RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/378842 / JU RK 26-902
Datum uitspraak: 9 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen de GI.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de Raad op 9 juni 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 9 juni 2026.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] woont bij de ouders.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van 3 maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. In het gezin van [de minderjarige] bestaan ernstige vermoedens van intieme terreur, mogelijk risico femicide en mogelijk wordt de moeder door de vader ook gebruikt als slaaf. De moeder heeft zich eerder in 2023 en nu weer in 2026 naar buiten toe (o.a. bij de politie) uitgesproken over de situatie thuis: de vader is agressief, o.a. naar [de minderjarige] en [de minderjarige] is getuige van huiselijk geweld tussen de ouders. De vader bedreigt de moeder met de dood wanneer zij met anderen gaat praten over de thuissituatie. [de minderjarige] wordt klein gehouden, krijgt bijvoorbeeld geen vast voedsel. Ze is onder controle van een kinderarts en een logopedist, maar krijgt niet de zorg die zij nodig heeft voor een gezonde ontwikkeling in groei en spraak. Moeder is angstig en kan [de minderjarige] geen veiligheid bieden. De moeder is vanochtend uitgenodigd op het gemeentehuis, zogenaamd in het kader van de inburgering, zodat de Raad haar kan ophalen. Haar telefoon is daar ingenomen en in een zak gedaan, om zo de open verbinding die de moeder steeds moet hebben met de vader te verbreken. De moeder is voorgehouden dat ze naar een Blijfhuis kan gaan met [de minderjarige] , maar ze is weggegaan bij het gemeentehuis. De verwachting is dat de situatie hierdoor zal escaleren. De politie en Veilig Thuis zijn bij het kinderdagverblijf van [de minderjarige] om haar op te halen en naar een crisisplek te brengen. Veilig Thuis zal zich verder gaan bezighouden met de situatie van de moeder. Gelet op de ontwikkelingen van vandaag is de situatie acuut.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] , voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 9 juni 2026 tot 9 september 2026;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 9 juni 2026 tot 7 juli 2026;
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nog nader te bepalen zitting;
bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, de moeder en de vader tijdig zal oproepen voor die zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door
mr. E.G. van Roest, kinderrechter, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier, en op schrift gesteld op 9 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.