RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11497949 \ CV EXPL 25-354
Uitspraakdatum: 13 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de besloten vennootschap
KLM Cityhopper
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. I. Terlouw (Van Traa Advocaten N.V.)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk capaciteitsreductie als gevolg van slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 12 september 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Aiport naar Geneva-Cointrin Airport, met vlucht WA1937 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagiers is omgeboekt op een alternatieve vlucht en is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan dat er op de dag van de vlucht sprake was van slechte weersomstandigheden (cumulonimbus wolken en harde wind). Hierdoor werd de capaciteit op luchthaven Schiphol gereduceerd worden van 04:40 uur UTC (06:40 uur lokale tijd) tot 20:40 uur UTC (22:40 uur lokale tijd). De capaciteit werd gereduceerd van 74 naar 32 vliegbewegingen. Op de dag van de vlucht was de capaciteit dus aanzienlijk gereduceerd. Dit heeft alle luchtvaartmaatschappijen getroffen, maar de vervoerder in het bijzonder. Luchthaven Schiphol is namelijk de thuisbasis van de vervoerder. Schiphol is een gereguleerde luchthaven, daarom kan er niet onbeperkt van en naar de luchthaven gevlogen worden. De luchtverkeersleiding stelt per seizoen vast hoeveel vluchten er maximaal per uur veilig mogen vertrekken. Daarnaast is het niet mogelijk om tussen 23:00 uur en 06:00 uur te vliegen op luchthaven Schiphol. Wanneer er sprake is van een capaciteitsreductie is er daarom te weinig ruimte om vluchten veilig vertraagd uit te voeren. De overlast wordt zoveel mogelijk beperkt. De passagier is dezelfde avond nog naar de eindbestemming vervoerd, dit blijkt ook uit de ‘Passenger Name Record’. Er is in dit geval sprake van buitengewone omstandigheden. Dit is een externe gebeurtenis waar de vervoerder geen enkele invloed op kan uitoefenen. Bij het annuleren van een vluchten houdt de vervoerder rekening met verschillende factoren. In dit geval ging het om een korte afstandsvlucht. Deze vluchten zijn makkelijker om te annuleren, omdat er meerdere korte afstandsvluchten naar dezelfde eindbestemming vliegen op één dag en er meer mogelijkheden zijn om door middel van een combinatie van vluchten de passagiers naar de eindbestemming te vervoeren. Op basis hiervan is de vlucht in kwestie geannuleerd, aldus de vervoerder.
AirHelp betwist dit. Slechte weersomstandigheden en de daaruit voortvloeiende capaciteitsbeperkingen zijn inherent aan de normale bedrijfsactiviteiten van de vervoerder. Alleen uitzonderlijke weersomstandigheden vormen een buitengewone omstandigheid. De vervoerder heeft niet aangetoond dat daarvan sprake is. Daarnaast heeft de vervoerder niet inzichtelijk gemaakt waarom de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden en niet een andere vlucht.
De kantonrechter overweegt als volgt. In het geval van een capaciteitsreductie is het niet aan de kantonrechter om aan de hand van de overgelegde weergegevens te beoordelen of de luchtverkeersleiding de juiste beslissing heeft genomen door de capaciteit van de luchthaven naar beneden bij te stellen. Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de luchtvaartmaatschappij aantoont dat hij, gelet op de duur en mate van de restricties geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Dat bij de beslissing tot het annuleren van specifieke vluchten een operationeel aspect dan wel keuze speelt, zoals AirHelp stelt, betekent naar het oordeel van de kantonrechter niet automatisch dat het annuleren van vluchten als gevolg van een capaciteitsreductie inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij. De vervoerder heeft met de door hem overgelegde stukken en toelichting echter voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat en in welke mate de luchtverkeersleiding vanwege de weersomstandigheden de capaciteit van de luchthaven heeft aangepast. De capaciteitsreductie heeft invloed gehad op de aantal uit te voeren vluchten op het tijdstip dat de vlucht in kwestie uitgevoerd moest worden. De vervoerder had geen andere keuze dan het annuleren van vluchten vanwege de capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt in zoverre.
De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen. De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat hij gebruik maakt van een automatisch boekingssysteem. Dit systeem kiest altijd de eerst mogelijke vlucht. De vervoerder heeft de passagier omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vlucht. De passagier is dezelfde dag nog vervoerd naar de eindbestemming. AirHelp betwist dit. De vervoerder heeft geen gegevens overgelegd van andere alternatieve vluchten, mogelijke herroutingen en inzet van andere toestellen of luchtvaartmaatschappijen. Er kan daarom niet worden aangenomen dat de vervoerder heeft voldaan aan zijn verplicht om alle redelijke maatregelen te treffen. Het is daarnaast opmerkelijk dat de vervoerder uitsluitend Europese vluchten annuleert en intercontinentale vluchten doorgaan. Er dient een direct causaal verband te bestaan tussen de buitengewone omstandigheid en de annulering van de specifieke vlucht. In het onderhavige geval is de passagier met minder dan 24 uur vertraging op de eindbestemming aangekomen. De kantonrechter heeft geen aanwijzingen dat er voor de passagier een alternatieve vlucht beschikbaar is geweest waardoor deze eerder op zijn bestemming zou zijn gearriveerd. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder, door het omboeken naar de onderhavige alternatieve vlucht, geen redelijk maatregelen heeft getroffen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt daarom afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter