ECLI:NL:RBNHO:2026:9029

ECLI:NL:RBNHO:2026:9029

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-07-2026
Datum publicatie 20-07-2026
Zaaknummer AWB - 25 _ 5605
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Beroepen niet-ontvankelijk/ongegrond; parkeerbelasting; naheffingsaanslag; gehandicaptenparkeerkaart; digitale gehandicaptenparkeervergunning; onderzoeksplicht.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,

de heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad, verweerder.

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 25/5605, HAA 25/5606, HAA 25/5607, HAA 25/5608, HAA 25/5609, HAA 25/5610 en HAA 25/5611

en

Procesverloop

HAA 25/5605

Verweerder heeft met dagtekening van 31 oktober 2025 naar aanleiding van een controle op 20 oktober 2025 een naheffingsaanslag opgelegd ter zake van in totaal € 81,90 (bestaande uit € 3,10 parkeerbelasting en € 78,80 aan naheffingskosten, hierna: naheffingsaanslag 1).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 november 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

HAA 25/5606

Verweerder heeft met dagtekening van 4 november 2025 naar aanleiding van een controle op 21 oktober 2025 een naheffingsaanslag opgelegd ter zake van in totaal € 81,90 (bestaande uit € 3,10 parkeerbelasting en € 78,80 aan naheffingskosten, hierna: naheffingsaanslag 2).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 november 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

HAA 25/5607

Verweerder heeft met dagtekening van 4 november 2025 naar aanleiding van een controle op 22 oktober 2025 een naheffingsaanslag opgelegd ter zake van in totaal € 81,90 (bestaande uit € 78,80 aan naheffingskosten en € 3,10, hierna: naheffingsaanslag 3).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 november 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

HAA 25/5608

Verweerder heeft met dagtekening van 4 november 2025 naar aanleiding van een controle op 23 oktober 2025 een naheffingsaanslag opgelegd ter zake van in totaal € 81,90 (bestaande uit € 78,80 aan naheffingskosten, hierna: naheffingsaanslag 4)

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 november 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

HAA 25/5609

Verweerder heeft met dagtekening van 7 november 2025 naar aanleiding van een controle op 24 oktober 2025 een naheffingsaanslag opgelegd ter zake van in totaal € 81,90 (bestaande uit € 78,80 aan naheffingskosten, hierna: naheffingsaanslag 5).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 november 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

HAA 25/5610

Verweerder heeft met dagtekening van 7 november 2025 naar aanleiding van een controle op 25 oktober 2025 een naheffingsaanslag opgelegd ter zake van in totaal € 81,90 (bestaande uit € 78,80 aan naheffingskosten, hierna: naheffingsaanslag 6).

HAA 25/5611

Verweerder heeft met dagtekening van 7 november 2025 naar aanleiding van een controle op 25 oktober 2025 een naheffingsaanslag opgelegd ter zake van in totaal € 81,90 (bestaande uit € 78,80 aan naheffingskosten, hierna: naheffingsaanslag 7).

HAA 25/5610 en HAA 25/5611

Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de bezwaren van belanghebbende hiertegen gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen 6 en 7 verminderd naar € 0,00 vanwege coulancebeleid.

Alle zaken

Belanghebbende heeft een e-mailbericht gestuurd naar verweerder, waarin verzocht wordt om uitstel van betaling en kwijtschelding van de boetes. Verweerder heeft dit bericht doorgestuurd naar de rechtbank als zijnde een beroepschrift.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026 te Haarlem.

Belanghebbende is niet verschenen. Blijkens de gegevens van PostNL is de aan belanghebbende aangetekend verzonden brief op 17 juni 2026 in ontvangst genomen. Nu belanghebbende daarmee op juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd, heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting doorgang laten vinden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam] .

Overwegingen

Feiten

1. De auto van belanghebbende met kenteken: [#] (hierna: de auto) heeft meerdere dagen geparkeerd gestaan op een parkeerplaats aan de Klokbaai in Zaandam. Deze locatie is gelegen in een zone waar op die data en tijdstippen slechts mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting of met een parkeervergunning.

2. Tijdens controles op 20 oktober 2025, 21 oktober 2025, 22 oktober 2025, 23 oktober 2025, 24 oktober 2025, 25 oktober 2025 en 27 oktober 2025 is gebleken dat geen parkeerbelasting was voldaan, dan wel geparkeerd was zonder geldige parkeervergunning. Naar aanleiding daarvan zijn de naheffingsaanslagen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 opgelegd (tezamen te noemen: de naheffingsaanslagen)

Geschil 3. In geschil is of verweerder de naheffingsaanslagen terecht aan belanghebbende heeft opgelegd.

4. Belanghebbende heeft aangevoerd dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de Europese gehandicaptenparkeerkaart ook in de gemeente Zaanstad geldig zou zijn. Hierdoor heeft hij niet opgemerkt dat in dit gebied sprake was van betaald parkeren. Belanghebbende verzoekt om uitstel van betaling en kwijtschelding van de naheffingsaanslagen.

5. Verweerder concludeert met betrekking tot de naheffingsaanslagen 1, 2, 3, 4, 5 tot ongegrondverklaring van de beroepen omdat er een onderzoeksplicht geldt voor de parkeerder en er in de gemeente Zaanstad met een gehandicaptenparkeerkaart alleen gratis geparkeerd kan worden op een speciale gehandicaptenparkeerplaats. Indien iemand met een gehandicaptenparkeerkaart in de gemeente Zaanstad gratis wil parkeren in een gebied met betaald parkeren dan heeft deze persoon naast de gehandicaptenparkeerkaart ook een digitale gehandicaptenparkeervergunning nodig. Deze heeft belanghebbende niet zodat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Met betrekking tot de naheffingsaanslagen 6 en 7 concludeert verweerder tot niet-ontvankelijkheidverklaring van de beroepen, omdat deze naheffingsaanslagen in de bezwaarfase zijn verminderd naar nihil en er dus geen belang meer is.

Beoordeling van het geschil

HAA 25/5610 en HAA 25/5611

6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de beroepen betreffende de naheffingsaanslagen 6 en 7 niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Nu verweerder bij de uitspraak op bezwaar die betrekking had op naheffingsaanslagen 6 en 7 deze naheffingsaanslagen heeft verminderd naar nihil, is de rechtbank het met verweerder eens dat belanghebbende in zoverre geen belang meer heeft bij de beroepen tegen deze naheffingsaanslagen. De beroepen hiertegen zal de rechtbank dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

HAA 25/5605, HAA 25/5606, HAA 25/5607, HAA 25/5608 en HAA 25/5609

7. Op grond van artikel 225, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet kan in het kader van de parkeerregulering een belasting worden geheven ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

8. Op grond van artikel 3, vijfde lid, van de Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen Zaanstad (hierna: de verordening) moet een parkeerder in het bezit zijn van een digitale gehandicaptenparkeervergunning om in de gemeente te parkeren zonder parkeerbelasting verschuldigd te zijn. Onder een digitale gehandicaptenparkeervergunning wordt op grond van artikel 11, eerste lid, van de Parkeerverordening Zaanstad 2017 verstaan een vergunning die op een daartoe strekkend verzoek wordt verleend aan de houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.

9. Verweerder verwijst naar de website van de gemeente Zaanstad voor het parkeerbeleid. Indien iemand binnen de gemeente Zaanstad gratis wil parkeren in een gebied waar betaald parkeren geldt, buiten de speciaal aangewezen gehandicaptenparkeerplaatsen, is naast een gehandicaptenparkeerkaart tevens een digitale gehandicaptenparkeervergunning vereist. Deze vergunning kan kosteloos worden aangevraagd via de website van de gemeente Zaanstad. Ook indien iemand in een andere gemeente woont, kan deze vergunning gratis worden aangevraagd.

10. De rechtbank overweegt als volgt. Niet in geschil is dat belanghebbende meerdere malen zonder digitale gehandicaptenparkeervergunning heeft geparkeerd op een parkeerplaats waar ten tijde van het parkeren een betaald parkeerregime gold. Belanghebbende had geen digitale gehandicaptenparkeervergunning van de gemeente Zaanstad aangevraagd, zodat hij parkeerbelasting verschuldigd was.

11. Gemeenten zijn vrij hun eigen parkeerbeleid te bepalen en te wijzigen. Van belanghebbende mag worden verwacht dat hij alvorens over te gaan tot parkeren, redelijke inspanningen pleegt om zich op de hoogte te stellen van deze plaatselijke parkeervoorschriften (zie Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:363). Belanghebbende heeft een onderzoeksplicht en mag er niet vanuit gaan dat parkeren met de (Europese) gehandicaptenkaart in alle gemeenten zonder betaling mogelijk is. Voor de gemeente geldt dat zij zich moet inspannen om te zorgen dat het geldende parkeerbeleid ook voor bezoekers van buiten de gemeente voldoende kenbaar is. Op de website van de gemeente Zaanstad staat het geldende parkeerbeleid beschreven. Belanghebbende had de website van de gemeente Zaanstad kunnen raadplegen, zodat hij ervan op de hoogte was dat een digitale parkeervergunning kon worden aangevraagd om op een betaalde parkeerplek te kunnen parkeren zonder parkeerbelasting verschuldigd te zijn. Belanghebbende heeft dit niet gedaan.

12. Gelet op het voorgaande zijn de naheffingsaanslagen 1 tot en met 5 terecht opgelegd. De beroepen tegen de naheffingsaanslagen 1 tot en met 5 zullen daarom ongegrond worden verklaard.

Proceskosten

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Brouwer, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Wijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).

U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand