RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/378806 / JU RK 26-899
Datum uitspraak: 5 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd in Haarlem,
over
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
2. De feiten
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 3] zijn erkend door de vader.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
De kinderen wonen bij de moeder.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in een gezinsgerichte voorziening, te weten een gezinshuis, te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De Raad heeft een ernstig vermoeden dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er zijn al langere tijd zorgen over de kinderen. Er zijn eerdere Veilig Thuis meldingen bekend, onder andere vanwege signalen dat de moeder veel alcohol zou gebruiken in het bijzijn van de kinderen waarna zij de kinderen ’s nachts op straat zou hebben gezet. School geeft aan dat de kinderen verwaarloosd en met te weinig eten op school aankomen. De kinderen hebben eerder dit jaar een periode bij de vader verbleven, waarna school een verbetering zag. Afgelopen donderdagavond is de politie bij de moeder aan de deur geweest, opnieuw naar aanleiding van een Veilig Thuis melding. Ter plaatse trof de politie een ernstig vervuilde woning aan. De kinderen waren bang en gaven aan niet naar de moeder te willen. De moeder zou de kinderen bedreigen met de dood. Een van de jongens gaf aan door de moeder geslagen te zijn. De politie heeft zelf waargenomen dat de moeder een beweging met haar vinger langs haar keel maakte naar een van de kinderen toe. De moeder heeft in het bijzijn van de politie en de kinderen gedreigd met zelfmoord als de kinderen uit huis geplaatst zouden worden.
De kinderen zijn vervolgens naar de vader gegaan. De vader heeft aangegeven dat de kinderen daar welkom zijn in het weekend, maar dat het hem niet lukt om ze doordeweeks op te vangen. Gelet op het voorgaande zal de komende periode gebruikt moeten worden om zicht te krijgen op de thuissituatie bij de moeder en op de opvoedvaardigheden van de moeder. Vooralsnog heeft de moeder niet mee willen werken met de hulpverlening. Dit betekent dat de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie nu niet gewaarborgd is en dat ze met spoed uithuisgeplaatst moeten worden. Ze kunnen zondagavond alle drie terecht bij een gezinshuis in de buurt van de vader. De komende periode zal duidelijk moeten worden of de kinderen terug kunnen naar de moeder en/of welke opvoedrol de vader zou kunnen vervullen.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] uit huis worden geplaatst.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De Raad, [de minderjarige 2] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de zitting van 19 juni 2026. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
stelt:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 5 juni 2026 tot 5 september 2026;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
in een gezinsgerichte voorziening, te weten een gezinshuis, met ingang van 5 juni 2026 tot 3 juli 2026;
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de Raad, de GI en de moeder op voor de zitting van mr. B.M.A. Bataille op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank De Appelaar aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem. Roept de vader op als informant voor deze zitting;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld op 8 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.