ECLI:NL:RBNHO:2026:6010

ECLI:NL:RBNHO:2026:6010

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 21-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer 15/370970-24
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Medeplegen gewapende winkeloverval en afpersing. Eendaadse samenloop. Deels voorwaardelijke jeugddetentie en onvoorwaardelijke werkstraf.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie & Jeugd

Locatie Alkmaar

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15/370970-24

Uitspraakdatum: 21 mei 2026

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 7 mei 2026 in de zaak tegen:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie [officier van justitie] en van wat naar voren is gebracht door de verdachte en zijn raadsman, mr. A.J.J. van der Heiden, advocaat te Den Helder, [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [vertegenwoordiger van de jeugdreclassering] namens De Jeugd- en Gezinsbeschermers (hierna: de jeugdreclassering), en de moeder van de verdachte.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen [de benadeelde partij 1] en [de benadeelde partij 2] (namens [winkel] ) en hetgeen ter toelichting daarop door hen is aangevoerd.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 19 november 2024 te Den Heldertezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere mobiele telefoon's en/of een laptop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [de benadeelde partij 3] en/of [de benadeelde partij 4] en/of [de benadeelde partij 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een vuurwapen op de in de winkel aanwezige personen te richten en/of te roepen: "overval, overval, waar is de kluis" en/of tegen die [de benadeelde partij 3] te

roepen: "Ik schiet je in de je been" en/of "Waar is de laptop" en/of de vitrines kapot te slaan.

Feit 2:hij op of omstreeks 19 november 2024 te Den Heldertezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [de benadeelde partij 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of mobiele telefoon's (merk Samsung Galaxy S22 en/of Iphone 14 pro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [winkel] en/of een derde toebehoorde(n) door een vuurwapen op de in de winkel aanwezige personen te richten en/of te roepen: "overval, overval, waar is de kluis" en/of tegen die [de benadeelde partij 3] te roepen: "Ik schiet je in de je been" en/of "Waar is de laptop" en/of de vitrines kapot te slaan.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Partiële vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat het bij de overval gebruikte wapen een vuurwapen betreft. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] (dossierpagina’s 174 tot en met 180) blijkt dat het gaat om een imitatievuurwapen dat een sterke gelijkenis heeft met een vuistvuurwapen en voor afdreiging geschikt is. De rechtbank gaat bij de bewezenverklaring daarom uit van een wapen en niet van een vuurwapen. Dit doet niets af aan de mate van afdreiging.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

hij op 19 november 2024 te Den Helder tezamen en in vereniging met anderen meerdere mobiele telefoons en een laptop die aan [winkel] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [de benadeelde partij 1] en [de benadeelde partij 4] en [de benadeelde partij 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door een wapen op de in de winkel aanwezige personen te richten en te roepen: "overval, overval, waar is de kluis" en tegen die [de benadeelde partij 1] te roepen: "Ik schiet je in je been" en "Waar is de laptop" en de vitrines kapot te slaan.

Feit 2:

hij op 19 november 2024 te Den Helder tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [de benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en mobiele telefoons (merk Samsung Galaxy S22 en Iphone 14 pro) die aan die [winkel] toebehoorden door een wapen op de in de winkel aanwezige personen te richten en te roepen: "overval, overval, waar is de kluis" en tegen die [de benadeelde partij 1] te roepen: "Ik schiet je in je been" en "Waar is de laptop" en de vitrines kapot te slaan.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van:

Feit 1: diefstal vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

Feit 2: afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de verdachte strafbaar is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat sprake is van psychische overmacht, waardoor de verdachte zou moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het oordeel van de rechtbank

Indien een beroep op psychische overmacht is gedaan, zal de rechter moeten onderzoeken of de voorwaarden voor aanvaarding van psychische overmacht zijn vervuld. Die houden in dat sprake moet zijn van een van buitenaf komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Onder omstandigheden kan het feit dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoefend, in de weg staan aan het slagen van het beroep op psychische overmacht.

Naar het oordeel van de rechtbank is het door de raadsman gevoerde verweer onvoldoende onderbouwd, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat. De rechtbank merkt ten overvloede op dat voor zover zou vaststaan dat sprake is geweest van een van buitenaf komende drang (in dit geval in de vorm van een of meerdere bedreigingen geuit door de opdrachtgevende medeverdachte(n)), vervolgens nog zou moeten worden vastgesteld dat de verdachte geen weerstand aan deze bedreigingen kon en ook niet behoefde te bieden. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat van een dergelijke situatie geen sprake is geweest, immers had de verdachte een ouder kunnen inschakelen of de politie kunnen benaderen (die hij en zijn medeverdachte nota bene in de buurt van [winkel] hebben gezien vlak voordat de overval door hen werd gepleegd). In plaats daarvan hebben de verdachte en zijn uitvoerende medeverdachte samen de keuze gemaakt om de gewapende overval toch door te zetten.

Daarmee is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sancties

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek waarvan 116 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. De officier van justitie heeft daarbij de dadelijke uitvoerbaarheid van deze bijzondere voorwaarden gevorderd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen vervangende jeugddetentie.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de verdachte te veroordelen tot een deels voorwaardelijke werkstraf en heeft verzocht hem in ieder geval geen onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met de medeverdachten schuldig gemaakt aan het medeplegen van een gewapende overval op [winkel] . De verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] zijn via Snapchat voor deze ‘klus’ benaderd door de medeverdachte [medeverdachte 2] in ruil voor een financiële vergoeding en zij wisten van tevoren wat de bedoeling en rolverdeling zou zijn. De verdachte is degene geweest die met een hamer de vitrines heeft stukgeslagen om zo goederen te kunnen wegnemen, terwijl de medeverdachte [medeverdachte 1] met een wapen de personen in de winkel heeft bedreigd en de medewerker van de winkel heeft gedwongen om onder meer het geld uit de kassa aan hem af te geven. Naast dat zij in het bezit waren van een wapen droegen de verdachten tijdens de overval gezichtsbedekkende kleding.

Het is algemeen bekend dat een gewapende overval voor slachtoffers een zeer nare ervaring is, waarvan zij nog lang last kunnen hebben. Dit blijkt ook uit de verklaringen van de aanwezige slachtoffers, waaronder een minderjarige stagiair. In de door een van de slachtoffers ingediende vordering tot schadevergoeding wordt onder meer aangegeven dat de overval nog altijd een diepgaande en blijvende impact op zijn dagelijks functioneren heeft. Zijn werkplek, die veilig zou moeten voelen, roept bij hem nu juist structureel spanning en angst op.

Overvallen leiden daarnaast ook tot gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving in het algemeen, zeker nu de overval op klaarlichte dag heeft plaatsgevonden. Verder brengt een overval overlast en financiële schade met zich mee voor de betrokken winkel. De verdachte heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met deze gevolgen en met zijn handelen laten zien slechts oog te hebben gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staande Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 30 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder door de rechter is veroordeeld;

- het over de verdachte uitgebrachte rapport gedateerd 20 april 2026 van [raadsonderzoeker] , als raadsonderzoeker verbonden aan de Raad voor de Kinderbescherming waarin de Raad adviseert de verdachte te veroordelen tot een deels voorwaardelijke werkstraf onder een aantal dadelijk uitvoerbaar te verklaren bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden betreffen het houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, naar school, stage en/of dagbesteding gaan volgens rooster en het inzetten en meewerken aan hulpverlening vanuit een (IFA-)coach of andere aanvullende hulpverlening die de jeugdreclassering nodig acht. Voor zover de rechtbank vanwege de ernst van het feit een jeugddetentie aan de orde mocht achten, adviseert de Raad deze in voorwaardelijke vorm op te leggen.

Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank geen andere straf op zijn plaats dan vrijheidsbeneming. De rechtbank is echter met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het onwenselijk is dat de verdachte moet terugkeren naar de jeugdgevangenis. De rechtbank zal het onvoorwaardelijke gedeelte van de jeugddetentie daarom gelijk stellen aan het door de verdachte al ondergane voorarrest, te weten in totaal 4 dagen.

In het voordeel van de verdachte heeft de rechtbank, anders dan de officier van justitie, wat meer gewicht toegekend aan het verschil in rolverdeling tussen de verdachte als uitvoerder en de medeverdachte [medeverdachte 2] als organisator en opdrachtgever van de overval, de bij de vervolging van de verdachte opgetreden overschrijding van de redelijke termijn,, de bekennende proceshouding van de verdachte op de zitting en het door de Raad als laag ingeschatte recidiverisico. Dit maakt dat de rechtbank uitkomt op een lager voorwaardelijk strafdeel dan door de officier van justitie is geëist.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie van 90 dagen passend is. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan, groot 86 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en daaraan een proeftijd verbinden van één jaar, opdat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.

De rechtbank zal aan dit voorwaardelijk deel behalve de algemene voorwaarden aan de verdachte ook bijzondere voorwaarden in de vorm van hulpverlening verbinden. Uit het rapport van de Raad blijkt dat er zorgen zijn over de schoolgang van de verdachte. Er was en is veel sprake van verzuim en de verdachte komt nauwelijks aan bij zijn stageadres. Er ligt een plan om de verdachte minimaal 24 uur per week te laten werken voordat hij in september van dit jaar start met een nieuwe opleiding. Om te borgen dat de verdachte een volledige dagbesteding heeft en behoudt, is de rechtbank met de Raad van oordeel dat begeleiding door de jeugdreclassering nodig is. De rechtbank acht daarom een meldplicht, het volgen van dagbesteding en het meewerken aan hulpverlening, waaronder een coach, als bijzondere voorwaarden noodzakelijk.

Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van meerdere personen, te weten [de benadeelde partij 1] , [de benadeelde partij 4] en [de benadeelde partij 5] . De Raad heeft toegelicht dat de lage kans op recidive samenhangt met het strikte kader van de geadviseerde bijzondere voorwaarden. Oplegging van de bijzondere voorwaarden is noodzakelijk om de kans op recidive voldoende te kunnen indammen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat er (zonder dit strafrechtelijk kader) ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan en zal de rechtbank bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Om de verdachte nu ook een direct gevolg te doen ervaren van zijn handelen op 19 november 2024 is de rechtbank, met de officier van justitie, van oordeel dat daarnaast een onvoorwaardelijke werkstraf passend en geboden is. Vanwege de hierboven in het voordeel van de verdachte genoemde omstandigheden, zal de rechtbank het aantal te verrichten uren werkstraf lager bepalen dan is geëist. De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 160 uren passend is.

7. Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

[de benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [de benadeelde partij 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.500,- ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de vordering volledig en hoofdelijk kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven dat de vordering niet is onderbouwd maar zich verder gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zo’n uitzonderlijke situatie, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade. De benadeelde partij heeft tijdens de overval een wapen op zich gericht gekregen waarvan hij dacht dat het een echt wapen was en er werd bovendien gedreigd hem daarmee in zijn been te schieten. Mede gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is.

De vordering zal dan ook worden toegewezen zoals verzocht, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: een diefstal met geweld in vereniging en een afpersing in vereniging] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[de benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [de benadeelde partij 2] heeft namens [winkel] een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die het bedrijf als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit:

- vitrines à € 3.000,- tot € 5.000,-;- een kassasysteem à € 500,- tot € 1.000,- en- een rolluik à € 3.000,- tot € 5.000,-.Als immateriële schade is vermeld: “schade, reputatieverlies.”

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering wegens gebrek aan onderbouwing.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart de benadeelde partij [de benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering nu de vordering niet op de door de wet voorgeschreven wijze is ingediend nu uit de stukken niet is gebleken dat [de benadeelde partij 2] bevoegd was om namens [winkel] een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Bovendien is de vordering onvoldoende onderbouwd.

. De benadeelde partij kan desgewenst de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 36f, 55, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 86 (zesentachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van één jaar.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

Geeft opdracht aan De Jeugd- en Gezinsbeschermers, gevestigd te [adres] , een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Stelt verder als voorwaarden dat de veroordeelde is gehouden om, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.

Beveelt dat de op grond van artikel 77z gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 160 (honderdzestig) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 80 (tachtig) dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [de benadeelde partij 1] geleden schade tot een bedrag van € 1.500,- (vijftienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachten is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [de benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [de benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. N. Cuvelier, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M.M. van Weely, kinderrechter en mr. J.J. Veldheer, rechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.A.C. Sinnige,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 mei 2026.

Mr. Veldheer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. N. Cuvelier
  • mr. J.J. Veldheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand