RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11478649 \ CV EXPL 25-92
Uitspraakdatum: 22 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1],
6. [eiser 6],
7. [eiser 7],
8. [eiser 8],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats 1]
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],
beiden wonende te [plaats 2]
5. [eiser 5],
beiden wonende te [plaats 3]
beiden wonende te [plaats 4]
9. [eiser 9]pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor haar minderjarige kind [minderjarige], beiden wonende te [plaats 5]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Turk Havayollari A.O. Turkish Airlines
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs (LVH advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een vogelaanvaring. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- akte houdende overlegging producties aan de zijde van de passagiers;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek
- akte uitlaten producties aan de zijde van de passagiers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 15 oktober 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Istanboel New Airport (Turkije), met vluchtnummer TK1952 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 4.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 oktober 2022, althans vanaf de datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 635,25 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 8 februari 2023 dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan dat er sprake was van een buitengewone omstandigheid, namelijk een vogelaanvaring op de voorgaande vlucht, vlucht TK1951. De vlucht kon niet vertrekken vanwege een vogelaanvaring met de eerste motor van het vliegtuig. Na de vogelaanvaring heeft er een inspectie plaatsgevonden. Er was geen schade of zichtbare problemen waargenomen. Zodra de vervoerder gereed was voor vertrek is hij vertrokken. De buitengewone omstandigheid op de voorgaande vlucht werkte door op de vlucht in kwestie, aldus de vervoerder.
De passagiers betwisten dit. De vervoerder heeft haar verweer niet bewezen. Er heeft geen vogelaanvaring plaatsgevonden op de voorgaande vlucht. Deze vlucht is namelijk met 215 minuten vertraging vertrokken vanaf de gate en een vogelaanvaring vindt niet plaats aan de gate, maar tijdens de uitvoering van de vlucht. In productie 5 cva staat namelijk dat de aanvaring heeft plaatsgevonden tijdens vlucht TK095 van Jeddah naar Istanboel. Uit dezelfde productie blijkt dat het toestel met registratiekenmerk TC-LOC een vogelaanvaring heeft gehad. Echter is de vlucht in kwestie uitgevoerd door het toestel met registratiekenmerk TC-LOA. De vlucht in kwestie is dus door een ander toestel. Daarmee ontbreekt het causaal verband tussen de vogelaanvaring en de vertraging van de vlucht in kwestie. De vervoerder heeft dit ook niet bewezen door bijvoorbeeld de ‘aircraft maintenance log’ over te leggen. Er is dus niet aangetoond dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid, aldus de passagiers.
De vervoerder heeft het een en ander gerectificeerd bij conclusie van dupliek. Niet de vlucht voorafgaand de vlucht in kwestie, maar de vlucht daarvoor, vlucht TK095, kreeg te maken met een vogelaanvaring. Deze vlucht zou uitgevoerd worden door het toestel met registratienummer TC-LOC. Als gevolg van de vogelaanvaring was dat toestel niet meer inzetbaar en werd een ander toestel ingezet met registratienummer TC-LOA. Dit toestel heeft vlucht TK1951 en de vlucht in kwestie uitgevoerd. De vervoerder heeft geprobeerd om de oorspronkelijke vluchtschema te volgen, maar enige vertraging was onvermijdelijk. De vertraging is het gevolg van een buitengewone omstandigheid op vlucht TK095 die doorwerkte op de opvolgende vluchten, aldus de vervoerder.
De kantonrechter overweegt als volgt. Als onbetwist staat vast dat er een vogelaanvaring heeft plaatsgevonden op vlucht TK095 en derhalve aan een verplichte inspectie moest worden onderworpen. Het betreft hier een - als gevolg van een van buitenkomende oorzaak (vogelaanvaring) ontstaan – vliegveiligheidsprobleem als bedoeld in par. 14 van de considerans van de Verordening. Deze omstandigheid vormt dan ook een buitengewone omstandigheid die zich niet per definitie hoeft voor te doen op de vlucht in kwestie, maar ook door kan werken op de opvolgende vluchten. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij een ander toestel heeft ingezet, omdat dat toestel niet meer inzetbaar was, wat heeft geleid tot enige vertraging. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat de vogelaanvaring heeft geleidt tot de vertraging van de vlucht in kwestie. Het betoog van de vervoerder slaagt.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft. De vervoerder heeft een nieuw toestel ingezet om de passagiers te vervoeren naar Istanboel. De kantonrechter oordeelt dat, gelet op de relatief korte vertragingsduur, de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te beperken. Niet valt in te zien wat de vervoerder nog meer had kunnen doen. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 576,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 144,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter