ECLI:NL:RBNHO:2026:8319

ECLI:NL:RBNHO:2026:8319

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 08-07-2026
Zaaknummer 11970602 \ CV EXPL 25-4385
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

autorijschool, consument, lespakket, tekortkoming, ontbinding, opzegging, annuleringsbeding

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 11970602 \ CV EXPL 25-4385 TB

Vonnis van 10 juni 2026

in de zaak van

1. [eiser sub 1] ,

te [woonplaats] ,2. [eiseres sub 2],

te [woonplaats] ,

eisende partijen in conventie,

verwerende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] ,

gemachtigde: mr. R.B. Jonker

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. AUTORIJSCHOOL [naam autorijschool],

te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 november 2025

- de conclusie van antwoord en tevens eis in reconventie

- het tussenvonnis van 10 december 2025

- de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

In november 2023 is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen, inhoudende dat [eiseres sub 2] bij [gedaagde] een rijlessenpakket afneemt van in totaal 40 rijlessen (Rijopleiding categorie B) met een examen, voor een bedrag van € 2.400,00.

Op de website van [gedaagde] is opgenomen “Bij voortijdige beëindiging van een pakket vindt geen restitutie plaats van niet afgenomen lessen, tussentijdse toets of examen.”

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben [gedaagde] op 17 januari 2025 een ingebrekestelling gestuurd waarin zij restitutie eisen van de resterende rijlessen.

Op 14 juni 2025 hebben [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] [gedaagde] gesommeerd tot terugbetaling van het rijlessenpakket en hebben zij de overeenkomst ontbonden. [gedaagde] heeft in reactie op deze e-mail aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] laten weten dat zij niet overgaat tot restitutie van het rijlessenpakket en dat er geen recht op restitutie bestaat.

3. Het geschil

in conventie en in reconventie

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] vorderen - samengevat - veroordeling van [gedaagde] primair tot betaling van € 2.400,00, vermeerderd met rente en kosten en subsidiair tot betaling van € 1.440,00 vermeerderd met rente en kosten.

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] leggen – kort weergegeven – aan de vordering het volgende ten grondslag. In de eerste plaats stellen zij dat [gedaagde] te kort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht door het structureel niet leveren van regelmatige lessen dan wel planning en het niet tot stand brengen van een deugdelijk leertraject. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben de overeenkomst, na sommatie, ontbonden. Ontbinding brengt ongedaanmaking mee en daarom moet [gedaagde] het lesgeld van € 2.400,00 restitueren. In de tweede plaats stellen zij dat zij de overeenkomst met [gedaagde] hebben opgezegd. [gedaagde] heeft hoogstens recht op een redelijke vergoeding voor de geleverde lessen. Het website-beding waar [gedaagde] zich op beroept dat bij voortijdige beëindiging geen restitutie mogelijk is, is een algemene voorwaarde die tegenover consumenten onredelijk bezwarend en vernietigbaar is. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] vorderen een bedrag terug van € 1.440,00. Dit is berekend op basis van 24 niet afgenomen lessen maal het uurtarief van € 60,00.

[gedaagde] voert verweer. Het standpunt van [gedaagde] is – kort weergegeven – dat zij niet tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat [eiseres sub 2] wel op regelmatige basis rijlessen heeft gegeven. Tussen partijen zijn duidelijke afspraken gemaakt en uiteindelijk is het [eiseres sub 2] (en [eiser sub 1] ) zelf geweest die ervoor zorgde dat de rijlessen niet meer konden plaatsvinden. Verder kan de overeenkomst niet voortijdig worden beëindigd met restitutie van lesgeld van de niet afgenomen lessen. Dat is duidelijk opgenomen op de website van [gedaagde] zodat de leerling weet waar hij of zij aan begint. Omdat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] een bericht op sociale media hebben geplaatst over de rijschool van [gedaagde] vordert zij bij wijze van een tegenvordering om alle berichten op sociale media en andere platforms te verwijderen en dat zij zich onthouden van het gebruiken, verspreiden of toevoegen van documenten of correspondentie die betrekking hebben op eerdere reeds afgehandelde zaken of oud leerlingen.

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben de tegenvordering weersproken.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] een bedrag van € 1.392,00 moet terugbetalen aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] voor het niet afgenomen deel van het lespakket. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarop zij dit oordeel baseert.

Niet in geschil is dat tussen partijen mondeling een overeenkomst tot stand is gekomen op basis waarvan [gedaagde] 40 rijlessen zou verzorgen voor [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] , met een rij-examen en dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] zich hebben verplicht om als tegenprestatie daartoe een bedrag van € 2.400,00 aan [gedaagde] te betalen. De kantonrechter stelt vast dat hiermee sprake is van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarbij [gedaagde] de opdrachtnemer en [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] de opdrachtgevers zijn. Verder staat vast dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] dit bedrag hebben betaald aan [gedaagde] en ook staat vast dat [eiseres sub 2] zestien rijlesuren heeft gehad van de 40 rijlesuren.

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben primair gesteld dat zij de overeenkomst rechtsgeldig hebben ontbonden bij brief van 14 juni 2025 en dat [gedaagde] gehouden is tot (terug)betaling op grond van de daaruit voortvloeiende ongedaanmakingsverbintenis. [gedaagde] heeft betwist dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en daarmee tevens, zo begrijpt de kantonrechter, dat er een grond was voor ontbinding. Voor de vraag of [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] de overeenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk hebben ontbonden, moet worden beoordeeld of sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [gedaagde] . Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv rust hiertoe op [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] de stelplicht en bewijslast van hun stellingen. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] moeten dan ook stellen en – zo nodig te bewijzen – dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de op grond van de overeenkomst op haar rustende verbintenis.

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] stellen dat sprake is van een tekortkoming aan de kant van [gedaagde] omdat zij structureel geen regelmatige lessen dan wel planning heeft geleverd en omdat zij geen deugdelijk leertraject tot stand heeft gebracht. Zij verwijzen hiervoor onder meer naar de overgelegde WhatsApp correspondentie. Hoewel uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken zou kunnen worden afgeleid dat na aanvang van de overeenkomst rijlessen niet altijd op regelmatige basis plaatsvonden, was dat nadat partijen eind juni 2024 met elkaar om tafel hebben gezeten (het koffiegesprek) en afspraken hebben gemaakt over het vervolgtraject anders. Uit de overgelegde berichten maakt de kantonrechter namelijk ook op dat [eiseres sub 2] na het koffiegesprek in de periode van juli tot en met oktober iedere week (op een vakantie van beide partijen na) lessen gevolgd heeft bij [gedaagde] . Dit verandert eind oktober wanneer [eiseres sub 2] - zonder vooraankondiging - meldt dat zij voor zes weken naar het buitenland gaat en daardoor geen rijlessen kan volgen. Dit is door [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] onvoldoende gemotiveerd weersproken. Door omstandigheden blijkt de reis vervolgens niet door te kunnen gaan, waarna [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] zich op 5 november 2024 tot [gedaagde] richten en verzoeken om de rijlessen weer te hervatten. Omdat [gedaagde] in de veronderstelling was dat [eiseres sub 2] gedurende een lange periode geen rijlessen kon volgen en de voor [eiseres sub 2] gereserveerde uren inmiddels anders waren ingepland, meldt zij [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] voor twee weken niets te kunnen inplannen. Dit komt dan ook voor rekening en risico van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] . [gedaagde] loopt vervolgens op 24 november 2024 een hersenschudding op waardoor zij minimaal twee weken rust moet houden en meldt dat op 25 november 2024 dan ook aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] . [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] sturen dan een week later een herhaald verzoek voor het inplannen van rijlessen. Uit de WhatsApp-berichten blijkt dat [gedaagde] hier niet op reageert, waarna [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] een gemachtigde inschakelen en bij brief van 17 januari 2025 [gedaagde] sommeren om het restant van de rijlessen terug te betalen. De kantonrechter is van oordeel dat het [gedaagde] onder deze omstandigheden niet kan worden toegerekend dat zij niet meteen reageert op het bericht van 3 december 2024. Bovendien heeft [gedaagde] onbetwist gesteld dat [eiser sub 1] in de kerstperiode op tournee zou gaan waardoor [eiseres sub 2] in die periode ook niet kon rijden en dat [eiseres sub 2] rijlessen is gaan volgen bij een andere rijschool. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst.

Op basis van het voorgaande is niet komen vast te staan dat sprake is van een tekortkoming, zodat de gestelde verwijten geen grond opleveren voor de ontbinding. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben de overeenkomst niet rechtsgeldig ontbonden op 14 juni 2025 zodat er ook geen ongedaanmakingsverplichting is ontstaan. De primaire vordering tot betaling van € 2.400,00 zal dan ook worden afgewezen, alsook de daarmee samenhangende primaire vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 360,00.

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] stellen zich subsidiair op het standpunt dat zij de overeenkomst hebben opgezegd en dat [gedaagde] alleen recht heeft op een redelijke vergoeding voor de geleverde lessen. [gedaagde] voert aan dat op haar website een beding is opgenomen dat voor het beëindigen van de les-overeenkomst door de leerling geen recht op restitutie bestaat (hierna: het annuleringsbeding).

Zoals onder 4.2. vastgesteld is tussen partijen sprake van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. Hieruit volgt dat de artikelen 7:400 e.v. BW en de Richtlijn 93/13 EEG inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn) van toepassing zijn.

In de artikelen 7:400 e.v. BW is opgenomen dat de opdrachtgever de overeenkomst op elk moment mag opzeggen zonder dat hij aan de opdrachtnemer een schadevergoeding verschuldigd is. Van deze artikelen kan niet worden afgeweken ten nadele van een natuurlijk persoon. Het gaat dus om zogeheten ‘dwingend recht’. De opdrachtgever is bij opzegging slechts gehouden tot vergoeding van de onkosten verbonden aan de uitvoering van de opdracht, voor zover deze niet in het loon zijn inbegrepen. Als de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht, dan heeft de opdrachtnemer recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon.

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben [gedaagde] bij brief van 17 januari 2025 verzocht tot terugbetaling van het nog openstaande bedrag van € 1.555,00. Hoewel in de aanhef van de brief ‘Ontbinding van de overeenkomst voor de rijcursus’ staat, kan deze brief worden gezien als een opzegging van de overeenkomst. De wet geeft geen voorschriften over de manier waarop moet worden opgezegd. Daarom kan een opzegging op elke gewenste manier plaatsvinden. Uit de tekst van de brief blijkt niet dat de wil van de partij die de verklaring uitbrengt ( [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] ) gericht is op het rechtsgevolg ontbinding: op het bevrijden van partijen van de verplichting om na te komen en op het ongedaan maken van prestaties die al zijn verricht. In de brief delen [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] mee dat [gedaagde] in verzuim is omdat ze niet in staat is geweest om op regelmatige basis alle rijlessen te verzorgen. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] waren daardoor genoodzaakt om [eiseres sub 2] in te schrijven bij een andere rijschool. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] sommeren [gedaagde] vervolgens tot terugbetaling van een bedrag van € 1.555,00 van het totaal van € 2.435,00 die zij voor de rijlessen hebben betaald. Hieruit kan niet worden afgeleid dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] daarmee doelden op het ongedaan maken van door haar verrichte prestaties (verrichte betalingen). De brief van 17 januari 2025 zal de kantonrechter dan ook aanmerken als een opzegging. Dit betekent dat de overeenkomst per 17 januari 2025 is opgezegd door [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] en daarmee is beëindigd. Dit brengt met zich dat [gedaagde] recht heeft op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon en dat [gedaagde] het deel van de niet afgenomen rijlessen aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] moet terugbetalen. [gedaagde] beroept zich echter op het annuleringsbeding dat op haar website is opgenomen dat geen restitutie van lesgeld plaatsvindt bij voortijdig beëindigen van de overeenkomst.

De kantonrechter stelt voorop dat niet kan worden vastgesteld dat tussen partijen een annuleringsbeding is overeengekomen omdat er geen overeenkomst of andere stukken zijn waaruit dat blijkt. Ervan uitgaande dat het beding wel van toepassing is (wat door [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] niet is weersproken) dan geldt dat een dergelijk beding in strijd is met de wet en daarmee ook als een oneerlijk en onredelijk bezwarend beding moet worden aangemerkt en moet worden vernietigd. De kantonrechter legt hierna uit waarom.

De kantonrechter is van oordeel dat het annuleringsbeding dat op de website van [gedaagde] staat in strijd is met de hiervoor beschreven wettelijke regels voor de overeenkomst van opdracht. Het annuleringsbeding houdt namelijk in dat bij opzegging de gehele overeengekomen prijs verschuldigd blijft. Het maakt volgens dat beding niet uit of er daadwerkelijk (on)kosten door [gedaagde] gemaakt zijn en [gedaagde] hoeft ook geen enkele tegenprestatie te leveren. Het annuleringsbeding is daardoor in strijd met de artikelen 7:406 BW en 7:408 BW, omdat uit die artikelen volgt dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] altijd mogen opzeggen en dan geen schadevergoeding verschuldigd is, behalve onkosten. Daarnaast is het beding in strijd met artikel 7:411 BW, omdat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] op grond van dat artikel alleen een redelijk loon moeten betalen als de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht. Al deze artikelen zijn dwingend recht, waarvan [gedaagde] in de verhouding met [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] niet mag afwijken, ook niet op de website.

Het voorgaande betekent dat het annuleringsbeding op de website van [gedaagde] in strijd is met de wet en daarmee ook als een oneerlijk en onredelijk bezwarend beding moet worden aangemerkt. De kantonrechter vernietigt dit beding daarom. Dat heeft tot gevolg dat [gedaagde] daarop geen beroep meer kan doen als verweer tegen de vordering. Gelet hierop komt de kantonrechter niet meer toe aan de beoordeling of het annuleringsbeding oneerlijk en onredelijk bezwarend is op grond van artikel 6:237, onder i, BW omdat hiervoor immers al is geoordeeld dat het annuleringsbeding oneerlijk is vanwege strijd met de artikelen 7:406 BW, 7:408 BW en 7:411 BW.

Gelet op wat de kantonrechter hiervoor heeft geoordeeld, leidt dit ertoe dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] aanspraak hebben op terugbetaling van het als onverschuldigd betaalde bedrag. Dit bedrag is de hoofdsom van € 2.400,00 minus het bedrag dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] aan [gedaagde] moeten vergoeden aan redelijk loon en onkosten.

De kantonrechter zal dat redelijk loon stellen – gelijk aan de berekening van [gedaagde] – op de tarieven die gelden indien geen lespakket, maar losse lessen worden afgesloten. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben onbetwist gesteld dat zij zestien rijlessen hebben afgenomen (16 x € 63,00). Totaal komt dat uit op een bedrag van € 1.008,00. Niet gesteld is dat sprake is van onkosten. Dit betekent dat een bedrag van € 1.008,00 in mindering moet worden gebracht op het bedrag dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] voor het lespakket (€ 2.400,00) hebben betaald zodat [gedaagde] aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] € 1.392,00 moet terugbetalen.

Het voorgaande brengt mee dat de subsidiaire vordering van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.392,00. De gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. Er is namelijk niet toegelicht waarom de rente met ingang van de gevorderde ingangsdatum verschuldigd is.

[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe de gedaagde partij zal worden veroordeeld. Daarom zal een bedrag van € 208,80 worden toegewezen.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

145,45

- griffierecht

257,00

- salaris gemachtigde

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

727,95

in reconventie

De kantonrechter wijst de vordering in reconventie af wegens gebrek aan belang en omdat door [gedaagde] onvoldoende gesteld en onderbouwd is om de vordering toe te wijzen. Ter zitting is namelijk gebleken dat het bericht reeds is verwijderd en daarnaast kan de kantonrechter het overige van de tegenvordering niet toewijzen omdat dit verbod de vrijheid van meningsuiting van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] raakt. Dat zou een tamelijk verstrekkend verbod opleveren. Ervan uitgegaan wordt dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] zich op dit punt verstandig zullen opstellen.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Deze worden vastgesteld op nihil omdat er geen werkzaamheden zijn verricht die een aparte vergoeding naast de in conventie toegekende vergoeding rechtvaardigen.

5. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] te betalen een bedrag van € 1.392,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] te betalen een bedrag van € 208,80 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 727,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,5.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

wijst de vorderingen van [gedaagde] af,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand