RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/377419 / JU RK 26-655
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ),
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. S. Tromp uit Hoorn,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. S. Tromp uit Hoorn,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders,
de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI,
gevestigd in Amsterdam.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 april 2026, mee in de beoordeling.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders, bijgestaan door hun advocaat;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] woont bij zijn ouders.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 februari 2026 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 13 mei 2026. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter ook een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Die machtiging is verlengd en duurt nog tot 13 mei 2026. Van deze machtiging wordt echter geen gebruik meer gemaakt.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad maakt zich grote zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [de minderjarige] , omdat signalen zijn dat hij langere tijd onder druk is gezet binnen een crimineel (drugs)circuit. Hoewel het positief is dat [de minderjarige] zelf bij de hulpverlening om hulp heeft gevraagd, is het een zorg dat hij de zorgen rondom zijn veiligheid lijkt te bagatelliseren. Gedurende het raadsonderzoek is daarnaast onvoldoende duidelijk geworden waar de onveiligheid van [de minderjarige] precies uit bestaat. Het is daarom van belang dat [de minderjarige] en de ouders hulpverlening blijven aanvaarden en openheid geven over de situatie. Ook moet zicht moet komen op de gehele thuissituatie, zodat duidelijkheid ontstaat over de dynamiek tussen ouders en [de minderjarige] . De inzet van Nicare en ambulante hulpverlening vanuit El Caminar in het vrijwillig kader, hebben tot nu toe onvoldoende kunnen bijdragen aan een positieve ontwikkeling van [de minderjarige] en de opvoedvaardigheden van de ouders.
Verder is het een grote zorg dat [de minderjarige] geen onderwijs volgt en hij (nog) niet in het bezit is van een diploma. Het is van belang om zo spoedig mogelijk een vorm van dagbesteding te realiseren en veiligheidsafspraken te maken met [de minderjarige] en de ouders, om te voorkomen dat [de minderjarige] weer in aanraking komt met een zeer onveilige omgeving.
4. De standpunten
De ouders hebben ter zitting naar voren gebracht dat zij erkennen dat zorgen waren om [de minderjarige] , maar niet in de mate zoals 1.Hoorn heeft gemeld; de situatie is door hen groter gemaakt. Het is een onrustige tijd voor de ouders geweest. Hoewel het verdrietig is dat [de minderjarige] een tijdje uit huis is geplaatst, is [de minderjarige] in [plaats] wel tot het besef te komen dat hij een andere route moet inslaan in zijn leven. De ouders hebben ook gemerkt dat [de minderjarige] veranderd is sinds hij weer thuis woont. Zij hebben er vertrouwen in dat de situatie uiteindelijk zo rustig blijft. Zij vinden het van belang dat [de minderjarige] een ander dagritme krijgt, structuur krijgt in zijn leven en op het goede pad blijft. [de minderjarige] en de ouders kunnen de begeleiding van de jeugdbeschermer daar goed bij gebruiken. De advocaat van de ouders heeft aangegeven dat de ouders daarom in kunnen stemmen met een ondertoezichtstelling.
De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat het verblijf van [de minderjarige] in [plaats] hem goed heeft gedaan. Er waren inderdaad zorgen, die verminderd zijn. Gezien wordt dat als duidelijke afspraken gemaakt worden met [de minderjarige] , hij deze ook nakomt. De jeugdbeschermer is het eens met de Raad dat [de minderjarige] nog begeleiding heeft, maar hij vraagt zich af of ook hulp nodig is voor de opvoedvaardigheden van de ouders. Sinds de betrokkenheid van de GI heeft geen enkele confrontatie plaatsgevonden tussen de ouders en [de minderjarige] . De belangrijkste doelen waar de komende periode aan gewerkt moet worden zijn dagbesteding en onderwijs. Daarnaast is het van belang dat de hulpverlening vanuit El Caminar wordt voortgezet. De jeugdbeschermer verwacht dat een ondertoezichtstelling voor de duur van een half jaar voldoende is.
5. De mening van de minderjarige
[de minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat het heel goed met hem gaat. Tijdens zijn verblijf in [plaats] heeft hij ‘het licht gezien’ waardoor hij beseft dat hij zijn leven anders aan wil pakken. [de minderjarige] is rustig thuis, hij heeft een bijbaan en hij staat ingeschreven voor een opleiding. Verder besteedt [de minderjarige] veel tijd met zijn ouders, familie en goede vrienden. Het contact met de jeugdbeschermer vindt hij op zich wel fijn, maar de hulp voor zijn ouders vindt hij niet nodig omdat het goed gaat thuis.
6. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt ernstig bedreigd, omdat sinds begin 2023 zorgen zijn rondom zijn schoolgang, het netwerk waarin hij zich begeeft en zijn veiligheid. Hoe ernstig de situatie voor de uithuisplaatsing al dan niet was, duidelijk is geworden dat de uithuisplaatsing in [plaats] [de minderjarige] goed heeft gedaan. De situatie rondom [de minderjarige] lijkt nu rustiger te zijn geworden en er zijn geen grote veiligheidszorgen meer. Voor alle betrokkenen is duidelijk geworden dat [de minderjarige] zijn leven wil beteren en heeft ingezien dat hij niet goed bezig was. Inmiddels heeft [de minderjarige] positief contact met zijn ouders, is de thuissituatie stabiel en werken zowel de ouders als [de minderjarige] goed mee met de hulpverlening. [de minderjarige] staat ingeschreven voor een opleiding. Ook is [de minderjarige] op zoek naar een ander bijbaantje, omdat hij als bezorger tot laat buiten is en dat niet meer wil. De GI heeft er eveneens vertrouwen in dat [de minderjarige] op dit goede pad blijft. De kinderrechter is verheugd met deze positieve ontwikkeling. Het is echter van belang om deze prille situatie te bestendigen en daarvoor is het verplichte kader van een ondertoezichtstelling nog nodig. Het gaat op dit moment goed met [de minderjarige] en het is van belang dat deze ontwikkeling zich ook voortzet. De kinderrechter ziet wel aanleiding om de verzochte duur te beperken en zal [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden en het verzoek voor het overige af te wijzen.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [de minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers, locatie Alkmaar, met ingang van 12 mei 2026 tot
12 november 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026 door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. Boon als griffier, en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.