RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 12077981 \ CV EXPL 26-303
Uitspraakdatum: 5 maart 2026
Tussenvonnis in de zaak van:
de naamloze vennootschap WMD Drinkwater N.V.
te Assen
de eisende partij
gemachtigde: H.G. Zeiger
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2. De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 118,22, te vermeerderen met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
Omdat gedaagde partij een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Blijkens de uitspraak van de Hoge Raad van 17 december 2021 hoeft een aangegane overeenkomst tot het krachtens de Drinkwaterwet leveren van drinkwater niet ambtshalve te worden getoetst aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, wel gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Omdat de eisende partij buitengerechtelijke incassokosten en rente vordert, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de eisende partij in de overeenkomst of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden een regeling heeft opgenomen over incassokosten en rente, die zodanig afwijkt van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld.
Het beding dat voor de beoordeling relevant is, is het incassobeding uit artikel 15 lid 6 van de algemene voorwaarden WMD 2012. Dit artikel luidt als volgt:
“Artikel 15
Betaling
(…) 6. Indien de aanvrager of de verbruiker niet binnen de in lid 3 gestelde termijn heeft betaald, is deze zonder nadere ingebrekestelling in verzuim. Het bedrijf deelt hem dit schriftelijk mede, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling binnen veertien kalenderdagen door de aanvrager of de verbruiker. Een gevolg van het uitblijven van betaling binnen laatstbedoelde termijn is het door de aanvrager of verbruiker verschuldigd worden van een vergoeding voor de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte alsmede van de wettelijke rente voor iedere dag dat betaling te laat wordt verricht, onverminderd het bepaalde in artikel 9. De hoogte van deze vergoeding is vastgelegd in de tarievenregeling. (…)”
De tekst van dit artikel is op zichzelf niet oneerlijk. In dit artikel wordt echter verwezen naar de tarievenregeling van de eisende partij waarin de hoogte van de vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten is opgenomen. De toepasselijke tarievenregeling heeft de eisende partij echter niet overgelegd, waardoor de kantonrechter niet kan beoordelen of de daarin opgenomen bedingen eerlijk zijn.
In beginsel heeft het niet overleggen van alle voor de beoordeling benodigde stukken tot gevolg dat de vordering (gedeeltelijk) wordt afgewezen. Bij wijze van uitzondering zal de kantonrechter de eisende partij echter alsnog in de gelegenheid stellen de toepasselijke tarievenregeling te overleggen. Omdat de openstaande vordering is ontstaan in 2023, gaat de kantonrechter er vanuit dat de tarievenregeling van dat jaar op de vordering van toepassing is. De eisende partij zal die tarievenregeling dan ook moeten overleggen. De zaak zal hiervoor worden verwezen naar de rol voor het nemen van een akte door de eisende partij. In deze akte zal de eisende partij zich ook uit moeten laten over de eventuele oneerlijkheid van in de tarievenregeling opgenomen bedingen.
De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat zij, bij nieuw aan te brengen zaken, meteen bij de dagvaarding de juiste tarievenregeling moet overleggen. Doet zij dat niet dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 2 april 2026 voor het nemen van een akte door de eisende partij met het doel zoals hiervoor is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter