ECLI:NL:RBNHO:2026:7068

ECLI:NL:RBNHO:2026:7068

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 12-06-2026
Datum publicatie 15-06-2026
Zaaknummer HAA 24/7053
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de toekenning van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de vorm van Zorg In Natura (ZIN) voor 8 uur per week individuele begeleiding aan eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens en stelt dat het toegekende aantal uur aan begeleiding ontoereikend is. Tevens wenst zij dat de maatwerkvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb).

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Heerhugowaard, eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 24/7053

(gemachtigde: mr. K. Wevers),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dijk en Waard, het college

(gemachtigden: A. Visser en H. Kwakman).

1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de vorm van Zorg In Natura (ZIN) voor 8 uur per week individuele begeleiding aan eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens en stelt dat het toegekende aantal uur aan begeleiding ontoereikend is. Tevens wenst zij dat de maatwerkvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Het beroep slaagt niet. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Bij besluit van 28 november 2024 (het primaire besluit) heeft het college aan eiseres een voorziening op grond van de Wmo toegekend in de vorm van ZIN voor 8 uur per week individuele begeleiding, voor de periode van 1 maart 2024 tot en met 30 april 2026.

Bij besluit van 25 september 2024 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door haar begeleider, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

Totstandkoming van het bestreden besluit

In verband met de bij eiseres aan de orde zijnde problematiek is aan haar in mei 2022, zonder voorafgaand (medisch) onderzoek, een indicatie voor de voorziening Begeleiding Midden voor 10,5 uur per week in de vorm van een pgb voor de duur van een jaar toegekend. Op 25 maart 2023 heeft eiseres verzocht om verlenging en verhoging van deze indicatie. In afwachting van het medisch advies van Argonaut is van 1 juli 2023 tot en met 30 maart 2024 de eerder aan haar toegekende voorziening voortgezet.

Het college heeft vervolgens op basis van het (medisch) advies van Argonaut van 13 november 2023 en het onderzoeksverslag van 15 november 2023 individuele (ambulante) begeleiding in de vorm van ZIN toegekend voor 8 uur per week, waarvan 3 uur per week voor specialistische begeleiding en 5 uur per week voor basisbegeleiding.

In de bezwaarprocedure heeft eiseres verschillende (medische) stukken overgelegd, waaronder verklaringen van [naam 1] van HerfstZorg, [naam 2] (traumatherapeut) van Praktijk de Wijze Uil en [naam 3] (psychiater). In de verklaring van de psychiater van 4 april 2024, staat over eiseres onder meer dat “ (…) Zij (…) niet goed kan omgaan met verandering en vindt het heel lastig wanneer anderen menen te weten wat goed voor haar is.(…) Persoonlijk ben ik van mening dat met een gevoel van veiligheid en controle over haar eigen leven haar psychiatrische stabiliteit het meest gewaarborgd is. Aantasting van dit gevoel zorgt voor een forse toename van haar klachten. (…) Regie en controle over haar eigen leven, zoals zij dit ervaart, is essentieel voor patiënte, wil zij zich veilig kunnen voelen in dit leven. (…) ”. In het (medisch) advies van Argonaut van 21 februari 2024 en 13 mei 2024 is geconcludeerd dat deze informatie geen aanleiding geeft voor het wijzigen van het eerder ingenomen standpunt.

Het college heeft, onder verwijzing naar het advies van de Commissie bezwaarschriften gemeente Dijk en Waard (de commissie), het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Hierbij is vermeld dat op advies van de commissie het besluit op onderdelen wordt aangevuld. De commissie constateert in het advies dat het college de juiste werkwijze heeft gehanteerd bij het bepalen van de aard en omvang van de maatwerkvoorziening. Het college heeft zich daarbij mogen baseren op het medisch advies van Argonaut, welke op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De door eiseres overgelegde verklaringen van HerfstZorg en Praktijk de Wijze Uil kunnen, zo staat in het advies, niet worden gekwalificeerd als een medisch inhoudelijk gemotiveerde betwisting. Beide zijn immers niet afkomstig van een arts. De verklaring van psychiater [naam 3] leidt de commissie ook niet tot een andere conclusie. Uit het aanvullend medisch advies van Argonaut volgt namelijk dat deze verklaring geen nieuwe medische informatie bevat. Voor zover eiseres heeft verzocht om een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb, overweegt de commissie dat er in het onderhavige geval goede redenen aanwezig zijn om de maatwerkvoorziening toe te kennen in de vorm van ZIN. De behandeldoelen van eiseres zijn namelijk onder meer gericht op het aanbrengen van structuur. Een pgb met diverse zorgverleners, die bovendien regelmatig wisselen, werkt in een dergelijk geval contraproductief en vormt daarbij (mogelijk) een belemmering voor het behalen van de behandeldoelen. De commissie komt tot de conclusie dat het college de maatwerkvoorziening in de vorm van ZIN voor 8 uur per week mag verstrekken, met het advies om de omvang van de indicatie ook in het bestreden besluit zelf op te nemen. Ook zal in het bestreden besluit moeten worden opgenomen dat met het oog op de belastbaarheid van eiseres de zorg dient te worden aangeboden in tijdseenheden van 1,5 uur per keer, en dat de duur van het besluit moet worden aangepast naar de periode van 1 maart 2024 tot 1 april 2024 en van 1 juli 2024 tot 30 april 2026.

Standpunt eiseres

Eiseres stelt zich op het standpunt dat het toegekende aantal uur voor de individuele begeleiding ontoereikend is en het hieraan ten grondslag gelegde onderzoek onzorgvuldig is. Eiseres beroept zich op het stappenplan zoals volgt uit de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. Volgens eiseres is dit stappenplan niet op een juiste wijze gehanteerd. Daartoe voert eiseres aan dat Argonaut heeft nagelaten alle medische en door eiseres verstrekte informatie te betrekken bij het onderzoek. Hierdoor is een te beperkt beeld van de problematiek als uitgangspunt genomen en zijn onvolledige behandeldoelen opgesteld. Zo is onder meer onvoldoende rekening gehouden met het ondervangen van de onplanbare zorgmomenten, aldus eiseres. Ook is volgens eiseres onvoldoende meegewogen dat ZIN veelal niet beschikbaar is op deze onplanbare zorgmomenten.

Daarnaast stelt eiseres zich op het standpunt dat de maatwerkvoorziening ten onrechte niet in de vorm van een pgb is verstrekt. Eiseres beroept zich op artikel 2.3.6, eerste lid, van de Wmo waarin is bepaald dat tegemoet moet worden gekomen aan het verzoek voor toekenning van de maatwerkvoorziening via een pgb, tenzij sprake is van een afwijzingsgrond. Het college heeft haar standpunt dat sprake is van een afwijzingsgrond volgens eiseres niet nader onderbouwd. Eiseres acht tevens van belang dat uit de door haar overgelegde (medische) informatie volgt dat vanwege de aan de orde zijnde psychische klachten, de toekenning van de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb meer passend is in haar situatie. Eiseres kan op deze manier namelijk onder meer de controle over haar leven behouden.

Beoordeling door de rechtbank

Is zorgvuldig onderzoek uitgevoerd?

Bij een aanvraag om een maatwerkvoorziening ligt het op de weg van het college om onderzoek te doen. Volgens vaste rechtspraak moet het college daarbij allereerst vaststellen wat de hulpvraag van eiseres is. Vervolgens moet het college vaststellen welke beperkingen eiseres ondervindt bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Daarna zal het college moeten bepalen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van eiseres. Ook moet worden bekeken in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen eiseres de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Pas als die mogelijkheden ontoereikend zijn, moet het college een maatwerkvoorziening verlenen.

De rechtbank stelt vast dat in het kader van het verzoek om verlenging van de eerder aan eiseres toegekende maatwerkvoorziening door Argonaut op 13 november 2023 en 15 november 2023 een medisch advies is uitgebracht. Voorafgaand aan dit advies zijn de aanwezige (medische) stukken bestudeerd en heeft een huisbezoek en een intercollegiaal overleg plaatsgevonden. Aan de hand hiervan is de hulpvraag geformuleerd en zijn vervolgens de voor eiseres geldende beperkingen vastgesteld en de ondersteunings- en behandeldoelen beschreven. Naar aanleiding van de door eiseres overgelegde (medische) informatie heeft Argonaut op 21 februari 2024 en 13 mei 2024 een aanvullend medisch advies uitgebracht. Hierin is geconcludeerd dat de overgelegde informatie geen aanleiding geeft tot het wijzigen van het eerder verstrekte advies. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Argonaut, anders dan eiseres stelt, alle aanwezige en van belang zijnde informatie betrokken bij de beoordeling. Dat informatie is gemist is niet gebleken. Mede gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een onzorgvuldig onderzoek.

Zijn de toegekende aantal uren aan ondersteuning toereikend?

De stelling van eiseres dat de vastgestelde ondersteuningsbehoefte en behandeldoelen onvolledig en ontoereikend zijn en bij de vaststelling daarvan is uitgegaan van een te beperkt beeld van de aan de orde zijnde problematiek, volgt de rechtbank niet. Blijkens het advies is bij het formuleren van de noodzakelijke ondersteuningsbehoefte en behandeldoelen uitgegaan van alle in het dossier aanwezige (medische) informatie, de door eiseres overgelegde (medische) stukken en hetgeen door eiseres zelf is vermeld. Op basis hiervan is vastgesteld dat ondersteuning en behandeldoelen gericht zijn op onder meer de sociale activering, het aanbrengen van structuur, het krijgen van inzicht in de huidige problematiek en het toewerken naar een passende behandeling. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de door eiseres overgelegde verklaringen, zoals hiervoor onder 3.3. genoemd, niet dat de aan de orde zijnde problematiek onjuist is vastgesteld, dan wel dat sprake is van onvolledig vastgestelde behandeldoelen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de verklaring van de psychiater geen medische onderbouwing bevat waaruit volgt dat de doelen onjuist zijn geformuleerd en het vastgestelde aantal uur aan ondersteuningsbehoefte ontoereikend is. Dat eiseres het niet eens is met de vastgestelde behandeldoelen, is onvoldoende om de vastgestelde behandeldoelen onjuist te achten. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de opgestelde behandeldoelen dan ook als uitgangspunt dienen voor de vaststelling van het aantal uur aan ondersteuningsbehoefte.

De rechtbank volgt eiseres evenmin in het betoog dat bij het vaststellen van het aantal uur aan ondersteuningsbehoefte onvoldoende rekening is gehouden met de onplanbare zorg- en begeleidingsmomenten. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de opgestelde behandeldoelen onder meer zijn gericht op het minimaliseren van deze onplanbare zorgmomenten. Ter zitting is door de gemachtigden van het college desgevraagd toegelicht dat eiseres met die opgestelde behandeldoelen wordt geholpen bij het leren omgaan met de onplanbare momenten en op deze manier haar zelfredzaamheid wordt vergroot. Daar komt bij dat is toegelicht dat vanwege de specifieke situatie van eiseres gekozen is voor drie fysieke contactmomenten van 1,5 uur per week. Zonder nadere onderbouwing valt niet in te zien dat het extra ondervangen van de onplanbare momenten, zoals eiseres dat voorstaat, de aangewezen manier is om bij te dragen aan het behalen van de opgestelde behandeldoelen. Met haar stelling dat zij de controle wil houden door zelf te kunnen bepalen wanneer zij die onplanbare momenten invulling geeft, gaat eiseres eraan voorbij dat de behandeldoelen zijn bedoeld om met de onplanbare momenten te leren omgaan.

Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat de door Argonaut beschreven voorliggende voorziening in de vorm van ondersteuning door vrijwilligers die haar helpen bij bijvoorbeeld het doen van boodschappen niet passend is, volgt de rechtbank eiseres hierin niet. De rechtbank acht de stelling van eiseres daarover te algemeen en onvoldoende geconcretiseerd. Dat eiseres het niet eens is met deze wijze van invulling van de begeleidingstaken omdat zij, zoals zij aanvoert, dan afhankelijk is van de personen die aanwezig zijn, dat de kwaliteit niet te garanderen is, en dat de ondersteuning van vrijwilligers geen passende voorliggende voorziening is vanwege haar psychische problematiek, is daarvoor onvoldoende.

De rechtbank komt gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen tot de conclusie dat het toegekende aantal uur aan ondersteuning in dit geval toereikend is.

Is de toegekende maatwerkvoorziening terecht toegekend in de vorm van ZIN?

Als uitgangspunt bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo geldt dat een persoon de vrijheid heeft om te kiezen tussen ZIN of een pgb. Als een persoon gemotiveerd de wens te kennen geeft dat hem een pgb wordt verstrekt, moet het college echter toetsen of voldaan is aan de voorwaarden van artikel 2.3.6, tweede lid, van de Wmo. Volgens sub a van dit tweede lid wordt een pgb verstrekt als de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.

Vast staat dat eiseres de wens heeft uitgesproken om de verstrekte maatwerkvoorziening te ontvangen in de vorm van een pgb. Daarover heeft zij toegelicht dat zij met een pgb de controle behoudt over haar leven, wat haar rust biedt, en bevorderlijk is voor haar zelfredzaamheid. Ter zitting is door de gemachtigden van het college toegelicht dat vanwege de bij eiseres aan de orde zijnde problematiek en de daarbij behorende behandeldoelen, zoals vastgesteld, een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb niet passend en wenselijk is. Uit het advies van Argonaut volgt dat bij eiseres sprake is van zowel psychische als lichamelijke klachten. Verder staat in het advies vermeld dat de psychische klachten bij eiseres momenten van verminderd overzicht, structuur en ritme veroorzaken en bijdragen aan bestaande chaos. Zoals hiervoor ook overwogen, zijn de vastgestelde behandeldoelen bedoeld om eiseres te ondersteunen in het ondervangen van deze momenten. Dat heeft het college tot de conclusie geleid dat het verkrijgen van zorg vanuit één organisatie en/of persoon, in de vorm van ZIN bijdraagt aan het creëren van meer overzicht en het behalen van de behandeldoelen. Mede gelet hierop is er voor gekozen om de maatwerkvoorziening te verstrekken in de vorm van ZIN. Op basis van het voorgaande kan de rechtbank die keuze volgen. Anders dan eiseres stelt, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de door haar overgelegde verklaringen niet dat de wisseling van een pgb naar ZIN niet passend en niet wenselijk is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de in het dossier aanwezige stukken blijkt dat eiseres in het geval dat zij eerder al zelf zorg inkocht, gebruik heeft gemaakt van veel verschillende, steeds wisselende, zorgverleners, terwijl uit het advies van Argonaut volgt dat eiseres baat heeft bij zorg vanuit één organisatie en/of persoon.

Voor zover eiseres stelt dat de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb bijdraagt aan haar zelfredzaamheid, merkt de rechtbank op dat eiseres met deze stelling voorbijgaat aan de vastgestelde behandeldoelen die evenzeer zijn opgesteld ter bevordering van de zelfredzaamheid en die met de inzet van ZIN worden beoogd. De algemene stelling dat met ZIN de zorgbehoefte van eiseres niet wordt ondervangen en een pgb passend is, treft gelet daarop geen doel. Tot slot overweegt de rechtbank dat een maatwerkvoorziening wordt verstrekt vanuit gemeenschapsgeld. De rechtbank begrijpt dat eiseres in haar beleving baat heeft bij de invulling van de ondersteuning op de door haar gewenste wijze. Het staat eiseres vrij om dat zelf aldus uit te voeren. Toekenning van een maatwerkvoorziening dient echter plaats te vinden binnen de reikwijdte van de Wmo 2015 en moet voldoen aan de daarbij gestelde voorwaarden, waarbij regelmatig geëvalueerd dient te worden of het benodigd is en op juiste wijze wordt toegekend. Dat brengt mee dat belanghebbenden niet volledig zelf kunnen bepalen op welke wijze ondersteuning wordt ingevuld.

Al het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat de maatwerkvoorziening terecht in de vorm van ZIN is toegekend.

Overschrijding redelijke termijn

De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting een verzoek gedaan om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Volgens vaste rechtspraak mag bij behandeling van zaken als deze de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep bij de rechtbank ten hoogste anderhalf jaar duren, terwijl doorgaans geen sprake is van een te lange behandelingsduur als deze in haar geheel niet meer dan twee jaar heeft geduurd. Per half jaar of gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden, is een immateriële schadevergoeding van € 500,00 gepast. De te beoordelen datum begint met de datum waarop het bezwaarschrift is ingediend en loopt door tot de datum waarop de rechtbank uitspraak heeft gedaan.

Het bezwaarschrift is op 8 januari 2024 ontvangen door het college. De redelijke termijn is daarom op die datum gestart. Op het moment van de uitspraak (12 juni 2026) zijn sinds die datum afgerond 2 jaar en zes maanden verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn met (naar boven afgerond) zes maanden is overschreden. Daarbij past een vergoeding van immateriële schade van € 500,00.

De rechtbank constateert dat de bezwaarfase afgerond tien maanden heeft geduurd. Daarmee is de redelijke termijn in bezwaar met vier maanden overschreden. Hieruit volgt dat de redelijke termijn in de beroepsfase is overschreden met twee maanden. De rechtbank zal het college en de Staat naar evenredigheid veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres van respectievelijk € 333,33 en € 166,67 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Zij krijgt het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.

De proceskostenvergoeding in verband met het schadevergoedingsverzoek wordt begroot op € 467,00 (1 punt voor het indienen van het verzoek met een wegingsfactor van 0,5 en een waarde per punt van € 934,00). Omdat de overschrijding van de redelijke termijn zowel aan het college als de rechtbank is toe te rekenen, komt deze vergoeding voor de helft voor de rekening van het college en voor de helft voor de rekening van de Staat.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Zorge, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand