RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/378810 / JU RK 26-900
Datum uitspraak: 19 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers,
hierna te noemen de GI,
wonende in Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 juni 2026;
het e-mailbericht van de moeder van 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. Daarbij was aanwezig de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
De moeder is met bericht van afwezigheid niet ter zitting verschenen. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, maar zij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] woont deels bij de moeder en deels bij de vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 juli 2019 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd en duurt tot 28 juni 2026.
De kinderrechter heeft -na een spoedmachtiging- bij beschikking van 9 juli 2021
een machtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de grootouders moederszijde (mz). Deze maatregel is daarna verlengd tot 31 juli 2023.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 5 november 2024 opnieuw een machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootmoeder (mz), verleend tot 28 februari 2025. Deze maatregel is daarna verlengd tot 29 november 2025.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] woont inmiddels weer voor de helft van de tijd bij vader en de helft van de tijd bij de moeder. De wisselmomenten vinden plaats van en naar school. Zowel de ouders als [de minderjarige] hebben behoefte aan duidelijke afspraken en [de minderjarige] heeft daarnaast ook behoefte aan regelmaat. De vastgelegde reguliere omgangsregeling heeft voor rust gezorgd. Met hulp van Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling (IAG) zijn de ouders gegroeid in de communicatie naar elkaar toe. Ook lukt het de ouders om gezamenlijk naar afspraken te gaan. Als emoties of spanningen te hoog oplopen, vallen de ouders terug in oude patronen, en is het nodig dat er een derde partij is om beslissingen te kunnen maken. In de komende periode wil de GI de huidige stijgende lijn voortzetten en met de ouders toewerken naar het vrijwillig kader. De GI verwacht binnen de verzochte verlengingsperiode het gezin over te kunnen dragen. Een helder en duidelijk borgingsplan zal hiervoor worden opgesteld.
De GI heeft hier ter zitting aan toegevoegd dat afgelopen week het intakegesprek bij Nicare heeft plaatsgevonden. Zodra de gemeente de inzet van deze hulpverlening goedkeurt, kan Nicare naar verwachting snel starten zodat de ondertoezichtstelling afgesloten kan worden. De GI verwacht dat een ouderschapsplan helpend kan zijn voor de ouders.
4. De standpunten
De moeder heeft schriftelijk laten weten dat zij instemt met de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij zal zich houden aan de gemaakte en nog te maken afspraken. De moeder vindt het wel noodzakelijk dat de communicatie en de afstemming tussen haar en de vader structureel worden verbeterd en duidelijk wordt vastgelegd, in het belang van [de minderjarige] .
5. De beoordeling
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de ouders van ver zijn gekomen en dat in de afgelopen periode positieve ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. De vastgelegde reguliere omgangsregeling heeft voor rust gezorgd en de ouders zijn gegroeid in de communicatie naar elkaar toe. Bij spanningen kunnen de ouders nog terugvallen in oude patronen. Het lukt hen dan niet altijd samen te werken, om afspraken na te komen en om [de minderjarige] buiten de onderlinge gespannen communicatie te houden. Het is daarom belangrijk dat afspraken tussen de ouders goed worden vastgelegd. Het lukt de ouders nog niet om dit zelfstandig op te pakken. Gelet op de omstandigheid dat inmiddels een intakegesprek bij Nicare heeft plaatsgevonden, zal de GI naar verwachting op korte termijn de hulpverlening over kunnen dragen aan dit vrijwillig kader.
De kinderrechter is daarom van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Het verzoek zal worden toegewezen, zodat de noodzakelijk geachte hulpverlening voor zowel de ouders als [de minderjarige] gewaarborgd kan worden en de overdacht naar het vrijwillig kader zorgvuldig kan plaatsvinden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 28 september 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 door
mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. Boon als griffier, en op schrift gesteld op 30 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.