RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser] , uit [plaats] , eiser
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Samenvatting
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 26/1894 en HAA 26/1896
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 mei 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen
en
(gemachtigde: mr. M.H. Kazem).
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Verklaring omtrent het gedrag met politiegegevens (VOG P) af te geven. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris de VOG P heeft mogen weigeren. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Eiser heeft op 11 december 2025 een aanvraag ingediend voor een VOG P voor de functie van buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 22 januari 2026 afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 23 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen in die zin dat de staatssecretaris opgedragen wordt vóór 1 april 2026 een beslissing op het bezwaar te nemen.
Op 20 maart 2026 heeft de staatssecretaris het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De staatssecretaris is bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Eiser heeft verzocht om zelf in de zaak te voorzien. De staatssecretaris heeft zich daartegen niet verzet. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van eiser daartegen.
Het bestreden besluit
De staatssecretaris heeft eisers bezwaar ongegrond verklaard en de weigering om een VOG P af te geven in stand gelaten. Dit heeft de staatssecretaris gebaseerd op (samengevat) het volgende. De staatssecretaris vond in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) binnen de terugkijktermijn van tien jaar de volgende relevante strafbare feiten:- Op 21 januari 2023 is eiser met justitie in aanraking gekomen wegens rijden zonder geldig rijbewijs. Op 17 juli 2025 is hij veroordeeld tot een geldboete van € 500,-;- Op 10 januari 2023 is jegens eiser een zaak wegens overschrijding van de maximumsnelheid geseponeerd op grond van gewijzigde omstandigheden;- Eiser is op 19 juli 2022 veroordeeld wegens overschrijden van de maximumsnelheid tot een geldboete van € 660,-;- Bij strafbeschikking van 28 september 2021 is eiser een geldboete van € 850,- opgelegd wegens rijden onder invloed. Buiten de terugkijktermijn vond de staatssecretaris:- Een strafbaar feit wegens verduistering.
De staatssecretaris stelt alle justitiële gegevens bij de beoordeling mee te mogen nemen. Het sepot wegens ‘gewijzigde omstandigheden’ betreft een beleidssepot. Dit mag op grond van de beleidsregels ook worden meegenomen in de beoordeling.
Volgens de staatssecretaris is voldaan aan het objectieve criterium. Er is sprake van een risico voor de samenleving als eiser de strafbare feiten herhaalt. De samenleving verwacht van een boa dat hij betrouwbaar is en zich houdt aan de regels van de wet. Dit heeft te maken met de speciale bevoegdheden van een boa, die houdt toezicht, spreekt mensen aan die zich niet aan de regels houden en de boa mag boetes geven. Overtreden van verkeersregels gaat niet samen met de functie van boa. Eiser loopt het risico dat mensen geen vertrouwen in hem als boa of de overheid hebben. Rijden met drugs op/te hard rijden gaat niet samen met de functie van boa. Het risico bestaat dat eisers rijbewijs niet in orde is als hij werkzaam is als boa. De staatssecretaris vindt dat er een risico is voor de veiligheid voor andere personen in het verkeer. De informatie uit het JDS is voldoende om tot de conclusie te kunnen komen.
Ter beoordeling van het subjectieve criterium heeft de staatssecretaris betrokken dat eiser in korte tijd binnen de terugkijktermijn meerdere strafbare feiten op zijn naam heeft staan. Het meest recente feit dateert van 21 januari 2023 (rijden zonder rijbewijs). Daarnaast is nog een strafbaar feit aangetroffen dat is gelegen buiten de terugkijktermijn. De straffen die eiser zijn opgelegd zijn geen lichte straffen. Er is sprake van herhaling van het overschrijden van de maximale snelheid. De overtreding staat in de justitiële documentatie geregistreerd en dat gebeurt alleen als iemand 30 kilometer of meer te hard reed. Het betreft ernstige overtredingen. De staatssecretaris acht het risico voor de samenleving te groot om eiser een VOG P te geven.
Volgens de staatssecretaris is voldoende rekening gehouden met eisers omstandigheden, zijn belangen en ontwikkelingen. Er is gekeken naar de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, de straffen en het tijdsverloop. De hiervoor genoemde omstandigheden wegen volgens de staatssecretaris zwaarder dan de omstandigheden in eisers voordeel.
De staatssecretaris erkent eisers belang bij de afgifte van een VOG P, maar stelt dat de bescherming van de samenleving belangrijker is dan eisers persoonlijke situatie. Eiser had nog maar kort geleden te maken met justitie en pleegde meerdere verkeersovertredingen, waarbij sprake is van herhaling. Deze feiten passen niet bij de functie van boa. De samenleving verwacht van een boa dat hij betrouwbaar is en zich aan de regels van de wet houdt. Daarbij benadrukt de staatssecretaris dat een hoge mate van integriteit wordt vereist voor een VOG P. Eiser zal voor langere tijd moeten laten zien dat hij niet meer met justitie in aanmerking komt.
Dat eiser eerder een VOG kreeg voor de functie van chauffeur neemt de staatssecretaris niet mee in de beoordeling. Er gelden verschillende criteria. In dit geval geldt een specifiek screeningsprofiel boa, betreft het een VOG P aanvraag met hoge integriteitseisen en een terugkijktermijn van 10 jaar.
De staatssecretaris stelt dat het besluit voldoende is gemotiveerd en dat geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Alle relevante feiten en omstandigheden zijn in de beoordeling betrokken. Van een beroepsverbod is geen sprake. De weigering van de VOG P betekent verder niet dat eiser niet in aanmerking kan komen voor een andere VOG. Hij kan ook op die manier een richting geven aan zijn toekomstplannen. Het betekent niet dat eiser geen ander werk kan doen. In de toekomst kan eiser opnieuw een VOG aanvragen, als er meer tijd is verstreken. Beroepsgronden
4.
Eiser stelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd.
Eiser heeft de volgende beroepsgronden aangevoerd:Het hoorverslag bevat feitelijke onjuistheden. De bezwaargronden zijn slechts samengevat, niet wezenlijk weerlegd. Er is geen sprake van echte en kenbare heroverweging ex nunc; besluit is in wezen een herstelbesluit zonder dragende nieuwe motivering. Er is sprake van een onvoldoende concrete dragendheidsbepaling. Er ontbreekt een concrete feit-functie-risico-koppeling. Heterogene feiten worden ten onrechte als één patroon gepresenteerd.Er is sprake van een onjuiste toerekening van geseponeerde snelheidsovertreding en onjuiste aanname van herhaling. Er is een onvoldoende en onzorgvuldige actualiteitsredenering; terugkijktermijn wordt feitelijke als automatische weigeringsgrond gebruikt. Er is sprake van een tegenstrijdigheid rond het vermogensfeit uit 2016. Het vermogensfeit is onjuist gekwalificeerd. De eerdere positieve VOG in 2025 is onvoldoende en te abstract afgedaan.De belangenafweging en evenredigheid is onvoldoende concreet. De motivering verschuift ten onrechte naar een abstracte gedrags- en geschiktheidstoets. Er is een speculatieve redenering over rijbewijs en geldigheid van documenten als boa. Er is geen betekenisvolle verwerking van het ontbreken van politiegegevens. In zijn beroepsschrift heeft eiser per grond een toelichting gegeven.
Verweerschrift
5. De staatssecretaris ziet geen aanleiding voor een ander standpunt. Er is sprake geweest van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit en afweging van de betrokken belangen. De door eiser aangevoerde gronden zijn uiteengezet en gemotiveerd weerlegd. Volgens de staatssecretaris is met juistheid geoordeeld dat de omstandigheden van het geval geen/onvoldoende aanleiding gaven om toch tot afgifte van de gevraagde VOG P over te gaan, terwijl de staatssecretaris zich bewust heeft getoond van het gevolg van de afwijzing voor eiser. Dat de beslissing voor eiser in zijn nadeel is uitgevallen, betekent niet dat zijn belangen onvoldoende zijn betrokken of dat weigering van de afgifte van de VOG P in strijd is met het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Toetsingskader
6.
Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) wordt de afgifte van een VOG geweigerd indien in de justitiële documentatie van de aanvrager een strafbaar feit is vermeld dat, indien het zou worden herhaald, gelet op het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval, aan de goede uitoefening van de functie waarvoor de VOG wordt aangevraagd, in de weg zal staan (het objectieve criterium). Op grond van artikel 36 van de Wjsg mogen alle justitiële gegevens bij de beoordeling worden meegenomen. Voor het beoordelen van aanvragen om een VOG (waaronder een VOG P) heeft de staatssecretaris de Beleidsregels VOG NP-RP 2025 (Beleidsregels) opgesteld. Ook in deze Beleidsregels staat dat de afgifte van de VOG in beginsel wordt geweigerd als wordt voldaan aan het objectieve criterium. Het subjectieve criterium ziet op de omstandigheden van het geval die ertoe kunnen leiden dat de objectieve vaststelling van een risico voor de samenleving ten aanzien van deze aanvrager niet zou moeten leiden tot een weigering van de afgifte van de VOG. Daarbij wordt in ieder geval betrokken de wijze waarop de strafzaak is afgedaan, het tijdsverloop en de hoeveelheid antecedenten.
In het geval van verzoeker is het screeningsprofiel boa van toepassing. Aan de functie van boa worden hoge integriteitseisen gesteld. Er geldt een terugkijktermijn van 10 jaar.
Zorgvuldigheid van de besluitvorming
7. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter zorgvuldig tot stand gekomen. De staatssecretaris heeft het primaire besluit heroverwogen aan de hand van het bezwaarschrift en nadat eiser op een (telefonische) hoorzitting is gehoord. In het bestreden besluit is de staatssecretaris inhoudelijk ingegaan op iedere bezwaargrond afzonderlijk en daarbij is door de staatssecretaris gemotiveerd waarom dit niet tot een ander oordeel leidt. De enkele stelling dat zijn bezwaargronden zijn samengevat maakt niet dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming. Dit geldt evenzeer voor de constatering dat het verslag van de hoorzitting enkele feitelijke onjuistheden bevat. Zoals de staatssecretaris daarover in het verweerschrift terecht heeft opgemerkt is sprake van kennelijke verschrijvingen. Dit heeft geen invloed op de heroverweging gehad. In het bestreden besluit zijn de juiste data opgenomen en is de door eiser geschetste tijdlijn en context over de geseponeerde snelheidsovertreding op de juiste wijze weergegeven. Dat betekent dat de beslissing op bezwaar is voorbereid op basis van juiste feiten. Motivering van het bestreden besluit
De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris op juiste wijze het objectieve criterium heeft beoordeeld en zijn conclusie voldoende heeft gemotiveerd.Conform de geldende regelgeving heeft de staatssecretaris de binnen de terugkijktermijn aangetroffen feiten (zie r.o. 3.1.) bij de beoordeling mogen betrekken. Dat een van de twee snelheidsovertredingen op 10 januari 2023 is geseponeerd doet hieraan niet af. De staatssecretaris heeft toegelicht dat dit een beleidssepot betrof en geen technisch sepot. Een beleidssepot mag op grond van de Beleidsregels bij de beoordeling worden betrokken.
De staatssecretaris heeft daarbij terecht geconcludeerd dat de betreffende overtredingen ieder voor zich, en afgezien van de persoon van eiser, indien herhaald een risico voor de samenleving doet ontstaan en daarnaast een behoorlijke uitoefening van de functie als boa zou verhinderen. Voldoende gemotiveerd is dat snelheidsovertredingen, onder invloed rijden en het rijden zonder rijbewijs, feiten zijn die niet te verenigen zijn met de hoedanigheid van boa en ook een risico opleveren voor overige verkeersdeelnemers. Daarbij is terecht betrokken dat sprake is van een functie waarvoor een hoge mate van integriteit vereist is en dat het voor de samenleving belangrijk is dat een boa betrouwbaar is en zich houdt aan de regels van de wet. Er is daarmee sprake van een risico dat burgers geen vertrouwen hebben in eiser als boa of in de overheid.
9.
De staatssecretaris heeft bij de beoordeling van het subjectieve criterium terecht het aantal strafbare feiten, de aard hiervan, de wijze van afdoening en de verstreken periode sinds eiser voor het laatst in aanraking is gekomen met justitie in zijn beoordeling betrokken. Daarbij heeft de staatssecretaris de juiste terugkijktermijn gehanteerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris ook voldoende en navolgbaar toegelicht, per onderdeel, hoe hij tot zijn oordeel is gekomen en waarom het belang van de samenleving bij bescherming tegen het bij het objectieve criterium vastgestelde risico zwaarder dient te wegen dan het belang van eiser bij afgifte van de gevraagde VOG P.
In wat eiser heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een ander oordeel. Uit het feit dat de hoeveelheid antecedenten moet worden betrokken volgt reeds dat een patroon in de beoordeling kan worden meegenomen. Het moge zo zijn dat eiser de motivering niet voldoende concreet vindt, dit standpunt wordt niet gedeeld. Eiser heeft niet weerlegd dat de feiten zijn gepleegd binnen de voor deze functie geldende terugkijktermijn. De staatssecretaris heeft ten aanzien van het laatste feit, gepleegd op 21 januari 2023, kunnen oordelen dat dit kort geleden is. Ook heeft de staatssecretaris kunnen oordelen dat de benoemde feiten overtredingen betreffen die niet passen bij de functie van boa, mede gezien de toezichthoudende en boeteopleggende taak van een boa, en dat de straffen niet als licht kunnen worden aangemerkt. Daarbij is ook terecht betrokken dat sprake is geweest van recidive (snelheidsovertredingen). De motivering waarom het beleidssepot niet tot een ander standpunt leidt is toereikend.
10. Daarnaast heeft de staatssecretaris afdoende gemotiveerd dat de eerder aan eiser afgegeven VOG voor de functie van chauffeur niet betekent dat hem een VOG P moet worden gegeven. Er is sprake van verschillen in screeningsprofiel, terugkijktermijn en integriteiseisen. Daarbij komt dat het meest recente feit ten tijde van de reguliere VOG aanvraag nog openstond.
11. De voorzieningenrechter begrijpt dat afgifte van de VOG P voor eiser van (groot) belang is, omdat hij met zijn opleiding wil starten. Daar staat tegenover dat indien is voldaan aan het objectieve criterium, zoals in het geval van eiser, uitgangspunt is dat de VOG wordt geweigerd. De staatssecretaris heeft het belang van eiser ook onderkend, maar afgezet tegenover het belang van de samenleving. Dat is de belangenafweging. Gezien de functie van boa, en indachtig de genoemde feiten en omstandigheden, heeft de staatssecretaris de bescherming van de samenleving belangrijker kunnen vinden dan eisers persoonlijke situatie. Daarbij heeft de staatssecretaris er terecht op gewezen dat geen sprake is van beroepsverbod, er voor eiser alternatieven op de arbeidsmarkt zijn waarvoor geen VOG vereist is of waarbij de antecedenten niet direct een (te groot) risico opleveren, alsook dat eiser indien hij langere tijd niet met justitie in aanraking komt, een nieuwe aanvraag kan indienen.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit tot weigering van de VOG P in stand kan blijven. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.