ECLI:NL:RBNHO:2026:798

ECLI:NL:RBNHO:2026:798

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 24-2997
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Het beroep van eiseres, een agrariër op Texel, is gericht tegen het peilbesluit bemalingseenheid Prins Hendrik op Texel. Door dit peilbesluit valt één perceel van eiseres nu binnen het peilbesluit en de overige percelen niet meer. Eiseres is het niet eens met het vastgestelde peil en stelt dat die te hoog is en zij overlast ervaart. Ook wil eiseres dat de overige percelen wel binnen het peilbesluit vallen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder op goede gronden het peilbesluit heeft vastgesteld. Doordat in dit peilbesluit is aangesloten bij de al bestaande feitelijke situatie ter plaatse, verandert het feitelijke waterpeil door het peilbesluit niet. Dat het huidige feitelijke waterpeil niet overeenkomt met het peil uit het bestreden peilbesluit en eiseres (daardoor) overlast ervaart is weliswaar gesteld, maar niet nader onderbouwd of inzichtelijk gemaakt door eiseres. Verweerder heeft ter zitting aangegeven het door eiseres geschetste beeld ook niet ter herkennen en tijdens het bezoek aan eiseres geen overlast te hebben geconstateerd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om op dit punt een gebrek in het bestreden peilbesluit te constateren. Tot slot heeft verweerder aangegeven dat de polder De Naal door de Provincie Noord-Holland niet als peilbesluit-plichtig gebied is aangewezen. Verweerder kan daarom voor dit gebied geen peilbesluit nemen. Het beroep is daarom ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 24/2997

(gemachtigde: [gemachtigde] )

en

het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, verweerder

(gemachtigde: M. Bregman).

1. Deze uitspraak gaat over een door verweerder vastgesteld peilbesluit bemalingseenheid Prins Hendrik op Texel van 8 mei 2024. Eiseres is het hiermee niet eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het peilbesluit.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder op goede gronden het peilbesluit heeft vastgesteld. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden peilbesluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank eerst in op welk recht van toepassing is. Onder 5 beoordeelt de rechtbank de stelling van eiseres dat de overgelegde kaarten onduidelijk zijn. Vervolgens onder 6 bespreekt de rechtbank of het waterpeil inderdaad wordt verhoogd op de Hoornder Nieuwland. Onder 7 beoordeelt de rechtbank of bepaalde percelen van eiseres ten onrechte buiten het peilbesluit vallen. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. In een peilbesluit van 8 mei 2024 heeft verweerder voor de Prins Hendrikpolder de waterpeilen vastgesteld.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het peilbesluit.

Eiseres heeft de rechtbank op 22 augustus 2024 een bericht gestuurd.

Verweerder heeft op 3 juni 2025 een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft op 6 november een aanvullende reactie overgelegd.

De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [gemachtigde] namens eiseres en M. Bregman en [naam] namens verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden peilbesluit

Artikel 5.2 van de Waterwet bevat een verplichting voor verweerder om te zorgen voor een actueel peilbesluit. Het peilbesluit moet rekening houden met de veranderingen in de omstandigheden ter plaatse en de aanwezige functies en agrarische en ecologische belangen.

Eiseres is een agrariër en bezit percelen in de Prins Hendrikpolder op Texel. Het adres van het landbouwbedrijf is [adres] , [plaats] op Texel. De Prins Hendrikpolder is grotendeels ingericht als akkerbouwgebied. Er worden aardappelen, erwten, graan, tarwe, graszaad, blauwmaanzaad, uien en suikerbieten geteeld.

Het bemalingsgebied van het gemaal Prins Hendrik bestaat uit: de Prins Hendrikpolder, het Horntje, Hoornder Nieuwland en de Kuil. De hoofdafvoer van de gebieden Buitendiek, Zouteland, De Grie en de Naal ging voorheen richting de Gemeenschappelijke Polders, met de gemalen De Schans en Dijkmanshuizen.

Het ontwerp peilbesluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Op 4 juli 2023 heeft verweerder het ontwerppeilbesluit bemalingseenheid gemaal Prins Henrik vastgesteld. Het ontwerpbesluit is op 17 augustus 2023 gepubliceerd in het Waterschapsblad en heeft van 17 augustus 2023 tot 27 september 2023 ter inzage gelegen.

Op het ontwerpbesluit zijn 11 zienswijzen ingediend. Namens eiseres hebben de twee vennoten [vennoot 1] en [vennoot 2] ) op 23 september 2023 een zienswijze ingediend.

Verweerder heeft naar aanleiding van vragen van eiseres op 23 november 2023 een e-mail naar eiseres gestuurd met twee kaarten. Op die kaarten is een vergelijking gemaakt tussen de waterpeilen in de praktijk in het voorjaar en de winter op basis van de Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN4)-waterhoogtes en de peilen van het ontwerp peilbesluit.

In het bestreden besluit van 27 mei 2024 zijn de waterpeilen voor het bemalingsgebied gemaal Prins Hendrik vastgesteld met de volgende motivering. De in het peilbesluit vastgestelde waterstanden of bandbreedten leveren een inspanningsverplichting op voor de beheerder. De vastgestelde peilen moeten zoveel mogelijk worden gehandhaafd, tijdens de daarbij aangegeven perioden. Aanleiding voor het nieuwe peilbesluit was dat uit controle metingen in 2016 bleek dat de waterpeilen genoemd in het vorige peilbesluit uit 2009 en de feitelijke waterpeilen ter plaatse niet overeen kwamen. Hierdoor bestaat het risico dat er vergunningen worden afgegeven die zijn gebaseerd op onjuiste peilen.

Het peilbesluit is een conserverend besluit. Dat betekent dat aan wordt gesloten bij de huidige praktijk en dat eventuele wijzigingen geen nadelige effecten mogen hebben.

Bij het opstellen van het peilbesluit is verweerder in overleg gegaan met agrariërs in het gebied en natuurorganisaties. De agrariërs willen graag het waterpeil in de winter laag houden, zodat het zoute water uit de percelen kan worden afgevoerd. In het voorjaar moet extra water worden vastgehouden zodat een zogeheten zoetwaterlens in de percelen kan worden opgebouwd. De natuurorganisaties hebben de voorkeur voor een zo hoog mogelijk peil binnen hun gebieden om hiermee vochtig duin en weidevogelgebieden te realiseren. Verweerder streeft daarom naar meer en langere beschikbaarheid van zoet water in de Prins Hendrikpolder en het noordelijk deel van de Hoornder Nieuwland.

In gebieden waarin men grote fluctuaties van het waterpeil door natuurlijke omstandigheden kan verwachten (bijvoorbeeld hellend gebied in de binnenduinrand), is het niet reëel om een vast peil aan te houden. Deze gebieden vallen daarom buiten het peilbesluit. De binnenduinrandgebieden van De Naal en de randen van Zouteland, Buitendiek, Hoornder Nieuwland en de Kuil zijn daarom niet peilbesluit-plichtig. In deze gebieden worden de peilregelende kunstwerken wel voorzien van een maximum en minimum kerende hoogte. Het onderhoud wordt geregeld in de legger.

Verschillende percelen van eiseres vielen op grond van het vorige peilbesluit uit 2009 binnen het peilbesluit-plichtig gebied. Sinds het bestreden besluit valt alleen het perceel met nummer 8010-51 in het peilgebied. Er geldt daarvoor een, dynamisch seizoensgebonden peil. Het streefpeil is daar voor de zomer vastgesteld op NAP -1,30 (bovengrens -1,30 en ondergrens -1,40) meter en voor de winter vastgesteld op NAP -1,40 (bovengrens -1,30 en ondergrens -1,50) meter.

Verweerder heeft ook naar aanleiding van het beroep van eiseres contact opgenomen met eiseres en een bezoek ter plaatse gebracht met het afdelingshoofd Watersystemen en een adviseur. Vervolgens is een memo opgesteld en deze is op 7 februari 2025 naar eiseres gestuurd waarin is ingegaan op alle opmerkingen en vragen van eiseres.

Tot slot is verweerder voornemens om in de nabije toekomst nog te kijken naar de in het verleden verleende vergunningen voor peilafwijkingen in het gebied van de bemalingseenheid Prins Henrik. Omdat de waterpeilen van de percelen van eiseres direct worden beïnvloed door de gezamenlijke peilafwijking van de buurman van eiseres, gaat verweerder binnenkort met beide partijen om tafel om de actualisering (of intrekking) van die vergunning te bespreken.

Overgangsrecht

Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. In artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet is, kort gezegd, bepaald dat als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag om een besluit is ingediend, het oude recht van toepassing blijft.

Artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet staat in afdeling 4.1 van die wet. In artikel 4.1 van de Invoeringswet Omgevingswet is het toepassingsbereik van afdeling 4.1 weergegeven. Artikel 4.1, aanhef en onder f, van de Invoeringswet Omgevingswet bepaalt dat, tenzij bij of krachtens hoofdstuk 4 van die wet anders is bepaald, afdeling 4.1 van toepassing is op besluiten die zijn genomen op grond van of met toepassing van de artikelen 5.1, 5.2, 6.2, 6.3, 6.4, 6.5 en 6.10 van de Waterwet. In de memorie van toelichting bij de Invoeringswet Omgevingswet staat dat de overgangsbepalingen van afdeling 4.1 de eerbiedigende werking regelen voor totstandkomings- of rechtsbeschermingsprocedures tegen een legger, een peilbesluit, een watervergunning, een gedoogplichtbeschikking en een toegangsbeperkingsverbod.

De rechtbank begrijpt uit het voorgaande dat het ontwerpbesluit het toets moment is voor de vraag welke wet- en regelgeving van toepassing is. Het ontwerpbesluit dateert van 4 juli 2023, zodat de Waterwet op het peilbesluit van toepassing blijft.

De tekst van de relevante wet- en regelging staat in de bijlage bij deze uitspraak.

Onduidelijke kaarten

Eiseres voert aan dat uit het peilbesluit niet duidelijk blijkt wat precies gaat veranderen. Eiseres mist duidelijke kaarten waarop de oude, de feitelijke en de nieuwe situatie te zien zijn, zodat hij die kan vergelijken. De bij het peilbesluit toegevoegde kaarten zijn volgens eiseres onleesbaar.

Verweerder stelt in het verweerschrift het volgende. Na controlemetingen in 2016 bleek dat het oude peilbesluit uit 2009 en de in praktijk op Texel gehanteerde waterpeilen niet overeen kwamen. Met het bestreden peilbesluit is deze omissie hersteld. Dat betekent echter dat om te zien of het waterpeil in een gebied daadwerkelijk door het peilbesluit wordt gewijzigd, niet kan worden volstaan met een vergelijking van het oude peilbesluit en het bestreden peilbesluit. Verweerder stelt dat het automatiseringssysteem waarbij de bekendmaking van het bestreden peilbesluit via overheid.nl plaatsvindt (te weten DROP) de bij het peilbesluit gevoegde tekeningen niet goed leesbaar toont. Daar kan verweerder niets aan doen. Bij de bekendmaking wordt daarom ook een pdf-bestand met het peilbesluit toegevoegd als externe bijlage, die wel leesbaar is. Tot slot heeft verweerder per e-mail van 23 november 2023 aan eiseres wel twee kaarten verstrekt met een vergelijking van de feitelijke waterpeilen en de peilen van het bestreden peilbesluit.

De rechtbank overweegt als volgt. Ter zitting is besproken dat de bij het peilbesluit behorende kaarten die via overheid.nl in te zien waren, op het eerste gezicht niet makkelijk te vinden waren. De kaarten konden namelijk pas worden bekeken door te kikken op “externe bijlagen” en te zoeken tussen de daar genoemde documenten. Verweerder heeft echter toegelicht dat dit wordt veroorzaakt door de opbouw van het systeem en dat verweerder daar zelf weinig aan kan veranderen. De rechtbank kan dat volgen.

Wel staat vast dat de kaarten voor eiseres via overheid.nl in te zien waren in een pdf bestand (als een van de bestanden bij ‘externe bijlagen’). Voor eiseres bestond daarnaast nog de mogelijkheid om naar verweerder te bellen of te mailen met het verzoek om de kaarten toe te sturen of bij verweerder op kantoor langs te gaan om de kaarten in te zien. Verweerder heeft op 23 november 2023 (onverplicht) ook twee kaarten naar eiseres toegestuurd, te weten van de peilen op grond van de feitelijke situatie en de peilen op grond van het bestreden peilbesluit. Voor verweerder bestaat ten slotte geen wettelijke verplichting om kaarten waarop de peilen op grond van de oude, de feitelijke en de nieuwe situatie te zien zijn, aan te leveren. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Waterpeil wordt verhoogd Hoornder Nieuweland

Eiseres voert aan dat uit het peilbesluit volgt dat het waterpeil in het Hoornder Nieuweland aanzienlijk wordt verhoogd. Dit geeft voor eiseres problemen met de waterafvoer van haar percelen. Eiseres wil tijdens de winterperiode een lager peil dan in het bestreden peilbesluit staat.

Verweerder stelt dat uit de bij de e-mail van 23 november 2023 verstrekte kaarten volgt dat uit de vergelijking tussen de AHN4-waterhoogtes en de peilen van het peilbesluit blijkt dat de waterpeilen (in theorie) juist omlaag gaan. Op de percelen van eiseres en de buurman is echter sprake van een peilafwijking, waardoor de peilen vermoedelijk in de toekomst hoger worden gehouden dan het peil uit het peilbesluit van 2009. Het hoogste peil dat in een peilafwijking kan worden gehandhaafd, wordt bepaald door de stuw onder de Watermolenweg. Die stuw kan verweerder op grond van het bestreden peilbesluit maximaal instellen op het bovengrenspeil van het peilbesluit, namelijk NAP -1,30 m. De praktijksituatie wordt door het peilbeheer en het bestreden peilbesluit dus niet gewijzigd. De vergunning voor de peilafwijking zal nog geactualiseerd moeten worden, na het onherroepelijk worden van het peilbesluit. Dit traject staat los van deze procedure. Tegen dat besluit staat ook bezwaar en beroep open.

De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat

het waterpeil in het peilbesluit voor dit perceel een verhoging betreft ten opzichte van het waterpeil dat in het oude peilbesluit stond. De feitelijke situatie ter plaatse was echter anders dan het waterpeil in het oude peilbesluit. Het waterpeil in dit nieuwe peilbesluit is vastgesteld aan de hand van die feitelijke situatie ter plaatse. Die feitelijke situatie ter plaatse is gemeten in 2016 en in 2020. Doordat in dit peilbesluit is aangesloten bij de al bestaande feitelijke situatie ter plaatse, verandert het feitelijke waterpeil door het peilbesluit niet.

Dat het huidige feitelijke waterpeil niet overeenkomt met het peil uit het bestreden peilbesluit en eiseres (daardoor) overlast ervaart is weliswaar gesteld, maar niet nader onderbouwd of inzichtelijk gemaakt door eiseres. Verweerder heeft ter zitting aangegeven het door eiseres geschetste beeld ook niet ter herkennen en tijdens het bezoek aan eiseres geen overlast te hebben geconstateerd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om op dit punt een gebrek in het bestreden peilbesluit te constateren.

Voor zover het feitelijke waterpeil op het perceel van eiseres eventueel hoger uitvalt door de door verweerder aangehaalde vergunning van de buurman, ligt die vergunning hier niet ter toetsing voor. Verweerder heeft aangegeven dat die vergunning binnenkort zal worden geactualiseerd en dat eisers daarbij wordt betrokken. Mocht eiseres het daarmee niet eens zijn, kan zij tegen dat toekomstige besluit ook (bezwaar en) beroep instellen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Vallen bepaalde percelen van eiseres ten onrechte buiten het peilbesluit?

Eiseres voert aan dat haar percelen in de polder De Naal ten onrechte buiten het peilgebied vallen, omdat dit hellend terrein zou zijn. Door een vastgesteld waterpeil, zijn de waterstanden beter controleerbaar en bestaat er meer zekerheid. Eiseres stelt dat heel Texel hellend gebied is omdat het water via stuwen naar het gemaal loopt. Dit zou betekenen dat Texel volledig buiten het peilbesluit zou moeten vallen. Verweerder meet met twee maten doordat de vergelijkbare polder de Kuil wel wordt opgenomen als peilgebied.

Verweerder stelt in het verweerschrift dat De Kuil een peilbesluit-plichtig gebied is en de polder De Naal niet. Verweerder heeft dit gebied daarom niet in het peilbesluit opgenomen. Voor buiten het peilbesluit-plichtige gebied gelegen percelen kan geen peilbesluit worden vastgesteld.

De rechtbank overweegt als volgt. In artikel 6.82 van de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 is bepaald dat het waterschapsbestuur een of meer peilbesluiten vast stelt voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied van het peilbesluit. Oftewel, een peilbesluit heeft slechts betrekking op de peilbesluit-plichtige gebieden.

Verweerder heeft aangegeven dat de polder De Naal door de Provincie Noord-Holland niet als peilbesluit-plichtig gebied is aangewezen. Verweerder kan daarom voor dit gebied geen peilbesluit nemen. Verweerder kan de provincie wel verzoeken de kaart van de peilbesluit-plichtige gebieden aan te passen als daar aanleiding voor is. Verweerder heeft gemotiveerd in het verweerschrift dat zij daartoe voor de polder De Naal echter geen aanleiding ziet. In de kritische periode voor peilbeheer, namelijk de zomer, is de hoeveelheid water die over de stuw stroomt namelijk nihil. Dat betekent dat geen peilbeheer kan worden uitgevoerd. De rechtbank ziet in hetgeen is aangevoerd, geen aanleiding om hieraan te twijfelen.

Ten slotte geldt voor het niet peilbesluit-plichtig gebied wel een streefpeil. De streefpeilen staan aangegeven in bijlage 7 bij het peilbesluit. Verweerder heeft ter zitting toegezegd om aan eiseres door te geven welk streefpeil voor de niet peilbesluit-plichtige percelen van eiseres geldt. Deze beroepsgrond slaagt daarom ook niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het peilbesluit wordt gehandhaafd. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H. de Regt, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. Martens, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat in het hogerberoepschrift de gronden van hoger beroep kenbaar moeten worden gemaakt. Na de genoemde termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Artikel 5.2 van de Waterwet

1. Een beheerder is verplicht voor daartoe aan te wijzen oppervlaktewater- of grondwaterlichamen onder zijn beheer één of meer peilbesluiten vast te stellen.

2. In een peilbesluit worden waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren vastgesteld, die gedurende daarbij aangegeven perioden zoveel mogelijk worden gehandhaafd.

3. De aanwijzing vindt plaats bij of krachtens algemene maatregel van bestuur dan wel bij of krachtens provinciale verordening voor zover het betreft rijkswateren onderscheidenlijk regionale wateren. Bij de maatregel of de verordening kunnen ten aanzien van rijkswateren onderscheidenlijk regionale wateren nadere regels worden gesteld met betrekking tot het peilbesluit.

Artikel 2.41, lid 1 van de Omgevingswet

1. Het waterschapsbestuur of het bevoegde bestuursorgaan van een ander openbaar lichaam waarbij op grond van artikel 2.18, tweede lid, watersystemen in beheer zijn, stelt een of meer peilbesluiten vast voor de bij omgevingsverordening aangewezen oppervlaktewaterlichamen, grondwaterlichamen of onderdelen daarvan die deel uitmaken van die watersystemen.

(…)

3.Een peilbesluit voorziet in de vaststelling van waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren, die gedurende daarbij aangegeven perioden of omstandigheden zoveel mogelijk in stand worden gehouden.

Artikel 6.82 van de Omgevingsverordening NH2020

1. Het waterschapsbestuur stelt een of meer peilbesluiten vast voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied peilbesluit.

2. Peilbesluiten moeten actueel zijn en in ieder geval rekening houden met veranderingen in de omstandigheden ter plaatse en met de aanwezige functies en belangen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.H. de Regt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?