RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/376339 / KG ZA 26-164
Vonnis in kort geding van 4 juni 2026
in de zaak van
VERENIGING NEDERLANDSE VERKEERSVLIEGERS,
te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer,
eisende partij,
hierna te noemen: VNV,
advocaten: mrs. H.A.J.M. van Kaam en P.P.A. Steijvers,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats], gemeente [gemeente],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
in persoon.
1. De zaak in het kort
In deze zaak vordert VNV dat het [gedaagde] wordt verboden om nog langer (strafrechtelijke) beschuldigingen aan het adres van VNV openbaar te maken of te verspreiden. Ook vordert VNV een lijst met alle namen aan wie [gedaagde] de beschuldigingen heeft verspreid en een contactverbod met (direct betrokkenen bij) VNV. Volgens VNV tasten de beschuldigingen van onder meer oplichting, afpersing, meineed en het zijn van een criminele organisatie, de eer, goede naam en (bedrijfs)reputatie van VNV (en haar bestuurders) aan.
Bij de beoordeling van de ingestelde vorderingen komt het aan op een afweging van het recht op vrijheid van meningsuiting van [gedaagde] aan de ene kant en het recht op bescherming van de eer en goede naam van VNV aan de andere kant. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat deze afweging in het licht van alle relevante omstandigheden in het voordeel van VNV uitvalt. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van VNV daarom grotendeels toe.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 35 producties
- e-mails van de kant van [gedaagde]- de conclusie van antwoord met 34 producties - de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt- de pleitnotities van VNV.
3. De feiten
VNV is een vakbond en beroepsvereniging van Nederlandse burgerluchtvaartpiloten. Zij zet zich in voor betere arbeidsvoorwaarden, veilige werkomstandigheden en de professionalisering van piloten. Ook behartigt zij de individuele belangen van haar leden en onderhandelt zij met luchtvaartmaatschappijen over cao’s, regelingen zoals pensioen, rusttijden en carrièrestructuren.
VNV is aangesloten bij de Vakcentrale voor Professionals (hierna: VCP). Via het lidmaatschap van de VCP neemt VNV deel aan het publieke debat en landelijke onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden in Nederland.
[gedaagde] heeft een herstructureringsbedrijf en is (toegevoegd) gerechtsdeurwaarder.
Op 21 januari 2025 heeft [gedaagde] VNV voor het eerst per e-mail benaderd. Hij heeft KLM en de vakbonden AVV en CNV in kopie meegenomen.
[gedaagde] stelt in de e-mail dat een aantal aandeelhouders van KLM hem heeft gevraagd of KLM kan worden geherstructureerd. Volgens [gedaagde] bestaan er financiële en organisatorische problemen bij KLM. De oorzaak daarvan ligt volgens hem bij VNV. VNV is volgens hem geen onafhankelijke vakbond, zodat alle cao’s die zij de afgelopen jaren heeft gesloten met onder andere KLM nietig zijn. [gedaagde] kondigt in de e-mail aan dat hij enkele dagen later op het kantoor van VNV langs zal komen om ‘het een en ander te bespreken’.
Diezelfde dag heeft KLM per e-mail aan [gedaagde] te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan zijn inmenging.
Op 22 januari 2025 heeft [gedaagde] per e-mail aan KLM laten weten dat hij ‘geen opdrachtgever heeft voor zijn ‘missie tegen VNV’, maar op eigen titel handelt. Hij schrijft onder meer:
Op basis van de WHOA hebben aandeelhouders de mogelijk de rechtbank te verzoeken een herstructureringsdeskundige aan te wijzen. Zie artikel 371 lid 1 van de Faillissementswet. De aandeelhouders die dit van plan zijn, en ik ken er meerdere, heb ik gezegd dat VNV het probleem is en dat dit probleem eerst moet worden opgelost. Anders heeft herstructurering geen zin. (…)
(…)
Vrijdag om 15.00 uur kom ik naar het kantoor van VNV. Laten we de exit strategie van VNV bespreken en hoe u de piloten van KLM gaat vertellen dat hun CAO’s
onrechtmatig zijn, dat er geld terug betaald moet worden, dat zij genoegen zullen
moeten nemen met minder geld, een lager pensioen, minder rusttijden, geen IPB,
minder daggeld, kleinere hotelkamers, minder instructie enz enz. Wellicht kunnen zij
zich vervolgens aansluiten bij de vakbond van (…). Hun bonden zijn wel onafhankelijk en zij hebben aldus wel het mandaat om CAO’s af te sluiten. Daarom
heb ik overigens gevraagd of zij vrijdag aanwezig zijn. Immers, de toekomst is er een
zonder VNV.
VNV heeft [gedaagde] laten weten geen behoefte te hebben aan een gesprek en dat hij niet welkom is in hun pand. [gedaagde] handhaaft vervolgens zijn voornemen om naar VNV te komen en herhaalt dat VNV geen onafhankelijke vakbond is. Hij schrijft – met de AVV, CNV en KLM in kopie – onder andere:
Indien u piloot wil blijven verzoek ik u allen per direct te gaan vliegen en voor eens en voor altijd te stoppen met uw onrechtmatige vakbondswerk. Indien u vakbond medewerker wilt zijn verzoek ik u ontslag te nemen bij KLM en een vakbond te beginnen.
De KLM heeft op 23 januari 2025 nogmaals aan [gedaagde] laten weten dat zij geen behoefte heeft aan zijn bemoeienis of een gesprek. Zij verzoekt hem vriendelijk zijn pogingen te staken.
VNV heeft uit voorzorg de politie in kennis gesteld van het voornemen van [gedaagde] om het kantoord van VNV te betreden en heeft op de aangekondigde dag deuren en ramen op slot gedaan. Voor zover bekend is [gedaagde] niet langsgekomen.
[gedaagde] is in februari 2025 e-mails blijven sturen aan zowel VNV als KLM, AVV en CNV. Hij dreigde daarbij met een kort geding over een verbod op cao-onderhandelingen tussen VNV en KLM als KLM niet alle banden met VNV verbreekt.
Op 17 maart 2025 heeft [gedaagde] per e-mail een aantal vragen aan KLM gesteld waar hij binnen een week antwoord op wenst. Zo niet, dan zal hij de rechtbank meedelen dat KLM ‘geen achterstallige loonbelasting heeft terug betaald over de afgelopen 2 ½ jaar, dat [KLM] geen enkele plausibele reden heeft met VNV te onderhandelen en dat [KLM] door VNV nog steeds wordt gedwongen mee te werken belastingontduiking.’ De e-mail is tevens aan de secretaresse van een Tweede Kamerfractie van D66 verstuurd.
[gedaagde] heeft op 27 juni 2025 een dagvaarding aan VNV uitgebracht. In deze bodemprocedure bij de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland vordert [gedaagde] onder meer een stakingsverbod, een verklaring voor recht dat VNV geen cao-onderhandelingen mag voeren, dat de piloten van VNV 20% loon moeten inleveren en dat VNV aansprakelijk kan worden gesteld voor het gehele tekort als KLM failliet gaat.
[gedaagde] is medio oktober 2025 ook een kort geding procedure tegen VNV gestart. In die procedure vorderde hij:
I. mee te werken aan de commitment clausule zoals overeengekomen op 23 november 2020 tussen KLM en haar piloten;
II. mee te werken aan de verhoging van de pensioenleeftijd van alle piloten werkzaam bij KLM van 58 naar 65 jaar bij een fulltime dienstverband;
III. mee te werken aan het stopzetten van het faciliteren door KLM van VNV op welke manier dan ook;
IV. ermee in te stemmen dat:
A) KLM gedurende de komende zeven jaar geen pensioenpremies betaalt voor haar piloten en
B) dat het aantal bestuursleden van het pensioenfonds Vliegend Personeel KLM die als piloot werkzaam zijn bij KLM wordt teruggebracht van vier naar drie;
V. het terugbetalen van de in 2016-2018 door KLM aan de stichting SPAAK gedane onverschuldigde betaling van in totaal 85 miljoen euro te bevorderen en in te stemmen met het verlagen van de maximale winstdeling van 20% naar 6,5%;
VI. het terugbetalen van de in 2017-2018 door KLM aan het pensioenfonds Vliegend Personeel KLM betaalde bruidsschat van in totaal 194 miljoen euro te bevorderen;
VII, mee te werken aan het terugbrengen van het aantal rustdagen in een cyclus van 28 dagen van 12 naar 11 conform Cao 2015-2018.
In een e-mail van 22 oktober 2025 aan VNV schrijft [gedaagde] dat ‘mocht VNV oproepen tot staken, daarmee dreigen of anderszins zich recalcitrant op te stellen’, er ‘zonder nadere aankondiging aangifte [zal] worden gedaan van opruiing, bedreiging en/of chantage door of namens VNV en/of haar bestuursleden’. [gedaagde] schrijft dat dan naast VNV, ook bestuursleden van VNV persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor eventueel door KLM te leiden schade.
In een e-mail van 7 november 2025 gericht aan VNV, KLM, AVV, CNV en alle andere vakbonden die actief zijn bij KLM, stelt [gedaagde] nogmaals dat VNV de oorzaak is van alle problemen bij KLM.
Op 5 december 2025, de dag voor het kort geding, heeft [gedaagde] een bericht aan de voorzieningenrechter gestuurd met alle hiervoor genoemde partijen in kopie. [gedaagde] beschuldigt VNV in de e-mail van het voorliegen van de Hoge Raad, het intimideren van journalisten, het schofferen van KLM, rechters en ministers en onrechtmatig handelen jegens hem, piloten, werknemers en KLM.
Bij vonnis van 15 december 2025 heeft de kantonrechter in kort geding [gedaagde]’ vorderingen afgewezen. Zij heeft onder meer geoordeeld dat [gedaagde] geen belang heeft bij zijn vorderingen, omdat deze betrekking hebben op de rechtsverhouding tussen VNV en KLM. VNV heeft naar het oordeel van de kantonrechter terecht aangevoerd dat indien en voor zover KLM van mening zou zijn dat VNV de gemaakte afspraken niet nakomt of onrechtmatige druk op haar uitoefent, het uitsluitend aan KLM is om VNV daarop aan te spreken en haar zo nodig in rechte te betrekken en dat het aandeelhouderschap van Kok hem geen zelfstandig vorderingsrecht geeft. Ook zijn professie als gerechtsdeurwaarder maakt niet dat hij zonder medewerking van KLM vorderingen kan instellen die alleen KLM en haar contractspartijen aangaan.
[gedaagde] heeft vervolgens zijn beschuldigingen aan het adres van VNV geïntensiveerd. In een e-mail van 17 december 2025 aan de voorzieningenrechter, alle eerder genoemde vakbonden, KLM en VNV beschuldigt hij VNV van afpersing, oplichting, liegen en misleiden van de rechterlijke macht en meineed. Hij waarschuwt in de e-mail dat als VNV dreigt met staken, hij aangifte zal doen tegen VNV, alle bestuurdersleden van VNV en alle bestuursleden van VNV die in het verleden hebben gedreigd met staken.
Wanneer [gedaagde] wordt gevraagd om de proceskosten van het kort geding te vergoeden, beschuldigt hij VNV in een e-mail van 30 december 2025 opnieuw van afpersing, oplichting en meineed. Ook zegt hij aangifte tegen VNV en haar (oud) bestuurders te zullen doen en dat hij geen proceskosten wil betalen aan een ‘criminele organisatie’.
Op 19 februari 2026 heeft de advocaat van VNV een sommatiebrief aan [gedaagde] gestuurd met onder meer het verzoek i) te stoppen met uitlatingen richting derden waarin hij VNV of bij haar betrokken (rechts)personen beschuldigt van onder meer afpersing, bedreiging, meineed en oplichting, of soortgelijke beschuldigingen en ii) zich te onthouden van iedere directe of indirecte benadering van VNV en bij haar betrokkenen (rechts)personen.
[gedaagde] heeft op 26 februari 2026 zijn eerdere beschuldigingen herhaald. Nadat hem op 3 maart 2026 is verzocht om aan de sommatiebrief te voldoen, herhaalt [gedaagde] dat VNV KLM heeft afgeperst en opgelicht en dat dit VNV tot een criminele organisatie maakt.
Op 12 maart 2026 heeft [gedaagde] per e-mail aan de advocaat van VNV laten weten dat hij aan punt i en ii van de sommatiebrief wil voldoen totdat er (in de bodemzaak) vonnis is gewezen. Een vrijwillige dwangsom wijst hij af.
Na ontvangst van de concept dagvaarding van VNV in deze voorlopige voorziening heeft [gedaagde] meerdere e-mails aan de advocaat van VNV gestuurd. Daarin volhardt hij in zijn beschuldigingen van georganiseerd handelen met het oogmerk KLM op te lichten en af te persen waardoor VNV zich volgens hem ‘eens te meer een criminele organisatie’ toont. Hij zegt dat hij genoodzaakt is aangifte tegen VNV te doen gezien de door hem bewezen beschuldigingen en stelselmatige ontkenningen door VNV.
[gedaagde] heeft op 20 april 2026 aangifte gedaan van afpersing en oplichting in georganiseerd verband door VNV. Hij verwijst daarbij naar de kort geding en bodemprocedures bij de kantonrechter en de onderhavige procedure waar volgens hem de strafbare feiten voldoende uit blijken.
4. Het geschil
VNV vordert om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] per direct te verbieden op welke wijze dan ook openbaar te (doen) maken of te (doen) verspreiden de beschuldiging dat VNV zich schuldig maakt aan oplichting, afpersing, onrechtmatig handelen, meineed, het voorliegen van de rechterlijke macht, het zijn van een criminele organisatie en intimidatie van journalisten, dan wel (nieuwe of andere) uitingen op wat voor wijze dan ook openbaar te (doen) maken of te (doen) verspreiden die hieraan soortgelijk zijn;
II. [gedaagde] te gebieden om VNV binnen 48 (achtenveertig) uur na het te wijzen vonnis schriftelijk in het bezit te stellen van een lijst van alle natuurlijke en rechtspersonen aan wie [gedaagde] sinds 21 januari 2025 schriftelijk of mondeling de onder I genoemde beschuldigingen heeft verspreid;
III. [gedaagde] te verbieden gedurende 2 (twee) jaar op welke wijze dan ook direct of indirect in persoon, via internet, telefoon of op enige andere wijze in contact te treden met VNV dan wel direct bij VNV betrokkenen, zoals (oud) bestuurders of medewerkers. Eventuele correspondentie over lopende (gerechtelijke) procedures dient uitsluitend te verlopen via de op dat moment betrokken gemachtigden/advocaten van VNV;
IV. dan wel enige voorziening die de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;
V. een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 (tienduizend euro) per afzonderlijke overtreding van elk van de onder I tot en met IV bedoelde ge- en/of verboden en € 5.000,00 (vijfduizend euro) voor elke dag, een gedeelte van een dag als een gehele dag gerekend, dat enige overtreding van de onder I tot en met IV bedoelde ge- en/of verboden voortduurt, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;
VI. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten alsook in de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 (veertien) dagen na het te wijzen vonnis.
VNV legt aan de vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig handelt door beschuldigingen van strafrechtelijk verwijtbaar en civielrechtelijk onrechtmatig handelen aan het adres van de VNV te verspreiden onder KLM en diverse vakbonden zoals AVV, CNV en FNV. Het belang van VNV op bescherming van de eer, goede naam en (bedrijfs)reputatie en het recht om gevrijwaard te blijven van lichtvaardige verdachtmakingen en onterechte beschuldigingen gaat boven het recht van [gedaagde] om zich in het openbaar uit te laten, aldus VNV. Het onrechtmatig handelen van [gedaagde] is aannemelijk en er is sprake van een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen, zodat zij belang heeft bij een contactverbod, aldus VNV.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van VNV, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van VNV, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van VNV in de kosten van deze procedure.
[gedaagde] beroept zich op zijn vrijheid van meningsuiting. VNV dwingt volgens hem al decennia lang KLM bedragen aan haar piloten te betalen waar geen arbeid tegenover staat. KLM wordt onrechtmatig door VNV onderdrukt. Hij stelt dat zijn beschuldigingen terecht zijn en hij die meer dan voldoende heeft onderbouwd en bewezen. Hij had gehoopt om samen met de vakbonden AVV en CNV met VNV het gesprek aan te gaan en zo alle grootverdieners van KLM op hun verantwoordelijkheden te wijzen. Omdat zijn komst niet gewenst was, is hij een gerechtelijke procedure gestart. Hij heeft een aantal vakbonden, waarvan de grootverdieners lid zijn, meegenomen in e-mails, zodat zij op de hoogte zijn van zijn vorderingen op VNV.
Volgens [gedaagde] heeft hij na 19 februari 2026 gehoor gegeven aan het verzoek van VNV om niet meer met derden te communiceren. Hij betwist dat hij met zijn e-mails schade heeft toegebracht aan VNV. Het is zijn professie te duiden waarom een bedrijf mogelijk failliet gaat, wie de veroorzaker is van het tekort en wie door de boedel zal worden aangesproken. Hij voelt zich daarnaast verantwoordelijk, omdat werkgelegenheid van 31.000 werknemers op het spel staat. Hij wijst erop dat hij dezelfde harde bewoordingen gebruikt als die voormalig VNV-presidenten publiekelijk en openbaar gebruikten en dat zijn bereik zeer beperkt is geweest, zorgvuldig gekozen en zeker niet bedoeld om schade toe te brengen, maar om VNV tot de orde te roepen. [gedaagde] meent dat zijn doel legitiem was en van kwaadwillendheid van zijn kant geen sprake is.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Spoedeisend belang
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het spoedeisend belang gelet op de aard van de vorderingen met betrekking tot het verbod tot het openbaar te (doen) maken of te (doen) verspreiden van beschuldigingen en het contactverbod, gegeven.
Beoordelingskader
VNV vordert samengevat een verbod om op welke wijze dan ook openbaar te maken of te verspreiden de beschuldiging dat VNV zich schuldig maakt aan onrechtmatig handelen, oplichting, afpersing, meineed, het voorliegen van de rechterlijke macht, intimidatie van journalisten, het zijn van een criminele organisatie of soortgelijke strafrechtelijke beschuldigingen. In het verlengde daarvan vordert VNV een lijst met alle namen aan wie [gedaagde] sinds 21 januari 2025 de beschuldigingen heeft verspreid en een contactverbod met (direct betrokkenen bij) VNV. Volgens VNV tast [gedaagde] met zijn onterechte beschuldigingen de goede naam en reputatie van VNV en haar bestuurders aan, waardoor zij schade lijden.
Bij de beoordeling van de vorderingen wordt vooropgesteld dat een ieder recht heeft op vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat ook meningen die een partij in een negatief daglicht plaatsen in beginsel mogen worden geuit, maar dat vormt geen vrijbrief om zich lasterlijk en/of smadelijk uit te laten. Ook aan het recht van vrije meningsuiting kunnen in dat geval grenzen worden gesteld.
Het gaat hierbij om de botsing tussen fundamentele grondrechten, te weten het recht op vrijheid van meningsuiting beschermd door artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 EVRM, tegenover het recht op bescherming van de eer en goede naam en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer beschermd in artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 EVRM. In deze staan twee maatschappelijke belangen tegenover elkaar, namelijk aan de ene kant het belang van [gedaagde] om zich in het openbaar kritisch, informerend en/of waarschuwend te kunnen uitlaten over (beweerdelijk aanwezige) misstanden en aan de andere kant het belang van VNV om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen die afbreuk doen aan haar integriteit, geloofwaardigheid, eer en goede naam. Deze fundamentele rechten zijn in beginsel gelijkwaardig aan elkaar. Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in dit concrete geval zwaarder weegt dan het andere recht, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Het oordeel dat één van beide rechten, gelet op alle relevante omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere, brengt mee dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van artikel 8 lid 2 EVRM dan wel artikel 10 lid 2 EVRM.
Bij bovengenoemde weging spelen in dit geval met name de volgende omstandigheden een rol:
de aard, inkleding en ernst van de beschuldigingen;
de mate waarin de beschuldigingen steun vinden in de beschikbare feiten;
de overige omstandigheden;
de ernst van de (te verwachten) schadelijke gevolgen voor VNV
Deze omstandigheden wegen niet alle even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht hangt af van het concrete geval.
Aard en ernst van de beschuldigingen
[gedaagde] beschuldigt VNV in e-mails aan VNV en KLM - waarbij hij diverse vakbonden zoals AVV en CNV in kopieert - van oplichting, afpersing, meervoudig onrechtmatig handelen, meineed, het zijn van een criminele organisatie en het intimideren van journalisten. Dit zijn merendeels ernstige strafbare feiten, waarbij de term ‘criminele organisatie’ weliswaar niet als zodanig in het Wetboek van Strafrecht voorkomt, maar dit de gangbare benaming is voor een samenwerkingsverband met het oogmerk om misdrijven te plegen. Deelname aan een dergelijke organisatie, waarvan [gedaagde] stelt VNV dat is, is strafbaar. [gedaagde] stelt dat zijn beschuldigingen zijn onderbouwd en bewezen. Hij presenteert deze stellig en als vaststaande feiten. Bij ernstige beschuldigingen van strafbare feiten als deze is een aanzienlijk grotere mate van zorgvuldigheid vereist dan wanneer het enkel gaat om een waardeoordeel.
Onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal
De voorzieningenrechter stelt voorop dat niet is gebleken dat sprake is van enig strafbaar handelen door VNV. Er is geen strafrechtelijke veroordeling en [gedaagde] heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een strafrechtelijke vervolging of enig voornemen daartoe. Het enkele feit dat [gedaagde] aangifte tegen VNV heeft gedaan, is daarvoor onvoldoende. De beschuldigingen vinden in zoverre onvoldoende steun in de beschikbare feiten.
Daarnaast heeft VNV er terecht op gewezen dat het haar als vakvereniging vrijstaat om collectieve onderhandelingen te voeren en collectieve overeenkomsten te sluiten. Het staat haar in dat verband tevens vrij om op te roepen tot staken. Dit is een fundamenteel sociaal grondrecht en biedt werknemers de gelegenheid hun eisen kracht bij te zetten als onderhandelingen vastlopen. De mogelijkheid om te (dreigen met) staken kan daarom niet gelijk gesteld worden met het onrechtmatig uitoefenen van druk. Bovendien is vooralsnog niet gebleken dat VNV misbruik van dat grondrecht heeft gemaakt.
[gedaagde] heeft, gelet op de gemotiveerde betwisting van VNV, evenmin aannemelijk gemaakt dat VNV geen onafhankelijk vakbond is, laat staan dat aannemelijk is dat VNV strafrechtelijk vervolgd en veroordeeld kan worden voor handelen met het oogmerk KLM op te lichten of af te persen of voor het intimideren van journalisten.
Inkleding de van de beschuldigingen
De voorzieningenrechter acht ten aanzien van de inkleding van de beschuldigingen tevens van belang dat [gedaagde] vanaf het eerste e-mailcontact met VNV zeer felle bewoordingen heeft gebruikt. Hoewel dit geoorloofd kan zijn om stellingen kracht bij te zetten, valt niet in te zien hoe dit bijdraagt aan de wens van [gedaagde] om met VNV in gesprek te komen en bijval te krijgen van KLM of andere vakbonden. [gedaagde] stelt weliswaar dat zijn uitingen binnen proporties en legitiem zijn en slechts bedoeld om VNV tot de orde te roepen, maar hij sluit zijn bericht aan KLM op 22 januari 2025 (r.o. 3.7) af met de woorden dat ‘de toekomst er een zonder VNV’ is. Mede gelet op de daaropvolgende ernstige beschuldigingen van afpersing, oplichting, liegen en misleiden, meineed en dat VNV een criminele organisatie zou zijn, waardeert de voorzieningenrechter de uitingen als excessief en meer gericht op het beschadigen van VNV dan dat op zichzelf honorabele bedoelingen op de voorgrond staan.
Overige omstandigheden
Daarnaast is van belang dat KLM van begin af aan heeft aangegeven geen prijs te stellen op de inmenging van [gedaagde] in de gesprekken tussen vakbondsbestuurders (van VNV) en KLM als werkgever. In plaats van zich te bezinnen op de legitimiteit van zijn missie, waarbij [gedaagde] zegt op te komen voor de belangen van KLM en haar werknemers, heeft [gedaagde] daarna de druk op VNV alleen maar opgevoerd met steeds verdergaande beschuldigingen tot aan het dreigen met het doen van aangifte tegen zowel VNV als alle bestuurdersleden van VNV en alle bestuursleden van VNV die in het verleden hebben gedreigd met staken (r.o. 3.19). Ook het vonnis van de kantonrechter heeft [gedaagde] niet tot inkeer gebracht. De voorzieningenrechter neemt verder in aanmerking dat [gedaagde] tot aan de sommatiebrief van VNV zich niet uitsluitend tot VNV heeft gericht, maar stelselmatig andere vakbonden en KLM in de e-mailcorrespondentie heeft meegenomen.
Belang VNV weegt zwaarder
Het is evident dat VNV door de uitlatingen van [gedaagde], die KLM en andere vakbonden hebben bereikt door hen in e-mails in te kopiëren, in haar eer en goede naam wordt geschaad en tevens in haar reputatie en onafhankelijke onderhandelingspositie als vakvereniging. Datzelfde geldt voor haar bestuurders. [gedaagde] heeft met zijn uitlatingen, waarvoor, zoals hiervoor overwogen geen objectieve rechtvaardiging bestaat, jegens VNV dus onrechtmatig gehandeld. De voorzieningenrechter is dan ook voorshands van oordeel dat [gedaagde] met het doen van deze beschuldigingen de grenzen van hetgeen toelaatbaar is, heeft overschreden. Omdat VNV van de door [gedaagde] geuite beschuldigingen schade ondervindt, dient het belang van VNV op bescherming van de eer, goede naam en (bedrijfs)reputatie zwaarder te wegen dan het belang van [gedaagde] op vrijheid van meningsuiting. Het gevorderde verbod tot het op welke wijze dan ook openbaar maken of verspreiden van de beschuldigingen of nieuwe of andere strafrechtelijke uitingen, is daarom toewijsbaar. Daar doet niet aan af dat [gedaagde] na de sommatiebrief andere partijen niet meer heeft in gekopieerd in zijn e-mails aan (de advocaten van) VNV. De voorzieningenrechter acht het, gelet op de reactie van [gedaagde] na het afwijzend kort geding vonnis van de kantonrechter, niet uitgesloten dat [gedaagde] zijn beschuldigingen weer zal intensiveren en daar derden in mee zal nemen.
Gelet op het vorenstaande en de impact van de beschuldigingen op (de bestuurders van) VNV, zal het gevorderde contactverbod ook worden toegewezen.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als in de beslissing vermeld.
Op de vraag of [gedaagde] e-mails met de beschuldigingen heeft gestuurd aan anderen dan de in de processtukken genoemde partijen/personen, heeft [gedaagde] verklaard dat dit niet het geval is. Nu VNV ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] e-mails aan anderen heeft gestuurd, zal deze vordering bij gebrek aan belang worden afgewezen.
Proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VNV worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,02
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.766,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.843,02
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter
verbiedt [gedaagde] per direct op welke wijze dan ook openbaar te (doen) maken of te (doen) verspreiden de beschuldiging dat VNV zich schuldig maakt aan oplichting, afpersing, onrechtmatig handelen, meineed, het voorliegen van de rechterlijke macht, het zijn van een criminele organisatie en intimidatie van journalisten, dan wel (nieuwe of andere) strafrechtelijke uitingen op wat voor wijze dan ook openbaar te (doen) maken of te (doen) verspreiden die hieraan soortgelijk zijn,
verbiedt [gedaagde] gedurende 2 (twee) jaar op welke wijze dan ook direct of indirect in persoon, via internet, telefoon of op enige andere wijze in contact te treden met VNV dan wel direct bij VNV betrokkenen, zoals (oud) bestuurders of medewerkers. Eventuele correspondentie over lopende (gerechtelijke) procedures dient uitsluitend te verlopen via de op dat moment betrokken gemachtigden/advocaten van VNV,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een dwangsom van € 5.000,00 (vijfduizend euro) voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 6.1 en 6.2 bedoelde ge- en/of verboden tot een maximum van € 100.000,00 zal zijn bereikt,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.843,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.
1621