RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11521117 \ CV 25-653
Uitspraakdatum: 22 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1] ,
5. [eiser 5]
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats 2]
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],
6. [eiser 6],
allen wonende te [plaats 1]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V.)
tegen
de besloten vennootschap
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een blikseminslag. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 9 augustus 2023 vervoeren van [plaats 2]-Schiphol Airport naar N. Kazantzakis Airport (Griekenland), met vlucht CD311 (hierna: de vlucht).
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 3.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 445,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- en de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder betwist dat de passagier [eiser 2] de eventuele vordering van haar minderjarige kinderen geldig aan haarzelf heeft overgedragen. Hij voert hiertoe aan dat zij geen bewijsstukken heeft overgelegd.
Dit verweer van de vervoerder slaagt niet. Voor een geldige overdracht (cessie) zijn twee vereisten: een daartoe bestemde akte en mededeling daarvan aan de schuldenaar. De passagier heeft bij het vorderingsformulier een stuk getiteld akte van cessie overgelegd. Dit stuk is door haar ondertekend. Aan het mededelingsvereiste is voldaan doordat de cessie in ieder geval in deze procedure aan de vervoerder is medegedeeld. Daarmee heeft de passagier de vordering van haar minderjarige kinderen rechtsgeldig aan haarzelf overgedragen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht voorafgaand aan de vlucht in kwestie, vlucht CD322, getroffen is door een blikseminslag. Bij aankomst heeft er een inspectie plaatsgevonden, waaruit bliksemschade is aangetroffen aan de rechtervleugel. De schade viel buiten de limieten, waardoor nader onderzoek gedaan moest worden. De vervoerder heeft een kleine vloot van drie toestellen, hierdoor kon er geen reservetoestel ingezet worden en heeft de vervoerder er voor gekozen om te wachten op de reparaties aan het toestel. Een blikseminslag is niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder en waarop de vervoerder geen invloed op kan uitoefenen.
De passagiers betwisten dit. De vervoerder heeft de omstandigheden omtrent de reparatie, zoals de aard en duur van de reparaties, niet toegelicht. Het is niet duidelijk hoe lang de reparaties hebben geduurd en op welk moment het toestel gereed stond voor vertrek. Er is te weinig bekend over de vertraging om aan te nemen dat de gehele vertraging te wijten is aan buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft ook niet het registratiekenmerk van het toestel overgelegd, waardoor niet aangetoond is dat vluchten CD311 en CD322 door hetzelfde toestel zijn uitgevoerd, aldus de passagiers.
Bij conclusie van dupliek heeft de vervoerder het een en ander opgehelderd. De vervoerder heeft per abuis gesteld dat hij heeft gewacht tot het toestel was gerepareerd om de vlucht uit te voeren. De vervoerder heeft een toestel gehuurd van Eurowings met registratiekenmerk 9H-SWI, maar die was pas de volgende dag beschikbaar. Daarnaast betwisten de passagiers zonder enige motivering dat de rotatie met hetzelfde toestel uitgevoerd zou worden. Uit producties 1 en 3 cva blijkt namelijk dat de rotatie gepland stond om door hetzelfde toestel (UR-SQQ) uitgevoerd te worden. Bij conclusie van dupliek heeft de vervoerder nog een productie in het geding gebracht waar dit uit blijkt. Ook hebben de passagiers gesteld dat de vervoerder niet heeft aangetoond welk deel van de vertraging is veroorzaakt door de blikseminslag, maar er waren geen andere vertragingsoorzaken. De totale vertraging is hierdoor veroorzaakt, aldus de vervoerder.
De kantonrechter overweegt dat een blikseminslag en daaropvolgende inspectie onder bepaalde omstandigheden gekwalificeerd kunnen worden als een buitengewone omstandigheid, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen. De vervoerder heeft met de door hem overgelegde producties voldoende aangetoond dat de rotatie door hetzelfde toestel zou worden uitgevoerd en dat het toestel aan een inspectie moest worden onderworpen ten gevolge van een blikseminslag. De vervoerder heeft echter niet onderbouwd dat het toestel vanwege de vliegveiligheid niet meer mocht vliegen. Uit het e-mailbericht volgt weliswaar dat sprake is van schade die buiten de limieten viel en dat er nader onderzoek verricht moest worden, maar niet wanneer de inspectie heeft plaatsgevonden, wanneer de reparatie/onderzoek heeft plaatsgevonden dan wel dat het toestel die dag niet meer mocht vliegen. Daarbij kan ook niet, zoals de passagiers stellen, worden beoordeeld of de inspectie zo snel mogelijk is uitgevoerd. Het had op de weg van de vervoerder gelegen, mede gelet op de betwisting van de passagiers, om dit nader te onderbouwen. Dit heeft hij nagelaten. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden slaagt daarom niet. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren en alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 3.645,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.200,00 vanaf 9 augustus 2023, en over € 445,00 vanaf 6 januari 2025, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 144,47;griffierecht € 257,00;salaris gemachtigde € 632,50;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 126,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter