RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11898076 \ CV FORM 25-6460
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagiers na de annulering van de vlucht een vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Het verzoek wordt toegewezen.
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift.
2. De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 september 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Palermo, Italië, met vlucht EC7803 dan wel EJU7803 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen en te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat deze alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen.
De passagiers voeren aan dat de vervoerder hen na de annulering geen vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. De vervoerder heeft slechts een link toegestuurd om naar een vervangende vlucht te zoeken, maar nadat zij op deze link geklikt hadden was er geen vlucht beschikbaar. Weliswaar heeft de vervoerder daar tegenin gebracht dat er binnen 24 uur geen vluchten van hem of een andere luchtvaartmaatschappij beschikbaar waren, maar dat ontslaat hem niet van zijn verplichting om alternatief vervoer te bieden (bijvoorbeeld naar een andere luchthaven of op een later tijdstip). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder daarom onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle middelen heeft aangewend om alternatief vervoer beschikbaar te stellen. Daarom heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen.
Dit betekent dat, ook als de annulering het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder de passagiers moet compenseren. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II.
De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5. De beslissingDe kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 920,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 800,00 vanaf 29 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open