ECLI:NL:RBNHO:2026:8937

ECLI:NL:RBNHO:2026:8937

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 16-07-2026
Zaaknummer HAA 25/5940
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Toeslagen; beroep ten aanzien van het niet tijdig beslissen is prematuur en daarmee niet-ontvankelijk; beroep ten aanzien van het bestreden besluit is ongegrond; voorschotten terecht teruggevorderd.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende

Dienst Toeslagen, verweerder.

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

Zaaknummer: HAA 25/5940

en

Procesverloop

Belanghebbende heeft op 16 december 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op bezwaar.

Bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 18 december 2025 heeft verweerder het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2026 te Alkmaar. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak met nummer HAA 25/4247.

Belanghebbende is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] .

Overwegingen

Feiten

1. Verweerder heeft bij beschikkingen met dagtekening 23 juni 2023 (terugvordering voor een bedrag van € 1.479), 8 maart 2024 (terugvordering voor een bedrag van € 232) en 12 april 2024 (terugvordering voor een bedrag van € 143) de voorlopige berekeningen van de kinderopvangtoeslag voor het jaar 2023 vastgesteld. Bij beschikking met dagtekening 8 maart 2024 heeft verweerder de voorlopige berekening kindgebonden budget voor het jaar 2023 vastgesteld (terugvordering voor een bedrag van € 742) en bij beschikking met dagtekening 24 juli 2024 heeft verweerder de voorlopige berekening van de kinderopvangtoeslag voor het jaar 2024 vastgesteld (terugvordering voor een bedrag van € 835). Deze vijf beschikkingen worden hierna tezamen aangeduid als: de beschikkingen.

2. Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 7 juni 2025, ontvangen door verweerder op 11 juni 2025, bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen. Verweerder heeft de bezwaren bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 28 juli 2025 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijnen. De bezwaren van belanghebbende zijn tevens aangemerkt als herzieningsverzoeken.

3. Bij beslissing met dagtekening 28 juli 2025 heeft verweerder de herzieningsverzoeken van belanghebbende afgewezen.

4. Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 31 augustus 2025 bezwaar gemaakt tegen de beslissing op de herzieningsverzoeken.

5. Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 2 december 2025, door verweerder ontvangen op 4 december 2025, verweerder in gebreke gesteld, omdat verweerder volgens belanghebbende niet binnen de beslistermijn heeft beslist op haar bezwaar.

6. Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 16 december 2025, ontvangen door de rechtbank op dezelfde dag, beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op bezwaar.

7. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 18 december 2025 beslist op het bezwaar van belanghebbende. Het bezwaar is ongegrond verklaard.

Geschil

8. In geschil is of sprake is van een gegrond beroep niet tijdig beslissen.

9. Verder is in geschil of verweerder de aan belanghebbende betaalde voorschotten voor de jaren 2023 en 2024 kan terugvorderen, waarbij belanghebbende zich beroept op algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Beoordeling van het geschil

Ten aanzien van het beroep niet tijdig beslissen

10. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een bezwaarschrift dan kan een belanghebbende daartegen in beroep gaan. Voordat een belanghebbende beroep kan instellen, moet de belanghebbende per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op het bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog geen besluit is, dan kan de belanghebbende beroep instellen (zie artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)). De termijn vangt aan op de dag na de dag waarop de ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

11. De ingebrekestelling is op 4 december 2025 ontvangen door verweerder en het beroepschrift is op 16 december 2025 ontvangen door de rechtbank. Dit betekent dat belanghebbende binnen twee weken in beroep is gegaan, als gevolg waarvan het door belanghebbende ingediende beroep prematuur is.

12. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk.

Ten aanzien van het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 18 december 2025

13. Niet in geschil zijn de bedragen van de voorschotten. Wel is in geschil of verweerder de betaalde voorschotten (geheel) kan terugvorderen. Bij de beoordeling daarvan dient verweerder de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af te wegen en geldt dat hij onder bijzondere omstandigheden van terugvordering kan afzien of het terug te vorderen bedrag kan matigen (artikel 3:4 van de Awb en artikel 26, tweede lid, van de Awb).

14. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de terugvordering onevenredig is. Daartoe voert belanghebbende aan dat haar situatie onvoldoende is onderzocht, waarbij belanghebbende met name verwijst naar het feit dat zij erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire is. Volgens belanghebbende is het verweerder bovendien niet toegestaan terug te vorderen in het geval sprake is (geweest) van een ‘pauzeknop’. Deze ‘pauzeknop’ betekent volgens belanghebbende dat een terugvordering ten aanzien van de jaren 2023 en 2024 (ook) niet kan plaatsvinden. Verder stelt belanghebbende dat een terugvordering voor (schulden)stress, onzekerheid en verdere escalatie zorgt. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de terugvordering niet onevenredig is.

15. De door belanghebbende genoemde omstandigheden geven de rechtbank geen aanleiding te oordelen dat van de terugvorderingen dient te worden afgezien of dat de terugvorderingen gematigd dienen te worden. In het geval van belanghebbende zijn de terugvorderingen allemaal ontstaan als gevolg van door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen. Het betreffen wijzigingen van het aantal uren kinderopvang, het uurtarief van de kinderopvang, het geschatte inkomen en een stopzetting van de kinderopvangtoeslag per 1 mei 2024. Daar komt bij dat de ‘pauzeknop’ bedoeld is (geweest) voor schulden ontstaan voor 12 februari 2021. De onderhavige terugvorderingen zien op latere jaren. Bovendien heeft de pauzeknop alleen betrekking op de pauzering van de invordering en ontslaat het belanghebbende niet van de verplichting de terugvorderingen te voldoen. Hierover is tevens gecommuniceerd naar belanghebbende. Ook de door belanghebbende gestelde omstandigheden – (schulden)stress, onzekerheid en verdere escalatie – maken niet dat reeds om die reden(en) van terugvordering dient te worden afgezien.

16. Voor wat betreft de door belanghebbende betoogde schending van het motiveringsbeginsel, oordeelt de rechtbank dat een dergelijke schending niet aannemelijk is gemaakt door belanghebbende. Uit de beslissing op bezwaar volgt dat verweerder op de gronden van belanghebbende (in bezwaar) heeft gereageerd.

17. Voor zover belanghebbende meent dat overige algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden, is het onvoldoende onderbouwd door belanghebbende. Reeds daarom gaat de rechtbank voorbij aan het betoog van belanghebbende.

Slotsom

18. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ten aanzien van het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk te worden verklaard en het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 18 december 2025 ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

19. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Huisman, rechter, in aanwezigheid van

mr. F.C. Claushuis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Huisman

Griffier

  • mr. F.C. Claushuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand