RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11589975 \ CV EXPL 25-1639
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Nooij (Russell advocaten)
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, namelijk slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 22 september 2023 vervoeren van Vrazhdebna Airport, Sofia (Bulgarije), via Frankfurt International Airport (Duitsland), naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtnummers LH1431 en LH1002.
De vervoerder heeft vlucht LH1002 geannuleerd.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- en de nakosten.
De passagier baseert zijn/haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan dat er sprake is van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden. Uit de METAR en TAF rapporten bleek dat tussen 18:00 uur UTC en 22:00 uur UTC regenbuiten en cumulonimbuswolken werden voorspeld in Frankfurt. Cumulonimbus in combinatie met onweersbuien vormen een extreem veiligheidsrisico voor het luchtverkeer. Gezien de slechte weersomstandigheden tijdens de geplande vertrektijd van de vlucht was het noodzakelijk om de vlucht te annuleren. De weersomstandigheden liggen geheel buiten de invloedssfeer van de vervoerder en dit moet daarom aangemerkt worden als een buitengewone omstandigheid, aldus de vervoerder.
De passagier betwist de slechte weersomstandigheden niet. De passagier stelt dat het toestel dat de vlucht in kwestie zou uitvoeren rondom hetzelfde tijdstip vlucht LH832 van Frankfurt naar Kopenhagen heeft uitgevoerd. De vervoerder heeft geen toelichting gegeven hierop. Het toestel stond dus op twee vluchten ingedeeld, waardoor de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden. Er is daarom geen causaal verband tussen de gestelde omstandigheden en de annulering van de vlucht. Een fout in de planning is inherent aan de normale uitoefening van de activiteit van de vervoerder. Er is geen sprake van een buitengewone omstandigheid, aldus de passagier.
De vervoerder voert hiertegen aan dat het toestel dat bestemd was om de vlucht in kwestie uit te voeren na de annulering is ingezet voor vlucht LH832. Het feit dat de vlucht in kwestie de route Frankfurt-Amsterdam niet kon uitvoeren betekent niet dat het toestel niet bruikbaar is om andere vluchten uit te voeren. De vervoerder heeft een schermafbeelding van het ‘Elogbook’ overgelegd, waar dit uit blijkt. Uit de overgelegde stukken blijkt duidelijk dat de annulering is veroorzaakt door de slechte weersomstandigheden en niet een planningsfout.
Niet in geschil is dat er sprake is van slechte weersomstandigheden, waardoor dit vast is komen te staan. De passagier stelt dat er sprake was van een planningsfout en dat de vlucht daarom werd geannuleerd. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond met stukken dat de vlucht in kwestie is geannuleerd door de slechte weersomstandigheden en niet door een planningsfout. Uit het ‘Elogbook’ blijkt ook dat het toestel na de annulering werd ingezet om een andere vlucht uit te voeren. Het betoog van de vervoerder slaagt.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de buitengewone omstandigheden te voorkomen. De vervoerder kon geen invloed uitoefenen op de onderhavige omstandigheden. De vervoerder heeft de passagier omgeboekt naar de eerstvolgende alternatieve vlucht naar de eindbestemming. De vervoerder maakt gebruik van een automatisch omboekingssysteem die de passagier omboekt naar een alternatieve vlucht. De beschikbaarheid kan zeer veranderlijk zijn en de vervoerder kan slechts vaststellen dat de omboeking op het moment van het maken van deze omboeking de eerste mogelijkheid betrof. Als een eerdere betere optie beschikbaar was geweest, dan was dat naar voren gekomen. De passagier is binnen een dag op de eindbestemming aangekomen. Niet valt in te zien welke andere maatregelen de vervoerder had kunnen nemen.
De passagier betwist dat er een redelijk alternatieve vlucht is aangeboden aan hem. De passagier is 20 uur en 20 minuten later aangekomen op de eindbestemming door een vlucht die is uitgevoerd door de vervoerder zelf. De bewijslast ligt bij de vervoerder om aan te tonen dat de passagier is omgeboekt op een vervangende vlucht die hem bij eerste gelegenheid naar de eindbestemming zal vervoeren. De passagier legt een overzicht over van andere vluchten die hem sneller naar de eindbestemming had kunnen vervoeren. Het is de verantwoordelijkheid van de vervoerder om bij andere luchtvaartmaatschappijen na te gaan of zij snellere alternatieve met beschikbare plaatsen hadden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In het onderhavige geval is de passagier met 20 uur en 20 minuten vertraging (en dus minder dan 24 uur) op de eindbestemming aangekomen. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder, door de passagier om te boeken naar de eerstvolgende door hemzelf uitgevoerde vlucht, geen redelijk alternatief heeft geboden. Bovendien heeft de passagier nagelaten om te bewijzen dat er nog een plaatsen beschikbaar waren op de door hem genoemde vluchten. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt daarom afgewezen.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter