ECLI:NL:RBNHO:2026:9015

ECLI:NL:RBNHO:2026:9015

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 13-07-2026
Datum publicatie 20-07-2026
Zaaknummer C/15/355379 / HA RK 24-105
Rechtsgebied Civiel recht; Goederenrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Beschikking rechter-commissaris vaststelling salaris vereffenaar nalatenschap.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventies

Zaaknummer / rekestnummer: C/15/355379 / HA RK 24-105

Beschikking van de rechter-commissaris van 13 juli 2026

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [plaats 1] , in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van:

[erflater] , geboren op [geboortedatum] 1943 te [plaats 2] en overleden op 21 april 2019 te [plaats 3] ,

hierna te noemen: de vereffenaar.

1. De procedure

De vereffenaar heeft op 22 juni 2026, door tussenkomst van zijn advocaat mr. E.C.N. Sweep, een concept-verzoek vaststelling salaris vereffenaar ingediend met als bijlage een toelichting op de verrichtte werkzaamheden en een urenoverzicht. Mr. Sweep heeft desgevraagd telefonisch aan de griffier gemeld dat het concept-verzoek is bedoeld als definitief verzoek tot vaststelling van het salaris.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

De vereffenaar is bij beschikking van deze rechtbank van 6 februari 2020 benoemd.

Voor zijn benoeming tot vereffenaar heeft mr. [verzoeker] in de hoedanigheid van executeur werkzaamheden in de nalatenschap verricht.

Bij beschikking van 3 februari 2025 heeft de kantonrechter het voorschot op het loon van de vereffenaar over de periode van 6 februari 2020 tot en met 6 november 2023 vastgesteld op een bedrag van € 100.000,00 inclusief btw.

Bij beschikking van 13 februari 2026 is mr. W.S.J. Thijs tot rechter-commissaris in de nalatenschap van erflater benoemd.

3. Het verzoek

De vereffenaar verzoekt het (eind)loon vast te stellen op € 325.886,88 inclusief btw, te vermeerderen met € 13.035,48 inclusief btw voor verschotten (4% over het loon).

4. De beoordeling

Artikel 4:206 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een vereffenaar die door de rechter is benoemd recht heeft op loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. Op grond van artikel 4:208 BW stelt in plaats van de kantonrechter de rechter-commissaris het loon vast, als deze is benoemd.

Als uitgangspunt bij het vaststellen van het loon gebruikt de rechtspraak de ‘Richtlijnen Vereffening nalatenschappen’ (opgesteld door de Expertgroep Erfrecht van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK). In deze richtlijnen wordt voor de beloning van de vereffenaar aangesloten bij de beloning van de curator in faillissementszaken, waarvoor in de rechtspraak eveneens richtlijnen zijn ontwikkeld, de zogenoemde ‘Rechter-commissaris faillissementen en surseances van betaling-richtlijnen’ (hierna: Recofa-richtlijnen). De rechter-commissaris zal daarom beoordelen in hoeverre het verzoek voldoet aan de Richtlijnen Vereffening nalatenschappen en de Recofa-richtlijnen.

De rechter-commissaris sluit voor de vereisten waaraan een verzoek tot toekenning van een beloning overeenkomstig de Recofa-richtlijnen moet voldoen aan bij de in die richtlijnen genoemde criteria en de jurisprudentie daarover. Enkele van deze criteria zijn:

- een inhoudelijke onderbouwing van het verzoek,

- een specificatie van de werkzaamheden van de vereffenaar (tijdregistratie),

- het te hanteren uurtarief (op basis van de door de Recofa geformuleerde factoren),

- een verslag van de vereffenaar dat, behoudens openbaarheid, voldoet aan de eisen die in een faillissement ingevolge artikel 73a Faillissementswet (Fw) aan een dergelijk verslag worden gesteld.

De rechter-commissaris stelt voorop dat de vereffenaar heeft toegelicht dat sprake is geweest van een gecompliceerde nalatenschap en dat de vereffening daarvan een ingewikkelde, tijdrovende en uitdagende taak is geweest. Erflater had aandelenbelangen in verschillende vennootschappen, waarmee kort gezegd appartementen, een supermarkt en een benzinestation werden ontwikkeld. Er hebben meerdere gerechtelijke procedures gelopen en er zijn beslagen gelegd. Uit het dossier blijkt dat met een aantal partijen regelingen zijn getroffen en dat deze nodig waren om tot vereffening van het actief over te kunnen gaan. Dat dit zich vertaalt in een veelheid aan gewerkte uren is niet vreemd.

De vereffenaar heeft in zijn toelichting op een aantal punten duidelijkheid kunnen verschaffen, die ten tijde van de beschikking van de kantonrechter van 3 februari 2025 nog ontbrak. Zo is duidelijk geworden waarom de belangen in [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. zijn afgewaardeerd en waar de boedelvordering van [bedrijf 3] ( [bedrijf 4] B.V.) betrekking op heeft.

De rechter-commissaris stelt vast dat de vereffenaar zich heeft bediend van meerdere adviseurs en zich zowel in als buiten procedures heeft laten bijstaan door advocaten. Daar zijn hoge kosten mee gemoeid geweest, die voor een belangrijk deel ook al zijn betaald. In dat licht bezien valt op dat de vereffenaar daarnaast zelf ook nog een groot aantal uren opvoert (in totaal 1402,75) voor zijn werkzaamheden, terwijl hij ook al in hoedanigheid van executeur ruim 300 uur heeft gedeclareerd. Evenals de kantonrechter, kan de rechter-commissaris niet vaststellen dat alle gedeclareerde werkzaamheden in het belang zijn geweest van de gezamenlijke schuldeisers. Daarbij speelt mee dat er veel uren zijn besteed aan overleg, dat de urenverantwoording voor wat betreft de inhoud van deze overleggen en de overige werkzaamheden zeer summier is en dat de tijdsbesteding hoofdzakelijk is verantwoord in eenheden van een uur. Die verantwoording schiet tekort. Van een redelijk handelend vereffenaar mag worden verwacht dat hij zijn werkzaamheden zodanig administreert dat kan worden gecontroleerd in hoeverre deze voor de vereffening dienstig waren. Daarnaast is niet aannemelijk dat met de werkzaamheden steeds hele uren gemoeid zijn geweest. Een nauwkeuriger registratie, bijvoorbeeld in eenheden van 6 minuten, had daarom mogen worden verwacht.

De vereffenaar heeft bij de vereffening gebruik gemaakt van de diensten van [bedrijf 3] ( [bedrijf 4] B.V.) omdat deze volgens de vereffenaar ‘van de hoed en de rand’ wist. Dit verklaart echter niet dat [bedrijf 3] maar liefst 1776 uur nodig heeft gehad om die informatie aan de vereffenaar over te dragen. Als de begeleiding van [bedrijf 3] bij de afwikkeling van de nalatenschap volgens de vereffenaar nodig is geweest, zoals uit de beschikking van de kantonrechter van 3 februari 2025 zou kunnen worden afgeleid, had de vereffenaar dat tenminste met de kantonrechter moeten bespreken. Dat dit is gebeurd op een moment dat de kantonrechter nog kon ingrijpen blijkt niet uit het dossier. De omstandigheid dat het uurtarief van de vereffenaar en [bedrijf 3] tezamen vergelijkbaar zou zijn met het uurtarief van een ervaren curator maakt dit niet anders. Het is niet aan een vereffenaar om derden in te schakelen voor werkzaamheden waarvoor hij zelf door de rechtbank is benoemd. Bovendien heeft de kantonrechter niet de afweging kunnen maken om tegen vergelijkbare kosten een ervaren curator voor te dragen als vereffenaar.

Ook de verantwoording voor de inzet van [bedrijf 3] ( [bedrijf 4] B.V.) schiet te kort. Zijn urenverantwoording is voor wat betreft de inhoud van de werkzaamheden zeer summier en zijn tijdsbesteding is hoofdzakelijk verantwoord in eenheden van een half uur.

De rechter-commissaris ziet in het voorgaande aanleiding om het loon van de vereffenaar te matigen. De overgelegde urenverantwoording biedt geen handvatten om gemotiveerd specifieke werkzaamheden van declaratie uit te sluiten. Met inachtneming van de complexiteit van de nalatenschap en de vrijheid die de vereffenaar toekomt om deze naar eigen inzicht te vereffenen, acht de rechter-commissaris een matiging van 30% op zijn plaats. Dit betekent dat het loon zal worden vastgesteld op € 228.120,82 inclusief btw. De verschotten worden vastgesteld op 4% hiervan, zijnde € 9.124,83 inclusief btw.

De rechter-commissaris zal ambtshalve de termijn bepalen waarbinnen een rekening en verantwoording ter griffie van de rechtbank moet worden neergelegd.

5. De beslissing

De rechter-commissaris

stelt het loon van de vereffenaar vast op een bedrag van € 228.120,82 inclusief btw, te vermeerderen met € 9.124,83 inclusief btw aan verschotten;

bepaalt de termijn waarbinnen een rekening en verantwoording en (indien van toepassing) de uitdelingslijst ter griffie van de rechtbank moeten worden neergelegd op zes weken vanaf heden,

wijst af het meer of anders verzochte,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.S.J. Thijs, rechter-commissaris, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.S.J. Thijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JERF Actueel 2026/205
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand