RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/146620-17
Uitspraakdatum: 12 mei 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar, alsmede op de vordering van de officier van justitie tot wijziging van de voorwaarden verbonden aan de terbeschikkingstelling van
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
nu verblijvende op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) GGZ Drenthe te Assen,
hierna: de betrokkene.
1. De procedure
Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2020 is aan de betrokkene onder meer de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: tbs) opgelegd wegens – kort gezegd – het seksueel misbruiken van jongens onder de leeftijd van twaalf jaar en jongens van tussen twaalf en zestien jaar oud.
De termijn van de tbs ving aan op 5 juni 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 11 juli 2024 is de termijn van de tbs verlengd met twee jaar en zijn de voorwaarden (meewerken aan time-out, niet naar het buitenland, gebruik internet/controle gegevensdragers) gewijzigd.
De onderhavige vorderingen zijn op 14 april 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken:
Op 12 mei 2026 zijn de vorderingen op een openbare zitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de getuige [reclasseringswerker 4], reclasseringswerker bij Reclassering Nederland. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. K. Leyendeckers, en de raadsman van de betrokkene, mr. M.J. Bouwman, advocaat te Zaandam.
Van deze zitting is afzonderlijk een proces-verbaal opgemaakt.
2. De vorderingen
De vorderingen van de officier van justitie houden – kort gezegd – in dat de tbs wordt verlengd met twee jaren en dat de voorwaarde ‘vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik’ wordt gewijzigd in:
Voorwaarde betreffende vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 4. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal 15 keer (gebaseerd op 3x per jaar en tot einde maximale termijn van de maatregel en dat is 2031) worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.
3. Het advies van de psycholoog
In het rapport van psycholoog [psycholoog] staat, onder meer, het volgende :
Bij betrokkene is in 2017 de diagnose pedofiele stoornis gesteld en nadien is hier volledige consensus over. In dit onderzoek kan de pedofiele stoornis op basis van de lange duur, hardnekkigheid en intensiteit van betrokkenes pedoseksuele voorkeur voor prepuberale jongens zonder meer onderschreven worden. Naast de pedofiele stoornis is in FPK Assen na onderzoek en een hetero-anamnese ADHD bij betrokkene vastgesteld.
Risicofactor is de pedofiele stoornis die exclusief van aard is, hardnekkig is en die in de loop van de puberteit - wanneer de seksualiteit zich manifesteert en tot ontwikkeling komt - diepgeworteld is geraakt. Bij het abrupt wegvallen van de tbs met voorwaarden of een situatie van ontoereikende zorg en begeleiding, of als betrokkene geheel verstoken is van professionele hulpverlening, schat ondergetekende in dat het recidiverisico oploopt naar hoog. Wanneer hij volledig op zichzelf wordt teruggeworpen is de kans aanzienlijk dat hij zich opnieuw zal inlaten met personen met een pedofiele geaardheid, op het gevaar af dat hij zijn libidoremmende medicatie zal staken. Dit verhoogt de kans dat hij opnieuw kinderrijke situaties zal opzoeken en opnieuw zal overgaan tot pedoseksuele delicten.
In het huidige kader van tbs met voorwaarden wordt het recidiverisico, ingeschat als laag. Er is toezicht op en controle van zijn netwerk, gegevensdragers en social media en monitoring van zijn stemming en activiteiten. Ook de seksualiteit wordt actief gemonitord tijdens de lopende ambulante therapie.
Ondergetekende beoordeelt het huidige risicomanagement als gematigd effectief. Tijdens de klinische opname in de FPA Assen is ingezet op interventies die zowel het zicht als de grip op pedoseksualiteit verhogen middels LRM (androcur) en therapiemodules die het inzicht in en grip op de pedofilie en probleembesef vergroten. Enerzijds neemt betrokkene meer afstand na pedoseksueel delictgedrag, anderzijds is zijn geaardheid nog een dagelijkse worsteling. Wel is het zo de androcur een rem zet op de seksuele opwinding en seksualiteit. Andere pijlers van het risicomanagement zijn toezicht door de reclassering en ambulante therapie bij AFPN. Tijdens de uitstroom zal het risicomanagement worden uitgebreid met een COSA-cirkel.
Op basis van dit onderzoek concludeert ondergetekende dat de behandelrespons gematigd positief is. Het risicomanagement is in zoverre gunstig dat betrokkene zijn pedoseksuele voorkeur niet omzet in handelen. Wel is het zo dat de fantasieën en het romantiseren erover persisteren, ondanks de androcur. De reclassering rapporteert dat hij minder in de verleiding komt door minderjarigen tijdens verloven. De behandeling is al met al nog niet gereed en betrokkene heeft nog zeker stappen te zetten. Zo zal het proces van resocialiseren en in inbedding in de maatschappij moeilijk zijn. De ambulante behandeling bij de AFPN is nog lopende en verkeert in de beginfase. De komende tijd zal deze gericht zijn op het zoeken naar meer gezonde vormen van seksualiteit en op inbedding in de maatschappij. Verder is versteviging van de identiteit belangrijk met een meer positief zelfbeeld, het leren om verantwoordelijkheid te nemen en een weg te vinden in alle ambivalenties. Last but not least, lijkt begeleiding/ behandeling zinvol bij het ondersteunen van betrokkene om (pijnlijke) emoties in het kader van rouw te verdragen en te doorleven en om een meer positief zelfbeeld te ontwikkelen.
Gelet op het voorgaande, is de verwachting dat behandeling, uitstroom en resocialisatie minstens twee jaar zullen beslaan. Afgaand op de uitkomsten van de risicotaxatie, met als belangrijke pijler van het risicomanagement een hormonale libidoremmer, heeft ondergetekende meegewogen dat het farmacologische beleid de komende periode mogelijk zal worden heroverwogen. Mocht de kliniek betrokkenes verzoek inwilligen om de androcur te staken, dan is het belangrijk om te onderzoeken wat de impact is op zijn pedoseksualiteit, of de risico’s oplopen en of er alternatieve libidoremmers zijn. De klinische setting van de FPA is voor dergelijk onderzoek het meest aangewezen. Verder is het zo dat betrokkene aan het begin van de ambulante behandeling staat en is het behandelteam nog bezig is om zicht te krijgen op zijn belevingswereld. Alles overziend, adviseert ondergetekende om de tbs met voorwaarden te verlengen met twee jaar.
4. Het advies van de reclassering
In het reclasseringsadvies staat, onder meer, het volgende :
Er is sprake van een pedofiele stoornis van het exclusieve type. Deze stoornis is vanaf het begin van de seksuele ontwikkeling aanwezig bij betrokkene en betekent dat hij zich enkel aangetrokken voelt tot pre-puberale jongens. De seksuele voorkeur is diep geworteld en hardnekkig aanwezig. Uit de risicotaxaties komt naar voren dat er sprake is van een hoog risico op recidive. De risico’s liggen vooral besloten in de stoornis. Hoewel betrokkene steeds meer afstand lijkt te nemen van zijn geaardheid en de door hem gepleegde delicten, is zijn geaardheid nog steeds een worsteling.
Medio 2025 kon hij de overstap maken naar de FPA waar hij zijn resocialisatie steeds verder vorm kan geven. Op de FPA kan hij meer verloven praktiseren en wordt de behandeling ambulant voortgezet bij de AFPN. De indicatie voor een meerdaagse groepsbehandeling bij de AFPN viel hem rauw op zijn dak, in overleg met de AFPN is besloten de behandeling individueel op te starten voor hij aan de groepsbehandeling gaat deelnemen. Vanaf begin 2026 lijkt de [betrokkene] wat positiever en praktiseert hij steeds meer verloven waaronder klimmen in een klimhal en het volgen van een lasopleiding.
Op dit moment staan we nog met één been in een behandeltraject bij de AFPN en met één been in het meer oefenen met verloven. Soms ziet met name het behandelteam dat betrokkene een nog te romantische kijk heeft op pedoseksualiteit.
Zijn gegevensdragers, social media worden nog altijd gecontroleerd. Er is zicht op zijn stemming en de activiteiten die hij ontplooit. Zijn seksualiteit wordt actief gemonitord tijdens de lopende ambulante therapie. Er is momenteel sprake van een wens van de [betrokkene] om de LRM af te gaan bouwen en vervolgens te stoppen. Dit zal, indien de [betrokkene] hier goedkeuring voor krijgt, goed gemonitord dienen plaats te vinden. Er is een oriëntatie op Zwolle voor het verwijzen naar een begeleid wonen instelling. Vanwege dit verloop adviseren wij om de TBS met voorwaarden te verlengen met twee jaar. Wij adviseren het wijzigen van een voorwaarde.
Binnen de huidige Tbs-maatregel waarbij betrokkene klinisch is opgenomen en met de intensieve begeleiding, ondersteuning en controle van een sterk gestructureerde omgeving zoals die van de FPA wordt het risico op laag ingeschat. Het is van belang dat de ingezette behandeling wordt afgemaakt om de risico’s goed te monitoren. Wanneer de ingezette hormonale deprivatie die als belangrijke pijler van het ingezette risicomanagement wordt gezien, afgebouwd gaat worden kunnen risico’s mogelijk toenemen. Dit zal naar onze inschatting ook nog binnen de muren van de FPA dienen plaats te vinden.
De getuige [reclasseringswerker 4] heeft op de zitting, namens de reclassering, het advies gehandhaafd en nader toegelicht. Zij heeft aangegeven dat de stemming van de betrokkene de afgelopen twee maanden achteruit gaat. Hij zet zich nog steeds in om dingen te ondernemen, maar hij heeft hier wel veel moeite mee. Er is een periode geweest dat het beter ging met de betrokkene en dat sprake was van meer positieve punten. De betrokkene blijft wel goed in contact. De bron van de achteruitgaande stemming lijkt te liggen in de samenwerkingsproblemen tussen de betrokkene, de regiebehandelaar en de maatschappelijk werkster. De betrokkene vindt dat hij niet wordt erkend in sommige punten. Een van de problemen van de betrokkene is de medicatie. Er is op dit moment nog geen alternatief voor de libido remmende medicatie die hij nu krijgt, daar is nog geen beslissing over genomen. Dit moet zorgvuldig gebeuren, omdat de recidive niet kan worden ingeperkt zonder medicatie. De betrokkene wil graag meer autonomie en perspectief behouden. Er is een intakegesprek gepland bij het Forensisch Beschermd Wonen in Deventer. Dat is een toekomstige stap na de FPA. Wat de regiebehandelaar betreft, zit de betrokkene in de eerste fase van de FPA. De wijziging van de voorwaarde is in feite een actualisatie van de formulering waardoor de controles het meest werkbaar zijn.
5. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vorderingen tot verlenging van de tbs met voorwaarden met twee jaar en de wijziging van één van de voorwaarden.
6. Het standpunt van de betrokkene
De betrokkene is het eens met de vorderingen van de officier van justitie.
Namens de betrokkene heeft de raadsman verzocht om de vorderingen tot verlenging van de termijn van de tbs met twee jaar en de wijziging van een van de voorwaarden toe te wijzen. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om direct uitspraak te doen.
7. De beoordeling
De rechtbank kan zich verenigen met de adviezen en de daarin getrokken conclusies van de psycholoog en de reclassering en neemt deze over. Voor het verlengen van een tbs-maatregel moet zijn voldaan aan een aantal vereisten. De rechtbank zal hierna beoordelen of aan die vereisten is voldaan.
Indexdelict
De tbs is opgelegd ter zake van (kort samengevat) het seksueel misbruiken van jongens onder de leeftijd van twaalf jaar en jongens van tussen de twaalf en zestien jaar oud. Dat zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Dat betekent dat in dit geval de totale duur van de tbs, de periode van negen jaar niet te boven kan gaan (zie artikel 38e, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht). Aangezien de tbs van de betrokkene is aangevangen op 5 juni 2022, wordt de maximumduur van de maatregel niet door deze verlenging overschreden.
Is sprake van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis bij de betrokkene?
Uit het advies van de psycholoog volgt dat de betrokkene is gediagnosticeerd met een pedofiele stoornis van het exclusieve type. Daarnaast is bij de betrokkene ADHD vastgesteld.
Recidivegevaar
De rechtbank acht redengevend voor de verlenging van de tbs dat uit het advies van de psycholoog volgt dat het recidiverisico bij beëindiging van de tbs wordt ingeschat als hoog. Daarnaast volgt uit het advies van de reclassering dat de libido remmende medicatie van de betrokkene een belangrijke pijler is van het risicomanagement. De betrokkene heeft kenbaar gemaakt te willen stoppen met de libido remmende medicatie. Zowel de psycholoog als de reclassering wijzen erop dat het staken of wijzigen van deze medicatie onder goede begeleiding in de kliniek dient te plaats te vinden, omdat daarmee het recidiverisico kan oplopen. Het recidivegevaar is daarom op dit moment nog hoog. Aan het gevaarscriterium is voldaan.
Verlenging met één of twee jaar?
De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden met welke termijn de tbs moet worden verlengd. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat volgens vaste jurisprudentie de tbs in beginsel wordt verlengd met twee jaar, tenzij te verwachten is dat binnen één jaar gronden aanwezig zijn die een beëindiging van de tbs rechtvaardigen. Van dit uitgangspunt kan onder omstandigheden worden afgeweken.
Uit de adviezen en wat op de zitting is besproken blijkt dat de betrokkene zich in de beginfase van het behandeltraject bij de AFPN bevindt en met verloven aan het oefenen is op de FPA. In de komende tijd zal de behandeling gericht zijn op het zoeken naar alternatieve vormen van seksualiteit en op inbedding in de maatschappij. Sinds een aantal maanden gaat het minder goed met de betrokkene. Hij vertelde tijdens de zitting dat hij zich niet gehoord, niet begrepen en niet serieus genomen voelt door de behandelaren, waarbij onder andere speelt dat hij een verandering van zijn libido remmende medicatie wenst. Mocht de medicatie veranderen, dan zouden, volgens de reclassering, de gevolgen hiervan ook gemonitord moeten worden. De psycholoog en de reclassering concluderen dat het vervolgtraject zeker langer dan een jaar zal duren en daarom adviseren zij de tbs te verlengen met twee jaar. De getuige Van Heuveln heeft dit advies op de zitting herhaald.
Gelet op het voorgaande is het aannemelijk dat het traject meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met een termijn van een jaar, en dan geldt als uitgangspunt dat de tbs moet worden verlengd met twee jaar. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en zal de termijn van de tbs verlengen met twee jaar.
Wijziging van de voorwaarden
De tweede vordering van de officier van justitie ziet op een wijziging van niet-inhoudelijke aard van één van de voorwaarden. De betrokkene en zijn raadsman hebben hiertegen geen bezwaren geuit. De rechtbank zal ook deze vordering toewijzen.
8. De beslissing
De rechtbank:
Wijst toe de vordering van de officier van justitie en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van [betrokkene] met twee jaar.
Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot wijziging van de voorwaarden van de tbs, in die zin dat de voorwaarde ‘vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik’ als volgt komt te luiden:
Voorwaarde betreffende vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 4. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal 15 keer (gebaseerd op 3x per jaar en tot einde maximale termijn van de maatregel en dat is 2031) worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door:
mr. I.A. Groenendijk, voorzitter,
mr. J.M. Jongkind en mr. J.F. van Halderen, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Verheul,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 mei 2026.