ECLI:NL:RBNHO:2026:7768

ECLI:NL:RBNHO:2026:7768

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 22-06-2026
Datum publicatie 29-06-2026
Zaaknummer AWB - 25 _ 2144
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

BPM teruggaaf voor personenauto's, motorrijwielen en bestelauto’s die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband (artikel 15 lid 1 letter g, Wet BPM). Geldt daarvoor de eis van ‘uitsluitend’ (dus 100%) gebruik voor vervoer van rolstoelgebruikers van en naar instellingen, of volstaat ‘nagenoeg uitsluitend’ (dus meer dan 90%)? Beroep gegrond.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2026 in de zaak tussen

Stichting [belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/2144

(gemachtigde: mr. L. Grigorjan),

en

Procesverloop

Op 10 juni 2024 heeft verweerder een verzoek van belanghebbende om teruggaaf van op aangifte voldane belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: bpm) voor bijzondere motorrijtuigen afgewezen.

Belanghebbende is tegen de afwijzing van haar verzoek om teruggaaf bpm in bezwaar gekomen. Bij uitspraak op bezwaar van 18 maart 2025 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen die uitspraak op bezwaar heeft belanghebbende beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft in mei 2025 en in april 2026 nadere stukken aan de rechtbank toegezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 april 2026 te Haarlem. Namens belanghebbende waren daarbij aanwezig [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] , alsmede de gemachtigde en haar kantoorgenoten mr. [naam 8] en mr. [naam 9] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 10] en door mr. [naam 11] .

Overwegingen

Feiten

1. Belanghebbende houdt zich sinds haar oprichting in [jaar] - zonder winstoogmerk - bezig met het vervoer van rolstoelgebruikers. Zij heeft in 2024 een nieuwe personenauto aangeschaft, een [merk] , die zij als rolstoelbus is gaan gebruiken. Op de voet van artikel 15 lid 1 letter -g- van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet bpm) is gevraagd om teruggaaf van de op aangifte voldane bpm (een bedrag van € 19.413). Verweerder heeft dit verzoek afgewezen.

2. Het door belanghebbende verzorgde vervoer bestaat voor zo’n 95% uit ritten ten behoeve van rolstoelgebruikers van en/of naar instellingen, zoals ziekenhuizen, revalidatiecentra, werkplaatsen voor minder-validen, huisartsenpraktijken, fysiotherapeuten en dergelijke, die zich de zorg voor de gehandicapte medemens ten doel stellen. Daarnaast komt het in ongeveer 5% van de gevallen voor dat een rolstoelgebruiker thuis wordt opgehaald voor bezoek aan bij voorbeeld een winkel, familie, een begrafenis, het theater of een ziekenhuis.

3. Ook bij de aanschaf van een vorige rolstoelbus deed belanghebbende een verzoek teruggaaf bpm. Toen is dat verzoek toegewezen. In zijn brief van 6 april 2017 schreef verweerder:

“(…) Geachte heer/mevrouw,

Op grond van artikel 15 lid 1 letter g, verzoekt u thans teruggaaf van [bpm] (…).

Volgens de bij het verzoek overlegde bescheiden betreft het een motorrijtuig die geheel of nagenoeg geheel (meer dan 90%) zal worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers en hun begeleiders van en naar instellingen die zich de zorg voor gehandicapte personen ten doel stellen en als zodanig uiterlijk kenbaar is.

Onder verwijzing naar met name de in het boven genoemde artikel opgenomen voorwaarden, besluit ik teruggaaf te verlenen voor het bedrag aan bpm van € 33.066 (…)”

Geschil en standpunten van partijen

4. In geschil is of belanghebbende in verband met de aanschaf van de nieuwe rolstoelbus recht heeft op teruggave van bpm, dan wel of belanghebbende in rechte te honoreren vertrouwen kan ontlenen aan de brief van verweerder van 6 april 2017 en op die grond recht heeft op teruggaaf.

5. Belanghebbende stelt dat zij voldoet aan de voorwaarden voor teruggaaf op de voet van artikel 15, lid 1, letter g, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: de Wet bpm). Ook beroept belanghebbende zich op het vertrouwensbeginsel. Zij concludeert tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar en toewijzing van het verzoek om teruggaaf.

6. Volgens verweerder voldoet belanghebbende niet aan de voorwaarden voor teruggaaf. Hij wijst op artikel 11 lid 1 sub c van het Uitvoeringsbesluit Wet BPM 1992 waarin staat dat de teruggaaf in kwestie slechts wordt verleend indien het motorrijtuig uitsluitend wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van rolstoelgebruikers en hun begeleiders van en naar instellingen die zich de zorg voor gehandicapte personen ten doel stellen. Belanghebbende regelt ook vervoer van op een rolstoel aangewezen personen van en naar huis, en voldoet dus niet aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van ‘uitsluitend vervoer van en naar instellingen.’ In zijn pleitnota noemt verweerder verschillende redenen waarom geen vertrouwen kan worden ontleend aan de brief van 6 april 2017. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

7. Kern van het geschil is of op de voet van artikel 15, lid 1, letter g, van de Wet bpm recht op teruggaaf van bpm bestaat als een motorrijtuig ‘uitsluitend’ (dus 100%), of ‘nagenoeg uitsluitend’ (meer dan 90%) wordt gebruikt voor vervoer van rolstoelgebruikers van en naar instellingen.

Beoordeling van het geschil

8. Artikel 15, lid 1, letter g, Wet bpm, en artikel 11, lid 1, letter c, Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 luiden respectievelijk:

“Teruggaaf van belasting wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, op aanvraag verleend voor personenauto's, motorrijwielen en bestelauto's die: (…)

g. zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband.”

en

“1. De in artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de wet bedoelde teruggaaf wordt slechts verleend indien: (…)

c. het motorrijtuig uitsluitend wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van rolstoelgebruikers en hun begeleiders van en naar instellingen die zich de zorg voor gehandicapte personen ten doel stellen.”

9. De Wet bpm is in werking getreden op 1 januari 1993. Daarvóór werd een vergelijkbare belasting geheven onder de naam Bijzondere verbruiksbelastingen van personenauto’s en motorrijwielen. De bij die regeling behorende uitvoeringsvoorschriften stonden in een Leidraad, die een vergelijkbare teruggaveregeling kende (paragraaf 13, onderdeel 6, letter -b- Leidraad B.V.P.):

“(…) In afwijking van het vorenstaande wordt goedgekeurd dat de inspecteur, na een daartoe ingediend verzoek, teruggaaf verleent indien sprake is van ombouw van een personenauto tot auto welke na die ombouw de bijzondere geschiktheid verkrijgt om te dienen voor het in groepsverband vervoeren van voornoemde categorie personen. Deze verzoeken kunnen door de inspecteur worden

ingewilligd indien de ombouw geschiedt op verzoek van bepaalde instellingen zoals ziekenhuizen, revalidatiecentra, werkplaatsen voor minder-validen en dergelijke inrichtingen, die zich de zorg voor gehandicapte personen ten doel stellen, dan wel indien de ombouw gebeurt door of in opdracht van ondernemers die zich bezighouden met het bedrijfsmatig vervoer van gehandicapte personen van en naar zodanige instellingen. Bovendien zullen de volgende voorwaarden moeten zijn vervuld:

1. bij het verzoek dient een verklaring te worden overgelegd waaruit het gebruik en de bestemming blijken van het omgebouwde motorrijtuig en waarin belanghebbende verklaart dat het motorrijtuig uitsluitend of nagenoeg uitsluitend zal worden gebruikt voor het in groepsverband vervoeren van rolstoelpatiënten (…)”

10. Uitvoeringsvoorschriften voor de toepassing van de teruggaveregeling bpm zijn thans opgenomen in het hierboven geciteerde Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992. De nota van toelichting op dat besluit vermeldt onder meer:

“(…) [blz 10 onderaan] Voorts zijn in het onderhavige uitvoeringsbesluit de voorwaarden opgenomen waaraan de politie- en brandweerauto's en -motorrijwielen, (dieren)ambulances, lijkauto's, auto's voor vervoer van gevangenen en voor groepsvervoer van rolstoelgebruikers en geldtransportwagens moeten voldoen om teruggaaf van belasting te krijgen. Deze teruggaafregeling is de vervanging van de vrijstelling c.q. de buitenwettelijke teruggaafregeling (opgenomen in de Beschikking van de Staatssecretaris van Financiën van 11 januari 1988, nr. VB 87/810, bekend als Leidraad bijzondere verbruiksbelastingen) die onder de bijzondere verbruiksbelastingen golden. (…)

[blz 14 onderaan] Artikelen 11 (…)

In deze artikelen zijn de voorwaarden neergelegd voor de auto's bestemd voor groepsvervoer van rolstoelgebruikers (…). De gestelde voorwaarden zijn gelijk aan die welke werden gesteld voor de toepassing van de buitenwettelijke regeling onder de bijzondere verbruiksbelasting. (…)”

11. De reden voor de teruggaafregeling van bpm is summier omschreven in de toelichtende memorie bij het voorstel van wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (Tweede Kamer, vergaderjaar 1992-1993, 22 868, nr. 3, blz 49):

“(…) Artikel 21 (…)

De teruggaafregeling geldt voor die personenauto's (in voorkomend geval ook voor motorrijwielen) die qua inrichting, uitrusting en gebruik een bijzondere sociale functie vervullen, welke rechtvaardigt dat de belastingdruk op deze auto's geringer is dan op gewone personenauto's. (…)”

12. Verweerder wijst er met recht op dat belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarde voor teruggaaf van bpm dat haar nieuwe rolstoelbus voor 100%, dus uitsluitend, wordt gebruikt voor vervoer van rolstoelgebruikers van en naar instellingen. Belanghebbende voert echter aan dat de grammaticale interpretatie van verweerder in dit geval niet moet worden gevolgd, en de rechtbank komt tot de volgende beoordeling. Onder het oude regime gold het criterium ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend’ en zou belanghebbende in aanmerking komen voor teruggaaf. Die oude regeling van teruggaaf zou volgens de nota van toelichting op het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 ongewijzigd worden voortgezet (“De gestelde voorwaarden zijn gelijk aan die welke werden gesteld voor de toepassing van de buitenwettelijke regeling onder de bijzondere verbruiksbelasting”). De toelichtende stukken noemt geen enkele reden waarom de voorwaarden voor teruggaaf van bpm voor gevallen als hier aan de orde niettemin toch wordt verzwaard. Er geldt een teruggaafregeling vanwege de bijzondere sociale functie die auto's bestemd voor groepsvervoer van rolstoelgebruikers vervullen. Hieruit leidt de rechtbank af dat de wetgever een fiscale faciliteit in de bpm heeft willen toekennen aan diegene die de belasting verschuldigd is geworden ter zake van de inschrijving van een personenauto die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend zal worden gebruikt voor het in groepsverband vervoeren van rolstoelpatiënten van en naar instellingen die zich de zorg voor gehandicapte personen ten doel stellen. Belanghebbende voorziet in die bijzondere sociale functie. Omdat de aanscherping van de voorwaarde voor teruggaaf van bpm in het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 niet is gemotiveerd én de bestaande regeling ongewijzigd zou worden voortgezet, laat de rechtbank de bedoeling van de wetgever zwaarder wegen dat de bewoordingen van dat uitvoeringsbesluit.

13. De diensten van belanghebbende bestaan voor zo’n 95% uit voor een teruggaaf van bpm kwalificerende ritten. Daarmee voldoet zij aan de aan de voorwaarden voor teruggaaf op de voet van artikel 15, lid 1, letter g, van de Wet bpm. Dat belanghebbende in ongeveer 5% van de jaarlijkse ritten een rolstoelgebruiker thuis en niet bij een instelling ophaalt, verandert daaraan niets. Het beroep zal gegrond worden verklaard, zodat de subsidiaire klacht van belanghebbende over schending van het vertrouwensbeginsel geen bespreking meer behoeft.

Proceskosten

14. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, heeft belanghebbende recht op vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Snitker, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A.S. Roozeboom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026.

griffier voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).

U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand