RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 12005787 \ CV EXPL 25-4772 TB
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
E-LEGAL INCASSO ADVOCATEN B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: e-Legal,
gemachtigde: mr. L.R. Ridderbroek,
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
te Hoorn,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 november 2025
- de conclusie van antwoord van 14 december 2025
- het aanvullende mondelinge antwoord van 17 december 2025
- het tussenvonnis van 31 december 2025
- de akte met producties van e-Legal van 13 april 2026
- de mondelinge behandeling van 13 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[gedaagde] heeft in mei 2025 e-Legal ingeschakeld ter incassering van een factuur van [gedaagde] op een debiteur tot een bedrag van € 3.465,00. Dit is op 8 mei 2025 aan [gedaagde] per e-mail bevestigd.
Bij e-mail van 21 mei 2025 heeft e-Legal [gedaagde] gevraagd om voor 30 mei 2025 akkoord te geven op de opdrachtbevestiging.
Op 19 juni 2025 heeft e-Legal aan [gedaagde] gemaild dat er naar aanleiding van een telefoongesprek met een werknemer van e-Legal geen reactie meer is gekomen en dat zij graag de nieuwe facturen ontvangt zodat ook die meegenomen kunnen worden in het dossier.
Op 23 juni 2025 heeft [gedaagde] een nieuw dossier aangemaakt in het systeem van e-Legal voor een vordering van € 1.153,96 op dezelfde debiteur als de opdracht van begin mei 2025.
In reactie op de e-mail van 19 juni 2025 schrijft [gedaagde] op 24 juni 2025: “Ik heb mijn dossier aangepast en geef toestemming om deze opdracht door te zetten a.u.b.”.
Bij e-mail van 25 juni 2025 heeft e-Legal [gedaagde] geschreven dat het haar is opgevallen dat er een nieuw dossier is aangemaakt tegen dezelfde derde, dat zij dat dossier daarom zal sluiten en de vordering toevoegt aan het bestaande dossier. Daarnaast heeft e-Legal een actuele specificatie van de vordering aan [gedaagde] bijgevoegd waarin een vordering van [gedaagde] op de debiteur van € 3.465,00 (factuur 1) is opgenomen en een vordering van € 1.153,96 (factuur 2).
E-Legal is haar incassowerkzaamheden gestart en heeft de debiteur van [gedaagde] aangeschreven.
Bij brief van 26 augustus 2025 heeft e-Legal aan [gedaagde] laten weten het dossier te sluiten omdat de vordering is voldaan inclusief rente en incassokosten, vergezeld van een eindafrekening waarin is opgenomen dat [gedaagde] nog € 1.003,44 aan e-Legal moet betalen. [gedaagde] heeft dit bedrag onbetaald gelaten.
3. Het geschil
E-Legal vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.003,44, vermeerderd met rente en kosten.
E-Legal legt aan de vordering ten grondslag dat zij voor [gedaagde] incassowerkzaamheden heeft verricht op basis van ‘no cure – no pay’. Daarvoor gelden bepaalde spelregels, die [gedaagde] niet is nagekomen. Op grond van de overeengekomen voorwaarden moet [gedaagde] daardoor een vergoeding betalen. Na verrekening met bij e-Legal ontvangen bedragen komt dat uit op totaal € 1.003,44. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald, eist e-Legal dat zij ook een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten en de rente betaalt.
[gedaagde] voert verweer. Het gaat niet om incassowerkzaamheden voor twee facturen. Het klopt dat in eerste instantie een opdracht was aangemaakt voor een factuur van € 3.465,00, maar [gedaagde] heeft deze uit het systeem verwijderd omdat zij er al uitgekomen was met de debiteur. [gedaagde] heeft geen akkoord gegeven voor de eerste factuur. Wel voor de tweede factuur van € 1.153,96. Deze factuur is door de debiteur aan [gedaagde] betaald, echter had de betaling moeten worden gedaan aan e-Legal. E-Legal heeft de debiteur bedreigd om de incassokosten te betalen en als dat niet zou worden gedaan dan zou e-Legal faillissement aanvragen van de debiteur. Hier heeft [gedaagde] geen toestemming voor gegeven. Verder voert [gedaagde] aan dat e-Legal onduidelijk is in haar communicatie, dat ze niet transparant is en dat de kosten onredelijk zijn. Als [gedaagde] had geweten dat zij 10% aan e-Legal moest betalen, dan was zij niet akkoord gegaan.
4. De beoordeling
Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of er een overeenkomst tot stand is gekomen voor het incassowerkzaamheden voor twee facturen of alleen voor de tweede factuur. Vervolgens is de vraag of [gedaagde] een bedrag van € 1.003,44 aan e-Legal moet betalen.
De kantonrechter is van oordeel dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen voor incassowerkzaamheden voor beide facturen en dat [gedaagde] een bedrag van € 1.003,44 aan e-Legal verschuldigd is geworden. Dit wordt hierna toegelicht.
De kantonrechter gaat niet mee in het verweer van [gedaagde] dat voor de eerste factuur geen overeenkomst is gesloten. Gelet op de stukken en wat op de zitting is besproken, is komen vast te staan dat aanvankelijk sprake was van een bevestiging voor de incasso van de eerste factuur. [gedaagde] moest op de opdracht alleen nog een formele bevestiging geven. Dit laat zij echter na waarna e-Legal een e-mail aan [gedaagde] stuurt met het verzoek om voor 30 mei 2025 akkoord te geven voor de incasso opdracht van de eerste factuur. Tussen partijen is vervolgens een aantal malen contact geweest over nieuwe onbetaald gelaten facturen, waarna [gedaagde] de opdracht aanpast. In navolging op die aanpassing stuurt [gedaagde] op 24 juni 2025 aan e-Legal een e-mail waarin zij schrijft dat zij de opdracht heeft aangepast en dat zij akkoord geeft om de opdracht door te zetten. Hoewel [gedaagde] stelt dat uit die e-mail duidelijk blijkt dat zij alleen akkoord gaf voor incassowerkzaamheden ten behoeve van de tweede factuur, is de e-mail ook vatbaar voor een andere lezing zoals terecht door e-Legal is aangenomen. Deze e-mail kan namelijk ook worden opgevat als een aanvullende incasso tegen dezelfde debiteur. Dit geldt te meer omdat [gedaagde] op 16 juni 2025 – door [gedaagde] niet weersproken – telefonisch aan een medewerker van e-Legal heeft aangekondigd nog twee onbetaald gelaten facturen te hebben en vervolgens op 24 juni 2025 een nieuwe incasso opdracht aanmaakt tegen dezelfde debiteur als waarvoor al een dossier bestond.
Dat [gedaagde] haar opdracht voor de eerste factuur heeft verwijderd, wordt door e-Legal betwist. Het is volgens e-Legal niet mogelijk om zelf opdrachten te verwijderen uit het systeem en bovendien blijkt nergens uit dat de opdracht door [gedaagde] is verwijderd. E-Legal bevestigt de opdracht vervolgens op 25 juni 2025 aan [gedaagde] , met in de bijlage een specificatie waarop beide facturen zijn opgenomen. Daartegenover heeft [gedaagde] haar standpunt dat de opdracht voor de eerste factuur is verwijderd, onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd.
Daarbij komt dat door e-Legal is gesteld – en door [gedaagde] niet is weersproken – dat partijen in juli 2025 nog telefonisch contact hebben over beide facturen, waarin onder meer door een medewerker van e-Legal is gevraagd of de toezegging van betaling door de debiteur van de tweede factuur ook geldt voor de eerste factuur. In een e-mail van [gedaagde] van 16 juli 2025 schrijft zij vervolgens: “(…) kan ik u mededelen dat de factuur met factuurnummer 202530673 aan mij is voldaan incl wettelijke rente die andere factuur die open staat wordt waarschijnlijk volgende week betaal baar gesteld.”. Nergens blijkt uit dat [gedaagde] opmerkt of beklag doet dat de opdracht alleen ziet op de tweede factuur en niet op de eerste factuur. Bovendien is ter zitting gebleken dat [gedaagde] pas op 7 augustus 2025 aan e-Legal heeft doorgegeven dat de eerste factuur al op 23 juni 2025 aan haar is betaald.
Onder die omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat e-Legal terecht stelt dat zij mocht aannemen dat [gedaagde] voor twee facturen opdracht heeft gegeven en niet alleen voor de tweede factuur. De omstandigheid dat achteraf blijkt dat op 23 juni 2025 al betaling van de eerste factuur had plaatsgevonden aan [gedaagde] kan hieraan niet af doen, mede omdat deze betaling pas aan e-Legal is doorgegeven op 7 augustus 2025. Dat die betaling heeft plaatsgevonden wist e-Legal dus niet eerder en kan haar daarom ook niet worden tegengeworpen. Bovendien doet dat ook niet af aan de totstandkoming van de overeenkomst voor de incassowerkzaamheden van beide facturen.
[gedaagde] voert verder aan dat de werkwijze van e-Legal onduidelijk is en niet transparant is. Volgens [gedaagde] is het onredelijk dat zij een incassoprovisie van 10% van het betaalde bedrag moet betalen en dat zij de rente en incassokosten over de vordering ‘uit eigen zak’ aan e-Legal moet betalen, terwijl die kosten door de debiteur al zijn betaald. Daarnaast heeft [gedaagde] geen toestemming gegeven voor het versturen van een brief aan de debiteur dat het faillissement van de debiteur zal worden aangevraagd als zij niet tot betaling zou overgaan.
Partijen hebben in de overeenkomst van opdracht met betrekking tot de kosten die e-Legal voor de werkzaamheden in rekening zou brengen het volgende afgesproken: ‘Bij betaling brengen wij u de over de vordering verschuldigde rente en incassokosten in rekening als vergoeding voor onze buitengerechtelijke werkzaamheden. Dit geldt zowel bij volledige betaling als bij gedeeltelijke betaling, maar in dit laatste geval slechts voor zover de (deel)betaling(en) de kosten dekken. Betalingen worden in dit verband in deze volgorde toegerekend: (1) incassokosten, (2) rente en (3) hoofdsom. Bij losse opdrachten wordt daarnaast een incassoprovisie over het betaalde bedrag in rekening gebracht. De incassoprovisie bedraagt 10% over de eerste € 100.000 en 5% over het meerdere daarboven (excl. btw). De incassoprovisie wordt berekend over het totaal betaalde bedrag en wordt dus niet toegerekend zoals de rente en incassokosten.’. Gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de totstandkoming van de overeenkomst, is [gedaagde] dus van tevoren uitdrukkelijk geïnformeerd over de kosten die e-Legal in rekening zou brengen voor haar werkzaamheden. De stelling van [gedaagde] dat zij nooit akkoord was gegaan met een incassoprovisie van 10% als zij had geweten dat zij dat moest betalen aan e-Legal gaat dan ook niet op.
Dat het druk is en er geen tijd is om een opdrachtbevestiging te lezen, zoals [gedaagde] in haar antwoord stelt, komt voor haar rekening en risico.
De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat [gedaagde] een incassoprovisie van 10% verschuldigd is aan e-Legal over het totaal betaalde bedrag.
Ook is [gedaagde] de rente en incassokosten verschuldigd aan e-Legal als vergoeding voor de uitgevoerde buitengerechtelijke werkzaamheden, omdat zij de spelregels heeft overtreden. Ook hieromtrent is zij van te voren uitdrukkelijk geïnformeerd. In de overeenkomst is op pagina vijf opgenomen dat in dat geval no cure no pay niet geldt en dat de opdrachtgever aan e-Legal de over de vordering verschuldigde rente en incassokosten als vergoeding voor de uitgevoerde buitengerechtelijke werkzaamheden moet betalen. [gedaagde] mag e-Legal volgens de spelregels niet belemmeren om de opdracht uit te voeren. Daarvan is onder meer sprake is als zij contact heeft met de debiteur of zelf de vordering probeert te incasseren. Uit het incassodossier blijkt dat [gedaagde] de spelregels heeft overtreden door zelf contact te houden met de debiteur. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. Zij moet deze kosten dan ook aan e-Legal betalen.
Tot slot geldt dat partijen in de overeenkomst van opdracht zijn overeengekomen dat e-Legal, nadat zij de debiteur meermaals tot betaling heeft gesommeerd en volledige betaling uitblijft, rechtsmaatregelen kan aanzeggen, dan wel aankondigen zoals het aanvragen van faillissement van de debiteur. Dat e-Legal tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de overeenkomst door op 30 juli 2025 aan de debiteur een aankondiging faillissementsaanvraag te sturen gaat dan ook niet op. Bovendien is het aan [gedaagde] zelf te wijten dat zij ontvangen betalingen pas zodanig laat aan e-Legal doorgeeft dat e-Legal haar incassotraject voortzet en uiteindelijk overgaat tot het aankondigen van een faillissementsaanvraag van de debiteur.
E-Legal vordert een bedrag van € 250,00 aan buitengerechtelijke kosten. Voldoende is onderbouwd dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter ziet echter aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop e-Legal recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. E-Legal heeft niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken. Daarom zal een bedrag van € 150,52 worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van e-Legal worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
340,00
- salaris gemachtigde
€
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
€
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
822,35
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan e-Legal te betalen een bedrag van € 1.032,14, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over een bedrag van € 1.003,44, met ingang van 6 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan e-Legal te betalen een bedrag van € 150,52 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 822,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.