RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11330491 \ CV EXPL 24-6910
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser], wonende te [plaats 1]
2. [eiser], wonende te [plaats 2]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
easyJet Airline Company Limited
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder heeft primair aangevoerd dat de passagiers niet-ontvankelijk verklaard moet worden. De kantonrechter oordeelt dat de passagiers wel ontvankelijk zijn. De vervoerder heeft subsidiair aangevoerd dat de annulering het gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk slotrestricties en het overschrijden van het nachtregime op luchthaven Schiphol. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen aan de passagiers.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 juli 2024 vervoeren van Venetië (Italië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U24071 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt op een alternatieve vlucht. Zij zijn met een vertraging van 72 uur en 11 minuten aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze kon ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder voert primair tot verweer dat de passagiers niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verkeerde rechtspersoon is gedagvaard. Uit de boekingsbewijzen blijkt dat de vlucht is uitgevoerd door EJU4071. EJU staat voor easyJet Europe Airline Company. In deze procedure wordt echter easyJet Airline Company Limited gedagvaard. De passagiers hadden zich tot de juiste entiteit moeten wenden, namelijk easyJet Europe Airline GmbH.
De passagiers betwisten dit en stellen onder meer dat de vervoerder aanvoert dat vluchtcodes met EJU worden uitgevoerd door een bepaalde entiteit, maar onderbouwd dit niet met interne stukken. De vlucht in kwestie is uitgevoerd door een EZY nummer, wat blijkt uit ‘Flight era’ en het verweer van de vervoerder. EZY vluchten worden uitgvoerd door Easyjet Airline Company Limited, dus door de vervoerder. Als het vluchtnummer aangeeft welke entiteit de vlucht heeft uitgevoerd dient de vervoerder dit in haar verweer zo te behandelen. Uit de boekingsbewijzen blijkt enkel dat de passagiers met EasyJet vliegen en niet met welke entiteit. Het kan van de gemiddelde consument of derden niet verwachten worden dat zij op basis van het vluchtnummer weten welke entiteit de vlucht heeft uitgevoerd. Bovendien is aan passagiers aangegeven dat dat te Kingsfordweg 151 voor alle EasyJet entiteiten kan worden gedagvaard.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit de enkele omstandigheid dat de boekingsbewijzen een EJU nummer vermelden niet worden afgeleid dat de passagiers de verkeerde partij hebben gedagvaard. De kantonrechter verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van een rotatievlucht. Venetië-Corfu-Venetië-Amsterdam (vluchtnummers EZY4035-EZY4036-EZY4071). Alle vluchten, tot aan de vlucht in kwestie, liepen door besluiten van de luchtverkeersleiding vertragingen op, hetgeen blijkt uit de overgelegde stukken. Deze vertragingen werkten door op de vlucht in kwestie. Dit leidde ertoe dat de vlucht niet meer uitgevoerd kon worden. De vertragingen zijn veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. Deze slottijden zijn aan een specifiek vliegtuig op een specifieke dag opgelegd. De reden voor het opleggen van een besluit is niet relevant. De vervoerder heeft niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken.
De passagiers betwisten dit. De vertragingen van de voorgaande vluchten zijn doorgewerkt op de vlucht in kwestie. Deze vertragingen zijn waarschijnlijk ontstaan doordat de vervoerder zelf de gevraagde vertrektijd (EOBT) heeft aangepast. Vlucht EZY4036 had bijvoorbeeld een EOBT van 16:00 uur UTC, terwijl de vlucht gepland stond om om 14:40 uur UTC te vertrekken. De vervoerder heeft dus een latere EOBT doorgegeven, waardoor de vlucht vertraagd is vertrokken. De vertraging is daarom te wijten aan de vervoerder. Het is de passagiers ook niet duidelijk waarom de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden. Er is namelijk geen avondklok op de luchthaven Schiphol. Dat staat op de website van Eurocontrol. Daarnaast kan vervoerder gebruik maken van nachtslots. Deze zijn alleen duurder dan de normale slots. Indien wordt aangenomen dat er wel een avondklok is op Schiphol dient dit aangemerkt te worden als inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. Vooral omdat vervoerder regelmatig vluchten dicht op het ingaan van de avondklok inplant en geen nachtslots heeft aangevraagd om eventuele (korte) vertragingen of annuleringen te voorkomen. Daarnaast hebben de passagiers een overzicht overgelegd van vluchten die later konden landen op luchthaven Schiphol. Het was dus wel mogelijk om na het ingaan van de avondklok te landen op de luchthaven, aldus de passagiers.
De vervoerder voert verweer hiertegen. De luchtverkeersleiding heeft slotrestricties opgelegd aan de vluchten, waardoor de vervoerder de EOBT heeft moeten aanpassen en niet andersom zoals passagiers stellen. Daarnaast is er wel sprake van een avondklok op luchthaven Schiphol. Vluchten die na 21:00 UTC willen landen op Schiphol moeten een slotaanvraag hebben ingediend met een geldige reden. De vervoerder had geen nachtslot. Als de vlucht wel werd uitgevoerd, dan had de vervoerder een boete opgelegd gekregen. De passagiers stellen onterecht dat er wel geland mag worden na het ingaan van de avondklok.
De kantonrechter oordeelt dat het verweer van de vervoerder niet slaagt. De vervoerder heeft aangetoond dat de vluchten in de rotatie slotrestricties opgelegd kregen, waardoor de vlucht in kwestie na het ingaan van het nachtregime op luchthaven Schiphol zou aankomen. Echter heeft hij onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. De vervoerder heeft niet voldoende uiteengezet waarom hij niet over een nachtslot beschikte, wat gelet op het betoog van de passagiers wel op zijn weg had gelegen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de annulering. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren en alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2024, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 174,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 43,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter