ECLI:NL:RBNHO:2026:6049

ECLI:NL:RBNHO:2026:6049

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 28-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer HAA 26/2617
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de verlenging van de sluiting van de woning van verzoeker met een maand, tot 1 juni 2026. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Verzoeker heeft onvoldoende spoedeisend belang. Daarbij komt dat het bezwaar gericht tegen de verlenging bij de huidige stand van zaken geen redelijke kans van slagen lijkt te hebben.

Uitspraak

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. T. Novakovic),

en

de burgemeester van de gemeente Velsen, de burgemeester

(gemachtigde: F.S. van Rhenen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de verlenging van de sluiting van de woning van verzoeker met een maand, tot 1 juni 2026. Verzoeker is het hier niet mee eens en heeft verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Verzoeker heeft onvoldoende spoedeisend belang. Daarbij komt dat het bezwaar gericht tegen de verlenging bij de huidige stand van zaken geen redelijke kans van slagen lijkt te hebben. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Inleiding

2.

Verzoeker woonde ten tijde van de besluitvorming samen met zijn partner en zijn drie kinderen (van 26, 13 en 11 jaar oud) op het adres [adres] in [plaats] .

Op 29 maart 2026 is de woning beschoten. De politie heeft onderzoek verricht en op 30 maart 2026 een bestuurlijke rapportage opgemaakt. Gelet op deze rapportage heeft de burgemeester de woning bij besluit van 31 maart 2026, verhelderd bij brief van 23 april 2026, met ingang van 31 maart 2026 tot 1 mei 2026 gesloten. Hiertegen heeft verzoeker op 22 april 2026 bezwaar gemaakt.

Verzoeker heeft twee hotelovernachtingen van de gemeente Velsen gekregen en daarnaast is bij besluit van 2 april 2026 € 1.000,-- bijzondere bijstand verstrekt ter ondersteuning voor het regelen en betaling van huisvesting voor de resterende dagen. Verzoeker dient de besteding van dit bedrag te verantwoorden.

Verzoeker is vervolgens voor zover bekend samen met zijn partner en zijn twee minderjarige kinderen bij een vriend gaan verblijven. Waar zijn oudste zoon is gaan verblijven, die volgens de politie de reden/het doelwit van de beschietingen lijkt te zijn, is niet bekend.

Op 23 april 2026 heeft de politie bij bestuurlijke rapportage een advies voor een vervolgbeslissing over eventuele voortzetting van de sluiting uitgebracht. Samengevat is hierin vermeld dat er nog actief onderzoek wordt gedaan naar het incident. Daarnaast is gewezen op een op 8 april 2026 georganiseerde bewonersbijeenkomst waar door omwonenden veel zorgen over de veiligheid en maatschappelijke onrust zijn geuit, waarbij ook een rol speelt dat in het verleden rond de woning incidenten hebben plaatsgevonden die in verband zijn gebracht met een van de bewoners van het adres. Verder heeft verzoeker tijdens een gesprek op 20 april 2026 verklaard dat de problemen, die door de oudste zoon zijn ontstaan, vermoedelijk nog niet over zijn. Verzoeker zou zich niet veilig voelen in zijn eigen woning en bij terugkeer worden problemen verwacht. Gelet hierop heeft de politie geconcludeerd dat hoewel er momenteel geen concrete aanwijzingen zijn dat er nog meer beschietingen zullen plaatsvinden, dit zeker niet kan worden uitgesloten. De dreiging en een gevoel van maatschappelijke onrust lijkt nog aanwezig, zo luidt de conclusie in de bestuurlijke rapportage.

Op 24 april 2026 is verzoeker telefonisch op de hoogte gesteld van het voornemen de sluiting van de woning met een maand te verlengen tot 1 juni 2026. Verzoeker heeft tijdens dit gesprek zijn zienswijze gegeven.

Bij besluit van 29 april 2026 heeft de burgemeester de sluiting van de woning op grond van artikel 174a, derde lid van de Gemeentewet (GW) verlengd tot 1 juni 2026. Hieraan heeft de burgemeester de inhoud van de hiervoor genoemde bestuurlijke rapportage ten grondslag gelegd. De burgemeester heeft daarbij verder – samengevat – gewezen op de grote impact die de gebeurtenissen uit 2022, 2024 en 2026 op de bewoners in de wijk hebben gehad en nog steeds hebben. Er lijkt, zo staat vermeld, een patroon te ontstaan. De burgemeester wijst ook op de algehele toename van aanslagen als onderhavige in Nederland en de daarmee gepaard gaande ernstige verstoring van de openbare orde en duidelijke impact op de maatschappij. Volgens de burgemeester is de dreigende situatie onveranderd. Sluiting is op dit moment het meest geschikt en noodzakelijk. Omdat de kans op herhaling volgens de burgemeester hoog is, is er aanleiding de sluiting te verlengen. De verlenging is ook evenwichtig, juist daar waar het gaat om de kinderen. Vermeld is dat verzoeker onderdak heeft en de kinderen elke dag naar school gaan. Verder is niet gebleken van een bijzondere binding met de woning. De burgemeester acht het algemeen belang, bescherming van de samenleving, de personen in de omgeving en de minderjarige kinderen in het bijzonder, zwaarder wegen dan het persoonlijke belang van verzoeker om gebruik te kunnen maken van de woning.

Verzoeker heeft tegen de verlenging op 12 mei 2026 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, bijgestaan door een tolk, mr. R.H. Bouwman (kantoorgenoot van de gemachtigde van verzoeker) en de gemachtigde van de burgemeester.

Ter zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester een aanvullende bestuurlijke rapportage van de politie van 18 mei 2026 overgelegd, met een beroep op geheimhouding op grond van artikel 8:29, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoeker heeft de rechtbank ter zitting toestemming verleend om kennis te nemen van deze rapportage.

Standpunten van verzoeker

3.

Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter om het besluit tot verlenging op te schorten totdat op het bezwaar is beslist.

Hij heeft daarbij volgens hem een spoedeisend belang. De gevolgen van de sluiting zijn ingrijpend voor hem en zijn gezin. Ter zitting is toegelicht dat hij vanaf 4 mei 2026 met zijn gezin in een recreatiewoning verblijft. Het contract daarvoor loopt tot en met 27 mei 2026 omdat de recreatiewoning voor langere tijd niet beschikbaar was. De kosten hiervan zijn € 2.677,--. Verzoeker stelt dat hij voor de bekostiging hiervan de verstrekte bijzondere bijstand heeft gebruikt, zijn eigen (spaar)geld en nog € 1.000,-- heeft moeten lenen. Het ontbreken van een vaste woonplek heeft een negatieve invloed op het welzijn, ontwikkeling en dagelijks functioneren van het hele gezin. Bovendien heeft de woningbouwvereniging inmiddels een ontruimingskortgeding ingezet, waarvoor de zitting op 10 juli 2026 zal plaatsvinden. Het is voor verzoeker van groot belang dat zij zo spoedig mogelijk kunnen terugkeren naar hun eigen woning en hun normale leven kunnen hervatten.

Daarnaast voert verzoeker aan dat het besluit tot verlenging niet in stand kan blijven en stelt hij dat zijn bezwaar waarschijnlijk gegrond zal worden verklaard. Hij stelt daartoe – samengevat – dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd. Volgens hem heeft de burgmeester niet inzichtelijk gemaakt waarom de situatie nog zo ernstig is dat een verlenging met een maand noodzakelijk is. Waarom specifiek voor vier weken verlenging is gekozen en juist deze termijn noodzakelijk en proportioneel zou zijn, is ook niet gemotiveerd. De conclusie in de bestuurlijke rapportage van de politie van 23 april 2026 is volgens verzoeker onvoldoende. Daaruit volgt bovendien ook niet dat de kans op herhaling groot is. Een algemeen beroep op gevoelens van maatschappelijke onrust of een aantasting van het veiligheidsgevoel in de buurt is volgens verzoeker ook onvoldoende voor verlenging van de sluiting. De bewonersbijeenkomst is van vlak na het incident. Daarbij komt dat het plaatsen van camera’s en aanvullende verlichting ook kan leiden tot verminderen van de onrust. Van een concreet, actueel en objectief verifieerbare aanwijzing van een reëel gevaar is volgens verzoeker niet gebleken. De situatie is sinds het incident volgens verzoeker juist verbeterd. Verzoeker wijst erop dat zijn oudste zoon niet meer staat ingeschreven op het adres en daar ook niet meer welkom is. Daarmee is het gestelde risico weggenomen.Voor het afgeven van een signaal is gelet op het tijdsverloop ook geen aanleiding meer. Verder stelt verzoeker dat hij de Nederlandse taal niet goed genoeg beheerst. Bij de gesprekken die met hem zijn gevoerd is geen tolk aanwezig geweest. Er kan dan ook niet zonder meer van de juistheid van de door hem afgelegde verklaringen/gedane mededelingen worden uitgegaan. Die verklaringen heeft de burgemeester dan ook niet bij de besluitvorming mogen betrekken en bovendien vormen deze geen basis voor de conclusie dat sprake is van een actuele dreiging van nieuwe incidenten.De verlenging is volgens verzoeker onevenwichtig omdat dit zeer verstrekkende en nadelige gevolgen voor verzoeker en zijn gezin heeft. De eerdere sluiting is al als bijzonder zwaar ervaren. De problemen worden door de verlenging vergroot, in het bijzonder voor de minderjarige kinderen. De huidige alternatieve verblijfsituatie is niet langer houdbaar. Het is voor hen van groot belang dat zij kunnen terugkeren naar hun eigen woning en hun normale dagelijkse leven zoveel mogelijk kunnen hervatten. Van verzoeker en zijn gezin kan niet worden verwacht dat zij nog langer in deze onzekere en instabiele situatie verblijven. Standpunt van de burgemeester

4.

De burgemeester ziet geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Ter zitting is toegelicht dat de verlenging van de sluiting duurt tot 1 juni 2026. Volgens de gemachtigde van de burgemeester ter zitting krijgt verzoeker dan de sleutel van zijn woning weer terug, behoudens eventuele nieuwe informatie/gebeurtenissen. De burgemeester is daarbij bereid verzoeker (nogmaals) financieel te ondersteunen in verband met het regelen van alternatieve woonruimte vanaf 27 mei 2026. Van een spoedeisend belang is volgens de burgemeester gelet hierop geen sprake.

Daarnaast kan het besluit tot verlenging van de sluiting volgens de burgemeester stand houden. Verwezen wordt naar de overwegingen zoals vermeld in het primaire besluit, waaruit volgt dat aanleiding was voor verlenging vanwege het nog lopende onderzoek en de nog aanwezige dreiging. Ter zitting is verder toegelicht dat niet zeker is dat de zoon zich niet meer bevindt op het adres. Ook is vanwege de onrust in de wijk opnieuw een bewonersbijeenkomst gepland op 3 juni 2026. Het politieonderzoek naar het incident is ook nog steeds gaande. Verder is niet gebleken dat verzoeker bepaalde zaken niet zou hebben begrepen vanwege het ontbreken van een tolk. In het verleden zijn meerdere gesprekken met verzoeker gevoerd en dat is ook altijd goed gegaan. Er wordt gekeken naar een oplossing voor de langere termijn. Hierover is overleg met verzoeker, woningbouwverenigingen en een andere gemeente.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is van een spoedeisend belang als hiervoor bedoeld onvoldoende gebleken. Daarbij is van belang dat de sluiting volgens onderhavig besluit tot 1 juni 2026 duurt. Zoals is toegelicht door gemachtigde van de burgemeester krijgt verzoeker per die datum weer toegang tot zijn woning. Verder staat vast dat verzoeker en zijn gezin zoals verklaard tot 27 mei 2026 in een recreatiewoning verblijven en dat de kosten hiervan reeds voldaan zijn. Dat verzoeker en zijn gezin daarna tot 1 juni 2026 niet kunnen voorzien in alternatieve woonruimte, is gesteld noch gebleken. Daarbij wijst de voorzieningenrechter op de ter zitting gedane toezegging dat de burgermeester voor de overige dagen tot 1 juni 2026 opnieuw (financiële) steun zal kunnen bieden.

Naast het voorgaande heeft naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen. Het besluit tot verlenging van de sluiting van de woning tot 1 juni 2026 zal bij de huidige stand van zaken volgens de voorzieningenrechter in stand kunnen blijven. Van een evident onrechtmatig besluit is geen sprake. Vooropgesteld dient te worden dat een verlenging van de sluiting van een woning een ingrijpende maatregel is en dat de burgemeester hiertoe weliswaar niet zomaar (keer op keer) kan overgaan. Voor het oordeel dat de burgemeester de woningsluiting in dit geval niet met een maand heeft mogen verlengen, ziet de voorzieningenrechter echter vooralsnog geen aanleiding. Bij de huidige stand van zaken is navolgbaar dat verlenging van de sluiting geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. Daarbij heeft de burgemeester mogen betrekken dat gebleken is dat sprake is van een langdurig lopend en terugkerend conflict dat tot de incidenten heeft geleid en het onderzoek naar de laatste aanslag nog gaande was. Ook is daarbij terecht de uitkomst van de bewonersbijeenkomst betrokken. Daarbij heeft de burgemeester ook mogen wijzen op de omstandigheid dat ook verzoeker op dat moment nog problemen verwachtte als het gezin zou terugkeren naar de woning. Dat een en ander vanwege een taalbarrière onjuist zou zijn geïnterpreteerd, acht de voorzieningenrechter thans onvoldoende overtuigend onderbouwd. Hoewel begrijpelijk dat de verlenging van de sluiting grote impact op verzoeker en zijn gezin heeft, heeft de burgemeester het algemeen belang van bescherming van de samenleving, de personen in de omgeving en de minderjarige kinderen in het bijzonder, vooralsnog zwaarder mogen laten wegen dan het persoonlijke belang van verzoeker tot heropening van zijn woning. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeker alternatieve woonruimte heeft gevonden, de burgmeester verzoeker hierbij (financieel) heeft ondersteund en ook de minderjarige kinderen naar school konden blijven gaan.

Gelet op al het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning niet eerder dan 1 juni 2026 hoeft te worden geopend. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand