[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Hoorn, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 31 juli 2025 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026.
Belanghebbende is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] .
Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Op 16 juli 2025 om 16:38 uur stond de auto van belanghebbende, met het kenteken [#] , geparkeerd op een parkeerplaats aan het Breed in Hoorn (hierna: de parkeerplaats). Aldaar kan tegen betaling van parkeerbelasting worden geparkeerd, maar op genoemd tijdstip is geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan. Verweerder heeft belanghebbende daarom de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd. In geschil is of dat terecht is.
2. Volgens belanghebbende is de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd. Belanghebbende heeft daarvoor aangevoerd dat geen sprake was van parkeren maar van laden en lossen omdat hij in de auto zat met de alarmlichten aan, terwijl zijn dochter een pakketje ophaalde in de ANWB-winkel daar vlakbij. Als bewijsstuk heeft belanghebbende de desbetreffende kassabon overgelegd waarop hetzelfde tijdstip is vermeld als op de naheffingsaanslag.
3. Op grond van artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet wordt onder parkeren verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van zaken. De rechtbank overweegt dat uit de tekst van dit artikellid duidelijk naar voren komt dat van onmiddellijk laden en lossen alleen sprake is bij het daadwerkelijk plaatsen in of nemen van goederen uit het voertuig. Als een voertuig stilstaat gedurende de tijd dat iemand bezig is met het ophalen of afleveren van zaken, is geen sprake van onmiddellijk laden en lossen, maar van parkeren, ongeacht hoe lang of hoe kort het voertuig stilstond.
4. De auto van belanghebbende stond stil op de parkeerplaats terwijl de dochter van belanghebbende een pakketje ophaalde bij de ANWB-winkel. Het pakketje betrof een USB adapter. Niet in geschil is dat het hier om een klein pakketje ging. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van laden en lossen moet worden beoordeeld in hoeverre het doen of laten stilstaan van een voertuig nodig is voor het onmiddellijk laden of lossen van zaken. Daarbij moet worden beoordeeld of de gedurende het stilstaan van het voertuig te laden of te lossen zaken van een zodanige omvang of gewicht zijn, dat zij niet of bezwaarlijk op een andere wijze dan per voertuig ter plaatse kunnen worden gehaald of gebracht (vgl. Hoge Raad 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:90). Nu sprake was van slechts een klein pakketje, was ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag geen sprake van het laden van goederen en was dus sprake van parkeren. Dat belanghebbende, terwijl zijn dochter even naar de ANWB-winkel was, in de auto zat en de alarmlichten van de auto brandden, maakt dit niet anders. Nu ook vaststaat dat geen parkeerbelasting was voldaan, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Brouwer, rechter, in aanwezigheid van
H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: