RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/373091 / JU RK 25-1838
Datum uitspraak: 13 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ),
hierna te noemen: [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 december 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 januari 2026.
De moeder en de GI zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De vader heeft zich afgemeld voor de zitting.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen afwisselend bij hun vader en moeder.
Bij beschikking van de kinderrechter van 13 januari 2021 zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder
toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling steeds is verlengd en heeft geduurd tot
13 juli 2024. Vervolgens heeft de kinderrechter [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij beschikking van
26 november 2024 opnieuw onder toezicht gesteld met ingang van 28 november 2024,welke ondertoezichtstelling nadien is verlengd en thans nog voortduurt tot 28 november 2026.
De GI heeft op 12 december 2025 een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de moeder betreffende de verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Hierin is het volgende opgenomen:
‘- De moeder dient per direct deel te nemen aan het traject Parallel Solo Ouderschap, de moeder dient hiervoor contact op te nemen met mevrouw [mevrouw] ;
- de moeder dient [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] per direct in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan het traject Kindbehartiger, de moeder dient hiervoor contact op te nemen met mevrouw [mevrouw] ;
- de moeder dient per direct medewerking te verlenen aan het in overleg met en op aangeven van de vader inschrijven van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] bij een voetbalvereniging in [plaats] ;
- de moeder dient per direct medewerking te verlenen aan het nakomen en uitvoeren van afspraken omtrent [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] ten aanzien van contact/ verblijf/ activiteiten/ festiviteiten op school;
- de moeder dient per direct haar medewerking te verlenen aan het stipt naleven van het schema verdeling schoolvakantie en weekenden;
- de moeder dient per direct gehoor te geven aan een verzoek tot gesprek door de DJGB.’
3. Het verzoek
De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. Ook wordt verzocht een dwangsom op te leggen van € 100,00 per dag indien de schriftelijke aanwijzing niet wordt nagekomen. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft het verzoek als volgt toegelicht. De GI ziet geen andere mogelijkheid dan de moeder te dwingen om, in het belang van haar kinderen, medewerking te verlenen aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling en de hulpverlening te aanvaarden. De moeder weigert ieder contact met de GI en hulpverlenende instanties, waardoor de ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] in stand blijft, wat schadelijk is voor beide kinderen. Er staat de moeder niets in de weg om direct aan de aanwijzing mee te werken en de moeder heeft inkomsten uit loondienst.
4. De beoordeling
Op grond van artikel 1:263, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De GI kan dit doen indien de met het gezag belaste ouders of de minderjarige niet instemmen met, dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan van aanpak, of indien dit noodzakelijk is om de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Op grond van het tweede lid van dit artikel volgen de met het gezag belaste ouders en de minderjarige een schriftelijke aanwijzing op. Op grond van het derde lid van dit artikel kan de GI de kinderrechter verzoeken een schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen.
Uit de stukken blijkt dat de moeder onvoldoende medewerking heeft verleend aan de uitvoering van het plan van aanpak en de schriftelijke aanwijzing die noodzakelijk zijn om de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] weg te nemen. De GI is derhalve bevoegd om de schriftelijke aanwijzing te geven.
De volgende vraag is of aanleiding bestaat de schriftelijke aanwijzing (deels) te bekrachtigen. Vastgesteld is dat de moeder belast is met het gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , wat maakt dat zij toestemming dient te geven voor het regelen van belangrijke en praktische zaken voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , zoals hulpverlening. De moeder weigert echter ieder contact met de GI en hulpverlenende instanties, waardoor de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Daarnaast houdt de moeder zich niet aan de vastgelegde zorgregeling. Het is daarom noodzakelijk dat de moeder, in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , medewerking verleent aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling, waaronder ook de vastgelegde zorgregeling. Dit houdt onder andere in dat zij zich houdt aan de omgangsafspraken, de door de GI benodigde hulpverlening voor de ouders en de kinderen aanvaard en in gesprek gaat met de GI. Gelet op voorgaande kan naar oordeel van de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing worden bekrachtigd, voor zover dit ziet op de volgende aanwijzingen:
de moeder dient per direct deel te nemen aan het traject Parallel Solo Ouderschap;
de moeder dient [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] per direct in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan het traject Kindbehartiger;
de moeder dient per direct haar medewerking te verlenen aan het stipt naleven van het schema verdeling schoolvakantie en weekenden;
de moeder dient per direct gehoor te geven aan een verzoek tot gesprek door de DJGB.
Hoewel de kinderrechter begrip heeft voor de overige door de GI gegeven aanwijzingen gericht op de scholing van de kinderen en inschrijving bij een voetbalvereniging, worden deze aanwijzingen afgewezen omdat zij onvoldoende zijn gespecificeerd en geconcretiseerd.
Gelet op voorgaande zal de rechtbank de bovenstaande vier aanwijzingen van de schriftelijke aanwijzing conform artikel 1:263 derde lid van het BW dan ook bekrachtigingen.
Ten aanzien van de verzochte dwangsom overweegt de kinderrechter als volgt. Gebleken is dat de moeder zich niet houdt aan de omgangsafspraken en hulpverlening de afgelopen periode nauwelijks van de grond is gekomen, wegens de weigerachtige houding van de moeder. Ondanks het gedwongen kader en diverse pogingen van de GI en overige hulpverleners daartoe, is het niet gelukt om de moeder te motiveren medewerking te verlenen. In het belang van de kinderen is de kinderrechter dan ook van oordeel dat de verzochte dwangsom van €100,00 moet worden opgelegd voor iedere dag dat de moeder niet meewerkt aan ieder van de onder 3.4. afzonderlijk genoemde aanwijzingen. De kinderrechter ziet hierbij aanleiding om een maximum te verbinden aan de dwangsom, te weten maximaal twee maanden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing aan de moeder van 12 december 2025, voor zover daarin is bepaald dat:
de moeder dient per direct deel te nemen aan het traject Parallel Solo Ouderschap;
de moeder dient [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] per direct in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan het traject Kindbehartiger;
de moeder dient per direct haar medewerking te verlenen aan het stipt naleven van het schema verdeling schoolvakantie en weekenden;
de moeder dient per direct gehoor te geven aan een verzoek tot gesprek door de DJGB;
wijst het meer of anders verzochte af;
legt op aan de moeder een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag dat zij onder 5.1. genoemde aanwijzingen, ook afzonderlijk, niet nakomt, met een maximale duur van twee maanden.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026, in aanwezigheid van mr. M.L. van Erp als griffier, op schrift gesteld op 27 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.