ECLI:NL:RBNHO:2026:8294

ECLI:NL:RBNHO:2026:8294

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 07-07-2026
Datum publicatie 07-07-2026
Zaaknummer C/15/373215
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Verzoek beëindigen gezamenlijk gezag afgewezen, ondanks wens minderjarige; vader belemmert geen gezagsbeslissingen en is bereid hulp te accepteren om te leren van zijn fouten; uitleg voor minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Locatie Haarlem

gezag, omgangs-/zorgregeling

zaak-/rekestnr.: C/15/373215 / FA RK 25-6661

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 7 juli 2026

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M. van der Weide uit Heerhugowaard,

tegen

[de vader] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. E.B. Warmerdam-Wolfs uit Alkmaar.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoek, met producties, van de moeder, ontvangen op 27 december 2025;

het verweer met zelfstandig verzoek, met producties, van de vader, ontvangen op

19 juni 2026;

het F9-formulier, met productie, van de moeder, ontvangen op 22 juni 2026;

het F9-formulier, met productielijst, van de vader, ontvangen op 22 juni 2026;

het F9-formulier, met bijgaande brief en producties, van de moeder, ontvangen op 24 juni 2026.

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 juni 2026. Daarbij waren partijen met hun advocaten aanwezig. Vanuit de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) was [vertegenwoordiger van de raad] aanwezig als informant.

De minderjarige [de minderjarige] heeft op 22 juni 2026 met de kinderrechter gesproken om zijn mening te geven.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

Het minderjarige kind van partijen is [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] . De vader heeft [de minderjarige] erkend. Hij is niet de biologische vader van [de minderjarige] . Partijen hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] . [de minderjarige] woont bij de moeder.

Bij beschikking van de kinderrechter van 2 mei 2022 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd en duurde tot 2 maart 2026.

Bij proces-verbaal van uitspraak van 29 januari 2025 is – voor zover hier van belang – het verzoek van de moeder om haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] , afgewezen.

3. Het verzoek

De moeder verzoekt – zoals de rechtbank begrijpt – om:

­ het gezamenlijk gezag van partijen te beëindigen en de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] ;

­ een omgangs-/zorgregeling vast te stellen, waarbij alleen sprake is van contact tussen [de minderjarige] en de vader als [de minderjarige] dat wil en als dit in [de minderjarige] belang is.

Zij verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De moeder onderbouwt haar verzoek als volgt. De rechtbank concludeerde op

29 januari 2025 al dat [de minderjarige] klem zit tussen partijen. Doordat partijen zouden starten met Parallel Solo Ouderschap (hierna: PSO), was nog te verwachten dat de situatie zou verbeteren. Dat is niet gebeurd. De gecertificeerde instelling (hierna: de GI) wil de ondertoezichtstelling laten toetsen en beëindigen, omdat de ondertoezichtstelling de ernstig verstoorde verstandhouding tussen partijen onvoldoende kan helpen veranderen. De GI ondersteunt het verzoek van de moeder over het gezag. In 2025 moest de moeder via haar advocaat toestemming van de vader regelen voor een vakantie met [de minderjarige] . De moeder wil voorkomen dat bij diagnostiek van [de minderjarige] ook vertraging ontstaat. Daarbij komt dat de vader heeft aangegeven “afstand te willen doen van zijn vaderschap”. Op een abrupte manier heeft hij besloten geen contact meer te willen met [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft (nog) geen behoefte aan een herstelgesprek met de vader. Nu [de minderjarige] en de vader geen contact meer hebben, is het in [de minderjarige] belang noodzakelijk dat de vader geen gezag meer over hem heeft.

De moeder en haar advocaat hebben hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat de verstandhouding tussen partijen al erg lang is verstoord. In tegenstelling tot de vader, vindt de moeder dat de (schriftelijke) communicatie en samenwerking tussen partijen niet goed verloopt. Diagnostiek en hulpverlening zijn noodzakelijk voor [de minderjarige] , maar [de minderjarige] hulpverlening is tijdelijk gestopt. Er wordt namelijk aangegeven dat [de minderjarige] hulpverleningsmoe is en dat [de minderjarige] niet met de hulpverleners van Kinderpsychologenpraktijk NHN wil praten als de vader inzage heeft in hulpverleningsinformatie, ook niet als afspraken worden gemaakt over wat de vader wel en niet mag inzien. De moeder verzoekt het verzoek van de vader over de proceskosten af te wijzen.

4. Het verweer en zelfstandig verzoek

De vader heeft daartegen verweer gevoerd en verzocht het verzoek van de moeder over het gezag af te wijzen en het verzoek van de moeder over de zorgregeling toe te wijzen. Als zelfstandig verzoek verzoekt de vader de moeder te veroordelen in de proceskosten. Hij verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De vader onderbouwt zijn verweer en zelfstandig verzoek als volgt. [de minderjarige] is niet klem geraakt doordat sprake is van gezamenlijk gezag. Ook is niet gebleken dat belangrijke beslissingen over hem niet genomen kunnen worden. De vader heeft namelijk nooit structureel noodzakelijke gezagsbeslissingen tegengehouden en werkt(e) mee met hulpverlening. Zo heeft hij zich in juni 2025 gehouden aan de afspraken met de GI en de hulpverlening, door geen direct contact meer te hebben met [de minderjarige] . De GI heeft het door de moeder genoemde bericht over het gezag nooit met de vader gedeeld. Bovendien is dat bericht niet concreet toegelicht en onderbouwd. Verder heeft de moeder niet onderbouwd waarom gezamenlijk gezag onuitvoerbaar is. Het ontbreken van goede communicatie tussen partijen of het bestaan van ernstige spanningen tussen hen is onvoldoende voor toewijzing van het verzoek over het gezag. Hoewel [de minderjarige] klem zit in de ouderverhouding en het loyaliteitsconflict, is daarvoor hulpverlening, diagnostiek, begeleiding, rust en PSO-communicatie ingezet. [de minderjarige] heeft belang bij continuïteit in zijn juridische band met de vader en de mogelijkheid tot contactherstel met de vader in de toekomst.

De vader en zijn advocaat hebben hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat de vader eerder op een onhandige manier uit emotie heeft gereageerd. Hoewel de vader het erg verdrietig vindt, legt hij zich neer bij [de minderjarige] wens om nu geen contact met de vader te willen. De vader hoopt – ook gelet op wat hij in zijn eigen verleden heeft meegemaakt – dat [de minderjarige] in de toekomst mogelijk van gedachte verandert. Voor [de minderjarige] is het belangrijk dat hij weet dat de vader er altijd voor hem zal zijn. De door de moeder genoemde argumenten zijn geen wettelijke grondslag voor beëindiging van het gezamenlijk gezag van partijen en de vader moet niet op meer afstand worden gezet. Hoewel tussen partijen nog spanning is, kunnen zij wel met elkaar communiceren. Zij communiceren vooral via hun ambulante begeleiders, maar ook rechtstreeks via de mail. De vader heeft nooit iets gedaan met hulpverleningsinformatie over [de minderjarige] en is bereid afspraken te maken over het niet kunnen inzien van hulpverlengingsinformatie als [de minderjarige] dat niet wil. Er zijn verschillende mogelijkheden om [de minderjarige] angst daarover weg te nemen.

5. De mening van [de minderjarige]

wil dat de moeder de gezagsbeslissingen over hem neemt. Hij heeft de vader al lange tijd niet gezien en wil ook geen contact met de vader.

6. De beoordeling

Gezag

De rechtbank kan het gezamenlijk gezag beëindigen en één van beide ouders met het gezag over een kind belasten, als een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt of als dit anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot behoorlijk overleg en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of in ieder geval in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders.

Bij de beoordeling van het verzoek van de moeder stelt de rechtbank voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders in beginsel gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin het noodzakelijk is dat slechts één van de ouders na het uiteengaan het ouderlijk gezag uitoefent.

In dit geval ziet de rechtbank onvoldoende grond om van het genoemde wettelijk uitgangspunt af te wijken en legt hieronder uit waarom.

Uit de stukken en wat tijdens de zitting naar voren is gebracht, blijkt dat partijen na de uitspraak van 29 januari 2025 zijn gestart met PSO, maar dat dit traject onvoldoende kon worden voortgezet omdat [de minderjarige] geen hulpverlening meer wil. Net als de Raad, acht de rechtbank beëindiging van het gezamenlijk gezag van partijen ook nu niet noodzakelijk. Partijen hebben een vorm van communicatie gevonden die op dit moment voldoende werkt, waardoor afspraken over [de minderjarige] gemaakt kunnen. De vader belemmert ook geen gezagsbeslissingen over [de minderjarige] . De Raad heeft terecht naar voren gebracht dat [de minderjarige] klem raakt doordat zijn diagnostiek en behandeling vastloopt, niet door het gezamenlijke gezag van partijen. Daarom is het belangrijkrijk dat diagnostiek en behandeling bij [de minderjarige] zal plaatsvinden. Om dat te laten slagen, is het van belang dat [de minderjarige] angst over inzage van de vader in hulpverleningsinformatie wordt weggenomen. Met de Raad ziet de rechtbank andere mogelijkheden om dat te doen, bijvoorbeeld door het voeren van gesprekken (met hulpverleners). Ook kan gedacht worden aan het indienen van een verzoek tot schorsing van het gezag van de vader met betrekking tot zijn inzage in hulpverleningsinformatie over [de minderjarige] . Beëindiging van het gezag van de vader om die reden, is naar het oordeel van de rechtbank niet proportioneel. De vader heeft nog een weg te gaan, maar hij laat zien dat hij bereid is om hulp te accepteren en te leren van zijn fouten. Zo geeft hij [de minderjarige] de ruimte die hij vraagt door afstand te nemen, mee te gaan in de behoeften van [de minderjarige] en geen omgang met [de minderjarige] af te dwingen. De vader wil betrokken zijn bij [de minderjarige] en niet is gebleken dat hij misbruik maakt van zijn gezag. De rechtbank zal het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag van partijen te beëindigen en de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] , dan ook afwijzen.

Zorgregeling

Partijen hebben overeenstemming bereikt over de zorgregeling. De vader heeft in de stukken aangegeven het eens te zijn met het verzoek van de moeder over de zorgregeling. Tijdens de zitting heeft hij dit standpunt bevestigd. Partijen zijn het erover eens dat alleen sprake zal zijn van contact tussen [de minderjarige] en de vader als [de minderjarige] dat wil, waarbij [de minderjarige] welzijn en behoeften centraal staan. De rechtbank beslist op de manier zoals door partijen is aangegeven, ook omdat niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich daartegen verzet.

Proceskosten

Vanwege de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank heeft geen reden voor een proceskostenveroordeling nu dit in procedures tussen ex-partners over het algemeen niet gebruikelijk is en de rechtbank geen reden heeft om in deze zaak van dit uitgangspunt af te wijken.

Brief aan [de minderjarige]

De rechtbank vindt het belangrijk partijen te laten weten dat aan [de minderjarige] een brief wordt gestuurd, waarin de beslissing wordt uitgelegd. In de brief staat het volgende:

Beste [de minderjarige] ,

Wij hebben op 22 juni 2026 met elkaar gepraat op de rechtbank.

Je moeder wil dat je alleen je vader ziet als jij dat wil. Je vader vindt dat jammer en verdrietig, maar hij begrijpt dat hij jou ruimte moet geven. Je ouders hebben nu afgesproken dat je alleen je vader ziet als jij dat wil. Daarom hoef ik daar niet meer over te beslissen.

Je ouders nemen nu samen de belangrijke beslissingen over jou. Je moeder wil dat zij deze beslissingen alleen kan nemen. Je vader wil dat niet. Daarom moet ik nog beoordelen wie de belangrijke beslissingen over jou moet nemen.

Je hebt mij verteld dat je wil dat alleen je moeder de beslissingen over jou mag nemen. Je hebt nu namelijk al een lange tijd geen contact meer met je vader. Je wil ook geen contact met hem, omdat je vindt dat hij zich niet heeft gehouden aan afspraken en omdat je je niet veilig voelde bij hem. Ook wil je niet dat je vader informatie krijgt over jou van de hulpverlening, zoals de kinderpsycholoog. Als alleen je moeder beslissingen over jou mag nemen, hoeft de kinderpsycholoog ook geen informatie meer te geven over jou aan je vader.

Ik heb goed naar je geluisterd.

Zoals je weet heb ik met je ouders gepraat op de rechtbank. Je ouders hebben veel aan mij verteld. Belangrijk voor jou is dat je vader heeft beloofd dat hij geen informatie zal lezen over jouw hulpverlening als jij dat niet wil. Je vader heeft ook verteld dat hij samen met je moeder de beslissingen over jou wil blijven nemen. Hij is namelijk bang dat hij anders niet meer betrokken is bij jou en in jouw leven.

Iemand van de Raad voor de Kinderbescherming heeft mij ook advies gegeven. Zij vindt dat je ouders samen de beslissingen over jou moeten blijven nemen. Het blijft lastig voor ze, maar het lukt ze tot nu toe wel omdat ze willen doen wat het beste is voor jou. De mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming vindt ook dat het voor jou belangrijk is dat je hulpverlening krijgt en dat je erop kunt vertrouwen dat je vader geen informatie daarover zal lezen.

Ik ben het eens met de mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming. Ik vind het voor jou het beste als je ouders samen de belangrijke beslissingen over jou blijven nemen. Het is heel knap van je ouders dat ze een manier hebben gevonden om dat samen te doen. Het is vooral voor je moeder niet makkelijk, maar ze doet haar best omdat dat voor jou belangrijk en goed is. Omdat je ouders hebben geleerd en nog aan het leren zijn hoe ze met elkaar kunnen samenwerken, wil ik dat nog een kans geven. Ik snap namelijk de angst van je vader dat hij helemaal uit je leven verdwijnt als hij niet meer samen met je moeder beslissingen over je mag nemen.

Ik wens je veel succes in de toekomst en voor nu een fijne zomervakantie. Deze brief heb ik ook in de beslissing voor je ouders opgenomen, zodat ze weten wat ik jou heb geschreven.

Met vriendelijke groet,

de kinderrechter

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag te beëindigen af;

stelt een zorgregeling vast, waarbij geen sprake is van vaste omgang tussen de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , en de vader, en waarbij alleen contact tussen [de minderjarige] en de vader plaatsvindt als [de minderjarige] dat wil en als [de minderjarige] welzijn en behoeften daarbij centraal staan;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier en in het openbaar uitgesproken op

7 juli 2026. Bij ontstentenis van de rechter is deze beschikking ondertekend door mr. E.C.M. van Mierlo (rechter tevens teamvoorzitter).

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.K. Mireku

Griffier

  • mr. F.G. van der Erve

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand