RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/371835 / JU RK 25-1621
Datum uitspraak: 13 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder;
de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .
De kinderrechter heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken, maar hier heeft zij geen gebruik van gemaakt.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . De kinderrechter heeft bij beschikking van 26 juli 2024 het verzoek van de GI om het gezag van de moeder over [de minderjarige] te beƫindigen afgewezen. Ook is in die beschikking bepaald dat het perspectief voor [de minderjarige] bij de moeder ligt.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
De vader, [de vader] , heeft [de minderjarige] erkend. De vader speelde lange tijd geen rol in het leven van [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft sinds oktober 2025 beperkt contact met haar vader.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 14 januari 2019 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling nadien steeds is verlengd en thans nog voortduurt tot 14 januari 2026.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 3 juni 2019 is een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen, welke machtiging nadien is verlengd en heeft voortgeduurd tot 14 januari 2025.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft het verzoek als volgt toegelicht. De afgelopen periode is sprake geweest van een positieve ontwikkeling. Zo gaat [de minderjarige] weer naar school, afspraken thuis worden grotendeels nageleefd, er lijkt geen sprake meer te zijn van zelfbeschadiging en de zorgen omtrent mobielgebruik of sociale contacten zijn afgenomen. Desondanks is nog sprake van een ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] . Deze prille ontwikkelingen zijn namelijk nog volledig ingebed in een stevig (formeel) hulpverleningsnetwerk. De komende periode zal de hulpverlening worden overgedragen naar het vrijwillig kader, waaronder de systeemtherapie van Family Supporters. Gezien het verleden acht de GI het echter noodzakelijk dat, in samenwerking met de moeder en betrokken hulpverlening, een gedegen borgingsplan wordt opgesteld, zodat de hulpverlening wordt gewaarborgd en de moeder voldoende handvaten heeft om aan te blijven sluiten bij [de minderjarige] . Het is belangrijk dat de GI tot die tijd de regie kan houden.
Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat gestart wordt met systeemtherapie van Family Supporters, zodat het gezin (weer) goed op elkaar kan aansluiten en zij de nodige ondersteuning krijgen. Het vraagt op dit moment namelijk veel van alle gezinsleden om alle ballen hoog te houden. Het gezin zit momenteel nog in een overgangsfase waarbij het Leger des Heils zich langzaam terugtrekt en Family Supporters wordt opgestart. Om deze therapie positief af te ronden, is noodzakelijk dat [de minderjarige] hier ook aan meewerkt. De GI ziet wel dat [de minderjarige] weinig motivatie heeft om zich in te zetten voor hulpverlening, al wordt wel gezien dat het beter met haar gaat na een periode met intensieve gesprekken. Het zal dan ook een langdurig proces worden. Daarnaast dient de komende periode, naast de systeemtherapie en een borgingsplan, ook nog gekeken te worden welke instantie(s) de overige door het Leger des Heils geboden hulpverlening kunnen overnemen.
4. De standpunten
De moeder
De moeder heeft ter zitting aangegeven achter het verzoek tot de verlenging van de ondertoezichtstelling te staan, zodat de komende periode de nodige hulpverlening opgestart en geborgd kan worden. De moeder ervaart de hulpverlening alsmede de ondersteuning van de GI als fijn en zij is bereid hieraan mee te werken. Daarnaast is de moeder van mening dat [de minderjarige] hulp nodig heeft om te verwerken wat er gebeurt is in haar leven. Het gaat nog steeds wisselend wel en niet goed met [de minderjarige] , maar zij weigert vaak de nodige hulpverlening.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat [de minderjarige] veel heeft meegemaakt in haar leven en de ingezette hulp nog pril is en moeilijk van de grond komt. In stressvolle perioden heeft [de minderjarige] de neiging om uit verbinding te gaan en zichzelf terug te trekken. De kinderrechter acht het daarom wenselijk dat hulpverlening betrokken nu nog blijft om de positieve vooruitgang van en de hulpverlening voor [de minderjarige] te borgen. Dit fundament zal verstevigd worden door de systeemtherapie vanuit Family Supporters. Door systeemtherapie krijgen [de minderjarige] , moeder en haar partner inzicht in eigen communicatie(patronen) en worden ze ondersteund in het versterken van de onderlinge relaties, zodat ze in staat zullen zijn om eigen problemen op te lossen. Het uiteindelijke doel hiervan is dat de moeder, ook in stressvolle perioden, voldoende handvaten heeft om aan te sluiten bij [de minderjarige] . Daarnaast zal in de komende periode gewerkt worden aan de overdracht van het gedwongen kader naar het vrijwillige kader. Doordat de hulpverlening wordt overgedragen naar een andere organisatie, te weten van het Leger des Heils naar Family Supporters, is het belangrijk dat hier goed op wordt toegezien en een borgingsplan wordt opgesteld.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de motivatie van [de minderjarige] om deel te nemen aan hulpverlening wisselend is. Daarnaast vinden diverse wisselingen in de hulpverlening plaats, te weten overdacht naar een andere organisatie als ook het vrijwillig kader, indien mogelijk. Het is dan ook juist belangrijk dat een regievoerder het verloop monitort en de hulpverlening borgt.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van zes maanden.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 14 juli 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026, in aanwezigheid van mr. M.L. van Erp als griffier, op schrift gesteld op 27 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.