ECLI:NL:RBNHO:2026:8141

ECLI:NL:RBNHO:2026:8141

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 06-07-2026
Zaaknummer K/4101/11972451
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

In deze zaak vordert een werknemer een verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade die de werknemer vanwege een bedrijfsongeval heeft geleden en vordert betaling van een voorschot op de schadevergoeding. Ook vordert de werknemer betaling van achterstallige vakantietoeslag en een deel van de fooienpot. De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer toe, behalve de betaling van een deel van de fooienpot.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 11972451 \ CV EXPL 25-4398 (PA)

Vonnis van 15 juli 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: voorheen mr. J. de Haan, nu [naam 1] ,

tegen

[gedaagde] , H.O.D.N. [naam 2],

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [naam 2] ,

gemachtigde: mr. C.G.A. Mattheussens.

De zaak in het kort

In deze zaak vordert een werknemer een verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade die de werknemer vanwege een bedrijfsongeval heeft geleden en vordert betaling van een voorschot op de schadevergoeding. Ook vordert de werknemer betaling van achterstallige vakantietoeslag en een deel van de fooienpot. De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer toe, behalve de betaling van een deel van de fooienpot.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 november 2025 en akte houdende rectificatie

- de conclusie van antwoord

- het tussenvonnis van 28 januari 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald

- akte vermeerdering van eis en overlegging producties van 2 juni 2026

- de pleitnota van [eiser] van 5 april 2025

- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] is in oktober 2024 in dienst getreden bij [naam 2] als algemeen horecamedewerker (barman) voor drie dagen per week op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst. Het uurloon bedraagt € 10,50 netto.

Op 28 mei 2025 heeft [eiser] een bedrijfsongeval gehad. Hij is sindsdien arbeidsongeschikt.

De verzekeraar van [naam 2] heeft de aansprakelijkheid erkend.

3. Het geschil

[eiser] vordert na akte rectificatie eis en akte vermeerdering van eis – samengevat – een verklaring voor recht dat [naam 2] aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval dat hem is overkomen en de materiële en immateriële schade die hij daardoor lijdt en geleden heeft, dient te dragen, met verwijzing naar de schadestaatprocedure. Daarnaast vordert [eiser] betaling van een voorschot van € 2.500,00. [eiser] vordert verder een verklaring voor recht dat [naam 2] bovenop het hem toekomende loon van € 10,50 per uur vakantiegeld aan [eiser] dient te voldoen in de daarvoor bestemde maanden mei of juni en daarover de verschuldigde loonbelasting en sociale premies zelf afdraagt aan de Belastingdienst. [eiser] vordert ook betaling van de wettelijke verhoging, betaling van vakantiegeld en betaling van € 3.943,78 netto aan fooien.

[naam 2] voert verweer. [naam 2] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat in deze zaak met name om de vraag of [naam 2] aansprakelijk is voor de schade die [eiser] heeft opgelopen vanwege een bedrijfsongeval en veroordeeld moet worden tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding. Verder verschillen partijen van mening wat het loon is van [eiser] en of hij recht heeft op een deel van de fooienpot.

De kantonrechter wijst de verklaring voor recht ten aanzien van het bedrijfsongeval toe

De kantonrechter wijst de gevorderde verklaring voor recht toe en motiveert dat als volgt.

Vast staat dat [eiser] op 28 mei 2025 een bedrijfsongeval heeft gehad en in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden. Ook al is de aansprakelijkheid (inmiddels) erkend door de verzekeraar van [naam 2] dan nog kan [eiser] de aansprakelijkheid door de rechter laten vaststellen. Daar heeft [eiser] voldoende belang bij.

De kantonrechter verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure

Ook de verwijzing naar de schadestaatprocedure wijst de kantonrechter toe. Voor toewijzing van een vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk is. Daaraan is voldaan. [eiser] heeft namelijk schade geleden en de omvang van de schade is in deze procedure niet vast te stellen. Dat betekent dat er grond is voor verwijzing naar de schadestaatprocedure.

Het voorschot van € 2.500,00 wijst de kantonrechter toe

Het in deze procedure door [eiser] gevorderde voorschot van € 2.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente wijst de kantonrechter toe. Voldoende aannemelijk is dat [eiser] lichamelijk letsel heeft opgelopen, behandelingen heeft gehad en daardoor kosten heeft moeten maken. Bovendien gaat [eiser] ook schade lijden door een inkomensdaling. [eiser] heeft verder voldoende onderbouwd waar het bedrag van € 2.500,00 op is gebaseerd en de kantonrechter acht dit ook een reëel bedrag.

Er is geen sprake van een all-in loon

[eiser] vordert betaling van niet ontvangen vakantietoeslag. [eiser] stelt daartoe dat geen all-in loon is overeengekomen. [naam 2] voert aan dat wel degelijk een all-in loon is overeengekomen. Volgens [naam 2] zijn partijen uitdrukkelijk mondeling overeengekomen dat in het bedrag van € 10,50 netto het vakantiegeld was ingesloten. De kantonrechter geeft [naam 2] hierin geen gelijk en motiveert dat als volgt.

Op grond van artikel 17 lid 2 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag kan een werkgever met een werknemer schriftelijk een all-in loon overeenkomen zodanig dat de werkgever maandelijks, tegelijk met de loonbetaling, de vakantiebijslag betaalt. Vast staat dat zo’n afspraak niet schriftelijk is vastgelegd. De door [naam 2] gestelde, en door [eiser] betwiste, mondelinge afspraak is daarmee ongeldig. Dat betekent dat er in de maand juni vakantietoeslag moet worden uitbetaald en dat de eerder uitbetaalde bedragen niet als vakantietoeslag aangemerkt kunnen worden. [naam 2] is dus aan [eiser] uitbetaling van vakantietoeslag verschuldigd over de gehele duur van het dienstverband. Hierop wordt hierna ingegaan.

De gemachtigde van [eiser] heeft bij dagvaarding gevraagd om uitbetaling van het vakantiegeld van € 483,39. Naar aanleiding van hetgeen op de mondelinge behandeling is besproken, begrijpt de kantonrechter dat het om een nettobedrag gaat en ziet op vakantiegeld over de periode van 1 oktober 2024 tot en met 31 mei 2025. Uitgaande van een maandsalaris van € 840,00, betwist [naam 2] niet dat het vakantiegeld over die periode een bedrag van € 483,39 netto bedraagt. De kantonrechter wijst dit bedrag daarom toe.

De kantonrechter ziet aanleiding om de verzochte wettelijke verhoging te matigen tot 25% omdat niet is gebleken van kwade opzet.

Bij akte vermeerdering van eis vordert [eiser] veroordeling van [naam 2] tot betaling van het vakantiegeld over de periode 1 juni 2025 tot en met 31 mei 2026. De kantonrechter wijst deze vordering toe als na te melden.

De wettelijke verhoging over het bedrag van € 600,39 wijst de kantonrechter toe

Vast staat dat [naam 2] op 12 januari 2026 het achterstallige salaris van € 600,39 netto aan [eiser] heeft betaald. Dat is te laat gebeurd. [eiser] heeft daarom recht op betaling van de wettelijke verhoging. De kantonrechter ziet ook hier aanleiding om de verzochte wettelijke verhoging te matigen tot 25% omdat niet is gebleken van kwade opzet.

De betaling van fooien wijst de kantonrechter af

Partijen hebben tot slot een geschil over de betaling van fooien. [eiser] vordert betaling van € 3.043,78 netto wegens verschuldigde fooien. De kantonrechter wijst deze vordering af en motiveert dat als volgt.

[naam 2] voert aan dat de fooienpot onder de bedieningsmedewerkers wordt verdeeld. Volgens [naam 2] is dat binnen haar onderneming gebruikelijk omdat de bedieningsmedewerkers minder salaris ontvangen dan de rest van het personeel en omdat het bedienend personeel ook verantwoordelijk is voor eventuele kastekorten.

De kantonrechter stelt voorop dat fooi geen loon is omdat dit niet door [naam 2] als werkgever wordt betaald, maar door derden. Vast staat dat partijen niets hebben afgesproken over de afdracht van fooi. Ook staat vast dat [eiser] de functie van barman heeft en dat hij dus niet onder het bedienend personeel valt. Dat [eiser] incidenteel, bij drukte, door [naam 2] is ingezet in de bediening, maakt hem, anders dan hij zelf stelt, geen onderdeel van het bedienend personeel. [eiser] was daarnaast ook nooit verantwoordelijk voor eventuele kastekorten.

Het bovenstaande betekent dat er geen grond is om op grond van artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek (BW) [naam 2] als werkgever te verplichten [eiser] deel te laten nemen in de fooi.

[naam 2] moet de proceskosten betalen

[naam 2] is voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [naam 2] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

90,00

- salaris gemachtigde

360,00

(1 punt × € 360,00)

- nakosten

144,00

Totaal

594,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat [naam 2] aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval dat [eiser] is overkomen op 28 mei 2025 en daarvoor de materiële – en immateriële schade die hij daardoor lijdt en geleden heeft volledig dient te dragen en verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure voor de beoordeling van de precieze omvang ervan,

veroordeelt [naam 2] tot betaling van € 2.500,00 aan voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2025 tot de datum van betaling,

veroordeelt [naam 2] tot betaling van de wettelijke verhoging van 25% over € 600,39 netto,

verklaart voor recht dat [naam 2] bovenop het hem toekomende loon van € 10,50 per uur vakantiegeld aan [eiser] dient te voldoen in de daarvoor bestemde maanden mei of juni en daarvoor de verschuldigde loonbelasting en sociale premies zelf afdraagt aan de Belastingdienst,

veroordeelt [naam 2] tot betaling van € 483,39 netto aan vakantiegeld over de periode 1 oktober 2024 tot en met 31 mei 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 25%,

veroordeelt [naam 2] tot betaling van het vakantietoeslag over de periode van 1 juni 2025 tot en met 31 mei 2026, waarbij [naam 2] dient zorg te dragen voor de afdracht van de daarover verschuldigde loonbelasting en overige sociale premies,

veroordeelt [naam 2] in de proceskosten van € 594,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt [naam 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2, 5.3, 5.5 tot en met 5.8 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl VAAN-AR-Updates.nl 2026-1315 AR-Updates.nl 2026-1315
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand