RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/378925 / JU RK 26-924
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
[de oma] en [de opa],
de grootouders vaderszijde (vz) en tevens pleegouders,
hierna te noemen: de opa en oma (vz),
wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 10 juni 2026.
2. De feiten
De vader is sinds 4 januari 2024 belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft in een pleeggezin, te weten bij de opa en oma (vz).
Bij beschikking van de kinderrechter van 10 augustus 2021 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, welke ondertoezichtstelling steeds is verlengd en nu nog duurt tot 10 augustus 2026.
Tevens heeft de kinderrechter bij beschikking van 10 augustus 2021 een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg. Die machtiging is steeds verlengd en duurt nu nog tot 10 augustus 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] verblijft op dit moment met een machtiging uithuisplaatsing bij haar opa en oma. Het gaat daar al lange tijd niet goed, maar opa en oma hebben gisteren laten weten dat zij [de minderjarige] niet langer kunnen opvangen. Dit betekent dat een spoedbeslissing nodig is omdat de huidige verblijfplaats van [de minderjarige] wegvalt en er geen andere plek is waar [de minderjarige] naartoe kan. Opa en oma kunnen [de minderjarige] niet langer opvangen door de toenemende zorgen. De ingezette hulpverlening heeft de zorgen tot op heden niet doen afnemen. [de minderjarige] trekt bij haar opa en oma steeds meer haar eigen plan en laat zich niet begrenzen. Er zijn zorgen over haar sociale contacten, haar beïnvloedbaarheid en haar seksuele veiligheid. Opa en oma ervaren onvoldoende mogelijkheden om [de minderjarige] te begrenzen, toezicht te houden op haar gedrag en haar de begeleiding te bieden die zij nodig heeft. Hierdoor zijn opa en oma niet langer in staat de veiligheid en ontwikkeling van [de minderjarige] te waarborgen.
Deze machtiging moet worden gezien als een opvolgende machtiging van de nog lopende machtiging bij het netwerkpleeggezin. Dit betekent dat de machtiging bij het netwerkpleeggezin komt te vervallen zodra [de minderjarige] geplaatst wordt in een accommodatie voor een jeugdhulpaanbieder.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken in een accommodatie voor een jeugdhulpaanbieder.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven tijdens een nog te houden mondelinge behandeling. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 10 juni 2026 tot 8 juli 2026;
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI, de vader, de moeder en de opa en oma (vz) op voor de zitting van mr. M.C.A. Onderwater op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, De Appelaar aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.