadeelde] vast te pakken en/of (vervolgens)- dicht te knijpen en/of- met een tafelpoot, althans een lang en/of scherp voorwerpen, die [benadeelde] tegen de arm en/of schouder, althans het lichaam, te slaan;
Feit 3 hij op of omstreeks 4 maart 2025 te Den Helder opzettelijk en wederrechtelijk een (voor)deur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
Feit 4 hij op of omstreeks 4 maart 2025 te Den Helder [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] tegen het hoofd te slaan en/of te stompen;
Feit 5 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 2025 tot en met 11 maart 2025 te Den Helder, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (in ieder geval) in de server(s) en/of het netwerk van/behorend bij Facebook, is binnengedrongen waarbij verdachte de toegang tot het geautomatiseerd werk heeft verworven met behulp van (een) valse sleutel, door (onrechtmatig) gebruik te maken van de inloggegevens van [benadeelde];
Feit 6 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 11 maart 2025 te Den Helder, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten het opgeslagen wachtwoord bij het Facebook account van [benadeelde], heeft veranderd en/of onbruikbaar heeft gemaakt en/of heeft gewist en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of andere gegevens daaraan heeft toegevoegd, immers heeft hij, verdachte, een eigen wachtwoord aangemaakt en/of opgeslagen en/of (vervolgens) wederrechtelijk een of meer berichten op dat account geplaatst en/of chatgesprekken gestart;
Feit 7 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 2025 tot en met 11 maart 2025 te Den Helder, in elk geval in Nederland, visuele weergaven van seksuele aard, te weten een of meer foto's van een persoon, te weten [benadeelde], waarop- haar blote borsten te zien zijn en/of- zij in lingerie en/of ondergoed en/of sexy kleding met focus op haar decolleté te zien is (foto's 1,2,3,4 en 5 op pagina's 1-5 van het "Fotoblad verspreiden seksueel beeldmateriaal 11 maart 2025" procesverbaal-nummer 2025053393openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [benadeelde] kon zijn.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 subsidiair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van de onder 2 primair en subsidiair, 4, 5, 6 en 7 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Op het verweer van de raadsman zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 2 primair Uit de aangifte van aangeefster volgt dat de verdachte haar in de vroege ochtend van 1 maart 2025 met beide handen bij haar keel vastgreep en haar keel vervolgens dichtkneep. Zij kreeg nog wel lucht en heeft als reactie de verdachte getrapt, waarna hij haar losliet.
De rechtbank kan op grond van het dossier niet vaststellen met hoeveel kracht en hoe lang de verdachte de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen. Onder die omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat deze gedraging van de verdachte een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel opleverde. Datzelfde geldt voor het slaan met de tafelpoot. Ook ten aanzien van die gedraging kan de rechtbank niet vaststellen dat daaruit een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel voortvloeide.
De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde feit.
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 subsidiair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
Nadere bewijsoverwegingen feit 5, 6 en 7
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.
Aangeefster maakte gebruik van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1], welk nummer eerst in gebruik was bij de verdachte en nog steeds op zijn naam stond. De aangeefster heeft dit nummer op enig moment in gebruik genomen. Zij heeft aan dit telefoonnummer haar sociale media-accounts en e-mailadres gekoppeld. Op 1 maart 2025 kreeg aangeefster een melding op haar telefoon dat er een e-sim was gedownload en dat de huidige simkaart niet meer bruikbaar was. Nadat aangeefster dit bericht ontving, had zij geen toegang meer tot onder andere haar Facebook- en e-mailaccount. Op 11 maart 2025 zijn er vanuit het Facebookaccount van aangeefster via Messenger naar vrienden en kennissen meerdere foto’s van aangeefster verstuurd van seksuele aard.
De verdachte heeft verklaard dat hij niet degene is geweest die een e-sim heeft gedownload met het nummer eindigend op [telefoonnummer 1] en dat hij geen foto’s heeft geplaatst vanuit het Facebookaccount van aangeefster. De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig.
Het is een feit van algemene bekendheid dat de persoon op wiens naam een telefoonnummer geregistreerd staat bij een telecomaanbieder de mogelijkheid heeft om dit nummer van een fysieke simkaart om te zetten naar een e-sim. Nadat aangeefster het bericht over e-sim ontving, had zij geen toegang meer tot haar sociale media omdat de wachtwoorden gewijzigd waren.
Op 11 maart 2025 ontving aangeefster op haar nieuwe telefoonnummer berichten van het nummer eindigend op [telefoonnummer 1]. In deze berichten werd onder andere een filmpje gestuurd waarop aangeefster en haar moeder te zien zijn terwijl zij het politiebureau verlaten. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij dit filmpje heeft gemaakt en naar aangeefster heeft verstuurd.
Daarnaast heeft aangeefster op 13 maart 2025 een GPS-tracker aangetroffen onder haar auto. De verdachte heeft verklaard dat hij deze GPS-tracker geplaatst heeft. De politie heeft de simkaart uit deze GPS-tracker onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat zowel het privénummer van de verdachte, eindigend op [telefoonnummer 2], als het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1] aan de GPS-tracker gekoppeld waren. Voor dit laatste telefoonnummer was dit vanaf 5 maart 2025 het geval, te weten enige dagen na de melding die aangeefster ontving van het downloaden van de e-simkaart als hiervoor genoemd.
Daar komt bij dat de verdachte meermaals berichten aan aangeefster heeft gestuurd waarin hij dreigde om afbeeldingen van seksuele aard van haar openbaar te maken. De foto’s van aangeefster die via haar Facebookaccount aan vrienden en kennissen zijn gestuurd, stonden in haar iCloud, waar zij op dat moment geen toegang meer toe had.
Uit de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat het de verdachte degene is geweest die een e-sim heeft gedownload voor het nummer eindigend op [telefoonnummer 1], waarna hij zichzelf – na het wijzigen van de wachtwoorden – toegang heeft verschaft tot verschillende sociale media van aangeefster en via deze sociale media van aangeefster afbeeldingen heeft verspreid van seksuele aard.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de feiten 5, 6 en 7 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 1 hij in de periode van 27 februari 2025 tot en met 21 april 2025 te Den Helder, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten [benadeelde],door op verschillende data en/of tijdstippen in voormelde periode:- in de omgeving van de woning van die [benadeelde] te zijn en zich (al dan niet door het intrappen van een deur) de toegang tot die woning te verschaffen en- meermalen berichten te versturen naar die [benadeelde] en- meermalen die [benadeelde] te bellen en- een GPS-tracker onder het voertuig van die [benadeelde] te plaatsen en haar meermalen te volgenmet het oogmerk die [benadeelde], te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen;
Feit 2 subsidiair hij op 1 maart 2025 te Den Helder [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] - met kracht de keel van die [benadeelde] vast te pakken en- dicht te knijpen en - met een tafelpoot die [benadeelde] tegen de arm en schouder te slaan;
Feit 3 hij op 4 maart 2025 te Den Helder opzettelijk en wederrechtelijk een voordeur, die aan [benadeelde] toebehoorde heeft vernield;
Feit 4 hij op 4 maart 2025 te Den Helder [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] tegen het hoofd te slaan en/of te stompen;
Feit 5 hij in de periode van 10 maart 2025 tot en met 11 maart 2025 te Den Helder, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een een geautomatiseerd werk, te weten in de server(s) en het netwerk behorend bij Facebook, is binnengedrongen waarbij verdachte de toegang tot het geautomatiseerd werk heeft verworven met behulp van een valse sleutel, door onrechtmatig gebruik te maken van de inloggegevens van [benadeelde];
Feit 6 hij in de periode van 1 maart 2025 tot en met 11 maart 2025 te Den Helder, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten het opgeslagen wachtwoord bij het Facebook account van [benadeelde], heeft veranderd en ontoegankelijk heeft gemaakt en andere gegevens daaraan heeft toegevoegd, immers heeft hij, verdachte, een eigen wachtwoord aangemaakt en opgeslagen en (vervolgens) wederrechtelijk berichten op dat account geplaatst en chatgesprekken gestart;
Feit 7 hij in de periode van 10 maart 2025 tot en met 11 maart 2025 te Den Helder, in elk geval in Nederland, visuele weergaven van seksuele aard, te weten foto's van een persoon, te weten [benadeelde], waarop- haar blote borsten te zien zijn en- zij in lingerie en/of ondergoed en/of sexy kleding met focus op haar decolleté te zien is openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [benadeelde] kon zijn.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1: belaging;
Feit 2: mishandeling;
Feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen;
Feit 4: mishandeling;
en de voorgezette handeling van:
Feit 5: computervredebreuk;
Feit 6: opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt en worden overgedragen, veranderen, ontoegankelijk maken en daar andere gegevens aan toevoegen;
Feit 7: openbaar maken van een afbeelding van seksuele aard van een persoon, terwijl hij weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.
5. Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.
6. Motivering van de sanctie
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 116 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk deel moeten de door de reclassering geadviseerde voorwaarden, te weten een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en controle op middelengebruik op worden gelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht een taakstraf op te leggen voor de duur van 200 uren. De officier van justitie heeft ten slotte verzocht het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die naar voren komen in de reclasseringsrapporten. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis, heeft de verdachte gedurende acht maanden een enkelband gedragen en heeft hij zich de gehele periode gehouden aan de schorsingsvoorwaarden. De verdediging heeft verzocht de taakstraf flink te matigen en de nadruk te leggen op een voorwaardelijk deel met de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, allen begaan in de relationele sfeer. Hij heeft zijn ex-partner gedurende een periode van drie maanden op indringende wijze belaagd door haar veelvuldig te bellen, berichten te sturen en haar te achtervolgen middels een GPS-tracker die hij onder haar auto had geplaatst. Daarnaast heeft de verdachte het slachtoffer meermaals mishandeld en haar voordeur vernield. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk, heeft hij het wachtwoord van het Facebookaccount van slachtoffer veranderd en via haar Facebookaccount afbeeldingen van seksuele aard verspreid.
Dit alles vormt een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Uit de verklaring die het slachtoffer ter zitting heeft afgelegd volgt hoe groot de impact van het handelen van de verdachte op haar is geweest en hoe angstig en gekrenkt zij zich erdoor heeft gevoeld.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van de verdachte van 1 april 2026. Hieruit volgt dat hij eerder is veroordeeld voor mishandeling en vernieling. De rechtbank weegt dit echter niet mee in het nadeel van de verdachte, omdat de veroordelingen van meer dan vijf jaar geleden zijn.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 4 november 2025 en de aanvullende e-mail van de reclassering met een update ten behoeve van de inhoudelijke zitting van 7 mei 2026. De reclassering schat het recidivegevaar in als laag en het risico op geweld als gemiddeld. De reclassering adviseert een straf met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht, ambulante behandeling en controle op middelengebruik.
De op te legen straf
Gezien de aard en ernst en veelvoud van de bewezenverklaarde feiten, acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een forse taakstraf passend en geboden. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 116 dagen passend en geboden. Een gedeelte van die straf, namelijk 90 dagen, wordt voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt daar een proeftijd aan van twee jaren, om de verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.
Daarnaast acht de rechtbank de door de reclassering geadviseerde voorwaarden noodzakelijk. Deze voorwaarden zullen als bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.
Ook zal de rechtbank aan de verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 200 uren.
7. Beslag
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een GPS-tracker, verbeurd moet worden verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 1 bewezen verklaarde feit met behulp van dat voorwerp, die aan de verdachte toebehoort, is begaan.
8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Inhoud van de vordering
De benadeelde partij [benadeelde] heeft op 16 juni 2025 een vordering tot schadevergoeding van € 4.668,55 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden. De vordering bestaat uit vijf posten. Ter onderbouwing van de schade aan de voordeur heeft de benadeelde partij een offerte van [naam] van 23 maart 2025 ten bedrage van € 2.900,85 overgelegd. Op de terechtzitting heeft zij deze vordering bijgesteld naar € 6.998,54, wegens een nieuwe op 1 mei 2026 uitgebrachte offerte voor reparatie van de voordeur. De vordering bestaat dus uit de volgende posten:
Standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.900,85, te weten het bedrag op de oorspronkelijke offerte van de te repareren voordeur. Voor de overige schade heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat dit moet worden afgewezen, omdat de gestelde schade niet in rechtstreeks verband staat met de ten laste gelegde feiten.
De raadsman van de verdachte heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.
Oordeel van de rechtbank
De verdachte is aansprakelijk voor de schade die verband houdt met de reparatie van de voordeur. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder 3 bewezen verklaarde feit. De verdachte heeft zijn aansprakelijkheid voor deze schade ook niet betwist.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij onvoldoende heeft onderbouwd dat de huidige herstelkosten bijna het dubbele bedragen dan die een jaar geleden zijn begroot. Een dergelijke prijsstijging laat zich niet enkel verklaren door inflatie.
De rechtbank wijst de vordering op dit onderdeel daarom toe tot het bedrag van de eerste offerte, te weten € 2.900,85, en verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 4 maart 2025 tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in de overige schadeposten van de vordering niet-ontvankelijk, omdat geen sprake is van een rechtstreeks verband tussen deze posten en de bewezen verklaarde feiten. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 3 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: vernieling van een goed] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 9, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 57, 138ab, 254ba, 285b, 300, 350 en 350a van het Wetboek van Strafrecht.
10. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 subsidiair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van honderdzestien (116) dagen.
Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot negentig (90) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee (2) jaren.
Stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat:
Meldplicht
De verdachte houdt zich aan de meldplicht afspraken welke afwisselend op kantoor en telefonisch plaatsvinden. Hij werkt mee en stelt zich open en controleerbaar op.
Ambulante behandeling
De verdachte laat zich behandelen door de ggz of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de
reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Meewerken aan middelencontrole
De verdachte werkt mee aan controle van het gebruik van drugs/alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van tweehonderd (200) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door honderd (100) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd: 1 STK Zendapparatuur, voorwerpnummer: 1708658.
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde] geleden schade tot een bedrag van € 2.900,85 (zegge: tweeduizend negenhonderd euro en vijfentachtig eurocent), als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.900,85, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 29 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.K. Korteweg, voorzitter,
mr. C.S. Schoorl en mr. N. Ćulafić, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.D.C. Schoenmaker,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 mei 2026.