ECLI:NL:RBNHO:2026:7337

ECLI:NL:RBNHO:2026:7337

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 12-06-2026
Datum publicatie 18-06-2026
Zaaknummer AWB - 23 _ 6923
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Kansspelbelasting. Omzet behaald met kansspelautomaten is per 1-1-2008 belast met kansspelbelasting. Deze heffing leidt bij belanghebbende niet tot een individuele en buitensporige last in de zin van art. 1 EP bij het EVRM.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen

B.V. [belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 23/6923

(gemachtigde: mr. B. Jongmans),

en

Procesverloop

Belanghebbende heeft voor meerdere tijdvakken kansspelbelasting op aangifte voldaan (zie bijlage I).

Verweerder heeft de daartegen gemaakte bezwaren bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 15 augustus 2023 gegrond verklaard voor zover dit betrekking had op de verzuimboetes en voor het overige ongegrond.

Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026 te Haarlem. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de beroepen van [bedrijf 1] B.V. (HAA 23/6921) en [bedrijf 2] B.V. (HAA 23/6922). Namens belanghebbende zijn verschenen [naam 1] , haar gemachtigde en mr. [naam 2] (kantoorgenoot van de gemachtigde). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. [naam 3] en mr. [naam 4] .

Overwegingen

Feiten

1. Belanghebbende, opgericht op 27 september 1983, drijft een onderneming die bestaat uit onder meer de exploitatie van amusements- en speelautomaten. Per 1 juli 2018 heeft de Kansspelautoriteit een vergunning voor de exploitatie van kansspelautomaten aan belanghebbende verleend. Zij is belastingplichtig voor de kansspelbelasting (op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelbelasting (Wet KSB, tekst juli 2008)).

2. Tot en met 30 juni 2008 werd de omzet van kansspelautomaten in de heffing van omzetbelasting betrokken, waarbij het bruto spelresultaat werd aangemerkt als omzet inclusief omzetbelasting. Met ingang van 1 juli 2008 is belanghebbende als exploitant van de kansspelautomaten 29% kansspelbelasting verschuldigd over het bruto spelresultaat (op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet KSB in samenhang bezien met artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet KSB). Het bruto spelresultaat is sinds die datum niet langer belast met omzetbelasting.

3. Tot de gedingstukken behoort een rapport opgesteld door [bedrijf 3] B.V. Bij dit rapport zijn de jaarrekeningen over de jaren 2007 tot en met 2011 als bijlagen gevoegd. Deze gegevens vermelden (onder meer) het volgende:

4. In de jaren 2007 tot en met 2011 werd de netto omzet voor afgerond 75% behaald met kansspelen. Overige omzet is behaald met omzet behendigheidsspelen, horeca, foyer, puntenbonnen en tickets, provisie, souvenirshop, huur en overige opbrengsten.

Geschil

5. In geschil is of de heffing van kansspelbelasting in het geval van belanghebbende leidt tot een individuele en buitensporige last in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en zo ja, in hoeverre belanghebbende in dat geval recht heeft op een schadevergoeding.

6. Belanghebbende heeft aangevoerd dat in haar geval sprake is van een individuele en buitensporige last. Zij is door de invoering van de kansspelbelasting geconfronteerd met een lastenverzwaring die haar onmiddellijk in een structurele verliespositie heeft gebracht. Ondanks dat belanghebbende geprobeerd heeft kostenbesparingen door te voeren om die verliessituatie te voorkomen of te beperken, weegt geen enkele kostenbesparing op tegen de lastenverzwaring van de regimewijziging. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en toekenning van een schadevergoeding van € 1.726.944.

7. Verweerder heeft gesteld dat door belanghebbende niet aannemelijk is gemaakt dat zij zwaarder is getroffen door de regimewijziging dan andere exploitanten van kansspelautomaten. De verliesgevende situatie van belanghebbende wordt voornamelijk veroorzaakt door de daling van de bruto omzet, vanwege een afname van de muntinworp en niet door de invoering van de kansspelbelasting. Van een individuele en buitensporige last is volgens verweerder dan ook geen sprake, zodat om die reden ook geen recht bestaat op een schadevergoeding. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Beoordeling van het geschil

Individuele en buitensporige last

8. Van een individuele en buitensporige last kan sprake zijn indien er door de heffing van de kansspelbelasting disproportionaliteit is tussen het algemeen belang op grond waarvan die belasting geheven wordt en het particuliere belang van belanghebbende. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een dergelijke buitensporige last is beslissend de mate waarin belanghebbende in de gegeven omstandigheden wordt getroffen door de invoering van de kansspelbelasting (vgl. HR 12 augustus 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR4868). Daarbij moet worden vastgesteld dat die last zich in het geval van belanghebbende sterker laat voelen dan in het algemeen. Dat kan zich bij belanghebbende alleen voordoen als bijzondere, niet voor alle exploitanten van kansspelautomaten geldende, feiten en omstandigheden een buitensporige last voor haar meebrengen (zie HR 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442). Of een zodanige individuele en buitensporige last zich voordoet, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval (vgl. HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:511). De bewijslast dat sprake is van een individuele en buitensporige last rust op belanghebbende.

9. Belanghebbende heeft naar voren gebracht dat zij harder wordt getroffen dan anderen in de kansspelautomatenbranche. De regimewijziging heeft bij alle exploitanten van kansspelautomaten geleid tot een lastenverzwaring van tussen de 16% en 19%, maar waar andere exploitanten nog (net) winstgevend konden blijven, was dat voor belanghebbende niet mogelijk. Zij had slechts een winstmarge van 4% en de lastenverzwaring was ruimschoots hoger. Een structurele verliespositie was het gevolg. Belanghebbende heeft wel diverse kostenbesparingen doorgevoerd, zoals het versoberen van het personeelsbestand, het aanbod in entertainment en (gratis) consumpties, maar dit heeft die structurele verliespositie in de jaren 2008 tot en met 2011 niet kunnen voorkomen. Pas vanaf 2012 begonnen de getroffen maatregelen effect te hebben. De daling van de bruto omzet (en daardoor ook het bedrijfsresultaat), wordt volgens belanghebbende ook in overwegende mate veroorzaakt door de regimewijziging. De kostenbesparingen hebben namelijk tot gevolg gehad dat er minder bezoekers kwamen en dus de muntinworp afnam. Andere omstandigheden, zoals de invoering het rookverbod, hebben daar hooguit een versterkend effect op gehad.

10. Verweerder heeft gesteld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zwaarder is getroffen door de regimewijziging dan andere exploitanten van kansspelautomaten. Iedere exploitant is bij de invoering van de kansspelbelasting geconfronteerd met eenzelfde lastenverzwaring als belanghebbende. Dat dit specifiek in het geval van belanghebbende tot een structureel verliesgevende positie heeft geleid is door haar onvoldoende aannemelijk gemaakt. Volgens verweerder zijn (ook) andere factoren reden voor de geleden verliezen in de jaren 2008 tot en met 2011. De bruto omzet is namelijk gedaald wat wordt veroorzaakt door de afname van de muntinworp. De oorzaak daarvan kan gelegen zijn in de invoering van het rookverbod, de economisch verslechterde omstandigheden en het gewijzigde speelaanbod door de opkomst van internetgokken, maar kan zijn oorsprong niet (in overwegende mate) hebben in de regimewijziging omdat deze als zodanig geen invloed heeft op de bruto omzet inclusief kansspelbelasting.

11. De rechtbank overweegt als volgt. De invoering van de kansspelbelasting medio 2008 is voor de gehele kansspelautomatenbranche ingrijpend geweest en heeft een aanzienlijke lastenverzwaring tot gevolg gehad. Die lastenverzwaring is echter inherent aan een aanzienlijke belastingverhoging zoals hier aan de orde is en geldt voor alle exploitanten van kansspelautomaten. Dat de regimewijziging bij belanghebbende enkele jaren tot een verlies heeft geleid, is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat de heffing van kansspelbelasting zich bij belanghebbende sterker heeft doen voelen dan bij andere exploitanten van kansspelautomaten.

12. Daarnaast laten de cijfers van belanghebbende zien dat het verlies (ook) wordt veroorzaakt door de daling van de bruto omzet, wat voort komt uit een afname van de muntinworp. Juist de invoering van het rookverbod, de economisch verslechterde omstandigheden en het gewijzigde speelaanbod zijn aannemelijke redenen voor die afname. Belanghebbende heeft dat ook niet betwist, maar gesteld dat dit slechts een versterkend effect heeft gehad op de daling van de bruto omzet. Dat is naar het oordeel van de rechtbank echter door belanghebbende onvoldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank kan uit de jaarrekeningen opmaken dat belanghebbende enige kostenbesparingen heeft doorgevoerd, maar voor zover al wordt aangenomen dat deze zijn doorgevoerd vanwege de regimewijziging, is niet onderbouwd in welke mate die kostenbesparingen dan invloed hebben gehad op de daling van de bruto omzet, en evenmin dat geen grotere kostenbesparingen mogelijk waren om zodoende het resultaat te verbeteren. Daarbij wijst de rechtbank er op dat belanghebbende ook al in 2007, dus voor het invoeren van de kansspelbelasting verlieslatend was. Verder heeft belanghebbende ook niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat zij meer maatregelen heeft moeten treffen dan andere exploitanten van kansspelautomaten of dat de heffing van kansspelbelasting voor haar andere gevolgen heeft gehad dan voor andere exploitanten. Ook de verwijzing van belanghebbende naar de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 december 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:10474) brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel, nu zich daar andere feiten en omstandigheden voordeden dan bij belanghebbende.

13. Gelet op het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een individuele en buitensporige last. Daarom bestaat geen recht op een schadevergoeding. Het beroep is ongegrond.

Immateriële schadevergoeding

14. Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende en verweerder zijn het erover eens dat de redelijke termijn na het indienen van de bezwaren is geschorst tot 27 juni 2014, het moment dat de Hoge Raad arrest wees in een aangespannen proefprocedure over de schending van artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM op regelniveau (ECLI:NL:HR:2014:1524), en dat de overschrijding tot het moment van doen van uitspraak door deze rechtbank correspondeert met een immateriële schadevergoeding van € 12.500. De rechtbank ziet geen reden om daar anders over te oordelen en stelt vast dat de redelijke termijn met 12,5 jaar (150 maanden) is overschreden en recht bestaat op een immateriële schadevergoeding van € 12.500. Wel verschillen partijen van mening over de vraag of dit bedrag aan belanghebbende, [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. ieder afzonderlijk toegekend moet worden of dat zij gezamenlijk recht hebben op eenmaal € 12.500.

15. De zaken van belanghebbende, [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. zijn in bezwaar en beroep gezamenlijk behandeld en betreffen in hoofdzaak dezelfde onderwerpen. Daarnaast is de heer [naam 1] (uiteindelijk) directeur-grootaandeelhouder van al deze vennootschappen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben die omstandigheden een dermate matigende invloed op de mate van stress, ongemak en onzekerheid die wordt ondervonden door een te lang durende procedure, dat dit redenen zijn om de wegens schending van de redelijke termijn toe te kennen schadevergoeding in die zin te matigen dat aan belanghebbende, [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. gezamenlijk € 12.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn toekomt (vgl. HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2874), waarbij aan ieder van deze partijen 1/3 van € 12.500 zal worden toegekend, afgerond € 4.167.

16. Omdat de overschrijding van de redelijke termijn zowel aan de bezwaar- als aan de beroepsfase moet worden toegerekend, wordt de veroordeling tot vergoeding van de schade naar evenredigheid met de mate waarin de overschrijding aan de bezwaar- en aan de beroepsfase kan worden toegerekend, uitgesproken ten laste van verweerder respectievelijk de Staat De uitspraken in bezwaar in de zaken van alle drie genoemde vennootschappen dateren van 15 augustus 2023. De rechtbank doet uitspraak op 12 juni 2026. Dit betekent dat de redelijke termijn in de beroepsfase met 16 maanden is overschreden. Dat betekent dat verweerder 134/150 deel van € 4.167 dient te vergoeden, zijnde (afgerond) € 3.722 en de Staat 16/150 deel van € 4.167 dient te vergoeden, zijnde (afgerond) € 445.

Proceskosten

17. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt toegewezen en belanghebbende komt daarom in aanmerking voor een vergoeding van de proceskosten voor het indienen van dat verzoek. Ook voor de te vergoeden proceskosten gaat de rechtbank uit van samenhang. De kosten stelt de rechtbank voor alle zaken gezamenlijk op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 233,50 (1 punt voor het verzoek om schadevergoeding met een waarde per punt van € 934, een wegingsfactor 0,25 voor het gewicht van de zaak en een wegingsfactor 1) (vgl. HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526). De vergoeding zal gelijkelijk worden verdeeld over belanghebbende, [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. Verweerder en de Staat moeten die kosten ieder voor de helft vergoeden.

18. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet vergoed omdat het verzoek om immateriële schadevergoeding pas op de zitting van 13 mei 2026 is gedaan, zodat op grond van het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024 (ECLI:NL:HR:2024:567) er geen aanleiding is voor de vergoeding van griffierecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende

van € 3.722;

- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 445;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 39 aan proceskosten aan belanghebbende, en

- veroordeelt de Staat tot betaling van € 39 aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Doesburg, voorzitter, en mr. A.A. Fase en mr. G.H. de Soeten, leden, in aanwezigheid van mr. M.B.K. Stroosnier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.

griffier voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

HIER STAAT EEN TABEL

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. van Doesburg
  • mr. A.A. Fase
  • mr. G.H. de Soeten

Griffier

  • mr. M.B.K. Stroosnier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand