ECLI:NL:RBNHO:2026:8938

ECLI:NL:RBNHO:2026:8938

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 16-07-2026
Zaaknummer HAA 25/4247
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Toeslagen; ongegrond; bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende

Dienst Toeslagen, verweerder.

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

Zaaknummer: HAA 25/4247

en

Procesverloop

Belanghebbende heeft tegen de onder 1 genoemde besluiten bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij beslissing op bezwaar de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Op 9 april 2026 heeft de geheimhoudingskamer van de rechtbank beslist dat het verzoek van verweerder om beperkte kennisneming van de gedingstukken niet gerechtvaardigd is omdat de ongelakte stukken niet zijn overgelegd. Ter zitting heeft verweerder uitvoering gegeven aan de uitspraak van de geheimhoudingskamer.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2026 te Alkmaar. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak met nummer HAA 25/5940.

Belanghebbende is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

[naam 1] en [naam 2] .

Overwegingen

Feiten

1. Verweerder heeft bij beschikkingen met dagtekeningen 23 juni 2023, 8 maart 2024 en 12 april 2024 de voorlopige berekeningen van de kinderopvangtoeslag voor het jaar 2023 vastgesteld. Bij beschikking met dagtekening 8 maart 2024 heeft verweerder de voorlopige berekening kindgebonden budget voor het jaar 2023 vastgesteld en bij beschikking met dagtekening 24 juli 2024 heeft verweerder de voorlopige berekening van de kinderopvangtoeslag voor het jaar 2024 vastgesteld. Deze vijf beschikkingen worden hierna tezamen aangeduid als: de beschikkingen.

2. Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 7 juni 2025, ontvangen door verweerder op 11 juni 2025, bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen.

3. Bij brief met dagtekening 4 juli 2025 heeft verweerder belanghebbende de mogelijkheid gegeven aan te geven waarom de bezwaren te laat zijn ingediend.

4. Verweerder heeft bij beslissing met dagtekening 28 juli 2025 de bezwaren van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijnen. De bezwaren van belanghebbende zijn tevens aangemerkt als herzieningsverzoeken.

Geschil 5. In geschil is of verweerder terecht heeft geoordeeld dat de bezwaren niet-ontvankelijk zijn.

Beoordeling van het geschil

6. Niet in geschil is dat belanghebbendes bezwaarschriften gericht tegen de beschikkingen (met dagtekeningen 23 juni 2023, 8 maart 2024, 12 april 2024 en 24 juli 2024), door verweerder ontvangen op 11 juni 2025, niet binnen de wettelijke termijn zijn ingediend.

7. Belanghebbende betoogt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding nu zij jarenlang de pauzeknop heeft toegepast, waardoor zij in de veronderstelling verkeerde dat zij geen actie hoefde te ondernemen ten aanzien van de beschikkingen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

8. De rechtbank stelt voorop dat een termijnoverschrijding verschoonbaar is als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Dit staat in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Ten eerste is daarvoor vereist dat de termijnoverschrijding niet aan de indiener kan worden toegerekend. Ten tweede is vereist dat het bezwaarschrift of beroepschrift zo spoedig mogelijk is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Een termijnoverschrijding kan niet aan de indiener worden toegerekend als er bijzondere omstandigheden zijn bij de indiener, of als de termijnoverschrijding is veroorzaakt door het handelen of nalaten van het bestuursorgaan. Er kunnen ook andere redenen zijn waardoor de termijnoverschrijding niet aan de indiener kan worden toegerekend. Daarbij wordt een op het individuele geval gerichte, contextuele benadering gevolgd (zie onder meer ABRvS 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6385).

9. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. In de situatie van belanghebbende is tweemaal gecommuniceerd over het pauzeren van schulden. In een brief van 20 mei 2021 is aangegeven dat sprake zal zijn van een ‘pauzeknop’ voor schulden die zijn ontstaan voor 12 februari 2021. Dit gaat dus niet om schulden die zijn ontstaan in de berekeningsjaren 2023 en 2024. De tweede pauzeknop gaat over het tijdelijk pauzeren van schulden tijdens de aanmelding en gedurende de afwachting van de integrale beoordeling bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen. In de correspondentie hieromtrent is aangegeven dat de terugvordering van schulden tijdelijk wordt gepauzeerd. Nergens kan de rechtbank uit opmaken dat sprake is geweest van een pauzering voor het maken van bezwaar tegen de onderhavige beschikkingen.

10. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de bezwaren van belanghebbende dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Aan een inhoudelijke behandeling van het geschil komt de rechtbank daarom niet toe.

11. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Huisman, rechter, in aanwezigheid van

mr. F.C. Claushuis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Huisman

Griffier

  • mr. F.C. Claushuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand