ECLI:NL:RBNHO:2026:6091

ECLI:NL:RBNHO:2026:6091

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 11704657 \ CV EXPL 25-3150
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De passagiers vorderen compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk (de doorwerking van) het opleggen van latere vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Dit verweer slaagt. Daarnaast hebben de passagiers niet gesteld dat zij extra kosten hebben gemaakt doordat de vervoerder zijn verplichting om hen bijstand te bieden, niet zou zijn nagekomen. Daarom worden de vorderingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11704657 \ CV EXPL 25-3150

Uitspraakdatum: 27 mei 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1]

2. [eiser 2] beiden wonende te [plaats], Duitsland

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Turk Havayollari A.O.

gevestigd te Istanboel, Turkije

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs (LVH advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers vorderen compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk (de doorwerking van) het opleggen van latere vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Dit verweer slaagt. Daarnaast hebben de passagiers niet gesteld dat zij extra kosten hebben gemaakt doordat de vervoerder zijn verplichting om hen bijstand te bieden, niet zou zijn nagekomen. Daarom worden de vorderingen afgewezen.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek, tevens wijziging grondslag eis;

- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 12 mei 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Istanboel, Turkije, naar Bangkok, Thailand, met vluchtcombinatie TK1952 en TK58.

De vervoerder heeft vlucht TK1952 van Amsterdam naar Istanboel (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. Daarnaast stellen zij dat de vervoerder zijn verplichting tot het bieden van bijstand niet is nagekomen en hen ook daarom moet compenseren.

De vervoerder voert verweer. Hij voert onder meer aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Bij antwoord heeft de vervoerder betwist dat de passagiers over een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie beschikten en aangevoerd dat zij geen kopieën van een boekingsbevestiging of instapkaart hebben overgelegd. Vervolgens hebben de passagiers bij repliek kopieën van hun instapkaarten overgelegd. Bij dupliek is de vervoerder hier niet meer op ingegaan. Daarom houdt de kantonrechter het ervoor houdt dat hij dit verweer niet langer handhaaft.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en de luchtvaartmaatschappij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.

De vervoerder voert aan dat de vlucht onderdeel was van de rotatievlucht Istanbul – Amsterdam – Istanbul (vluchtnummers TK1951 en TK1952). Voorafgaand aan de uitvoering van vlucht TK1951 van Istanbul naar Amsterdam legde de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan het toestel op. Hierdoor werd vlucht TK1951 vertraagd uitgevoerd. Deze vertraging werkte met 59 minuten door op de vlucht in kwestie. Vervolgens legde de luchtverkeersleiding ook voorafgaand aan de vlucht in kwestie een latere vertrektijd op. Dit heeft nog eens 5 minuten vertraging opgeleverd. Uiteindelijk is de vlucht in kwestie hierdoor met 1 uur en 4 minuten vertraging aangekomen. Daardoor misten de passagiers de aansluitende vlucht naar de eindbestemming. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer vluchtrapporten overgelegd. De passagiers betwisten dit.

Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking) van latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan een toestel oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder. De vervoerder heeft eveneens voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij hier geen invloed op had. Daarmee was de vertraging van de vlucht het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.

Vast staat dat de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist door de vertraging van de vlucht in kwestie. Dit betekent dat de langdurig vertraagde aankomst van de passagiers op de eindbestemming het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed heeft op de beslissingen van de luchtverkeersleiding en de vertraging dus niet kon voorkomen. Wel heeft hij de passagiers na het missen van de aansluitende vlucht omgeboekt naar een alternatieve vlucht naar de eindbestemming.

Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. De passagiers hebben in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen.

Bij repliek hebben de passagiers een aanvullende grondslag aan hun vorderingen toegevoegd. De kantonrechter begrijpt dat zij stellen dat de vervoerder al voorafgaand aan het vertrek van de vlucht in kwestie kon weten dat zij de aansluitende vlucht zouden missen en daardoor met ten minste vijf uur vertraging op de eindbestemming zouden aankomen. Op dat moment had hij hen ook de keuze moeten bieden voor terugbetaling van de ticketkosten. Dit heeft hij niet gedaan en daarom moet hij hen compenseren. De vervoerder betwist dit.

De kantonrechter overweegt als volgt. Het Hof heeft geoordeeld dat een passagier van een geannuleerde vlucht zich, om compensatie te verkrijgen, kan beroepen op de niet-nakoming door de luchtvaartmaatschappij van onder meer haar verplichting om bijstand te bieden. Hieronder valt ook haar plicht om informatie te verstrekken. Deze compensatie is wel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij om bijstand te bieden, goed te maken.

Dit arrest van het Hof ging om een geval waarin een passagier extra kosten moest maken omdat de luchtvaartmaatschappij hem, na een annulering, geen alternatieve vlucht naar de bestemming aanbood en de passagier zelf een alternatief moest boeken. Het onderhavige geval is daar niet mee vergelijkbaar omdat, ook als vast zou komen te staan dat de vervoerder niet heeft voldaan aan zijn verplichting om bijstand te bieden, de passagiers niet hebben gesteld dat zij door dit verzuim extra kosten hebben gemaakt. Zij zijn immers meegevlogen met de door de vervoerder aangeboden alternatieve vlucht. Daarmee hebben zij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat een bedrag van € 1.200,- op enige manier noodzakelijk, passend en redelijk zou zijn om het eventuele verzuim van de vervoerder om bijstand te bieden, goed te maken. Daarom slagen de vorderingen ook niet op deze grondslag. De vorderingen zullen worden afgewezen.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.W. Koenis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand