ECLI:NL:RBNHO:2026:6886

ECLI:NL:RBNHO:2026:6886

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer K/4102/11735734
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Luchtvaart; Vertraging. Vast staat is dat er geen buffertijd van 20 minuten bovenop de minimale connectietijd in het reisschema van de passagiers in acht is genomen. Dit betekent dat de vervoerder onvoldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. De vordering van de passagiers wordt daarom toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11735734 \ CV EXPL 25-3498

Uitspraakdatum: 13 mei 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1], wonende te [plaats 1]

2. [eiser 2],

3. [eiser 3],

beiden wonende te [plaats 2]

4. [eiser 4]wonende te [plaats 3]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V.)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Turk Havayollari A.O. (Turkish Airlines)

gevestigd te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs en F.A. Alkilic (LVH advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. Vast staat is dat er geen buffertijd van 20 minuten bovenop de minimale connectietijd in het reisschema van de passagiers in acht is genomen. Dit betekent dat de vervoerder onvoldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. De vordering van de passagiers wordt daarom toegewezen.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 19 mei 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Istanboel Airport (Turkije), naar Bangkok International Airport (Thailand), met vluchtnummers TK1952 en TK58.

De vervoerder heeft vlucht TK1952 van Amsterdam naar Istanboel (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. Hierdoor hebben de passagiers de aansluitende vlucht gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht en met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 360,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- en de nakosten.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

De vervoerder voert aan dat er sprake was van buitengewone omstandigheden, namelijk het ‘deboarden’ van twee passagiers op de vlucht in kwestie en restricties van de luchtverkeersleiding. De twee passagiers waren onderdeel van een vrijwillige terugkeertraject naar hun land van herkomst, maar besloten na het boarden alsnog niet te reizen. De passagiers hebben dit niet betwist, zodat dit vast staat.

De kantonrechter overweegt echter dat, wat er ook zij van buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat de vervoerder in zijn vluchtplanning redelijkerwijs rekening moet houden met het risico op vertraging die het gevolg kan zijn van eventuele buitengewone omstandigheden. Daarbij moet in een bepaalde reservetijd worden voorzien. De kantonrechter acht een buffer van ten minste 20 minuten noodzakelijk. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij geen buffertijd in de vluchtschema heeft ingepland en zelfs als hij een buffertijd had ingepland zij de overstap niet zouden hebben gehaald. De passagiers kwamen om 16:32 uur (lokale tijd) aan. Met een ingeplande buffertijd van 20 minuten zou de aansluitende vlucht om 17:10 uur (lokale tijd) vertrekken. Dat betekent dat de passagiers slechts 38 minuten zouden hebben gehad om de overstap te halen. Nu de minimale connectietijd 60 minuten is, hadden de passagiers de overstap met de buffertijd niet gehaald. Het verweer dat de passagiers de overstap niet gehaald zouden hebben met de buffertijd volgt de kantonrechter niet. De passagiers stellen namelijk dat de aansluitende vlucht om 17:19 uur (lokale tijd) met een vertraging van 29 minuten was vertrokken. Met de extra buffertijd van 20 minuten zouden de passagiers 67 minuten overstaptijd hebben gehad. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de passagier had het op de weg van de vervoerder gelegen om hier op te reageren. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vervoerder onvoldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2760,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 19 mei 2023, en over € 360,00 vanaf 14 mei 2025, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 257,00;salaris gemachtigde € 506,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 126,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand