ECLI:NL:RBNHO:2026:6881

ECLI:NL:RBNHO:2026:6881

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 8981874
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Luchtvaart; Vertraging. Buitengewone omstandigheden, namelijk een vertraagde ‘push back’ klaring. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8981874 \ CV EXPL 21-402

Uitspraakdatum: 15 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te [plaats 1]

3. [eiser 3],

4. [eiser 4],

beiden wonende te [plaats 2]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

buitenlandse vennootschap

FZE Free Zone Establishment (Verenigde Arabische Emiraten) Emirates

gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een vertraagde ‘push back’ klaring. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 16 november 2018 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Dubai Airport (Verenigde Arabische Emiraten), naar Zia International Airport, Kurmitola (Bangladesh), met vluchtnummers EK148 en EK582.

De vervoerder heeft vlucht EK148 van Amsterdam naar Dubai (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. Hierdoor hebben de passagiers de overstap gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht en met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 363,00 dan wel € 435,60, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 7 januari 2019 dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

De vervoerder voert aan dat voor vertrek van de vlucht in kwestie een technisch mankement was geconstateerd aan het toestel. Het toestel stond daardoor met een vertraging van 35 minuten gereed voor vertrek. De vervoerder doet voor dit deel geen beroep op buitengewone omstandigheden. De passagiers zouden namelijk met een vertraging van 35 minuten de overstap wel gehaald hebben.

Het toestel stond om 15:05 uur (lokale tijd) klaar voor vertrek, maar kreeg pas om 15:42 uur (lokale tijd) de vereiste ‘push back’ klaring. Hierdoor is de vertraging opgelopen met 37 minuten. De vlucht is uiteindelijk met 1 uur en 12 minuten vertraging vertrokken en met 1 uur en 10 minuten vertraging aangekomen in Dubai. De minimale overstaptijd in Dubai is 60 minuten en de passagiers hadden een overstaptijd van 1 uur en 35 minuten. Dat betekent dat zonder de vertraging vanwege de buitengewone omstandigheden de passagiers de overstap gehaald zouden hebben. De vertraagde ‘push back’ klaring dient aangemerkt te worden als een buitengewone omstandigheid, omdat een toestel niet mag vertrekken zonder toestemming van de luchtverkeersleiding. De vervoerder kan hier geen invloed op uitoefenen. Hij dient zich te houden aan de instructies van de luchtverkeersleiding en mag hier niet van afwijken, aldus de vervoerder.

De passagiers betwisten dit. De vervoerder heeft geen slotberichten dan wel een verklaring van de luchtverkeersleiding overgelegd, waaruit blijkt dat hij niet mocht vertrekken. De stelling van de vervoerder hierover valt daarom niet te toetsen. De beschrijving van de vertraging in het vluchtrapport staat gelijk aan vertragingscode 81 en dat betekent dat aan de vlucht een latere slottijd (CTOT) is opgelegd. De vervoerder heeft geen slotberichten overgelegd en ook niet gesteld welke vertrektijd (EOBT) is aangegeven bij de luchtverkeersleiding. De vervoerder stelt ook niet met welke taxitijd er rekening is gehouden. De gestelde vertraging is op geen enkele wijze onderbouwd. De enkele verwijzing naar het vluchtrapport is niet voldoende. Daarnaast voert de vervoerder aan dat het technisch mankement niet causaal is geweest voor het missen van de aansluitende vlucht, maar dit betwisten de passagiers. Wanneer een vlucht als gevolg van een technisch mankement een later vertrekmoment opgeeft en niet meteen op dat moment mag vertrekken, dan levert dat geen buitengewone omstandigheid op. Door het niet overleggen van de slotberichten kan niet getoetst worden welke EOBT is doorgegeven, of de EOBT is gewijzigd en wanneer de CTOT is toegekend. Er bestaat daarom een rechtstreekse causaal verband tussen het technisch mankement en de volledige vertraging. Zonder het technische mankement had de luchtverkeersleiding niet een vertraagde ‘push back’ klaring afgegeven. Het aanvragen van een latere EOBT vanwege een niet buitengewone omstandigheid waardoor een latere CTOT wordt toegekend kan niet aangemerkt worden als een buitengewone omstandigheid, aldus de passagiers.

De vervoerder heeft hier het volgende tegen in gebracht. De vervoerder registreert vertragingen niet aan de hand van IATA delay codes, maar gebruikt hiervoor zijn eigen systeem. De vervoerder heeft niet aangevoerd dat hij een CTOT opgelegd heeft gekregen en deze stellingen door de passagiers zijn onjuist. Een toestel heeft geen CTOT nodig om de vlucht uit te kunnen voeren. Een CTOT wordt slechts opgelegd wanneer er beperkt luchtverkeer mogelijk is en het luchtverkeer daarom gereguleerd moet worden. De stelling van de passagiers dat een toestel een latere CTOT opgelegd krijgt wanneer het later klaar staat voor vertrek is nergens op gebaseerd en onjuist. Wanneer de vervoerder klaar staat voor vertrek dan geeft hij dat aan bij de luchtverkeersleiding en onder normale omstandigheden mag de vervoerder op het moment van de EOBT vertrekken. Dit heeft niets te maken met een CTOT. Klaringen worden via de radio verstrekt, daarom is hier geen schriftelijk bewijs van. De twee oorzaken staan los elkaar. Nu vast staat dat de vertraging deels het gevolg is van beslissingen van de luchtverkeersleiding, staat dus vast dat dit deel door buitengewone omstandigheden is veroorzaakt, aldus de vervoerder.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder heeft voldoende toegelicht en aangetoond dat de vlucht in kwestie vertraagd werd uitgevoerd door besluiten van de luchtverkeersleiding. Wanneer de luchtverkeersleiding de vereiste toestemming niet afgeeft op het geplande moment van vertrek, heeft een vlucht niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. Nu vertraging van de vlucht deels door buitengewone omstandigheden en deels door andere omstandigheden is veroorzaakt, dient te worden vastgesteld of de passagier zijn aansluitende vlucht zou hebben gehaald zonder de buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagier met een vertraging van 1 uur en 10 minuten om 01:17 uur (lokale tijd) zijn aangekomen in Dubai. Zonder de buitengewone omstandigheden van 37 minuten zou de vlucht in kwestie dus om 00:40 uur (met een vertraging van 35 minuten) in Dubai zijn gearriveerd en hadden de passagiers de overstap gehaald. Het betoog van de vervoerder slaagt.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om deze buitengewone omstandigheden te voorkomen. De vervoerder stelt dat hij de omstandigheden niet kon voorkomen, maar de passagiers hebben omgeboekt op de snelst mogelijke alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Het betoog van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. Dit betekent dat de vordering van de passagiers zal worden afgewezen.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 218,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Kleij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand