ECLI:NL:RBNHO:2026:6675

ECLI:NL:RBNHO:2026:6675

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer HAA 25/2141
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Het college heeft aannemelijk gemaakt dat de realisatie van bedrijfsunits niet kon worden uitgevoerd, omdat de eigenaar daarvoor geen toestemming gaf. Ook bestond er geen mogelijkheid om dit tegen de wens van de eigenaar in te doen, gelet op de koopovereenkomst. Eiseres was dus geen belanghebbende. Daarom was haar verzoek om een omgevingsvergunning geen aanvraag om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college eiseres terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt en het verzoek daarom terecht niet in behandeling heeft genomen.

Uitspraak

[B.V. 1] ., uit [plaats 1] , eiseres

(gemachtigde: mr. H.P. Wiersema),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, het college

(gemachtigde: mr. I. van der Poel).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de buitenbehandelingstelling van het verzoek om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsunits. In deze uitspraak staat de vraag centraal of eiseres belanghebbende is bij de beslissing op het verzoek. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college eiseres terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt en het verzoek daarom terecht niet in behandeling heeft genomen.

Inleiding

1. Eiseres heeft op 22 oktober 2021 een overeenkomst gesloten met [B.V. 2] (eigenaar) voor de koop van de percelen aan [adres 1] , [adres 2] , [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] in [plaats 2] . Deze koopovereenkomst is met een allonge op 1 april 2022 gewijzigd (hierna samen: de koopovereenkomst) en op 23 juni 2025 ingeschreven in het Kadaster. De percelen zijn tot op het moment van deze uitspraak niet aan eiseres geleverd.

Op 12 december 2024 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor nieuwbouw bedrijfsunits op de percelen. Op 20 december 2024 en op 28 februari 2025 heeft het college eiseres verzocht om aanvullende gegevens te verstrekken. Daarbij heeft het college onder meer gevraagd om schriftelijke toestemming van de eigenaar van de percelen voor de bouwplannen van eiseres. Eiseres heeft in dat verband de (deels gelakte) koopovereenkomst overgelegd. Een verklaring van de eigenaar was wat haar betreft niet nodig. Het college heeft vervolgens de eigenaar gevraagd om een verklaring. Die verklaring is op 30 april 2025 verstrekt.

Op 25 april 2025 heeft eiseres een beroep wegens niet tijdig beslissen op haar verzoek ingediend bij de rechtbank.

Op 12 mei 2025 heeft het college het verzoek buiten behandeling gesteld. In de eerste plaats omdat eiseres onvoldoende gegevens had verstrekt en in de tweede plaats omdat eiseres geen belanghebbende is. Eiseres heeft in het kader van de al lopende beroepsprocedure aangegeven het oneens te zijn met dit besluit. Ook heeft zij een bezwaarschrift ingediend bij het college. Dat heeft geleid tot een besluit van 11 juli 2025 waarbij het college het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het punt van het verstrekken van onvoldoende gegevens is komen te vervallen, maar de buitenbehandelingstelling was volgens het college wel terecht omdat eiseres geen belanghebbende is bij haar verzoek. Ook tegen dat besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De zitting vond plaats op 16 april 2026. Hieraan hebben deelgenomen namens eiseres: haar gemachtigde en [naam 1] . Namens het college hebben zijn gemachtigde, [naam 2] en A. [naam 3] deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Beroep van rechtswege

2. Bij het besluit van 12 mei 2025 heeft het college het verzoek van eiseres buiten behandeling gesteld. Dit besluit is door het college doorgestuurd naar de rechtbank in verband met het al lopende beroep van 25 april 2025 wegens niet tijdig beslissen. Eiseres heeft bij de rechtbank aangegeven zich niet te kunnen vinden in het besluit. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het beroep van eiseres gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit geacht mede gericht te zijn tegen het alsnog genomen besluit van 12 mei 2025. Daarom stond tegen dit besluit geen bezwaar open. Het college had over het bezwaar geen besluit mogen nemen. Dat is in strijd met artikel 6:20 van de Awb. Het besluit op het bezwaar van 11 juli 2025 is daarom onbevoegd genomen. De rechtbank zal dit besluit vernietigen. Wel zal de rechtbank het ingediende bezwaar en beroep betrekken bij de beoordeling van het beroep tegen het besluit van 12 mei 2025.

Buitenbehandelingstelling verzoek om een omgevingsvergunning

3. Eiseres voert aan dat zij belanghebbende is bij haar verzoek om een omgevingsvergunning. Zij was (en is) weliswaar nog geen eigenaar van de percelen waarop haar verzoek betrekking heeft, maar zij heeft een koopovereenkomst gesloten waaruit blijkt dat zij de beschikking gaat krijgen over de percelen. Uit de rechtspraak volgt dat dit voldoende is om als belanghebbende te worden aangemerkt. Uit de verstrekte koopovereenkomst blijkt bovendien dat die onvoorwaardelijk strekt tot levering van de percelen. De koopovereenkomst bevat ook geen bepalingen waaruit volgt dat de percelen alleen mogen worden gebruikt voor de realisatie van woningen (in plaats van bedrijfsunits). Navraag bij de eigenaar was daarom niet nodig. Daarnaast is de ontvangen verklaring van de eigenaar slechts een opvatting over de uitleg van de koopovereenkomst. Dat kan niet als basis dienen voor de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is bij een aanvraag. Bovendien geldt dat zelfs als de eigenaar de toestemming voor realisatie van bedrijfsunits onthoudt, uit de koopovereenkomst zelf al volgt dat de activiteit tegen haar wens in kan worden verwezenlijkt. De aanvraag is ten onrechte buiten behandeling gesteld.

De rechtbank stelt voorop dat het besluit van 12 mei 2025 tot buitenbehandelingstelling van het verzoek centraal staat in deze uitspraak. Daarbij gaat het alleen nog over de vraag of eiseres belanghebbende bij het verzoek is. De buitenbehandelingstelling vanwege het verstrekken van onvoldoende gegevens, is door het college ingetrokken. Op de zitting heeft de rechtbank met partijen het belang van een uitspraak in deze zaak besproken. Er zijn veel ontwikkelingen geweest sinds de buitenbehandelingstelling en daarom liggen de feiten nu anders dan ten tijde van die buitenbehandelingstelling op 12 mei 2025. Eiseres heeft aangegeven dat zij desondanks een uitspraak wenst over de buitenbehandelingstelling op 12 mei 2025, onder meer omdat dit besluit volgens haar tot schade heeft geleid. Aangezien eiseres dit tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt, heeft zij in ieder geval om die reden nog procesbelang.

De vraag die de rechtbank in deze uitspraak dus moet beantwoorden, is of het college eiseres op 12 mei 2025 terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt bij haar verzoek. De rechtbank vindt dat dit zo is. Iemand die een verzoek om omgevingsvergunning indient bij het college, is in beginsel belanghebbende bij een beslissing op dat verzoek. Dit kan anders zijn als het verzoek betrekking heeft op gronden die eigendom van een ander zijn of waarop een ander zakelijke rechten heeft. De verzoeker is geen belanghebbende als (a) aannemelijk is gemaakt dat de voorgenomen activiteit niet kan worden uitgevoerd, omdat de rechthebbende daarvoor geen toestemming wil geven en (b) er geen mogelijkheid bestaat om de activiteit uit te voeren tegen de wens van de rechthebbende in (bijvoorbeeld via onteigening of het opleggen van een gedoogplicht).

Eiseres was geen eigenaar van de percelen op het moment dat zij de omgevingsvergunning aanvroeg (en op het moment van de buitenbehandelingstelling). Het college heeft daarnaast aannemelijk gemaakt dat de realisatie van bedrijfsunits niet kon worden uitgevoerd, omdat de eigenaar van de percelen daarvoor geen toestemming wilde geven en dit niet tegen haar wens in kon worden uitgevoerd. Eiseres heeft weliswaar een koopovereenkomst aan het college verstrekt, maar die heeft het college op zichzelf onvoldoende mogen vinden. Uit de rechtspraak waarnaar eiseres verwijst kan niet worden opgemaakt dat de aanwezigheid van een koopovereenkomst iemand automatisch belanghebbende maakt. Zoals eiseres zelf ook zegt, moet wel kunnen worden vastgesteld welke afspraken er zijn gemaakt en in hoeverre die van invloed zijn op de vraag of het aannemelijk is dat het bouwplan waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd, kan worden verwezenlijkt. In dit geval beschikte het college over een koopovereenkomst uit 2021 (en allonge uit 2022), waarin delen waren gelakt, waaronder de ‘overwegingen’ en de bepaling over de levering. Voor het college was daarom niet vast te stellen wanneer er werd geleverd en of, en zo ja, onder welke voorwaarden. Ook was niet vast te stellen of, en zo ja, wat er was bepaald over de aanwending van de percelen na levering en hoe de eigenaar tegen het voorgenomen plan van realisatie van bedrijfsunits aankeek. Op basis van de koopovereenkomst zelf kon dan ook niet worden vastgesteld dat bedrijfsunits sowieso mochten worden gebouwd, ook als dit tegen de wens van de eigenaar inging.

Het was dus nodig om te bezien of de eigenaar toestemming gaf. Aangezien eiseres die verklaring niet verstrekte, heeft het college de eigenaar hierover benaderd. Uit de reactie van de eigenaar van 30 april 2025 bleek niet dat zij toestemming gaf voor de realisatie van bedrijfsunits. Volgens de eigenaar was het de bedoeling om woningen op de percelen te realiseren. Van toestemming van de eigenaar voor realisatie van bedrijfsunits op de percelen was op dat moment dus geen sprake.

Dat betekent dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de realisatie van bedrijfsunits niet kon worden uitgevoerd, omdat de eigenaar daarvoor geen toestemming gaf. Ook bestond er geen mogelijkheid om dit tegen de wens van de eigenaar in te doen, gelet op de koopovereenkomst. Dat onteigening of een gedoogplicht hier niet speelt, staat tussen partijen niet ter discussie. Eiseres was dus geen belanghebbende. Daarom was haar verzoek om een omgevingsvergunning geen aanvraag om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Het college heeft het verzoek terecht niet als een aanvraag om een omgevingsvergunning in behandeling genomen.

Misbruik van bevoegdheid

4. Eiseres voert aan dat het college misbruik van bevoegdheid maakt door het verzoek buiten behandeling te stellen. Het college wenst feitelijk geen medewerking te verlenen aan de bouw van bedrijfsunits. Het omgevingsplan staat gebruik voor bedrijfsunits echter toe. Er zijn dus geen inhoudelijke weigeringsgronden, maar desondanks en evident in strijd met het recht stelt het college het verzoek buiten behandeling omdat eiseres geen belanghebbende zou zijn.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank begrijpt dat eiseres veronderstelt dat het college feitelijk geen medewerking wenst te verlenen aan de bouw van bedrijfsunits. Uit het dossier blijkt immers dat de gemeente geen bedrijfsunits maar woningen voor ogen heeft. Dit alleen is echter onvoldoende voor de conclusie dat het college met dit doel het verzoek buiten behandeling heeft gesteld en op die manier misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt. Het verzoek is buiten behandeling gesteld omdat iemand anders de eigenaar van de percelen was en aannemelijk was dat de bouwplannen van eiseres niet konden worden uitgevoerd omdat de eigenaar daarvoor geen toestemming gaf en er geen mogelijkheid bestond om dit tegen de wens van de eigenaar in te doen. Die conclusie is niet evident in strijd met het recht, zoals blijkt uit de hierboven staande overwegingen. Op basis van de toen bekende gegevens mocht het college die beslissing nemen. De rechtbank is niet gebleken dat het college zijn bevoegdheid tot buitenbehandelingstelling heeft gebruikt, omdat het woningen wenst te realiseren op de percelen.

Beroep niet tijdig

5. De rechtbank stelt tot slot vast dat eiseres geen belang meer heeft bij een beoordeling van het beroep wegens niet tijdig beslissen op haar verzoek om een omgevingsvergunning. Er is op 12 mei 2025 een besluit op haar verzoek genomen. Daarnaast is er geen belang gelegen in het verkrijgen van een bestuurlijke dwangsom in de zin van artikel 4:17 van de Awb, omdat dit slechts aan de orde kan zijn als te laat een beschikking op een aanvraag van een belanghebbende wordt genomen. Daarvan is hier geen sprake. Het beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen is daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

6. Omdat het college onbevoegd op het bezwaar van eiseres heeft beslist, vernietigt de rechtbank het besluit van 11 juli 2025. Het beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het verzoek van eiseres, is niet-ontvankelijk. Het beroep voor zover dat is gericht tegen het alsnog genomen besluit van 12 mei 2025 is ongegrond. Dat betekent dat het verzoek om een omgevingsvergunning terecht buiten behandeling is gesteld. Eiseres krijgt dus ongelijk.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. N.G. Dankerlui, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand