RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11313921 \ CV EXPL 24-6589
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
A B Autoverhuur B.V.
te Haarlem
de eisende partij
gemachtigde: mr. O.J. Boeder
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De verdere procedure
Bij tussenvonnis van 5 november 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een aantal bedingen in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft per e-mail aangegeven zich te refereren aan dit voorlopige oordeel.
2. De beoordeling
De kantonrechter ziet geen reden om nu anders over de oneerlijkheid van artikel 7 lid 4 en artikel 13 van de algemene voorwaarden te denken dan in het tussenvonnis is overwogen. Daarom worden deze bedingen vernietigd. De buitengerechtelijke incassokosten en de administratiekosten over de verkeersboete (€ 12,29) zullen worden afgewezen.
Een gedeelte van € 3.500,- van de gevorderde hoofdsom ziet op ingehouden eigen risico voor een schadegeval. Uit de overgelegde huurovereenkomst blijkt echter dat partijen zijn overeengekomen om het eigen risico (tegen betaling) te verlagen tot € 300,-. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan daarom niet worden geoordeeld dat een eigen risico van € 3.500,- is overeengekomen. Dit betekent dat een gedeelte van € 3.200,- van de hoofdsom niet toewijsbaar is.
De gevorderde hoofdsom wordt voor het overige toegewezen omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.001,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 september 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54;
griffierecht € 524,00;
salaris gemachtigde € 238,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter