ECLI:NL:RBNHO:2026:8551

ECLI:NL:RBNHO:2026:8551

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 16-06-2026
Datum publicatie 10-07-2026
Zaaknummer K/4104/12226059
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Zaanstad

Samenvatting

afwijzing loonvordering en nevenvorderingen van zieke werknemer

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zaanstad

Zaaknummer: 12226059 \ VV EXPL 26-39/MdV

Vonnis in kort geding van 16 juni 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: L. Rosman-Pool,

tegen

de besloten vennootschap SPECIAL REFINING COMPANY B.V.,

te Zaandam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: SRC,

gemachtigde: mr. K.T.W. Maes.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van [eiser] van 21 mei 2026- de producties van SRC- de mondelinge behandeling van 2 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van [eiser]- de pleitnota van SRC.

2. De feiten

[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1999, is sinds 1 februari 2023 in dienst bij SRC. Daarvoor, tussen 1 januari 2020 tot medio 2022, was [eiser] ook in dienst bij SRC. Die arbeidsovereenkomst is door opzegging door [eiser] geëindigd.

De functie van [eiser] is Operator met een loon, inclusief ploegentoeslag en reinheidspremie van € 3.908,00 per maand op basis van 33,6 uur per week. Overeengekomen is dat [eiser] werkt in ploegendienst van maandag tot en met zondag. Naast zijn loon heeft [eiser] in 2020, 2021, 2023 en 2024 in december een bonus ontvangen.

In de arbeidsovereenkomst die partijen op 9 januari 2023 hebben gesloten is het volgende opgenomen.

Artikel 6

(…) Indien de werknemer langer dan 1 maand ziek is, dan wordt de ploegentoeslag, reinheidspremie en reiskosten stopgezet. De werkgever kan na 1 maand ziekte het bruto loon verlagen naar de wettelijk toegestane 70%.’

Verder was in de arbeidsovereenkomst die partijen op 13 november 2019 hebben gesloten het volgende opgenomen.

‘14. Voor zover Werkgeefster overgaat tot uitkering van enige winstdeling, dan is deze ter discretionaire vaststelling van Werkgeefster en wordt deze geacht inclusief vakantiebijslag te zijn. (…) Bovendien heeft een winstdeling over enig jaar geen invloed op het al dan niet bestaan van aanspraken daarop over een ander jaar dan wel de hoogte ervan.’

Op 20 oktober 2024 heeft [eiser] zich ziek gemeld wegens burn-outklachten. Er is vervolgens onder begeleiding van de bedrijfsarts een re-integratietraject opgestart, waarbij [eiser] in eerste instantie aangepast werk verrichtte waarbij de uren steeds verder werden opgebouwd. Dit resulteerde erin dat [eiser] vanaf week 43 van 2025 heeft opgebouwd naar wekelijks 4x8 uur in aangepast werk en dat hij in november 2025 dagelijks van 8:00 tot 16:00 uur aangepast werk verrichtte, hetgeen neerkwam op 40 uur per week.

In het door de bedrijfsarts opgestelde inzetbaarheidsprofiel van 15 augustus 2025 is vermeld dat ploegendiensten op termijn niet haalbaar zijn voor [eiser] , waardoor hij niet kan terugkeren in zijn oude functie. Aangezien er geen passende functie bij SRC beschikbaar is, wordt er vervolgens ook een zogenoemd tweede spoor traject opgestart waarbij wordt gekeken naar passende functies buiten de organisatie.

Na een gesprek op 18 november 2025 tussen [eiser] en SRC meldt [eiser] zich diezelfde dag opnieuw volledig ziek. SRC plant vervolgens een gesprek in met [eiser] op 19 november 2025 om te bespreken hoe verder kan worden gegaan met het re-integratietraject. Nadat [eiser] aangeeft dat hij op het geplande moment niet in staat is een gesprek te voeren ontvangt hij op 19 november 2025 een officiële waarschuwing wegens ongeoorloofd verzuim en schending van re-integratieverplichtingen. Ook laat SRC [eiser] weten dat de betaling van het loon wordt stopgezet en dat indien [eiser] niet aanwezig is bij een door SRC geplande afspraak voor een gesprek met zijn leidinggevende en HR, er verdergaande consequenties kunnen volgen waarbij beëindiging van het dienstverband tot de mogelijkheden behoort.

In de bijstelling van de probleemanalyse van de bedrijfsarts van 1 december 2025 is het volgende opgenomen.

De afgelopen periode is er, naast de medische problematiek, sprake geweest van spanningen in de arbeidsrelatie. De wijze waarop de communicatie over werktijden, zorgverlof, het gemiste gesprek en de daaropvolgende loopopschorting is verlopen, heeft geleid tot een duidelijke toename van spanning bij werknemer.’

De bedrijfsarts adviseert een gesprek tussen partijen onder begeleiding van de arbodienst om de communicatie en het vertrouwen te herstellen, waarna de re-integratie verder kan worden opgepakt.

Op 18 december 2025 laat SRC [eiser] weten dat zij de loonopschorting rectificeren.

Nadat [eiser] SRC in december 2025 laat weten dat hij te weinig loon heeft ontvangen, laat SRC [eiser] weten dat er inderdaad sprake is geweest van een fout, dat de fout hersteld wordt en dat het resterende deel van het loon in januari alsnog wordt overgemaakt.

In december 2025 ontvangt [eiser] een brief van SRC waarin wordt aangegeven dat er per 1 januari 2026 een nieuw bedrijfsreglement geldt. Verder is in de brief het volgende opgenomen.

‘ (…)Van deze gelegenheid maken wij gebruik om jou hiervoor hartelijk te bedanken en jou te informeren over de financiële tegemoetkoming die jij als dank voor jouw bijdrage hieraan met de salarisbetaling van december 2025 zult ontvangen.

(…)

Je ontvangt indien van toepassing in december 2025 een eenmalig bruto bedrag in het kader van de bonus/malus verzuimregeling. Over de exacte hoogte van dit bedrag word je nog geïnformeerd.’

[eiser] heeft in december 2025 (of daarna) geen extra bedrag (bonus) ontvangen.

Op 15 januari 2026 stelt de bedrijfsarts vast dat er de afgelopen periode toename van spanning en overbelasting is ontstaan, door ervaren onduidelijkheden, oplopende druk en moeizame afstelling rondom werkafspraken. Volgens de bedrijfsarts kan verdere re-integratie binnen spoor 1 leiden tot stagnatie van het re-integratieproces, waardoor dit niet langer realistisch is. De conclusie van de bedrijfsarts is daarom dat spoor 1 op medische gronden wordt afgesloten en dat de re-integratie volledig wordt gericht op spoor 2.

Vanaf de ingang van het tweede ziektejaar heeft SRC [eiser] steeds 80% van zijn loon betaald. Op 18 april 2026 laat SRC [eiser] echter schriftelijk weten dat zijn loon met ingang van 20 april 2026 zal worden verlaagd van 80% naar 70%. Nadat [eiser] laat weten het daar niet mee eens te zijn, omdat eerder aan hem zou zijn toegezegd dat hij tijdens het tweede ziektejaar 80% van zijn loon zou ontvangen, laat SRC [eiser] weten dat zij uit coulance tot het einde van het tweede ziektejaar 80% van het loon zal betalen.

In de meest recente bijstelling van de probleemanalyse van 8 mei 2026 concludeert de bedrijfsarts het volgende.

‘Voor terugkeer in de oorspronkelijke functie en context is het perspectief ongunstig. De combinatie van ploegendienst, onregelmatigheid, structurele weekendbelasting en de inmiddels belaste werkrelatie maakt dat duurzame hervatting daar niet reëel wordt geacht. De komende maanden kan de re-integratie daarom het beste gericht blijven op spoor 2, met behoud van structuur.’

3. Het geschil

[eiser] vordert samengevat dat de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

- SRC veroordeelt, om zolang [eiser] ziek is, 100% van het loon te betalen,

Subsidiair

- SRC veroordeelt tot betaling van 80% van het loon gedurende het tweede ziektejaar.

En zowel primair als subsidiair:

SRC veroordeelt tot het corrigeren dan wel aanvullen van het re-integratiedossier op straffe van een dwangsom,

SRC veroordeelt tot betaling van de jaarlijkse eindejaarsuitkering,

SRC veroordeelt tot betaling van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het te laat betaalde loon,

SRC veroordeelt tot correcte loonbetaling op straffe van verbeurte van een dwangsom,

voor recht verklaart dat SRC gehandeld heeft in strijd met goed werkgeverschap,

bepaalt dat SRC zich gedurende het re-integratietraject dient te gedragen conform artikel 7:611 Burgerlijk Wetboek,

SRC veroordeelt tot betaling van de proceskosten.

SRC voert verweer en verzoekt de kantonrechter om de vorderingen van [eiser] af te wijzen, aangezien het overgrote deel van de vorderingen volgens SRC niet thuishoren in een kort geding procedure. Zij voert hiertoe aan dat er geen sprake is van een spoedeisend belang en dat sommige vorderingen zich niet lenen voor toewijzing in kort geding. Daarnaast ontbreekt volgens SRC ten aanzien van de loonvordering en de bonusclaim een deugdelijke rechtsgrond.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Toetsingskader in kort geding

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Van een spoedeisend belang is sprake als van [eiser] niet kan worden gevergd de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten. Of er sprake is van een spoedeisend belang moet per afzonderlijke vordering aannemelijk gemaakt worden. Het ligt op de weg van [eiser] om te stellen en te onderbouwen dat hij een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen die hij instelt.

Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. De beoordeling in een kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

Tot slot geldt dat gelet op het voorlopige karakter van het kort geding, de kortgedingrechter slechts een voorlopig oordeel kan geven over de rechtsverhouding tussen partijen, en daarover niet een definitieve uitspraak kan doen. Dit betekent dat in een uitspraak in kort geding geen plaats is voor een verklaring voor recht.

het spoedeisend belang

Volgens [eiser] is er sprake van een spoedeisend belang, omdat SRC door diverse maatregelen en uitlatingen heeft gezorgd voor een structureel instabiele situatie en onvoorspelbare loonbetalingen. Deze onzekerheid wordt door SRC gebruikt om druk uit te oefenen tegenover [eiser] , terwijl [eiser] mede gelet op zijn autismespectrumstoornis en ziekte juist baat heeft bij rust en stabiliteit. Volgens [eiser] is er daardoor ten aanzien van alle vorderingen sprake van een spoedeisend belang. SRC betwist dat er sprake is van een spoedeisend belang nu het loon voor 80% wordt doorbetaald gedurende het gehele tweede ziektejaar. Er is daardoor volgens SRC geen reden waarom de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang voor zover de vorderingen van [eiser] zien op loondoorbetaling tijdens ziekte. Dergelijke vorderingen zijn naar hun aard spoedeisend en maken dat niet van [eiser] verwacht kan worden dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

Ten aanzien van de overige vorderingen oordeelt de kantonrechter dat onvoldoende is gesteld of gebleken dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter begrijpt dat [eiser] behoefte heeft aan rust en stabiliteit en dat onrust ten aanzien van zijn dienstbetrekking tijdens de re-integratie zijn herstel niet ten goede komt. De behoefte aan rust en stabiliteit levert als zodanig echter geen spoedeisend belang op. Daarvoor is meer nodig. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van andere omstandigheden die maken dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij zijn overige vorderingen. Dit maakt dat die vorderingen worden afgewezen.

loondoorbetaling 100%

Uit de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst volgt dat SRC het loon tijdens ziekte kan verlagen tot 70% van het laatstverdiende loon. Dit is in lijn met de wettelijke regeling. In dit geval heeft SRC, na een discussie tussen partijen, toegezegd dat zij [eiser] gedurende het gehele tweede ziektejaar 80% van het loon, inclusief ploegentoeslag, zal betalen. Voor doorbetaling van meer dan 80% van het loon tijdens ziekte bestaat geen grondslag.

Ter zitting heeft [eiser] nader gesteld dat er sprake is van situatieve arbeidsongeschiktheid als gevolg van een arbeidsconflict. De omstandigheid dat [eiser] niet werkt, dient daarom volledig voor risico van SRC te komen, aldus [eiser] . [eiser] meent daarom recht te hebben op 100% doorbetaling van zijn loon. SRC betwist dat er sprake is van situatieve arbeidsongeschiktheid.

In een geval waarin sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding kan zich de situatie voordoen dat een werknemer zich op grond van (dreigende) psychische of lichamelijke klachten niet in staat acht tot het verrichten van zijn werkzaamheden, hoewel ten aanzien van de arbeidsgeschiktheid geen medische beperkingen van psychische of fysieke aard kunnen worden vastgesteld, zodat van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte in de zin van art. 7:629 BW geen sprake is. Dit geval wordt wel aangeduid als “situatieve arbeidsongeschiktheid” en het recht op loon volgt dan uit de bepalingen van artikel 7:628 BW. [eiser] beroept zich hier kennelijk op. De kantonrechter oordeelt dat de stelling van [eiser] dat er alleen sprake is van situatieve arbeidsongeschiktheid geen steun vindt in de rapportages van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft in een vroeg stadium van de ziekteperiode al geoordeeld dat het werken in ploegendienst voor [eiser] te belastend is, waardoor terugkeer in de eigen functie niet mogelijk is. Hoewel uit de rapportages van ná 18 november 2025 volgt dat de re-integratie inmiddels mede wordt bemoeilijkt door een belaste werkrelatie, volgt hieruit ook dat nog steeds sprake is van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. De loondoorbetalingsverplichting van SRC berust dan op artikel 7:629 BW (zie 4.7) en niet op artikel 7:628 BW. Het is gelet op het voorgaande onvoldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat [eiser] recht heeft op doorbetaling van 100% van het loon. Deze vordering wordt daarom afgewezen.

loondoorbetaling 80%

Aangezien SRC 80% van het loon (inclusief ploegentoeslag) betaalt en heeft toegezegd dit tot het einde van het tweede ziektejaar te zullen doen, heeft [eiser] geen belang bij deze vordering. De enkele omstandigheid dat hij eraan twijfelt of SRC de door haar gedane toezegging zal nakomen, is hiervoor onvoldoende. Ook deze vordering is daarom niet toewijsbaar.

overige vorderingen

Zoals hiervoor reeds is overwogen ontbreekt ten aanzien van de overige vorderingen het spoedeisend belang en zijn die vorderingen alleen al daarom niet toewijsbaar. Ten overvloede merkt de kantonrechter echter nog op dat ook wanneer er wel sprake was van een spoedeisend belang, deze vorderingen van [eiser] niet voor toewijzing in aanmerking komen. Dit wordt hierna toegelicht.

aanpassen re-integratiedossier

[eiser] heeft in de dagvaarding onvoldoende toegelicht en onderbouwd wat er zou moeten worden gecorrigeerd dan wel aangepast aan het re-integratiedossier. Het is niet aan de kantonrechter om dit zelf uit de producties op te maken. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. Dit maakt dat deze vordering ook om die reden niet toewijsbaar is.

bonus

Onvoldoende aannemelijk is geworden dat het krijgen van een bonus op het moment dat een werknemer langdurig ziek is een verworven recht is zoals [eiser] heeft gesteld. SRC heeft op de zitting namelijk toegelicht dat het beleid was dat een bonus bij langdurige ziekte niet werd uitbetaald, hetgeen [eiser] niet heeft weersproken. SRC heeft ter zitting verder toegelicht dat de mededeling in de brief van december 2025 dat [eiser] bij de salarisbetaling van december 2025 een financiële tegemoetkoming zal ontvangen als dank voor zijn bijdrage, berust op een fout omdat per abuis een standaardtekst in de brief is opgenomen en dat [eiser] daaraan geen vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat hij een bonus zou krijgen. Ook dit is door [eiser] niet weersproken. De vordering is ook gelet op het voorgaande niet toewijsbaar.

betaling overige looncomponenten

Volgens SRC is 80% van het loon, inclusief de ploegentoeslag uitbetaald, hetgeen [eiser] niet heeft weersproken. Nu niet duidelijk is welke looncomponenten SRC nog meer uit had moeten betalen is ook deze vordering niet toewijsbaar .

wettelijke verhoging en rente

Nu volgens SRC al het loon is betaald en [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd over welke concrete loonaanspraken hij de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vordert, komt ook deze vordering niet voor toewijzing in aanmerking.

correcte loondoorbetaling en als goed werkgever gedragen

De vordering van [eiser] tot betaling van correcte betaling van het loon vanaf de datum van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom is eveneens niet toewijsbaar, omdat dit loon nog niet opeisbaar is. Daarbij merkt de kantonrechter op dat de verplichting van een werkgever om loon te betalen, reeds voortvloeit uit de wet en de arbeidsovereenkomst. Dat SRC zich als een goed werkgever dient te gedragen vloeit ook reeds voort uit de wet. De vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar.

verklaring voor recht

De verklaring voor recht die [eiser] heeft gevorderd leent zich niet voor toewijzing in kort geding zodat deze ook om die reden wordt afgewezen.

Conclusie

De conclusie is dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.

Omdat het (hoofdzakelijk) gaat om een loonvordering tijdens ziekte kan [eiser] alleen in de kosten van de procedure worden veroordeeld als sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Nu gesteld noch gebleken is dat hiervan sprake is, zal de kantonrechter bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eiser] af,

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl VAAN-AR-Updates.nl 2026-1344 AR-Updates.nl 2026-1344
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand