ECLI:NL:RBNHO:2026:8621

ECLI:NL:RBNHO:2026:8621

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 13-07-2026
Zaaknummer HAA-25_2627
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Douanekamer; Douanerecht, accijns en omzetbelasting over sigaretten meegenomen via Schiphol.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige douanekamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te Turnhout, België, belanghebbende,

en

de inspecteur van de Douane, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over douanerecht, accijns en omzetbelasting over sigaretten die zijn gekocht in India en zijn meegenomen naar Nederland.

Verweerder heeft aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (utb) met dagtekening 18 december 2024 uitgereikt voor een bedrag van € 529,23, bestaande uit € 36,09 aan douanerecht, € 390,42 aan accijns en € 102,72 aan omzetbelasting.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 21 mei 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de utb gehandhaafd.

Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2026 te Haarlem.

Belanghebbende is verschenen. Namens verweerder zijn verschenen mr. [naam 1] , [naam 2] (douanebeambte) en [naam 3] (vaktechnisch adviseur).

Overwegingen

Feiten

In de handmatige utb is onder meer het volgende – voor zover van belang - vermeld:

“1200 sigaretten door groene kanaal niet aangegeven. 200 sigaretten vrijstelling verleend”

Onder het kopje “gegevens goederen en te betalen belastingaangifte”:

Onder het kopje “Betaling” is aangekruist en ingevuld:

Juridisch kader
Beoordeling van het geschil
Plaats van controle
Onvolledige utb
Vrijstelling
Overig
Slotsom
Proceskosten

“De belastingplichtige heeft het volgende bedrag contant betaald: € 529,23

Datum betaling: [datum] , per pin *** (onleesbaar)

3. Tot de stukken van het geding behoort een op ambtsgelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [datum] waarin het volgende – voor zover van belang – is vermeld:

Pagina 1:

Verdacht overtreding van: Art. 139 DWU / art. 10:1 ADW (niet aanbrengen bij de inspecteur)

Plaats strafbare feit: Luchthaven Schiphol, Gemeente Haarlemmermeer

Locatie (werkpunt): Aankomsthal 4

Groene/rode kanaal: Groen

Pagina 3:

Vindplaats: Ruimbagage

Pagina 5: Verhoor

Vraag 1: Waar komt uw reis vandaan?

Antwoord 1: India

Vraag 2: Hoe bent u in het bezit gekomen van de sigaretten?

Antwoord 2: aangeschaft op de airport van India duty free

Vraag 3: Hoe heeft u zich laten informeren over de Douane regels?

Antwoord 3: niet

Vraag 4: Waarom heeft u de sigaretten niet bij de Nederlandse Douane aangegeven?

Antwoord 4: ik wist niet dat het moest

Vraag 5: Wilt u zelf iets aan uw verklaring toevoegen?

Antwoord 5: nee

4. Belanghebbende heeft op 16 december 2024 bezwaar gemaakt tegen de utb en is op 29 april 2025 telefonisch gehoord door verweerder.

5. Op grond van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen partijen nadere stukken indienen tot tien dagen voor de zitting. Zes dagen voor de zitting heeft de rechtbank het verweerschrift, gedateerd 15 april 2026, ontvangen. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dit verweerschrift niet ontvangen te hebben. De rechtbank zal dit verweerschrift buiten beschouwing laten.

Geschil

6. In geschil is of de utb terecht aan belanghebbende is uitgereikt.

7. Belanghebbende stelt dat de utb ten onrechte is uitgereikt.

Belanghebbende voert aan dat hij zich niet in het groene kanaal bevond, maar nog in de centrale bagagehal was. Na het ophalen van zijn bagage werd hij daar geselecteerd voor een controle en is hij niet in de gelegenheid gesteld aangifte te doen via het rode kanaal.

Verder voert hij aan dat 600 sigaretten bestemd waren voor een vriend die eerder op de dag (met twee anderen) vanuit India was aangekomen en die deze niet zelf kon meenemen.

Ook voert hij aan dat de aan hem uitgereikte, handmatig ingevulde beschikking niet voldeed aan de interne regelgeving en niet correct was ingevuld omdat de heffingsgrondslagen ontbraken.

Tot slot voert belanghebbende aan dat hij 90 minuten is opgehouden vanwege systeemproblemen in het aangiftesysteem. Daarna is hem ook nog een fiscale boete opgelegd. Belanghebbende heeft de utb enkel betaald om verdere problemen te voorkomen. Hij erkent echter geen schuld. Belanghebbende meent dat de lichte overschrijding van 200 sigaretten had moeten leiden tot een waarschuwing of lagere heffing, op grond van het evenredigheidsbeginsel.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van zijn beroep, en verzoekt vernietiging van de uitspraak op bezwaar, herroeping dan wel matiging van de utb en verweerder te veroordelen in de proceskosten.

8. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

9. Op grond van artikel 138, onder a, en artikel 141, eerste lid, onder a, van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 kan door gebruikmaking van het groene kanaal “niets aan te geven” (door enige andere handeling) voor (onder meer) de volgende goederen een douaneaangifte worden gedaan voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen

a. goederen zonder handelskarakter, die in aanmerking komen voor vrijstelling van invoerrechten krachtens artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 dan wel als terugkerende goederen;

(…).

10. Vrijstelling voor de invoer van tabaksproducten wordt op de voet van artikel 41 van de Verordening (EG) nummer 1186/2009 in samenhang gelezen met artikel 8, eerste lid, onder a, van de Richtlijn 2007/74/EG en artikel 21b van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) en artikel 68a van de Wet op de accijns (Wet Accijns) per reiziger verleend tot een maximum van - zover hier van belang - 200 sigaretten.

10. Het ten onrechte gebruikmaken van het groene kanaal leidt volgens artikel 219 van de Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 (UvO) tot het ontstaan van een douaneschuld als genoemd in artikel 79 van de Verordening (EU) nr. 952/2013 voor de ter zake van de invoer verschuldigde douanerechten. Op grond van artikel 1, aanhef en onder d, in samenhang gelezen met artikel 18 van de WOB en artikel 1 in samenhang gelezen met artikel 2, eerste lid, onder d, van de Wet Accijns ontstaat dan tevens een belastingschuld van omzetbelasting en accijns.

12. Ter beoordeling staat of verweerder de utb terecht en voor de juiste hoogte heeft opgelegd. Het feit dat belanghebbende een fiscale strafbeschikking heeft ontvangen ligt hier niet voor. Daartegen staat een eigen rechtsgang open via het Openbaar Ministerie.

13. Belanghebbende voert aan dat hij niet opzettelijk geen aangifte heeft gedaan voor het invoeren van de sigaretten. Hij werd al in de bagagehal door een douanemedewerker geselecteerd voor een controle, nog voordat hij een keuze kon maken tussen het zogenaamde groene kanaal “niets aan te geven” en het rode kanaal “aan te geven goederen”. Belanghebbende had geen mogelijkheid om vrijwillig het rode kanaal te kiezen en zijn goederen aan te geven. Daarmee ontbreekt een opzettelijke keuze en opzettelijk verzuim en is een essentiële voorwaarde voor belastingheffing en boete niet vervuld. Hem werd slechts gevraagd of hij verboden middelen bij zich had. Die had hij niet omdat sigaretten in bepaalde hoeveelheden niet verboden zijn. Door de schrik sloeg hij dicht.

13. In het dossier bevindt zich een (ambtsedig) proces-verbaal, waarin is aangekruist dat belanghebbende is aangetroffen in het groene kanaal. Daaruit zou volgen dat belanghebbende heeft nagelaten om kenbaar te maken dat hij goederen bij zich had waarvan hij aangifte zou willen doen. In beginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van een proces-verbaal dat onder ambtseed is opgesteld. In dit geval is echter niet uit te sluiten dat het proces-verbaal een fout bevat. Zo heeft belanghebbende, zowel ter zitting als in het verhoor, onweersproken verklaard dat hij de sigaretten bij de Duty Free in India heeft gekocht en in zijn handbagage heeft vervoerd. In het proces-verbaal is echter aangekruist dat de sigaretten zich in de ruimbagage bevonden. Uit de foto’s in het dossier is de vindplaats van de sigaretten niet af te leiden, maar de rechtbank acht de verklaring van belanghebbende aannemelijk. Nu het proces-verbaal innerlijk tegenstrijdig is, hecht de rechtbank hier niet de waarde aan die zij in het normale geval aan een proces-verbaal toekent. De verklaring van belanghebbende en het proces-verbaal zal de rechtbank daarom als van gelijk gewicht tegen elkaar afwegen. De rechtbank acht de verklaring van de belanghebbende dat hij voor het betreden van het groene kanaal is aangesproken en gevraagd is naar het bezit van verboden middelen niet onaannemelijk. Te meer nu de betrokken douanier ter zitting heeft verklaard op dat moment nog niet lang als douanebeambte werkzaam te zijn op Schiphol en dat hij niet meer kan terughalen hoe de belanghebbende is aangesproken. Hij heeft verder verklaard dat er commotie was ter plaatse omdat mensen stonden te schreeuwen en dat hij belanghebbende via het groene kanaal naar de visitatietafel heeft gebracht. Niet kan worden uitgesloten dat belanghebbende voor het onderzoek aan zijn bagage door de douane naar en door het groene kanaal is begeleid. Nu niet vast staat dat belanghebbende zelf heeft kunnen kiezen door het groene of rode kanaal te gaan, kan belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank niet worden tegengeworpen dat hij niet tijdig aangifte heeft gedaan van de invoer van de sigaretten en hij artikel 139 van het DWU heeft geschonden.

13. Voor het opleggen en de hoogte van de utb maakt dit echter niet uit. Tussen partijen is immers niet in geschil dat belanghebbende bij zijn inreis in Nederland 1.200 sigaretten heeft ingevoerd. Vast staat dat eiser tabaksproducten heeft meegenomen naar Nederland vanuit India, een land dat niet behoort tot de Europese Unie. In dat geval is sprake van invoer vanuit een derde land in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968 en van de Wet op de accijns (Wet accijns), ter zake waarvan in beginsel omzetbelasting respectievelijk accijns zijn verschuldigd. Deze heffingen liggen op dit moment voor. Deze beroepsgrond slaagt niet.

16. Belanghebbende voert aan dat hij op [datum] een handmatig opgestelde utb heeft ontvangen waarin essentiële onderdelen, zoals de heffingsgrondslag, het soort belasting en de tarieven ontbraken. Daarmee ontbrak een geldige onderbouwing van het besluit. Dit is een schending van de eigen interne regelgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, met name het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. De informatie op het utb formulier was ontoereikend om te begrijpen waarop de naheffing was gebaseerd. Hoewel in de bezwaarfase alsnog een digitale utb is verstrekt, is dit geen correctie van het oorspronkelijke motiveringsgebrek maar een hernieuwd besluit. Een burger mag niet de dupe worden van onvolledige of onjuiste besluitvorming op het moment van uitreiking.

16. De rechtbank stelt vast dat sprake was van bijzondere omstandigheden. Vanwege een stroomstoring is aan belanghebbende een handmatig ingevuld standaardformulier uitgereikt. Hoewel hierop inderdaad de soort belasting en de heffingsgrondslag niet is ingevuld stelt de rechtbank vast dat verweerder binnen twee dagen alsnog een digitale versie heeft verzonden aan belanghebbende waarin de volledige informatie is vermeld. Dit is niet een hernieuwd besluit want de digitale versie heeft geen eigen rechtsgevolg. Voor zover de tarieven en heffingsgrondslagen in de oorspronkelijke utb ontbraken zijn zij in algehele heroverweging in de uitspraak op bewaar hersteld. Uit het dossier blijkt verder dat belanghebbende tijdig en gemotiveerd bezwaar heeft kunnen maken. Daaruit blijkt dat hij voldoende was voorgelicht over de opgelegde heffing. Deze beroepsgrond slaagt niet.

18. Belanghebbende heeft aangevoerd dat hij de vrijstelling niet alleen voor zichzelf maar ook voor een vriend heeft geclaimd. Hij onderbouwt dit met een schriftelijke verklaring van zijn vriend, diens instapkaart en hij wijst erop dat de sigaretten niet in originele dozen zitten zodat ze niet geschikt zijn voor doorverkoop.

18. De rechtbank stelt vast dat bij de verklaring van de vriend in bezwaar drie (KLM) instapkaarten zijn overgelegd, niet alleen op naam van de vriend, maar ook op twee andere namen. De rechtbank houdt het ervoor dat belanghebbende de reizigersvrijstelling van alleen de vriend claimt. Uit vaste rechtspraak volgt dat in een geval een reizigersvrijstelling voor meereizenden in een groep wordt geclaimd, tenminste mag worden verwacht dat de betrokken reiziger samen met belanghebbende het groene kanaal door zou lopen. Zo kan desgevraagd aannemelijk worden gemaakt dat inderdaad gezamenlijk wordt gereisd en dat elk van de reizigers de hem toekomende vrijstelling claimt. Aan deze voorwaarde is niet voldaan en dat komt voor rekening en risico van belanghebbende. Deze beroepsgrond slaagt niet.

20. Alles wat belanghebbende verder aanvoert ziet mogelijk op de hoogte van de boete, maar niet op het met deze beschikking geheven douanerecht, accijns en omzetbelasting.

20. Indien de invoer van goederen geen handelskarakter heeft en de goederen deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, komende uit derde-landen, wordt vrijstelling van belasting verleend (de zogeheten reizigersvrijstelling). Vrijstelling voor de invoer van tabaksproducten wordt op de voet van artikel 21b van de Wet OB en artikel 68a van de Wet accijns per reiziger verleend tot een maximum van – zover hier van belang – 200 sigaretten of 250 gram rooktabak. Dat betekent dat belanghebbende – na verlening van de 200 vrijgestelde sigaretten – over 1.000 sigaretten invoerrecht, omzetbelasting en accijns dient af te dragen.

20. De utb is daarmee terecht en – rekening houdende met de verlening van vrijstelling voor 200 sigaretten – tot een juist bedrag aan belanghebbende uitgereikt.

23. Het beroep is ongegrond. Het besluit op bezwaar blijft daarmee in stand.

24. Er bestaat daarmee geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A. Schreuder, rechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026072905 NLF 2026/1563 Douanerechtspraak 2026/82 FutD 2026-1402 NDFR Nieuws 2026/1229 NTFR 2026/1450 met annotatie van mr. N.P.J. Roovers
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand