ECLI:NL:RBNHO:2026:8303

ECLI:NL:RBNHO:2026:8303

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 07-07-2026
Datum publicatie 07-07-2026
Zaaknummer C/15/319569
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Verzoek beëindigen gezamenlijk gezag afgewezen, ondanks advies Raad; vader accepteert inmiddels hulp en werkt inmiddels mee met nemen van gezagsbeslissingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Locatie Haarlem

gezag en zorg-/omgangsregeling

zaak-/rekestnr.: C/15/319569 / FA RK 21-4059

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 7 juli 2026

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. D.E. Oud uit Krommenie,

tegen

[de vader] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. A. Özmen uit Almere,

-- over --

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] (hierna te noemen: [de minderjarige 3] );

hierna samen ook te noemen: de kinderen.

1. De verdere procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

­ de beschikking van 16 januari 2025 en de daarin genoemde stukken;

­ het F9-formulier van de vader, ontvangen op 6 november 2025;

­ de e-mail van de moeder, ontvangen op 16 december 2025;

­ de e-mail, met bijlage, van de moeder, ontvangen op 19 maart 2026;

­ het F9-formulier, met bijlagen, van de vader, ontvangen op 3 april 2026.

De verdere behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van

26 juni 2026. Daarbij waren de moeder met haar advocaat (per videobelverbinding) en de vader met zijn advocaat aanwezig. Vanuit de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) was [vertegenwoordiger van de raad] (per videobelverbinding) aanwezig als informant.

De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben op 22 januari 2026 met de kinderrechter gesproken om hun mening te geven.

2. De stand van zaken tot nu toe

Bij beschikking van 16 januari 2025 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald. De beslissing op de verzoeken over het gezag en de zorg-/omgangsregeling is aangehouden, met als belangrijkste doel bekijken of de voorzichtige positieve ontwikkeling in het contact tussen de ouders met hulpverlening verder zou verbeteren. De zorgregeling moest zorgvuldig worden opgebouwd. De rechtbank ging er vanuit dat de ouders en het Jeugdteam zich nu actief zouden inspannen voor een aanmelding bij Jij en Co of soortgelijke instantie.

Bij bericht van 6 november 2025 heeft de vader aangegeven dat de hulpverlening voor de kinderen en de ouders nog loopt. De kinderen verblijven al enige tijd één keer per twee weken een weekend bij de vader, wat goed gaat. Ook is de communicatie tussen de ouders erg verbeterd. De vader heeft verzocht de zaak drie maanden aan te houden.

Bij bericht van 16 december 2025 heeft de moeder aangegeven dat om de week omgang is tussen de kinderen en de vader, te weten van maandag uit school tot dinsdag naar school. [de minderjarige 1] wil alleen niet meer naar de vader toe. [de minderjarige 2] wil inmiddels niet meer bij de vader overnachten, omdat de vader eerder omgangsmomenten heef afgezegd. [de minderjarige 3] gaat naar de vader toe en vindt dat goed. De moeder heeft verzocht de zaak drie maanden aan te houden.

Bij bericht van 19 maart 2026 heeft de moeder aangegeven dat volgens haar in de eindbeschikking kan worden bepaald dat geen vaste omgangsregeling zal gelden tussen de kinderen en de vader, maar dat de ouders deze samen afstemmen op de beschikbaarheid van de vader. De ouders hebben namelijk afgesproken dat de vader aangeeft wanneer en of hij omgang kan hebben met de kinderen, waarna de ouders in overleg een omgangsmoment zullen afspreken. De moeder heeft het eindverslag van [de psychologiepraktijk] (hierna: de psychologiepraktijk) van 11 maart 2026 meegestuurd. Daaruit blijkt volgens haar dat het nog steeds niet lukt om goede afspraken te maken. Ook in het traject werden afspraken niet nagekomen door de vader, werden de kinderen teleurgesteld in het contact met de vader en de betrouwbaarheid van de afspraken. De vader is onvoldoende betrokken en neemt daartoe ook geen initiatieven. Ondanks voldoende trajecten en kansen, is de gezagssituatie sinds 2021 niet verbeterd. Een basis voor gezamenlijk gezag van de ouders ontbreekt nog steeds.

Bij bericht van 3 april 2026 heeft de vader aangegeven het eens te zijn met de moeder over het vastleggen van flexibele omgangsafspraken. De vader heeft een tussenverslag van de psychologiepraktijk van 23 september 2025 meegestuurd. Daaruit blijkt volgens hem dat zijn contactherstel met de kinderen succesvol is geweest. De vader had goede redenen voor het niet laten doorgaan van sommige omgangsmomenten. Dat de kinderen teleurgesteld zouden zijn in het contact met de vader en dat problemen zijn met het nakomen van gemaakte afspraken, is onjuist en wordt ook niet bevestigd in het eindverslag. Een onrustige werkperiode leidde ertoe dat de vader graag flexibele omgangsafspraken wil. De vader heeft verzocht het verzoek over het eenhoofdig gezag van de moeder af te wijzen. Aan de wettelijke vereisten voor toewijzing van dat verzoek is niet voldaan. De communicatie tussen de ouders is de afgelopen anderhalf jaar (via hulpverlening) veel verbeterd en is nu stabiel. De vader heeft het raadsadvies over zijn manier van communiceren opgevolgd. Hij verleent altijd toestemming voor gezagsbeslissingen en er zijn ook geen problemen rond het gezag. Daarbij komt dat de psychologiepraktijk betrokken blijft bij de omgang tussen de kinderen en de vader en bij de communicatie tussen de ouders.

3. De verdere beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedtaken

De rechtbank stelt vast dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling. De ouders zijn het erover eens dat geen vaste zorgregeling moet worden vastgesteld tussen de kinderen en de vader, maar dat de ouders de zorgregeling samen afstemmen op de beschikbaarheid van de vader. De rechtbank beslist op de manier zoals door de ouders is aangegeven, omdat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet. De rechtbank wijst hiermee het (gewijzigde) verzoek van de moeder over de zorgregeling toe.

De resterende verzoeken

De rechtbank moet nu nog beslissen op het verzoek van de moeder over het gezag en het verzoek van de vader over de proceskosten.

De moeder

De moeder en haar advocaat hebben tijdens de zitting aangegeven dat nog steeds geen sprake is van een wenselijke manier van communiceren tussen de ouders om gezamenlijke beslissingen te nemen over de kinderen. De weinige communicatie die er tussen de ouders is, gaat niet over de kinderen maar kort over de financiën. De vader is al lange tijd bijna niet betrokken in het leven van de kinderen. Ook de school heeft geen contact met hem. De vader ziet de kinderen nu een paar keer per jaar (voor het laatst in januari 2026), waar de kinderen weinig behoefte aan hebben. Daardoor weet de vader onvoldoende over de kinderen om samen met de moeder beslissingen over hen te kunnen nemen. Door de niet-betrokken houding van de vader vindt de moeder het niet passend dat zij de vader om toestemming moet vragen voor gezagsbeslissingen. De moeder is bereid de vader te blijven informeren over de kinderen, maar wil niet verplicht blijven zich in te spannen om de vader te betrekken en meerdere keren uit te leggen waarvoor zijn toestemming nodig is. Er is ook een gerechtelijke procedure geweest over – naar de rechtbank begrijpt – een inschrijving op een basisschool, omdat de vader niet snel genoeg reageerde. Ondanks de inzet van verschillende hulpverleners houdt de vader zich bewust afzijdig van de kinderen. Dit hoort niet bij zijn gezagsplicht om betrokken te zijn. Verder informeert hij nooit naar de kinderen. De moeder vindt dan ook dat de juridische situatie hetzelfde moet worden als de feitelijke situatie, namelijk dat zij alleen gezagsbeslissingen neemt.

De vader

De vader en zijn advocaat hebben tijdens de zitting naar voren gebracht dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezamenlijk gezag van de ouders. De communicatie tussen de ouders is de afgelopen twee jaar sterk verbeterd en de vader verleent altijd zijn toestemming voor gezagsbeslissingen, zoals voor de aanvraag van [de minderjarige 1] nieuwe paspoort. De vader heeft weleens te laat verzoeken om toestemming te verlenen gezien, maar heeft zijn toestemming daarna verleend. Sindsdien zijn op dit vlak geen problemen meer geweest. Als deze in de toekomst wel zouden ontstaan, blijft de hulpverlening betrokken om de ouders daarbij te helpen. Verder is bij de kinderen geen sprake van een loyaliteitsconflict. De vader wil en moet betrokken zijn in het leven van de kinderen. Hij houdt zich nu bewust op afstand en zal niet te hard aansturen op contact met de kinderen, zodat ruzies tussen de ouders voorkomen worden. Hij zorgt wel dat hij op de hoogte blijft en informatie krijgt over de kinderen, bijvoorbeeld via de schoolapp. Dat de vader wat afstand houdt, is omdat hij bang is iets verkeerd te doen of verkeerd geïnterpreteerd te worden en omdat bij de kinderen (behalve [de minderjarige 3] ) sprake is van weerstand in het contact met de vader. De vader probeert de kinderen op zijn manier iets extra’s te geven. Dit staat echter los van de vraag over het gezag.

De mening van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]

[de minderjarige 1] heeft samengevat aangegeven dat hij nu geen contact heeft met de vader en daar ook geen behoefte aan heeft. Hij vindt het lastig dat de vader zich eerder niet heeft gehouden aan afspraken. [de minderjarige 2] heeft samengevat gezegd dat hij het leuk vindt om contact te hebben met de vader en zijn nieuwe partner, maar dat hij ook geen (extra) contact met de vader wil.

De Raad

De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven geen advies te kunnen geven over het gezag. De kinderen hebben recht op twee ouders met gezag. Als de vader geen gezag meer heeft, bestaat de kans dat hij verder op afstand van hen komt te staan. Sinds het eerdere raadsadvies is de communicatie tussen de ouders verbeterd, maar de vader neemt nog steeds te weinig verantwoordelijkheid om een structurele vader- en ouderrol te vervullen. De Raad begrijpt het standpunt van de moeder dat de juridische situatie nu niet aansluit bij de feitelijke situatie en dat de vader niet betrokken is. Door het bewust houden van afstand tot de kinderen, neemt de vader geen verantwoordelijkheid als vader. Als de vader een rol wil spelen in het leven van de kinderen, moet hij geen afstand van hen nemen en moet hij zich juist inzetten voor het onderhouden van contact. Dit kan ook door een kaartje te sturen als de kinderen weerstand lijken te hebben tot contact met de vader. Ook kan de vader contact opnemen met de moeder om afspraken te maken over de kinderen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank kan het gezamenlijk gezag beëindigen en één van beide ouders met het gezag over een kind belasten, als een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt of als dit anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of in ieder geval in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders

Bij de beoordeling van het verzoek van de moeder stelt de rechtbank voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders in beginsel gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin het noodzakelijk is dat slechts één van de ouders na het uiteengaan het ouderlijk gezag uitoefent, als dat in het belang van het kind noodzakelijk is.

In dit geval ziet de rechtbank onvoldoende grond om van het genoemde wettelijk uitgangspunt af te wijken en legt uit waarom.

Uit de stukken en wat tijdens de zitting naar voren is gebracht is voldoende gebleken dat het de ouders lukt om basisonderwerpen die het gezag raken, te bespreken en om samen gezagsbeslissingen te nemen over de kinderen. De rechtbank stelt met de Raad vast dat de communicatie tussen de ouders is verbeterd, al moet met name de vader blijven werken aan verdere optimalisering daarvan. De rechtbank ziet dat de moeder met veel geduld richting de vader kan reageren en het is de vader met hulpverlening inmiddels gelukt om zijn aandeel in de escalerende communicatie met de moeder te minimaliseren. Zo is het de ouders gelukt om overeenstemming te bereiken over de flexibele zorgregeling tussen de vader en de twee oudste jongens. De vader heeft zich er, in hun belang, bij kunnen neerleggen dat hun tempo op dit moment daarin leidend is. De vader is hierin dan ook leerbaar gebleken.

Dat de vader er bewust voor kiest om zich ten aanzien van de kinderen op dit moment afzijdig te houden, acht de rechtbank – anders dan de Raad naar voren heeft gebracht – geen uiting van onverantwoordelijk vaderschap, maar meer een uiting van onvermogen en voorzichtigheid. De vader is te afwachtend geweest, maar dat betekent niet dat hij geen verantwoordelijkheid neemt als vader. De vader is zich ervan bewust dat hij nog veel te leren heeft en nog stappen dient te zetten in zijn rol als gezaghebbende vader van de kinderen. Die hulp accepteert de vader inmiddels ook en de ingezette hulp kan kennelijk worden voortgezet. De vader kan dus verder worden geholpen bij het op een passende manier tonen van zijn betrokkenheid. Dat de kinderen door de afwachtende houding van de vader klem en verloren raken tussen de ouders of gezamenlijk gezag anderszins niet in het belang van de kinderen is, is niet gebleken. De noodzakelijke gezagsbeslissingen over de kinderen zijn uiteindelijk altijd genomen, nu de vader zijn toestemming daarvoor (uiteindelijk) altijd heeft verleend. Ook heeft hij meegewerkt met hulpverlening in het belang van de kinderen, waarbij hij geprobeerd heeft het contact met de kinderen op te pakken en uit te breiden.

Tijdens de zitting heeft de vader aangegeven meer betrokkenheid te willen tonen bij de kinderen, maar dat hij niet zo goed weet hoe hij dat moet aanpakken. De Raad heeft de vader hier tijdens de zitting een aantal passende handvatten voor gegeven. De rechtbank verwacht van de vader dat hij zich hier in het belang van de kinderen goed voor inzet. De rechtbank heeft begrip voor het standpunt van de moeder, dat zij feitelijk de gezagsbeslissingen zelfstandig neemt en dat zij ook om die reden met het eenhoofdig gezag dient te worden belast. Het klopt dat het van de moeder een zekere extra inspanning kost om deze vader te betrekken en te informeren, zodat hij met haar samen gezagsbeslissingen kan nemen. Naar het oordeel van de rechtbank mag dit echter van de moeder verwacht worden, juist omdat de vader heeft laten zien dat hij bereid is om te leren en zich in het nemen van gezagsbeslissingen inmiddels coöperatief opstelt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen, dan ook afwijzen

Proceskosten

Vanwege de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank heeft geen reden voor een proceskostenveroordeling nu dit in procedures tussen ex-partners over het algemeen niet gebruikelijk is en de rechtbank geen reden heeft om in deze zaak van dit uitgangspunt af te wijken.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag te beëindigen af;

stelt een zorgregeling vast, waarbij geen sprake is van vaste omgang tussen de vader en de minderjarigen:

­ [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

­ [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

­ [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

en waarbij de ouders de zorgregeling samen afstemmen op de beschikbaarheid van de vader;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier en in het openbaar uitgesproken op

7 juli 2026. Bij ontstentenis van de rechter is deze beschikking ondertekend door mr. E.C.M. van Mierlo (rechter tevens teamvoorzitter).

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.K. Mireku

Griffier

  • mr. F.G. van der Erve

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand